Samenvatting
Omdat C. Klomp niet meedoet aan de procedure van de Raad voor de Journalistiek, heeft de Raad de klacht van mr. drs. M. van Tongeren over het artikel “Is Frans Timmermans baby-Hitler?” niet inhoudelijk behandeld. De Raad gaat in deze situatie alleen tot behandeling van de klacht over in het bijzondere geval dat deze van algemene strekking of principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
mr. drs. M. van Tongeren
tegen
C. Klomp
De heer mr. drs. M. van Tongeren (klager) heeft op 27 januari 2026 een klacht ingediend tegen de heer Klomp. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van partijen betrokken van 24 en 25 februari 2026.
Klomp heeft in het verleden herhaaldelijk aan de Raad bericht dat hij niet wenst mee te werken aan de procedure van de Raad. Bij het doorsturen van deze klacht is daarom aan hem meegedeeld dat indien hij niet binnen de termijn van drie weken inhoudelijk heeft geantwoord, de Raad er zonder tegenbericht van uitgaat dat hij zijn eerdere besluit handhaaft. Klomp heeft hier bevestigend op gereageerd.
De klacht is besproken op de zitting van de Raad van 20 maart 2026 op basis van de schriftelijke stukken.
Wegens verhindering van een van de Raadsleden is de zaak behandeld door de voorzitter en de overige drie leden.
DE FEITEN
Op 27 oktober 2025 heeft Klomp op zijn website het artikel “Is Frans Timmermans baby-Hitler?” gepubliceerd. De intro van het artikel luidt:
“Frans Timmermans is verantwoordelijk voor de genocide op de oorspronkelijke Nederlandse bevolking en hij zou via een tribunaal moeten sterven voor een vuurpeloton. Zou je immers baby-Hitler ook niet vermoorden voordat hij miljoenen levens verwoest? Dat is de mening van Micha van Tongeren, enig bestuurslid van de Stichting Uitbanning Genocide. Afgelopen vrijdag stond hij terecht voor de rechtbank in
Amsterdam op verdenking van bedreiging.”
HET STANDPUNT VAN KLAGER
Klager stelt – kort samengevat – het volgende. Het artikel bevat feitelijke onjuistheden. Zo wordt het uiterlijk en intellectuele capaciteiten van klager onjuist beschreven. Anders dan Klomp vermeldt is hij geen muizige man en heeft hij een hoger denkniveau dan MBO. Ook worden hem woorden in de mond gelegd die hij niet heeft gezegd. Hij heeft bijvoorbeeld niet aan de rechter gevraagd “Zou u baby Hitler vermoorden voordat hij miljoenen levens verwoest?”. Verder maakt Klomp geen onderscheid tussen zijn eigen mening en feiten. Een voorbeeld hiervan is dat Klomp beweert dat islamisering een leugen is en stelt dat het percentage mensen dat het islamitische geloof aanhangt stagneert, terwijl volgens een onderzoek van PEW hun percentage wel degelijk stijgt. Bovendien miskent Klomp dat genocide een rechtsnorm is. Hij vervangt deze rechtsnorm met zijn eigen opvattingen en ervaringen. Ook is het artikel tendentieus en suggestief. In dit kader dicht Klomp klager onder meer een impulsieve door emotie ingegeven reactie toe terwijl dit evident niet heeft plaatsgevonden.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
In artikel 9 lid 7 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad is het volgende bepaald:
“Indien de klacht is ingediend tegen een medium dat of een journalist die zich uit beginsel niet verweert, ziet de Raad af van behandeling, tenzij de klacht volgens de Raad van algemene strekking of principieel belang is.”
Klomp heeft niet op de klacht bij de Raad gereageerd en wenst blijkbaar (nog steeds) niet mee te werken aan de procedure bij de Raad. De Raad zal dan slechts tot behandeling van de klacht overgaan in het bijzondere geval dat deze van algemene strekking of van principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.
Klager maakt bezwaar tegen de wijze waarop over hem en de gang van zaken tijdens de rechtszitting is bericht. De Raad vindt niet dat de (strekking van de) klacht het belang van klager in zodanige mate overstijgt, dat er sprake is van een klacht van algemene strekking. Dat een inhoudelijk oordeel van de Raad mogelijk ook anderen ten goede komt, is daartoe onvoldoende.
Ook ziet de Raad geen aanknopingspunten voor de conclusie dat de klacht betrekking heeft op elementen van het journalistieke proces waarover de Raad zich niet eerder heeft uitgelaten, en daarmee van principieel belang is. De kern van de klacht heeft betrekking op suggestieve, onjuiste en diffamerende berichtgeving en toepassing van wederhoor. De Raad heeft hierover in zijn Leidraad algemene uitgangspunten geformuleerd die in diverse conclusies zijn uitgewerkt. Gesteld noch gebleken is dat de door de Raad gehanteerde criteria onvoldoende duidelijk zijn. Dat Klomp niet volgens deze criteria zou hebben gehandeld, maakt op zichzelf de klacht nog niet van principieel belang.
De Raad ziet dan ook geen aanleiding de klacht inhoudelijk te behandelen.
Voor de goede orde merkt de Raad ten slotte op dat hij uitsluitend toetst aan de Leidraad. De Raad toetst derhalve niet aan het Wereldwijd Handvest voor Ethiek in de Journalistiek of de Persrichtlijn van de Raad voor de Rechtspraak. Overigens is niet juist dat de Raad geen conclusies meer heeft gepubliceerd over rechtbankverslaggevers sinds de invoering van de Persrichtlijn op 1 juni 2025 (zie onder meer RvdJ 2025/13, RvdJ 2025/20, RvdJ 2025/21, RvdJ 2026/4 en RvdJ 2026/10).
Relevante punten uit de Leidraad: A., B.2 en B.3, C. en D.
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2024/20, RvdJ 2024/6 en RvdJ 2024/3
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 9 lid 7
CONCLUSIE
De klacht is niet van algemene strekking of principieel belang en wordt daarom niet inhoudelijk behandeld.
Zo vastgesteld door de Raad op 30 april 2026 door mr. S. Djebali, voorzitter, mr. N.A.M van Herten, L.M. van de Langenberg MSc Med, en S.S. Sitalsing, leden, in tegenwoordigheid van mr. E. Hoefnagel, adjunct- secretaris.