Samenvatting
L. Lammers en De Gelderlander (hierna gezamenlijk: De Gelderlander) hebben in de periode van 19 maart tot en met 24 mei 2025 in een reeks van 23 artikelen en 2 podcasts bericht over (vermeend) financieel wanbeleid bij voetbalclub Vitesse, dat destijds heeft geleid tot intrekking van de proflicentie van de club. In de berichtgeving is dat voornamelijk toegeschreven aan (de betrokkenheid van) R.C. Parry en Common Sport GP, LLC (klagers). Daarbij bevat de berichtgeving ernstige beschuldigingen aan het adres van klagers, die hen in sterke mate diskwalificeren. Zo zouden zij met onoorbare praktijken achter de schermen aan de touwtjes hebben getrokken, voor de KNVB ‘persona non grata’ zijn en binnen het Nederlandse voetbal op een zwarte lijst staan.
Het is voorstelbaar dat De Gelderlander bepaalde informatie alleen onder geheimhouding kon verkrijgen, maar zij heeft onvoldoende inzicht gegeven in het verrichte journalistieke onderzoek en het beschikbare bronnenmateriaal, waardoor onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar is waarop de beschuldigingen zijn gebaseerd. Bovendien zijn de beschuldigingen niet steeds aan bronnen toegeschreven, maar deels ook als feiten gepresenteerd. Daarbij heeft De Gelderlander nagelaten een reactie van de KNVB in haar berichtgeving op te nemen en onvoldoende wederhoor bij klagers toegepast.
De klacht is daarom gegrond en de Raad doet de aanbeveling aan De Gelderlander om deze conclusie ruimhartig te publiceren.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
R.C. Parry en Common Sport GP, LLC
tegen
L. Lammers en de hoofdredacteur van De Gelderlander
Mr. P. Tjiam, advocaat te Amsterdam, heeft op 4 september 2025 namens R.C. Parry en Common Sport GP, LLC (klagers) een klacht ingediend tegen de heer L. Lammers en de hoofdredacteur van De Gelderlander (hierna gezamenlijk: De Gelderlander). Mr. L. Tordoir, senior jurist DPG Media, heeft namens De Gelderlander op de klacht gereageerd op 17 oktober 2025. Ten slotte is bij de beoordeling van de klacht nog correspondentie van klagers betrokken van 24 oktober 2025.
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 31 oktober 2025. Parry is daar verschenen vergezeld door mr. Tjiam en diens kantoorgenoot mr. E. van der Velde. Aan de zijde van De Gelderlander waren Lammers, Tordoir en de heer J. Gerritsen, hoofdredacteur, aanwezig. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht aan de hand van notities.
DE FEITEN
In de periode van 19 maart tot en met 24 mei 2025 zijn op de website van De Gelderlander de volgende artikelen van de hand van Lammers verschenen:
- 19 maart: “Hoe Vitesse rol speelt in nieuwe Europese regels tegen witwassen in voetbal: ‘Verleidelijk doelwit voor illegale financiering”
- 21 maart: “Trekt Coley Parry aan de touwtjes bij Vitesse? Amerikaan ontkent controle op Arnhemse voetbalclub”
- 23 maart: “Proflicentie Vitesse op de tocht door schimmige praktijken Coley Parry: invloed Amerikaan strikt verboden”
- 24 maart: “Eigenaar GelreDome vol verbazing over investeerders Vitesse: ‘Ze reageren niet op voorstel”
- 26 maart: “Clubeigenaren ontkennen invloed Coley Parry bij Vitesse: twijfels bij sponsors blijven”
