Samenvatting
L. van Raaij en De Twentsche Courant Tubantia hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld met de publicatie van het artikel met de kop “Die eerste Twentse windturbine komt eraan en dit is wat er vooraf onder het vergrootglas komt” (website) en de kop “Een turbine bouwen, dat gaat niet zomaar” (papieren editie). Er is geen sprake van niet-waarheidsgetrouwe of eenzijdige berichtgeving. Uit het artikel volgt dat meerdere bronnen zijn geraadpleegd. Hierbij had de bronvermelding concreter gekund, maar deze omissie is niet zodanig ernstig dat daarmee journalistiek onzorgvuldig is gehandeld. De klacht is daarom ongegrond.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
Stichting Tegenwind Noordoost Twente
tegen
L. van Raaij en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia
De heer J. Nijhuis, voorzitter, en de heer L.E.R. van der Stelt, bestuurslid, hebben op 23 april 2024 namens Stichting Tegenwind Noordoost Twente (klaagster) een klacht ingediend tegen de heer L. van Raaij en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia (hierna gezamenlijk: Tubantia). Tubantia heeft in eerste instantie op 24 mei 2024 op de klacht gereageerd. Na verzoek van de secretaris heeft Tubantia het verweerschrift ingekort ingediend op 27 mei 2024.
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 7 juni 2024. Namens klaagster zijn daar Van der Stelt en de heer A. van Dokkum, bestuurslid, verschenen. Aan de zijde van Tubantia waren Van Raaij, redacteur, de heer D. Bonenkamp, hoofdredacteur, en de heer mr. L. Tordoir, senior jurist DPG Media, aanwezig. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van notities.
DE FEITEN
Op 6 en 7 maart 2024 is op de website respectievelijk in de papieren editie van Tubantia een artikel van de hand van Van Raaij verschenen met op de website de kop “Die eerste Twentse windturbine komt eraan en dit is wat er vooraf onder het vergrootglas komt” en in de papieren editie de kop “Een turbine bouwen, dat gaat niet zomaar”. De intro van het artikel luidt:
“Die eerste windturbine in Twente komt er zeker en hoogstwaarschijnlijk in De Lutte. Maar een turbine bouwen, dat gaat zomaar niet. De gevolgen voor de omgeving moeten zo veel mogelijk beperkt worden. Waar wordt wel en waar wordt geen rekening mee gehouden?”
Het artikel bevat verder de volgende tekst:
“Er zijn behoorlijk wat inwoners van Twente die twijfels hebben over windmolens. Ze zijn bang voor de effecten op henzelf en op het milieu. Dat wordt allemaal onderzocht. Maar hoe ver ga je daarin? Moet bijvoorbeeld uitgezocht worden hoeveel vliegjes te pletter slaan tegen de windmolenbladen? En is het relevant te onderzoeken of mensen die op 2 kilometer van zo’n turbine wonen een geluidje horen of slagschaduw ervaren?
De provincie Overijssel zette het op een rijtje. Dat moet ook wel, want een commissie van deskundigen (de commissie voor de milieueffectrapportage) bekijkt of Overijssel het een beetje serieus oppakt met de onderzoeken die ze oplegt aan de bouwer van de windturbines. Dit is wat onder het vergrootglas komt:
1. Gezondheidsrisico’s
Gelijk maar het meest heikele onderwerp. Er is al veel onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten van windturbines en dat gebeurt nog steeds veelvuldig. Maar tot nu toe is er geen wetenschappelijk bewijs gevonden dat mensen in directe zin gezondheidsschade kunnen oplopen door windturbines. Dus dat wordt niet apart onderzocht. Wel wordt gebruikgemaakt van de laatste stand van alle bekende en ‘gevalideerde’ wetenschappelijke studies: betrouwbare onderzoeken dus.
