Samenvatting
S. Rood en het Eindhovens Dagblad (hierna gezamenlijk: het ED) hebben in het artikel “Intimidatie en conflicten nekten wijkraad Eeneind, maar bewoners Nuenense wijk willen het terug” aandacht besteed aan een aantal conflicten waarbij de heer R. Kuijpers (klager) betrokken is geweest. Daarbij zijn beschuldigingen van ‘agressie’, ‘bedreiging’ en ‘intimidatie’ als vaststaande feiten gepresenteerd. Niet is gebleken dat voor de beschuldigingen voldoende grondslag bestond en bovendien is ten onrechte geen wederhoor bij klager toegepast. De klacht is daarom gegrond. De Raad doet de aanbeveling aan het ED om deze conclusie ruimhartig te publiceren.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
R. Kuijpers
tegen
S. Rood en de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad
De heer R. Kuijpers heeft op 7 oktober 2025 een klacht ingediend tegen de heer S. Rood en de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad (hierna gezamenlijk: het ED). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager betrokken van 16 en 31 oktober 2025 en van 4 november 2025. Het Eindhovens Dagblad heeft de Raad laten weten om moverende redenen niet mee te werken aan de behandeling van deze klacht.
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 12 december 2025 in aanwezigheid van klager, die zijn standpunt heeft toegelicht aan de hand van een notitie.
DE FEITEN
Op 19 september 2025 is op de website van het ED een artikel van de hand van Rood gepubliceerd met de kop “Intimidatie en conflicten nekten wijkraad Eeneind, maar bewoners Nuenense wijk willen het terug”. De intro van het artikel luidt:
“De Nuenense wijk Eeneind krijgt in 2026 mogelijk weer een gekozen wijkraad. De afgelopen jaren had de wijk geen officiële vertegenwoordiging. In mei 2023 stapten de leden op, omdat zij zich bedreigd voelden door enkele inwoners.”
Het artikel bevat verder onder de tussenkop “Agressie rondom snelfietspad” de volgende passage:
“In mei 2023 stapten de vijf gekozen leden op, omdat zij te maken kregen met agressie. ‘De destructieve opstelling van enkele inwoners zorgt dat de Wijkraad niet goed haar werk kan doen’, verklaarde voorzitter Michael van den Berg destijds. De aanleiding was commotie rondom de aanleg van een door sommigen verfoeid snelfietspad.
Enkele inwoners vonden dat de wijkraad zich niet fel genoeg verzette tegen de aanleg van het fietspad, dat er inmiddels goeddeels ligt. De wijkraad vond de manier waarop de tegenstanders opkwamen voor hun belang dermate intimiderend, dat de leden stopten met hun werk.
Het was niet voor het eerst dat het rommelde rondom de Wijkraad Eeneind. Kort voor de verkiezingen van 2022 liet een meerderheid van de leden weten zich niet herkiesbaar te stellen. In 2020 legde het vertegenwoordigende orgaan al eens tijdelijk het werk neer. De aanleiding daarvoor was een hoogoplopend conflict vol bedreigingen en intimidaties tussen enkele inwoners en de raad over een speelveldje.”
HET STANDPUNT VAN KLAGER
Klager, stelt – samengevat – het volgende. Het artikel bevat verwijzingen naar ‘bedreigingen door enkele inwoners’, zonder dat deze beschuldigingen op enige objectieve of juridische grond rusten. Klager, een van de bedoelde inwoners, meent dat geen sprake is van objectieve en feitelijke verslaglegging. Eenzijdige uitspraken van wijkraadsleden worden gepresenteerd als feitelijke gebeurtenissen, zonder enige toetsing, toepassing van wederhoor of onafhankelijk onderzoek. Er is geen enkele bewoner opgepakt, vervolgd of veroordeeld voor bedreiging. De voormalig burgemeester van Nuenen heeft dit eerder bevestigd en de inwoners publiekelijk ‘klokkenluiders’ genoemd, juist om duidelijk te maken dat er geen sprake is van daadwerkelijke bedreiging, maar van kritische burgers. Daarbij komt dat er verklaringen zijn van medewerkers van de plaatselijke supermarkt die juist bevestigen dat het niet klager was, maar een lid van de wijkraad zelf die zich agressief gedroeg en een aanval opende.