- 28 maart: “Irritatie en onrust bij Vitesse: zelfs trainer Van den Brom tast in duister over toekomst”
- 31 maart: “Licentiecommissie deelt weer boete uit aan Vitesse”
- 1 april: “Nieuwe botsing stadioneigenaar en voetbalclub Vitesse: ‘Vragen over achterstallig onderhoud’ wekken wrevel”
- 4 april: “Spanningen tussen investeerders Vitesse en licentiecommissie KNVB”
- 11 april: “Vitesse in botsing met licentiecommissie KNVB: club overweegt beroep tegen nieuwe straf van 3 punten aftrek”
- 13 april: “Van den Brom mist respect nieuwe eigenaren Vitesse: ‘Steun van de supporters waardeer ik enorm’”
- 14 april: “Vitesse knokt op De Toekomst: Huisman bezorgt hekkensluiter eerste divisie zwaarbevochten en fortuinlijk punt”
- 16 april: “Koppige houding buitenlandse eigenaren brengt Vitesse in nood: licentie voetbalclub onder druk”
- 17 april: “Vitesse krijgt ‘financiële garanties’ van de vijf eigenaren: ‘Ze dekken tekorten
van miljoenen af’”
- 22 april: “Vitesse krijgt opnieuw straf: nu 9 punten aftrek”
- 25 april: “Coley Parry is na mislukte overname van Vitesse ook weg bij het Engelse Leyton Orient”
- 2 mei: “Buitenlandse investeerders willen Vitesse met vette winst verkopen: maar wat is de club waard?”
- 7 mei: “Wordt dit de laatste wedstrijd van Vitesse, of ontsnapt de club weer?”
- 14 mei: “Vitesse-eigenaar Braasch haalt uit naar licentiecommissie KNVB: ‘Wij krijgen de rekening voor fouten uit het verleden’”
- 15 mei: “Eigenaren Vitesse willen uit handen blijven van de licentiecommissie: ‘Gezien hoe het is gegaan met Coley Parry’”
- 16 mei: “Een elftal vragen over Vitesse: verlost van schuld, maar opgezadeld met schimmigheid rond buitenlandse eigenaren”
- 23 mei: “Vitesse raakt proflicentie kwijt: club voldoet niet aan regels KNVB”
- 24 mei: “Redding of ondergang? Vitesse staat voor een hete zomer: dit zijn de scenario’s”
Daarnaast is in de volgende twee podcasts aandacht aan de kwestie besteed:
- 25 maart: “De Grote KKD-show: De Graafschap verspeelt veel geld als gevolg van wanbeleid, de geloofwaardigheid van Vitesse komt in het geding”
- 23 april: “De Grote KKD-show: De nieuwe eigenaren slepen Vitesse mee de afgrond in, het is God zegene de greep bij De Graafschap”
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Klagers stellen – kort samengevat – het volgende. Zij zijn in de lange reeks artikelen en podcastafleveringen beschuldigd van ernstige misstanden, namelijk 1) dat zij achter de schermen de macht zou uitoefenen bij Vitesse; 2) dat zij ‘onbetrouwbaar’ en ‘niet zuiver’ zouden zijn en er ‘schimmige praktijken’ op nahouden en 3) dat Parry ‘persona non grata’ zou zijn binnen het Nederlandse voetbal en op een ‘zwarte lijst’ zou staan. Van deze beschuldigingen hebben klagers hinder ondervonden, omdat zij beroepsmatig bezig zijn met (investeringen in) voetbal.
Ten aanzien van de inhoud van de beschuldigingen hebben klagers gewezen op 45 specifieke, niet uitputtende, voorbeelden die in de berichtgeving voorkomen en zijn opgenomen in hun klachtbrief aan De Gelderlander. Op de zitting hebben klagers in het bijzonder de volgende citaten genoemd: “Hij regeert als een poppenspeler.”, “Parry heeft zich de controle over de club verschaft”, “Als een poppenspeler zet hij het beleid uit” en “baas op de achtergrond”.
