2026/4 Deels gegrond / Deels ongegrond

A. Nijmanting en Durateq B.V. / D. Arentsen en de hoofdredacteur van De Stentor

Samenvatting

D. Arentsen en De Stentor (hierna gezamenlijk: De Stentor) hebben in het artikel “Acteur Robin kan eigen huis niet meer in als aannemer sloten vervangt en barst in tranen uit voor de rechtbank: ‘Dit doet me veel’’’aandacht besteed aan een civiele procedure waarbij de heer A. Nijmanting en Durateq B.V. (klagers) zijn betrokken. De Raad is van oordeel dat het artikel een feitelijke verslaggeving van de rechtszitting betreft. Daarom had geen wederhoor hoeven plaats te vinden. Ook is geen sprake van suggestieve en eenzijdige berichtgeving. Verder bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat sprake is van inbreuk op de privacy van klagers en vermoedelijke partijdigheid bij De Stentor. Bovendien is niet gebleken van schade en verstoring van de gerechtelijk procedure -voor zover dit De Stentor zou kunnen worden aangerekend. Op deze klachtonderdelen is de klacht dan ook ongegrond.
Wel acht de Raad de klachtafhandeling onzorgvuldig omdat De Stentor bewust niet heeft gereageerd op de klacht van klagers. Op dit punt is de klacht daarom gegrond.
De Raad doet de aanbeveling aan De Stentor om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A. Nijmanting en Durateq B.V.

tegen

D. Arentsen en de hoofdredacteur van De Stentor

De heer A. Nijmanting en Durateq B.V. (hierna gezamenlijk: klagers) hebben op 16 juli 2025 een klacht ingediend tegen de heer D. Arentsen en de hoofdredacteur van De Stentor (hierna gezamenlijk: De Stentor). De Stentor heeft op 19 oktober 2025 op de klacht gereageerd. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager betrokken van 29 juli 2025 en van 2, 22 en 23 september 2025.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 21 november 2025. Klagers zijn daar niet verschenen. Aan de zijde van De Stentor waren mevrouw S. Cools, hoofdredacteur, en mevrouw S. Boots (senior jurist DPG Media) aanwezig.

Voorafgaand aan de zitting heeft een van de Raadsleden zich verschoond, waarna de zaak is behandeld door de voorzitter en de overige drie leden.

DE FEITEN

Op 14 juli 2025 is op de website van De Stentor een artikel van de hand van Arentsen verschenen met de kop “Acteur Robin kan eigen huis niet meer in als aannemer sloten vervangt en barst in tranen uit voor rechtbank: ‘Dit doet me veel’”. De intro van het artikel luidt:
“Robin van der Velden droomde van het mooiste huis, maar staat nu huilend voor de rechtbank. De Nederlandse acteur betaalde 145.000 euro aan aannemer Durateq, maar kan zijn eigen woning in Loozen niet meer in. “Dit doet me veel.””
Het artikel vervolgt:
“[…]De aankoop van een vrijstaande woning aan de Bouwhuisweg in Loozen, een dorpje vlakbij Hardenberg. Maar gitzwarte donderwolken verdrijven het zonnige voorjaar. En dat is de schuld van André Nijmanting, directeur van Durateq, zegt Van der Velden voor de rechtbank in Zwolle. […] Verdwenen geld, sporadische arbeid en veelal nog broddelwerk ook. Van der Velden schudt moedeloos het hoofd. Tot twee keer toe worden zijn emoties hem te veel en barst de vijftiger in tranen uit in de rechtbank. „Dit doet me veel”, zegt hij aangeslagen.”
en:
“Van der Velden schakelt adviesbureau IVCO in. Het bedrijf is helder in de conclusies: ‘Durateq heeft voor 24.775 euro werkzaamheden uitgevoerd en 3250 euro materialen geleverd.’
Oftewel, Van der Velden heeft bijna 118.000 euro teveel overgemaakt naar het bedrijf in Emmen, bevestigt de deskundige in de rechtszaal.
Zo zijn de 60.000 euro aan kozijnen en isolatiewerk nergens terug te vinden. De facturen kan Nijmanting niet overleggen. Niet gek ook, zegt Van der Velden. “Ik heb gebeld met het Poolse bedrijf Eko-Okna, zij hebben helemaal geen kozijnen geleverd aan Durateq.”
Onder de tussenkop “Paniek in de tent” staat:
“De handelwijze van Nijmanting schurkt tegen het misdadige aan, oordeelt IVCO.
“Ja, ik ben bang dat ik word opgelicht”, bekent Van der Velden. [..]”
Het artikel sluit als volgt af:
“Nijmanting wil niet meer als oplichter weggezet worden door Van der Velden. Daarnaast eist de aannemer nog eens 30.000 euro als extra schadevergoeding vanwege vertraging in het bouwwerk. Bizar, vindt Van der Velden. “Hij heeft zelf het werk neergelegd. Ik ben het slachtoffer. Ik zit door deze ellende in de financiële problemen.” Als de partijen er niet uitkomen dan doet de rechter uitspraak op 28 juli.”

