2026/10 Ongegrond

H. Bakthali / J. Nebbeling en de hoofdredacteur van Het Kontakt - De Molenkruier

Samenvatting

J. Nebbeling en de hoofdredacteur van Het Kontakt – De Molenkruier (hierna gezamenlijk: Het Kontakt) hebben in het online artikel “Gerechtshof verwerpt alle bezwaren van raadslid in hoger beroep: flink zwaardere straf voor Haseena Bakhtali (65) van Stadspartij Núwegein” en “Zwaardere straf voor Haseena Bakhtali” (papieren versie) op journalistiek zorgvuldige wijze over klaagster bericht. Voor de berichtgeving bestond voldoende grondslag in een arrest van het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden van 29 augustus 2025. Nu het artikel met name verslaglegging van een strafrechtelijke procedure en een feitelijke schets van de achtergrond bevat, was het toepassen van wederhoor niet nodig. De klacht is ongegrond.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek

inzake de klacht van

H. Bakhtali

tegen

J. Nebbeling en de hoofdredacteur van Het Kontakt – De Molenkruier

Mevrouw Bakhtali (klaagster) heeft op 13 oktober 2025 een klacht ingediend tegen de heer J. Nebbeling en de hoofdredacteur van Het Kontakt – De Molenkruier (hierna gezamenlijk Het Kontakt). Het Kontakt heeft op 29 november 2025 schriftelijk op de klacht gereageerd. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klaagster betrokken van 20 en 31 oktober 2025, van 6, 14 en 28 november 2025 en van 3 januari 2026.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 16 januari 2026. Klaagster is daar verschenen. Namens Het Kontakt waren de heren R. den Besten, hoofdredacteur, en voormelde Nebbeling, journalist, aanwezig. Klaagster heeft haar standpunt toegelicht aan de hand van een notitie.

DE FEITEN

Op 29 augustus 2025 heeft het Gerechtshof te Arnhem/Leeuwarden als volgt geoordeeld in de zaak tussen klaagster en de heren M.J. Monrooij en A.J. Adriani:
“Verdachte [klaagster, RvdJ] heeft zich gedurende een aantal jaren schuldig gemaakt aan het plegen van smaadschrift ten aanzien van de aangevers Monrooij en Adriani. Door het al dan niet tijdens verkiezingstijd plaatsen van Twitterberichten, berichten op internetsites, het verspreiden van huis aan huis verkiezingsfolders en het geven van een interview met daarin smadelijke teksten heeft verdachte aangevers ernstig in hun eer en goede naam aangetast.”
en:
“Gelet op het kwalijke langdurige -voortdurende- smadelijke gedrag van verdachte in combinatie met het gebrek aan inzicht van de strafwaardigheid hiervan, ziet het hof reden om een hogere straf op te leggen dan gevorderd door de advocaat-generaal. Het hof zal verdachte veroordelen tot een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 60 uren […] alsmede een geldboete tot een bedrag van € 1.500,- […].
En ten aanzien van de vordering van de heer Monrooij:
“Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. […] Het hof stelt de schade vast op een bedrag van € 750,00.”
In zijn beslissing stelt het hof als bijzondere voorwaarde dat klaagster:
“Binnen een maand na het onherroepelijk worden van het arrest haar Twitteraccount evenals haar websites en andere openbare voor haar toegankelijke digitale media, waarin zij smadelijke mededelingen doet over M.J. Monrooij en A.J. Adriani dient te schonen en/of doen schonen en geschoond te (doen) houden van deze mededelingen, waarbij het toezicht hierop aan het Openbaar Ministerie wordt opgelegd.”