Volgens klagers is de berichtgeving niet ‘waarheidsgetrouw, controleerbaar en zo volledig mogelijk’ en is sprake van eenzijdige en tendentieuze berichtgeving. De Gelderlander verwijst alleen naar anonieme ‘bronnen’, ‘verdenkingen’ en ‘vermoedens’, maar heeft niet geverifieerd of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Uit de publicaties blijkt bijvoorbeeld niet dat De Gelderlander de beschuldiging dat Parry een persona non grata is in ‘Zeist’ of ‘het Nederlandse voetbal’ ter verificatie aan de KNVB heeft voorgelegd en evenmin blijkt van enig ander bewijs voor deze beweringen. Dat kan ook niet, want de KNVB heeft dit nooit gesteld. Klagers hebben ter zake correspondentie met de KNVB overgelegd, waarin de bond dit ook aan hen heeft bevestigd. Op de zitting benadrukken klagers in dit verband dat zij nog steeds mogen investeren in elke Nederlandse voetbalclub en dat zo’n investering dan opnieuw wordt getoetst.
Het handelen van De Gelderlander is kwalijk, temeer omdat in de meeste publicaties de beweerdelijke ‘bronnen’ niet worden vermeld, terwijl dat volgens de Leidraad van de Raad wel het uitgangspunt is, en het bovendien gaat om bronnen die in conflict verkeren met klagers of die anderszins belanghebbende zijn. Op de zitting hebben klagers in dit verband er onder meer op gewezen dat de eigenaar van GelreDome er belang bij heeft om hen ‘voor de bus te gooien’ omdat ook hij Vitesse wilde kopen. De Gelderlander had dan ook extra zorgvuldig onderzoek moeten doen, maar dat heeft zij nagelaten.
Bovendien getuigen de publicaties niet van een afweging tussen het belang dat met publicatie is gediend en de belangen die door de publicatie worden geschaad. Zelfs als de beschuldigingen wél juist zouden zijn, dan valt niet in te zien waarom het gerechtvaardigd zou zijn om die uitingen tientallen keren te herhalen en klagers daarmee keer op keer zwart te maken.
Daarbij komt dat De Gelderlander klagers voor geen enkele van de aangehaalde publicaties om wederhoor heeft gevraagd, zodat zij geen kans hebben gehad om zich tegen de beschuldigingen te verdedigen. Het standpunt van De Gelderlander dat uit WhatsApp-correspondentie uit 2024 zou blijken dat Parry ook weinig bereid zou zijn wederhoor te geven, snijdt geen hout. Parry wilde op dat moment slechts een verhitte discussie beëindigen.
Verder voeren klagers aan dat De Gelderlander heeft geweigerd om achteraf verantwoording af te leggen over haar handelen. De Gelderlander weigert gehoor te geven aan het onderbouwde verzoek van klagers om de artikelen over hen te verwijderen of zo aan te passen dat de beschuldigingen worden verwijderd, en ook om de beschuldigingen te rectificeren. De Gelderlander heeft gesteld noch gemotiveerd dat sprake zou zijn van een ‘uitzonderlijk geval’ waarin het belang van zo volledig mogelijke online archieven zou moeten wijken voor het belang van klagers.
Klagers hebben hun standpunten uitvoerig toegelicht, onder verwijzing naar diverse documenten, en concluderen dat de berichtgeving in strijd is met diverse onderdelen van de Leidraad en de grenzen van hetgeen maatschappelijk aanvaardbaar is, overschrijdt.
