Samenvatting
J. Geelen en de Volkskrant (hierna gezamenlijk: de Volkskrant) hebben in de artikelen “De eigen wetten van park De Hoge Veluwe, een omheind ´Gelders dwergstaatje´” (online versie) en “De eigen wetten van De Hoge Veluwe” (print versie) onder meer aandacht besteed aan het beleid van natuurgebied De Hoge Veluwe rond een ecoduct. Daarbij wordt Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe (klaagster) op grond van beweringen door derden gediskwalificeerd. Ook indien een journalist een in een ander medium geuite diskwalificatie ten aanzien van de geadresseerde overneemt, dient hij zich te houden aan de zorgvuldigheidseisen die gelden bij het publiceren van beschuldigingen. Dit brengt mee dat de journalist op dit punt bij klaagster wederhoor had moeten toepassen en dat is ten onrechte nagelaten. De klacht is daarom gegrond. De Raad doet de aanbeveling aan de Volkskrant om deze conclusie ruimhartig te publiceren.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe
tegen
J. Geelen en de hoofdredacteur van de Volkskrant
De heer mr. M. Ch. Kaaks, advocaat te Amsterdam, heeft op 25 september 2025 namens Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe (klaagster) een klacht ingediend tegen de heer J. Geelen en de hoofdredacteur van de Volkskrant (hierna gezamenlijk de Volkskrant). Na verzoek van de secretaris heeft mr. Kaaks het klaagschrift ingekort ingediend op 3 oktober 2025. De Volkskrant heeft op 28 oktober 2025 op de klacht gereageerd.
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 21 november 2025. Namens klaagster is daar voormelde mr. Kaaks verschenen. Aan de zijde van de Volkskrant waren voormelde Geelen, journalist, en de heren T. Mudde, Chef Wetenschap en Tech, en mr. J. Baars, senior jurist bij DPG Media, aanwezig.
DE FEITEN
Op 6 juni 2025 is op de website van de Volkskrant het artikel “De eigen wetten van park De Hoge Veluwe, een omheind ´Gelders dwergstaatje´” verschenen van de hand van J. Geelen. Een dag later op 7 juni 2025 is hetzelfde artikel verschenen in de papieren versie met de kop “De eigen wetten van De Hoge Veluwe”. Onder de tussenkop “Hekken en grensconflicten” staat de volgende passage:
“Soms spelen zich grensconflicten af. Bijvoorbeeld wanneer De Hoge Veluwe ook ecoducten en wildpassages afsluit, zoals sinds enkele jaren gebeurt. Het park wilde zo de wolf en edelherten vanuit het naastgelegen Deelerwoud weren. […]
Van Voorst tot Voorst [directeur/bestuurder van klaagster, RvdJ] zegt daar nu over: ‘Onder voorwaarden is De Hoge Veluwe akkoord gegaan met de aanleg van het ecoduct Oud-Reemst. Toen vanaf 2016 een tsunami aan herten uit de buurterreinen het park binnenstroomde, hetgeen leidde tot verlies van biodiversiteit (beschermde flora) door overbegrazing, is het verlaagde raster tijdelijk verhoogd om grote grazers te weren. Alle andere beschermde soorten (waarvoor de verbindingen echt bedoeld zijn) inclusief de wolf blijven migreren via het gaas en de varkenspoortjes en over het raster, zo hebben camerabeelden en monitoring uitgewezen. Het verhoogde raster houdt slechts hoefdieren tegen waar het uitermate goed mee gaat (edelhert, damhert, ree, koe en paard).’
Ecologen en natuurbeschermers is dat beleid een doorn in het oog. In september vorig jaar werden drie wolvenwelpen doodgereden op de N310. Dat zou niet zijn gebeurd wanneer die het nabijgelegen ecoduct hadden kunnen gebruiken, betogen Animal Rights en de Faunabescherming. Zij hebben onlangs de provincie Gelderland gevraagd handhavend op te treden.”
Onder het artikel staat een passage met de kop “Reactie van De Hoge Veluwe” waarin wordt vermeld:
“Nadat parkdirecteur Seger van Voorst tot Voorst een interviewverzoek van de Volkskrant had afgewezen, stelden we de directie in de gelegenheid enkele concrete vragen te beantwoorden. Hieronder de vragen en de integrale antwoorden.[…]
Vanuit verschillende kanten is kritiek op het afsluiten met hekken van het ecoduct bij Oud-Reemst. Wat is de exacte motivatie van De Hoge Veluwe voor dat afsluiten?
‘Onder voorwaarden is De Hoge Veluwe akkoord gegaan met de aanleg van het ecoduct Oud-Reemst. Toen vanaf 2016 een tsunami aan herten uit de buurterreinen het park binnenstroomde, hetgeen leidde tot verlies van biodiversiteit (beschermde flora) door overbegrazing, is het verlaagde raster tijdelijk verhoogd om grote grazers te weren. Alle andere beschermde soorten (waarvoor de verbindingen echt bedoeld zijn) inclusief de wolf blijven migreren via het gaas en de varkenspoortjes en over het raster, zo hebben camerabeelden en monitoring uitgewezen. Het verhoogde raster houdt slechts hoefdieren tegen waar het uitermate goed mee gaat (edelhert, damhert, ree, koe en paard).’”