2. Geluid
Geluid kan hinder veroorzakend en die hinder kan vervolgens gezondheidsklachten geven. Een nieuw voorgestelde norm zegt dat een windmolen daarom gemiddeld niet meer dan 45 decibel geluid mag maken. Dat is het geluid van een rustig kantoor of zacht geroezemoes in een klas. ’s Nachts mag dit geluid niet meer zijn dan gemiddeld 39 decibel (zacht gefluister op 5 meter). Nu is het ene geluid het andere niet. (…)
3. Slagschaduw
Waar mensen gek van kunnen worden is slagschaduw. Dat is de schaduw van de wiek van een windmolen die periodiek voor de zon langs draait. Denk aan het effect van een stroboscoop in bijvoorbeeld een disco. Voor die slagschaduw zijn normen die aangeven hoe lang een gevoelig gebouw daarmee te maken mag hebben. (…)
4. Het landschap
Daarover zijn we kort: daaraan wordt niets onderzocht. Of een windturbine mooi of lelijk is in het landschap is een kwestie van smaak en politiek. Er valt weinig aan te meten. (…)
5. Schade aan vogels en insecten
Het opzettelijk doden, vangen en verstoren van beschermde diersoorten mag in principe niet. Ook is het verboden om nesten, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen. De kans op ‘aanvaringsslachtoffers’ zoals vogels en vleermuizen is echter reëel. Het effect van windturbines op weidevogels, soorten en andere aanwezige ‘natuurwaarden’ moet duidelijk worden uit het milieueffectrapport. (…)
6. Besmetting of vervuiling van de omgeving
Schilfers van de rotorbladen van glasvezel zouden de omgeving vervuilen. Dat is echter geen wetenschappelijk bewijs voor. Toch, zegt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), is het niet op voorhand uit te sluiten. (…) Om eventuele vervuiling in de gaten te houden wordt in de grond waarop de windturbines worden geplaatst een nulmeting gedaan. Het doel is de actuele bodemkwaliteit vast te stellen.
7. Verstoring onderste luchtlagen
‘Grootschalig gebruik van windenergie kan het klimaat danig in de war schoppen’, kopte een klimaatsceptische website enige tijd geleden. Het is niet waar. Wel is het zo dat het KNMI zegt dat de wind in de buurt van windparken gemiddeld afneemt en ook de temperatuur en luchtvochtigheid veranderen. (…)
8. Hoogtechnologische apparatuur
Windturbines kunnen de werking van hoogtechnologische apparatuur verstoren zoals de radar van Defensie op Airport Twente of die van Thales in Hengelo. De provincie is verplicht te controleren of windturbines inderdaad een verstorende werking hebben. (…)
9. De ‘bestaande’ situatie
In een milieueffectrapport wordt gekeken hoe de omgeving zich ontwikkelt als er géén windmolens geplaatst worden. Het is een soort nulmeting, om daarna te kunnen beoordelen wat het effect van de turbines op de omgeving is. Het is dus niet de bestaande situatie, maar de situatie zoals ze zou bestaan zonder windturbines.
10. Wat verder nog ter tafel komt
Niet alles wordt vooraf onderzocht en vastgelegd in een milieueffectrapport. De provincie maakt ook afspraken met de windturbine-eigenaar over het opruimen en ontmantelen van de turbine, hoe de lokale bevolking kan deelnemen in de exploitatie van het windpark, dat er een calamiteitenprotocol moet komen en dat het landschap hersteld moet worden na de bouwwerkzaamheden.”
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Klaagster stelt – samengevat – het volgende. Het artikel is bewust eenzijdig en de lezers zijn op zeer belangrijke onderdelen verkeerd geïnformeerd. De publicatie is schijnbaar gezaghebbend en gedeeltelijk feitelijk beschreven, maar bepaalde zaken zijn weggelaten waaronder vijf belangrijke punten, zoals het proces ten aanzien van de landelijke milieunormen en de veel besproken netcongestie. Verder is soms de toon of benadering geheel misplaatst. Dit past niet bij een serieus onderwerp waar in veel gemeenteraden in Twente al strijd over is gevoerd. Het is ook niet duidelijk waar Tubantia de kennis vandaan haalt. De bron lijkt alleen het provinciebestuur te zijn, terwijl klaagster weet dat er veel ingediende zienswijzen zijn die heel andere zaken belichten. Ook hebben de lokale politieke partijen verschillende inzichten. De weergave van de belangrijkste punten schiet daardoor ernstig tekort, is niet waarheidsgetrouw, duidelijk partijdig en niet fair. Klaagster heeft zich al vaker over het onderwerp windmolens gewend tot Tubantia, maar krijgt dan geen antwoorden.
Op de zitting voegt klaagster hieraan toe dat Tubantia met regelmaat in de berichtgeving over windturbines tekortschiet, zowel qua achtergrondinformatie als ook met betrekking tot de besluitvormingsprocessen bij de diverse overheden.
Ten aanzien van haar belanghebbendheid bij de klacht wijst klaagster op haar doelstelling, te weten het voorkomen van plaatsing van windturbines in of kort nabij Nationaal Landschap Noordoost Twente en al hetgeen te doen dat daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Tubantia stelt hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. De aanleiding voor het artikel is de brief van Gedeputeerde Staten waarin staat wat zij laten onderzoeken in de MER‑procedure, die leidt tot een milieueffectrapport. Het artikel benoemt tien verschillende factoren zonder oordeel en zonder sturing. Het betreft een feitelijke opsomming met hier en daar een feitencheck. Alle punten uit de brief van Gedeputeerde Staten worden aangestipt, maar al zou Tubantia dat niet doen dan is dat een journalistieke keuze. Het staat Tubantia vrij om een dergelijke keuze te maken. Tubantia probeert een complex onderwerp, zoals de plaatsing van windturbines en alles wat daarmee samenhangt, zo goed en compleet mogelijk aan de lezer over te brengen. Journalistieke principes zijn daarbij leidend, zoals hoor- en wederhoor, feitelijkheid en balans.