De Gelderlander stelt daar – eveneens samengevat – het volgende tegenover. Zij weerspreekt dat de publicaties niet ‘waarheidsgetrouw, controleerbaar en zo volledig mogelijk zijn’. Er is wel degelijk bij elke publicatie een afweging gemaakt tussen het belang dat daarmee is gediend en de belangen die daardoor worden geschaad. Het valt moeilijk te ontkennen dat de berichtgeving over Vitesse in de desbetreffende periode een groot publiek belang heeft gediend. Het voorbestaan van Vitesse is landelijk nieuws (geweest) en zelfs de New York Times heeft over de kwestie bericht. Lammers heeft zich vastgebeten in het dossier, omdat er veel vreemde constructies en verhalen opdoken die journalistiek relevant waren. En klagers lijken te vergeten dat zij zeer grote spelers zijn in de ontwikkelingen bij Vitesse en dus ook geraakt kunnen worden in publicaties die Vitesse betreffen. Zij schromen daarentegen geenszins om de media op te zoeken en derden te beschuldigen. Als het hen uitkomt gebruiken zij de media om hun positie over het voetlicht te brengen en als het hen onwelgevallig is wordt een lange sommatiebrief gestuurd en gedreigd met een juridische procedure. Klagers vergeten daarbij tevens in acht te nemen dat Parry kan worden beschouwd als een publiek figuur, wat betekent dat hij zich meer zal moeten laten welgevallen. Dit speelt ook onder meer een rol bij het feit dat hij als ‘persona non grata’ wordt bestempeld, niet alleen door De Gelderlander maar ook door Omroep Gelderland en Trouw.
Het is apert onjuist dat De Gelderlander niet heeft geverifieerd of voor de door klagers omschreven beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. De Gelderlander verwijst daarvoor naar haar uitgebreide reactie op de klachtbrief van klagers. Voorts volgt uit meerdere persberichten van nota bene de KNVB zelf waarom klagers niet de aandelen van Vitesse mogen overnemen. Met duidelijke bewoordingen als “… niet is gebleken dat de Common Group beschikt over eigen vermogen, dat niet duidelijk is geworden wie investeerders (gaan) zijn en evenmin wat de herkomst gaat zijn van de door Common Group (aan te trekken geld)”. Vervolgens wordt door meerdere – openbare bronnen – bevestigt dat de KNVB een veto heeft uitgesproken over klagers. Daarnaast volgt klip en klaar uit het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland dat de licentiecommissie bij het voorgenomen besluit van 23 mei 2025 tot intrekking van de licentie van Vitesse zich onder meer heeft gebaseerd op de omstandigheid dat het “niet kan uitsluiten dat Coley Parry en/of Common Sport nog zeggenschap over Vitesse uitoefent/kan uitoefenen”. Uit het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden volgt de bevestiging dat door de afspraken in de sideletter Common Group de mogelijkheid behield om invloed uit te oefenen of te verkrijgen op Vitesse. Voorts volgt uit het arrest dat Common Group pas op 4 augustus 2025 al haar bezwaren tegen een aandelenoverdracht heeft ingetrokken en dat klagers finale kwijting verlenen aan onder andere Vitesse. Dit lijkt evident in strijd met het gegeven wederhoor van klagers zoals in de publicatie van 21 maart 2025 opgenomen.
Op de zitting heeft De Gelderlander benadrukt dat de berichtgeving onder meer is gebaseerd op bronnen in en rondom de club en op bronnen rondom de KNVB en de licentiecommissie, die in de afgelopen jaren zeer betrouwbaar zijn gebleken in hun informatieverschaffing. Zij wensten anoniem te blijven omdat zij alleen dan vrijuit konden spreken of omdat zij zelf nadrukkelijk verkozen op de achtergrond te blijven of uit angst voor represailles. Daarbij merkt De Gelderlander op dat de voetbalwereld ingewikkeld in elkaar zit en dat de KNVB, afgezien van formele mededelingen, nooit rechtstreeks uitspraken doet en ook Vitesse zich niet ‘on the record’ uitspreekt. De Gelderlander heeft zich op de bronnen mogen baseren; zij zijn bij de hoofdredactie bekend, die hen als solide heeft beoordeeld. Hun verzoeken om anonimiteit zijn dan ook gerespecteerd en gehonoreerd. Desgevraagd deelt De Gelderlander mee dat de term ‘persona non grata’ een parafrasering betreft van de informatie die zij van haar bronnen heeft ontvangen en erop neerkomt dat Parry door de licentiecommissie onherroepelijk is afgewezen, waardoor er voor hem geen plaats meer is in het Nederlandse voetbal. Deze term wordt overigens ook door bijvoorbeeld Trouw gebruikt.