Nadat klagers op 15 juli 2025 hun bezwaren tegen de publicatie kenbaar hadden gemaakt bij de journalist, hebben ze op 28 juli 2025 als volgt hun bezwaren kenbaar gemaakt bij de hoofdredactie van De Stentor:
“In onderstaande mailwisseling heb ik geen enkele reactie mogen ontvangen. Ik heb de klacht reeds ingediend bij de Raad voor de Journalistiek. Ik kreeg hier de terugkoppeling eerst contact met de redactie te zoeken en dat doe ik bij deze.”
Op deze e-mail hebben klagers geen reactie ontvangen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen – samengevat – het volgende. Bij de totstandkoming van het artikel heeft ten onrechte geen wederhoor plaatsgevonden. Voorafgaand aan de publicatie is niet één keer contact opgenomen met klagers. Het artikel leunt op het IVCO-rapport, maar de inhoud daarvan is nog onderwerp van debat. De suggestie wordt gewekt dat de feiten al zijn vastgesteld terwijl het geschil nog onder de rechter ligt.
Verder is het artikel feitelijk onjuist, suggestief en eenzijdig. Er is geen sprake van verdwijning of verduistering van geld, maar van een contractueel geschil over voortgang, meerwerk en facturatie. De term ‘verdamping’ is suggestief en zet de toon voor het artikel. Ook de termen ‘bizarre zitting’, ‘de zakelijkheid zelve’ en ‘draait om de zaak heen’ zijn subjectieve karakteriseringen die geen plaats zouden moeten hebben in een objectief journalistiek verslag.
Bovendien is Van der Velden vermoedelijk betrokken bij de totstandkoming van het artikel. Dat volgt uit de geplaatste foto’s bij het artikel, de verwijzing naar het exacte adres en de beschrijving van de persoonlijke woonomstandigheden. Deze betrokkenheid tast de onpartijdigheid van het stuk verder aan.
Nu het artikel nog voor de vervolggesprekken over een mogelijk vertrouwelijke oplossing zijn gepubliceerd, hebben klagers de indruk dat media-aandacht bewust is ingezet als pressiemiddel om op die manier de gerechtelijke procedure te verstoren en reputatieschade toe te brengen aan klagers. Deze handelwijze is journalistiek onbetamelijk.
Ten slotte heeft De Stentor door niet te reageren op het verzoek van klagers tot rectificatie en het herstellen van onjuistheden, blijk gegeven van journalistiek onzorgvuldig handelen.
Als gevolg van de handelwijze door De Stentor hebben klagers ontzettend veel schade geleden en zij lijden dit nog steeds.

De Stentor stelt hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. Bij de totstandkoming en de publicatie van het artikel is journalistiek zorgvuldig gehandeld. Het artikel betreft een feitelijk verslag van een zitting van een rechtszaak waarbij de journalist ervoor heeft gekozen om vanuit het perspectief van de eiser te berichten. Omdat dit soort publicaties volgens de Leidraad geen wederhoor behoeven, is geen wederhoor toegepast. Niettemin heeft De Stentor Nijmanting na afloop van de zitting gevraagd naar zijn gevoel bij een schikking, maar hij heeft toen laten weten daar geen mededelingen over te willen doen.
De visie van klagers is overigens wel degelijk in het artikel vermeld. Zo wordt Nijmanting geciteerd en wordt vermeld dat hij niet als oplichter meer wil worden weggezet. Anders dan klagers stellen worden de feiten niet als vaststaand gepresenteerd, nu duidelijk wordt vermeld dat het aangehaalde IVCO rapport in opdracht van Van der Velden is opgesteld en dat de partijen nog de gelegenheid hebben gekregen om te schikken alvorens de rechter uitspraak zal doen.
Het artikel bevat geen feitelijke onjuistheden. Het stond De Stentor vrij om de rechtszaak met eigen woordkeuze te omschrijven op basis van wat de journalist heeft waargenomen tijdens de zitting.  Dit geldt ook voor de kop; die brengt de boodschap van Van der Velden over. Bovendien mag de kop van een artikel ongenuanceerd zijn, helemaal nu uit het artikel blijkt dat het een rechtszaak betreft waarover nog wordt geoordeeld.
Het staat De Stentor vrij om Van der Velden te benaderen voor foto’s, die in opdracht van De Stentor door haar fotograaf zijn gemaakt. Er is geen sprake van verdere actieve betrokkenheid van Van der Velden bij de totstandkoming van het artikel en zeker niet zodanig dat geen sprake meer is van onafhankelijke en zorgvuldige journalistiek.
De publicatie kan door het vermelden van een mogelijke schikking niet hebben geresulteerd in schade en verstoring van de procedure omdat dit een feit van algemene bekendheid is. Bovendien is de rechter verplicht om te onderzoeken of er een mogelijkheid bestaat om tot een schikking te komen.
De hoofdredactie heeft niet gereageerd op de klacht van klagers omdat, toen zij op de hoogte kwam van de bezwaren van klagers, de klacht al bij de Raad was ingediend. Een (afwijzende) inhoudelijke reactie zou dan geen doel meer treffen. De Stentor heeft ter zitting laten weten dat dit een verkeerde handelwijze is geweest en dat ze, ook als ze geen inhoudelijke toezeggingen zou doen, op zijn minst een ontvangstbevestiging had kunnen sturen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Uit het klaagschrift heeft de Raad opgemaakt dat de klacht bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden;
  2. de kop en inhoud van het artikel zijn tendentieus en suggestief;
  3. er is sprake van inbreuk op de privacy van klagers en vermoedelijke betrokkenheid van de wederpartij van klagers in de civiele procedure;
  4. er is sprake van schade en verstoring van de gerechtelijk procedure;
  5. de klachtafhandeling is onzorgvuldig geweest.