Desondanks wordt in het artikel (opnieuw) het beeld geschetst van een buurt waarin bedreigingen en escalatie plaatsvinden, waarbij voor iedereen in de gemeenschap duidelijk is wie hiermee bedoeld wordt. Daarbij kiest het ED ervoor om de wijkraad als enige bron aan te halen, en de subjectieve beschuldigingen van de wijkraadleden als ‘feit’ te presenteren. Dit is geen zorgvuldige journalistiek, maar het klakkeloos volgen van een belanghebbende partij en het negeren van alles wat dat beeld zou kunnen nuanceren of ontkrachten. Op deze wijze worden bewoners, waaronder hijzelf, zonder enige grond publiekelijk beschadigd in hun woongemeenschap. Het artikel zorgt voor verdere verdeeldheid en stigmatisering in de wijk. Niet op basis van feiten, maar op basis van suggestieve, eenzijdige berichtgeving waarbij structureel geen wederhoor wordt toepast. Klager vindt dat in een rechtsstaat het onderscheid tussen kritiek en strafbaar gedrag zorgvuldig bewaakt moet worden. In dit geval worden woorden als ‘bedreiging’ zonder onderbouwing losjes gebruikt. De schade die dat aanricht – aan reputatie, gezin en sociale relaties – is groot.
Klager heeft zijn standpunt uitvoerig toegelicht en ter onderbouwing gewezen op een ingezonden reactie van H. Jager, die op 26 september 2025 in het ED is gepubliceerd. Die reactie bewijst dat andere, relevante perspectieven ten onrechte zijn genegeerd, aldus klager.
Op de zitting deelt klager desgevraagd mee dat hij weliswaar niet direct betrokken was bij de kwestie over het snelfietspad, maar dat de betreffende inwoonster, de heer Jager en hijzelf in de afgelopen jaren samen zijn opgetrokken en binnen de kleine gemeenschap van de wijk worden gezien als ‘de drie bedreigers’.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
Kern van de klacht is dat klager in het artikel zonder feitelijke grondslag is neergezet als iemand die zich schuldig maakt aan ‘agressie’, ‘bedreiging’ en ‘intimidatie’, waarbij ten onrechte geen wederhoor is toegepast. De Raad zal zich bij de beoordeling tot deze kern beperken.
Voorop staat dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Dat neemt niet weg dat het belang dat met een publicatie is gediend, moet worden afgewogen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad.
Daarbij geldt ook dat bij personen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, wederhoor moet worden toegepast. Bovendien worden beschuldigingen alleen gepubliceerd wanneer onderzocht is of hiervoor een deugdelijke grondslag bestaat, zeker wanneer die beschuldigingen werden geuit door personen die in conflict verkeren met de beschuldigde of die anderszins belanghebbende zijn.
Voldoende aannemelijk is gemaakt dat klager deel uitmaakt van het in het artikel bedoelde groepje ‘enkele inwoners’. In de publicatie worden die inwoners beschuldigd van ‘agressie’, ‘bedreiging’ en ‘intimidatie’, waarbij die beschuldigingen als vaststaande feiten zijn gepresenteerd.
Het is aannemelijk dat klager, door de weergave in het artikel van de voorbeelden over het snelfietspad en speelveldje in combinatie met de vermelding van de dorpskern, voor een breder publiek – in het bijzonder de inwoners van de wijk Eeneind – herleidbaar is. Klager is daarmee niet alleen subjectief maar ook objectief door de berichtgeving gediskwalificeerd.
Niet is gebleken dat voor de – door de gekozen formuleringen – als feiten gepresenteerde beschuldigingen voldoende grondslag bestond. Daarnaast is ten onrechte geen wederhoor bij klager toegepast. Dit leidt tot de conclusie dat de klacht gegrond is.
De Raad merkt op het te betreuren dat het ED niet heeft willen meewerken aan de behandeling van deze klacht, waardoor de Raad het standpunt van het ED niet heeft kunnen meewegen.
Relevante punten uit de Leidraad: B.3 en C.
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2025/29, RvdJ 2025/21 en RvdJ 2022/36
CONCLUSIE
De klacht is gegrond.
De Raad doet de aanbeveling aan het ED om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.
Zo vastgesteld door de Raad op 6 februari 2026 door mr. S. Djebali, voorzitter, S.A. Agterberg, mr. drs. M.J.P.H. Josten, drs. E.M.H. Lemaier en drs. S.S. Sitalsing, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.C. Koene, secretaris.