De Gelderlander weerspreekt nadrukkelijk dat geen wederhoor is gepleegd. Daar waar noodzakelijk heeft Lammers geprobeerd wederhoor te halen, zowel bij Parry, als bij Vitesse. In al die verhalen is de rode draad: Parry is achter de schermen nog betrokken bij Vitesse. Hierover is in het artikel van 21 maart 2025 als wederhoor opgenomen: “Parry reageert wel en ontkent elke betrokkenheid” gevolgd door het citaat van klagers: ““Common Group is niet langer betrokken bij Vitesse”, verklaart Parry. “Als investeerders contact opnemen met Vitesse en de mogelijkheden om daar te investeren, verwijzen we hen door naar de nieuwe aandeelhouders. Als ze onze mening over de club vragen, vertellen we ze graag over de enorme potentie van de club en de geweldige supporters in Arnhem. …”
Ook in de artikelen van 23, 26 en 31 maart 2025, 1, 4, 13 en 16 april 2025 is het standpunt van klagers op telkens dezelfde beschuldiging opgenomen. In de overige publicaties is wederhoor of niet noodzakelijk of de vijf nieuwe eigenaren reageren – ontkennend en in lijn met de reactie van klagers – op de beschuldiging dat er nog banden met klagers zouden zijn. De Gelderlander heeft in dit verband ook nog screenshots van een WhatsApp gesprek van 1 november 2024 overgelegd, waaruit blijkt dat Parry weinig medewerking wenst te geven aan wederhoor voor De Gelderlander.
Ten slotte heeft De Gelderlander uitvoerig gereageerd op de sommatie van klagers en uitgebreid onderbouwd waarop de door klagers geformuleerde beschuldigingen gestoeld zijn. Dat klagers zich daarin niet kunnen vinden betekent niet dat De Gelderlander geen verantwoording heeft afgelegd.
Ook De Gelderlander heeft haar standpunten uitvoerig toegelicht, onder verwijzing naar tal van document, en concludeert dat de berichtgeving voldoet aan alle vereisten die vanuit het oogpunt van zorgvuldige journalistiek daaraan kunnen worden gesteld.
Ten slotte heeft De Gelderlander op de zitting erop gewezen nooit eerder een klacht van klagers te hebben ontvangen tot zij begin juni 2025 een uitgebreide sommatie stuurden, inclusief de dreiging met juridische procedures. Het vermoeden bestaat dat klagers hiermee een ‘chilling effect’ hebben willen beogen. De Gelderlander beschouwt dit niet als een ‘normale’ klacht of een poging om in gesprek te gaan en vindt dat het in de journalistiek niet deze kant op zou moeten gaan.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
In reactie op het hierboven als laatste weergegeven standpunt van De Gelderlander stelt de Raad voorop dat hij alleen journalistieke gedragingen beoordeelt en dus niet (ook) de handelwijze van klagers in deze procedure zolang er geen reden is de klacht om die reden buiten behandeling te laten.
Wel merkt de Raad op dat (hoofd)redacties als eerste lijn fungeren in de afhandeling van klachten. Het is de bedoeling dat, in het kader van een goede zelfregulering door de media, partijen eerst samen overleg voeren om te bezien of zij het probleem minnelijk kunnen oplossen. Het had daarom de voorkeur verdiend als partijen eerst, en ook in een eerder stadium van de reeks van 25 publicaties, met elkaar in gesprek waren gegaan.
Verder overweegt de Raad – in lijn met eerdere conclusies – dat het klachtrecht geen middel is en mag zijn om (nog eens) de eigen opvattingen over een maatschappelijk onderwerp voor het voetlicht te brengen en/of te voorkomen – door een mogelijk ‘chilling effect’ van de klachtprocedure – dat (andere) media in de toekomst aan een klager onwelgevallige opvattingen aandacht besteden.