Op de zitting voegt Tubantia hieraan toe dat klaagster een punt heeft ten aanzien van de bronvermelding. Het was beter geweest als in het artikel concreter was verwezen naar de brief van Gedeputeerde Staten als bron. Die brief is echter niet de enige bron; zoals blijkt uit het artikel is dat ook gebaseerd op informatie van onder meer het RIVM en het KNMI. Tubantia heeft in de loop der jaren meerdere feitelijke artikelen over windmolens gepubliceerd met bronverwijzing. Niet in elk artikel worden de bronnen dan weer aangehaald. In algemene zin mag een deel van de kennis als bekend worden voorondersteld. In de berichtgeving over windturbines is ook aandacht voor klaagster, die in diverse artikelen wordt geciteerd. Tubantia is dus niet doof voor andere geluiden.
Overigens betwijfelt Tubantia of klaagster ontvankelijk is in deze klacht. Klaagster is een lobbyclub tegen windturbines. De inhoud van het artikel staat te ver af van de bestaansreden van klaagster. Tubantia plaats immers geen windmolens. Bovendien is het grootste deel van de klacht niet tegen Tubantia gericht. Klaagster wijdt voortdurend uit over wat de overheid al dan niet moet of mag doen. Dat roept de vraag op of klaagster bij Tubantia en de Raad aan het goede adres is.
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
Volgens artikel 2 lid 1 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad moet een klacht worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Een klager kan als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt. Als rechtstreeks belanghebbende wordt tevens beschouwd een organisatie die door doelstelling en feitelijk handelen opkomt voor het in geding zijnde belang.
De Raad stelt voorop dat het klachtrecht geen middel is en mag zijn om (nog eens) de eigen opvattingen over een maatschappelijk onderwerp voor het voetlicht te brengen en/of te voorkomen – door een mogelijk ‘chilling effect’ van de klachtprocedure – dat (andere) media in de toekomst aan een klager onwelgevallige opvattingen aandacht besteden.
Klaagster heeft als doel “door middel van alle geoorloofde wettelijke toegestane middelen voorkomen van plaatsing van windturbines in (of kort nabij) Nationaal Landschap Noordoost Twente en voorts al hetgeen in de ruimste zin met één en ander verband houdt, daartoe behoort en/of daartoe bevorderlijk kan zijn.”
Deze doelomschrijving is voldoende specifiek. Daarbij komt dat klaagster in diverse eerdere artikelen over windturbines door Tubantia is geciteerd. Ook acht de Raad het relevant dat Tubantia in een e-mail van 12 april 2024 aan klaagster heeft laten weten dat het haar vrijstaat om naar de Raad te stappen.
Gelet op deze omstandigheden – in samenhang bezien – kan klaagster in dit geval als rechtstreeks belanghebbende worden beschouwd in de hiervoor bedoelde zin. De Raad zal de klacht dan ook inhoudelijk behandelen.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
De Raad stelt voorop dat journalisten vrij zijn in de selectie van wat zij publiceren. Dat brengt ook mee dat het aan de redactie is om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.
Niet is gebleken dat een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie is gegeven, waardoor sprake is van niet‑waarheidsgetrouwe of eenzijdige berichtgeving. Uit het artikel blijkt dat meerdere onafhankelijke bronnen zijn geraadpleegd. Hierbij had de bronvermelding concreter gekund, zoals Tubantia op de zitting heeft erkend, maar deze omissie is niet zodanig ernstig dat daarmee journalistiek onzorgvuldig is gehandeld.
Overigens bestaat er geen journalistieke norm die meebrengt dat een redactie bij een publicatie over een bepaald maatschappelijk onderwerp (alle) voor- en tegenstanders aan het woord dient te laten.
Het voorgaande leidt ertoe dat de klacht ongegrond is.
Voor de goede orde merkt de Raad ten slotte op dat hij geen zelfstandig feitenonderzoek verricht en zich dan ook niet uitlaat over de voor- en nadelen van windturbines.
Relevante punten uit de Leidraad: A., B.2, en C.
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2024/22, RvdJ 2023/5 en RvdJ 2021/9
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 2
CONCLUSIE
De klacht is ongegrond.
Zo vastgesteld door de Raad op 3 september 2024 door mr. J.J. van Eck, voorzitter, S.A. Agterberg, M. ten Katen, L.M. van de Langenberg MSc en E.J. Schievink, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G. Kamminga, plaatsvervangend secretaris.