Ad 1 en 2.
Uitgangspunt is dat journalisten wederhoor toepassen bij personen die in de publicatie worden gediskwalificeerd. Wie wordt beschuldigd behoort voldoende gelegenheid te krijgen om te reageren op de aantijgingen. Het beginsel van wederhoor geldt niet voor berichtgeving van feitelijke aard, zoals verslagen van openbare bijeenkomsten.
De Raad is van oordeel dat het artikel een feitelijk verslag betreft van een openbare rechtszitting in een civiele procedure tussen klagers en de heer Van der Velden. Het toepassen van wederhoor was dan ook niet nodig. Het artikel bevat de observaties van de verslaggever. Er is niet gebleken dat in het artikel een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de zitting is gegeven. Daarbij is in voldoende mate aandacht besteed aan het standpunt van klagers.
In het kader van verslaggeving over rechtszaken is het toelaatbaar dat standpunten van betrokken partijen enigszins worden aangezet en een niet geheel neutrale toon wordt gebruikt. Voor zover al sprake zou zijn van een enigszins gekleurde toonzetting dan bestaat in dit geval geen grond voor de conclusie dat de berichtgeving op dit punt journalistiek ontoelaatbaar is. Deze klachtonderdelen zijn daarom ongegrond.
Dat klagers graag hadden gezien dat ook aandacht was besteed aan andere aspecten en achtergronden van de kwestie, maakt niet dat sprake is van onvolledige – en daarmee: onzorgvuldige – berichtgeving.

Ad 3.
Er bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat sprake is van inbreuk op de privacy van klagers en partijdigheid bij De Stentor. De Stentor heeft ter zitting overtuigend laten weten dat zij geen betrokkenheid heeft bij een van de partijen. De gewraakte foto is gemaakt door haar eigen fotograaf die hiervoor toestemming heeft gevraagd aan de heer Van der Velden. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.

Ad 4.
Uitgangspunt is dat een journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Dit brengt mee dat het De Stentor vrijstond om te bepalen wanneer zij aandacht zou besteden aan de rechtszaak tussen klagers en Van der Velden. Dat het tijdstip van de publicatie mogelijk schade heeft opgeleverd voor klagers maakt dit niet anders. Gelet op het voorgaande is dit klachtonderdeel ongegrond.

Ad 5.
Ten aanzien van de afhandeling van de klacht oordeelt de Raad dat de hoofdredactie onzorgvuldig heeft gehandeld. Hoofdredacties fungeren als eerste lijn in de afhandeling van klachten. Volgens de procedure van de Raad zijn klagers dan ook verplicht hun bezwaren eerst aan het betrokken medium voor te leggen. Achtergrond van deze bepaling is dat – in het kader van een goede zelfregulering door de media – partijen eerst samen overleg voeren om te bezien of zij tot een minnelijke oplossing van het probleem kunnen komen. Gebleken is dat De Stentor een afweging heeft gemaakt die heeft geleid tot het bewust onbeantwoord laten van de klacht van klagers. Dat De Stentor ter zitting ruiterlijk heeft toegegeven dat op zijn minst een ontvangbevestiging op zijn plaats zou zijn geweest laat echter onverlet dat dit klachtonderdeel gegrond is.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de klacht deels gegrond, deels ongegrond is.

Relevante punten uit de Leidraad: A. en B.3
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2023/4, RvdJ 2018/13 en 2016/42

CONCLUSIE

Het klachtonderdeel ten aanzien van de klachtafhandeling is gegrond.
De overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

De Raad doet de aanbeveling aan De Stentor om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 28 januari 2026 door mr. M.V. Ulrici, voorzitter, dr. H.P. Groenhart, L.M. van de Langenberg MSc MEd en E. Schievink, leden, in tegenwoordigheid van mr. E. Hoefnagel, secretaris.