Overigens hebben klagers uitgelegd waarom zij hebben gehandeld zoals zij hebben gedaan: het was een organisch proces en zij wilden niet lichtvaardig De Gelderlander benaderen. Daarbij hebben zij ook uitdrukkelijk vermeld zich ervan bewust te zijn dat zij met deze klachtprocedure afstand doen van hun recht om over dezelfde uitingen een procedure tegen De Gelderlander te beginnen bij de civiele rechter.
Blijkens het klaagschrift en de toelichting op de zitting is de kern van de klacht dat klagers structureel en in tendentieuze bewoordingen worden beschuldigd van diverse misstanden die als vaststaande feiten worden gepresenteerd, terwijl daar onvoldoende grondslag voor bestaat en geen wederhoor is toegepast.
De Raad zal zich tot deze kern beperken, waarbij hij de klacht zal bezien in de context van de gehele berichtgeving als opgesomd onder ‘De feiten’ en de berichtgeving in onderlinge samenhang zal beoordelen. Daarbij merkt de Raad op dat hij geen zelfstandig feitenonderzoek verricht en zich niet uitlaat over de handelwijze van klagers in de kwestie waarover is bericht.
Media hebben een belangrijke taak om misstanden in de samenleving aan de kaak te stellen. Het is dan ook maatschappelijk relevant en journalistiek geboden om – zoals De Gelderlander heeft gedaan – te berichten over vermeend (financieel) wanbeleid bij voetbalclub Vitesse en mogelijk onoorbaar gedrag van personen en instellingen die daarbij zijn betrokken, en in dat verband ook aandacht te besteden aan de rol van klagers.
Daarbij zijn de journalist en zijn redactie vrij in de selectie van nieuws. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Dit neemt niet weg dat de journalist het belang dat met een publicatie is gediend dient af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad.
Niet ter discussie staat dat voetbalclub Vitesse in diverse procedures is aangesproken op haar financiële beleid, wat destijds heeft geleid tot intrekking van haar proflicentie. In de berichtgeving wordt het vermeende (financiële) wanbeleid echter niet zozeer toegeschreven aan de voetbalclub als zodanig maar voornamelijk aan (de betrokkenheid van) klagers. Daarbij bevat de berichtgeving ernstige beschuldigingen aan het adres van klagers, die hen in ernstige mate diskwalificeren. Zo zouden zij met onoorbare praktijken achter de schermen aan de touwtjes hebben getrokken en zou Parry ‘onbetrouwbaar’ zijn, voor de KNVB ‘persona non grata’ zijn en binnen het Nederlandse voetbal op een zwarte lijst staan.
Journalisten passen wederhoor toe bij personen die door een publicatie worden gediskwalificeerd. Wie beschuldigd wordt, krijgt voldoende gelegenheid om, bij voorkeur in dezelfde publicatie, te reageren op de aantijgingen. Wederhoor ontslaat journalisten overigens niet van hun opdracht zo waarheidsgetrouw mogelijk te berichten, waarbij een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Bovendien worden beschuldigingen alleen gepubliceerd wanneer onderzocht is of hiervoor een deugdelijke grondslag bestaat, zeker wanneer die beschuldigingen werden geuit door personen die in conflict verkeren met de beschuldigde of die anderszins belanghebbende zijn.
Dit klemt te meer, nu binnen relatief korte tijd een groot aantal publicaties over de kwestie is verschenen, waarin de beschuldigingen aan het adres van klagers met vergelijkbare bewoordingen of strekking telkenmale zijn herhaald.