Op 29 augustus 2025 heeft Het Kontakt online een artikel van de hand van Nebbeling geplaatst met de kop “Gerechtshof verwerpt alle bezwaren van raadslid in hoger beroep: flink zwaardere straf voor Haseena Bakhtali (65) van Stadspartij Núwegein”. Het artikel is op 4 september 2025 in de papieren versie verschenen onder de kop “Zwaardere straf voor Haseena Bakhtali”.
Het artikel bevat de volgende inleiding:
“Nieuwegein – Het Nieuwegeinse raadslid Haseena Bakhtali (65), enig raadslid en fractievoorzitter van Stadspartij Núwegein, is in hoger beroep veroordeeld tot een zwaardere straf wegens het misdrijf smaad. Het Gerechtshof legde haar een boete op van 1.500 euro (was 1.000 euro) en een voorwaardelijke taakstraf van 60 uur (was 40 uur). Ook moet ze de door haar valselijk beschuldigde ChristenUnie-voorzitter Martin Monrooij 750 euro smartengeld betalen.”
Het artikel vervolgt:
“Bakhtali werd vier jaar geleden door de Utrechtse rechtbank veroordeeld wegens smaad na jarenlange beschuldigingen van corruptie en andere frauduleuze praktijken aan het adres van Monrooij, toenmalig wethouder Hans Adriani en tal van andere raadsleden en bestuurders, waaronder voormalig burgemeester Frans Backhuijs. Adriani en Monrooij dienden een aanklacht tegen haar in. De rechtbank oordeelde dat Bakhtali voor geen van haar beschuldigingen steekhoudend bewijs kon aanleveren en achtte haar daarom schuldig aan het misdrijf smaadschrift.”
Het artikel bevat verder de zin:
Verder moet ze alle lasterlijke uitingen op sociale media en internet verwijderen op straffe van het alsnog voldoen van de haar opgelegde voorwaardelijke taakstraf.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt – kort samengevat – het volgende. Het is een lasterlijk artikel dat feitelijke onwaarheden en misleidende informatie bevat. De journalist heeft bewust andere woorden gebruikt dan in het arrest staat. Daarnaast heeft hij andere mensen erbij betrokken en feiten verdraaid en verzonnen. Dit alles heeft hij gedaan om de lezer zand in de ogen te strooien. Anders dan in het artikel bewust is opgenomen is er geen sprake van ‘laster’, ‘valse beschuldigingen’ of van ‘lasterlijke uitingen’.
De kern van het artikel is misschien dat klaagster is veroordeeld. Voor de inwoners van Nieuwegein is het belangrijker dat ze weten dat de rechtbank en het hof geen van de beschuldigingen omtrent de bestuurlijke missstanden als onwaar heeft beoordeeld en geen van haar stellingen heeft kunnen weerleggen. Dat is namelijk exact waarom het een veroordeling voor smaad is geworden en niet voor laster. Laster is een zwaarder delict dan smaad. Het is ook niet correct dat het artikel spreekt over valselijke beschuldigingen. Alleen een beschuldiging die niet onderbouwd zou zijn, is een valse beschuldiging. Bovendien is ten onrechte niet om wederhoor gevraagd.
Daarnaast bevat het artikel lasterlijke informatie omdat het als feit presenteert dat klaagster is veroordeeld voor smaad jegens “tal van andere raadsleden en bestuurders, waaronder voormalig burgemeester Frans Backhuijs”. Dit is niet waar. Klaagster is veroordeeld voor smaad jegens voormalig raadslid Monrooij en voormalig wethouder Hans Adriani. Het is klaagster volstrekt onduidelijk waarom het nodig was deze misleidende toevoegingen en verzinsels toe te voegen in een rechtbankverslag.
Journalistieke vrijheid behelst nog steeds niet dat je de lezer mag voorliegen en/of misleiden en/of verwarren. Het is verwerpelijk, onacceptabel en onverantwoord dat een medium als Het Kontakt dat zich presenteert als journalistiek verantwoord nieuwsmedium deze lasterlijke informatie verspreidt. Een rectificatie is dan ook op zijn plaats.

Het Kontakt stelt daar – eveneens samengevat – het volgende tegenover. Het artikel betreft een verslag dat een journalistiek en adequaat beeld geeft van de zitting waarin uitspraak is gedaan in hoger beroep van mevrouw Bakhtali tegen haar veroordeling wegens smaad. Het verslag is verder van context voorzien om de lezer voldoende volledig te kunnen informeren. Het artikel bevat geen leugens of onwaarheden. Voor een rectificatie ziet Het Kontakt dan ook geen aanleiding. In tegenstelling tot wat mevrouw Bakhtali suggereert maakt het verslag geen gewag van een veroordeling wegens laster. Nergens in het verslag staat dat mevrouw Bakhtali is veroordeeld wegens laster. Sterker nog, er staat in de eerste zin dat ze is veroordeeld wegens smaad.
De zin “Ook moet ze de door haar valselijk beschuldigde ChristenUnie-voorzitter Martin Monrooij 750 euro smartengeld betalen.” is correct en niet misleidend of onwaar. Het betreft juist de kern van haar veroordeling wegens smaad: zowel de Rechtbank als het Gerechtshof hebben geoordeeld dat mevrouw Bakhtali beschuldigingen heeft geuit aan het adres van -onder andere- de heer Monrooij zonder daarvoor afdoende bewijs te kunnen leveren. Het woord “valselijk” is dan ook op zijn plaats.
Het is een journalistiek feit dat mevrouw Bakhtali jarenlang beschuldigingen heeft geuit aan Nieuwegeinse raadsleden en bestuurders, onder wie burgemeester Frans Backhuijs. In de berichtgeving staat duidelijk vermeld dat alleen de heren Monrooij en Adriani als gevolg van de uitlatingen van mevrouw Bakhtali een rechtszaak tegen haar hebben ingesteld. Nergens staat in het verslag dat mevrouw Bakhtali is veroordeeld voor haar beschuldigingen aan het adres van andere politici en bestuurders.
Het gebruik van de term “lasterlijke uitingen” behoort tot de vrijheid van de journalist en heeft niets te maken met het juridische begrip “laster”.
Wat betreft het ontbreken van wederhoor merkt Het Kontakt op dat het artikel een feitelijk verslag betreft over een zitting naar aanleiding van een uitspraak en dat daarom geen wederhoor nodig is. Daarnaast heeft Het Kontakt in een ander artikel, waarin de inhoudelijke zitting centraal stond, uitgebreid aandacht besteed aan de argumenten en het pleidooi van mevrouw Bakhtali.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat Het Kontakt niet waarheidsgetrouw heeft bericht op de punten ‘valselijk beschuldigd’, ‘tal van anderen’ en ‘lasterlijke uitlatingen’. Bovendien is ten onrechte geen wederhoor toegepast. De Raad zal zich bij de beoordeling tot deze kern beperken.
Voorop staat dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Dat neemt niet weg dat het belang dat met een publicatie is gediend, moet worden afgewogen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad.
Daarbij geldt ook dat bij personen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, wederhoor moet worden toegepast. Het beginsel van wederhoor geldt niet voor berichtgeving van feitelijke aard, zoals een verslag van een openbare bijeenkomst.  Bovendien worden beschuldigingen alleen gepubliceerd wanneer onderzocht is of hiervoor een deugdelijke grondslag bestaat, zeker wanneer die beschuldigingen werden geuit door personen die in conflict verkeren met de beschuldigde of die anderszins belanghebbende zijn.

In het artikel is aandacht besteed aan een strafrechtelijke procedure waarbij klaagster is betrokken. In dat verband is ook de achtergrond van de kwestie geschetst. Het Kontakt heeft ervoor gekozen om het arrest van 29 augustus 2026 van Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op onderdelen te parafraseren. Dit kan de begrijpelijkheid voor de lezers ten goede komen. Wel moet hiermee zorgvuldig worden omgegaan, zeker waar het gerechtelijke beslissingen betreft die worden gekenmerkt door nauwkeurigheid van woordkeuze.

Volgens de Raad zijn het oordeel en de overwegingen van Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op journalistiek zorgvuldige wijze vertaald. Het Kontakt had dichter bij de bewoordingen van het Gerechtshof kunnen blijven, maar met de parafrasering is in de kern geen andere betekenis of lading aan de feiten gegeven dan in de gebruikte bron. Ook is niet gebleken dat een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie is gegeven.
De Raad overweegt daarbij dat de kwalificatie ‘lasterlijk’ niet geheel dekkend hoeft te zijn met de juridische definitie daarvan. In de berichtgeving komt voldoende tot uiting dat klaagster is veroordeeld voor smaad en niet voor laster.

Nu het artikel met name verslaglegging van een strafrechtelijke procedure en een feitelijke schets van de achtergrond bevat, was het toepassen van wederhoor niet nodig.

Het voorgaande leidt ertoe dat de klacht ongegrond is.

Relevante punten uit de Leidraad: A. en B.3.
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2024/14, RvdJ 2021/6, RvdJ 2020/33 en RvdJ 2020/30

CONCLUSIE

De klacht is ongegrond.

Zo vastgesteld door de Raad op 26 februari 2026 door mr. J.J. van Eck, voorzitter, drs. R. Duiven, mr. drs. M.J.P.H. Josten, M. ten Katen en drs. E.M.H. Lemaier, leden, in tegenwoordigheid van mr. E. Hoefnagel, adjunct-secretaris.