De Raad vindt het voorstelbaar dat De Gelderlander bepaalde informatie alleen onder geheimhouding kon verkrijgen en dat het niet mogelijk was de betreffende bronnen in de publicatie bekend te maken. Echter, ook als een journalist terecht zijn bronnen beschermt en deze vertrouwelijk behandelt, dient hij in zijn berichtgeving voldoende inzicht te geven in het verrichte journalistieke onderzoek en het beschikbare bronnenmateriaal. Dat is hier niet gebeurd. Niet is vermeld op hoeveel en welke soort bronnen de informatie is gebaseerd en waarom deze bronnen anoniem wensten te blijven, noch hoe de verkregen informatie is geverifieerd. Aldus is voor de lezers onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar waarop de beschuldigingen zijn gebaseerd.
Daarbij komt dat klagers voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat een deel van de informatie afkomstig van personen die ten tijde van de verstrekking van de informatie een conflict hadden met klagers, of anderszins belanghebbenden waren.
Verder zijn de beschuldigingen niet steeds aan bronnen toegeschreven, maar deels ook gepresenteerd als vaststaande feiten die zouden blijken uit officiële bronnen, zoals berichten van de KNVB of uitspraken in juridische procedures.
De door De Gelderlander aangehaalde gerechtelijke uitspraken bieden onvoldoende grondslag voor de beschuldigingen. In dat verband overweegt de Raad, in lijn met eerdere conclusies, dat een journalist onderzoeksbevindingen mag parafraseren, maar daarbij wel moet voorkomen dat parafrases en citaten van dien aard zijn dat daarmee een andere betekenis of lading aan de feiten wordt gegeven. De formuleringen dat bepaalde omstandigheden ‘niet duidelijk zijn’ (herkomst van geld) of ‘niet kunnen worden uitgesloten’ (zeggenschap uitoefenen) mogen dan ook niet zo worden vertaald dat die omstandigheden feitelijk plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
Verder heeft de KNVB in door klagers overlegde correspondentie gemeld “(…) dat in brieven van de licentiecommissie nooit is gesteld dat Coley Parry een persona non grata is, verbannen is, op de zwarte lijst staat (of woorden van gelijke strekking) binnen of buiten het Nederlandse voetbal. Oók in (op de website) door de KNVB gepubliceerde persberichten zijn dergelijke stellingen niet opgenomen.” De Gelderlander heeft deze beschuldigingen niet alleen ten onrechte als vaststaande feiten gepresenteerd, maar bovendien nagelaten ten aanzien van deze beschuldigingen een reactie van de KNVB in de berichtgeving op te nemen.
Ten slotte is niet gebleken dat De Gelderlander ten aanzien van de specifieke beschuldigingen deugdelijk wederhoor bij klagers heeft toegepast. De weergave van de summiere ontkenningen van klagers dat zij ‘(nog) betrokken zijn bij Vitesse’ of ‘achter de schermen de macht uitoefenen’ – die in enkele artikelen zijn opgenomen – is daarvoor onvoldoende. De inhoud van het WhatsApp gesprek van 1 november 2024 rechtvaardigt niet dat De Gelderlander in de periode van de reeks publicaties die onder ‘De feiten’ zijn genoemd, heeft afgezien van deugdelijk wederhoor.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de klacht gegrond is.
Ten overvloede merkt de Raad op dat hij een publicatie van 3 september 2025 van de New York Times – waarin een citaat van Lammers over de kwestie is opgenomen – niet bij de beoordeling heeft betrokken, omdat klagers hun bezwaren daarover niet eerst aan De Gelderlander hebben voorgelegd. (vgl. 2021/49)
Relevante punten uit de Leidraad: A. en B.3
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2024/26, RvdJ 2024/5, RvdJ 2022/17 en RvdJ 2019/19
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 2 lid 2
CONCLUSIE
De klacht is gegrond.
De Raad doet de aanbeveling aan De Gelderlander om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.
Zo vastgesteld door de Raad op 6 februari 2026 door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. drs. W.L. Boersema, drs. R. Duiven, drs. E.M.H. Lemaier en E.M.E. de Kort, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.C. Koene, secretaris.
Publicaties in De Gelderlander d.d. 12 februari 2026