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Klaagster stelt – samengevat – het volgende. De Volkskrant heeft met de publicatie van het gewraakte artikel ten onrechte nagelaten deugdelijk wederhoor toe te passen. Klaagster betwist de verdachtmaking zoals geuit door Animal Rights en de Faunabescherming. Zij stellen dat klaagster schuld zou hebben aan de dood van drie wolvenwelpen die werden doodgereden op de N310, omdat klaagster door de afsluiting van het ecoduct de welpen gedwongen zou hebben om een autoweg te gebruiken. Omdat de Volkskrant deze verdachtmaking niet heeft voorgelegd aan klaagster in het kader van wederhoor, heeft zij onzorgvuldig gehandeld. Het argument van de Volkskrant dat dit niet hoefde omdat de verdachtmaking is gedaan door derden, snijdt geen hout. Uit de bepaling in de Leidraad over wederhoor volgt immers dat wederhoor ook moet worden toegepast bij verdachtmakingen die zijn geuit door derden. Op die manier kunnen eventuele onjuistheden en een eenzijdig beeld in een publicatie worden voorkomen. Dit volgt ook uit eerdere conclusies van de Raad, onder meer uit de conclusies RvdJ 2018/5, RvdJ 2025/21 en RvdJ 2025/14.
Klaagster had graag gezien dat de volgende reactie aan het artikel was toegevoegd:
“Het Park weerspreekt dit [de verdachtmaking, RvdJ] en noemt het een valse verdachtmaking. Allereerst is onbekend waar de drie wolven vandaan kwamen. Bovendien stonden de varkenspoortjes van het ecoduct open zodat deze gebruikt hadden kunnen worden, aldus het Park.”
Klaagster heeft op de zitting toegevoegd dat het feit dat zij zich terughoudend had opgesteld voor het beantwoorden van vragen vanuit de media, de journalist niet ontslaat van zorgvuldigheid, laat staan van het toepassen van wederhoor. De vragen die aan klaagster zijn voorgelegd, zijn vragen die van belang kunnen zijn bij het onderzoek voorafgaand aan het artikel; het zijn geen vragen in het kader van wederhoor.
De Volkskrant stelt hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. De Volkskrant is van mening dat er meer dan voldoende ruimte is geboden voor weerwoord en ziet dan ook geen reden tot aanpassing van het artikel.
Allereerst heeft klaagster voldoende gelegenheid tot wederhoor gekregen. Voordat dit artikel tot stand kwam heeft de Volkskrant eerder om een interview verzocht met de directeur van klaagster. Hierop heeft de Communicatie-afdeling van klaagster laten weten niet in te willen gaan op het interviewverzoek vanwege ’een voorlopige radiostilte’. Voorafgaand aan de publicatie van dit artikel heeft de Volkskrant desondanks enige vragen voorgelegd aan de directeur van klaagster. De reactie hierop is integraal weergegeven onderaan het online artikel. In het artikel zelf is ook het weerwoord opgenomen dat volgens klaagster zou ontbreken. In het artikel staat immers dat de wolven zich konden verplaatsen via de varkenspoortjes. Daarmee is het gestelde oorzakelijke verband met het doodrijden van de welpen weerlegd.
Tijdens de zitting heeft de Volkskrant nog laten weten dat het artikel beschouwd moet worden als een ‘profilerend’ stuk waarin het algemene beleid van klaagster centraal staat. De beschuldiging wordt weliswaar genoemd in het artikel, maar behelst een klein, niet-relevant detail waarop een compleet weerwoord is gegeven. Het is een journalistieke keuze geweest om niet zo specifiek vragen te stellen.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
Kern van de klacht is dat klaagster ten onrechte geen wederhoor is geboden over het oorzakelijke verband tussen de dood van drie wolvenwelpen en het beleid van klaagster ten aanzien van het ecoduct. De Raad zal zich tot deze kern beperken.
De Raad constateert dat klaagster op basis van beweringen van derden in verband wordt gebracht met de dood van drie wolvenwelpen. Hierdoor wordt klaagster ernstig gediskwalificeerd.
Uitgangspunt is dat journalisten wederhoor toepassen bij personen die door een publicatie worden gediskwalificeerd. Wie beschuldigd wordt, krijgt voldoende gelegenheid om, bij voorkeur in dezelfde publicatie, te reageren op de aantijgingen.
In lijn met eerdere conclusies van de Raad overweegt hij daarbij dat een journalist die in een ander medium geuite beschuldigingen, negatieve kwalificaties en beweringen aan iemands adres overneemt, zich dient te houden aan de zorgvuldigheidseisen die gelden bij het publiceren van beschuldigingen. Hij mag er niet van uitgaan dat eerder gepubliceerde uitlatingen het karakter van onbetwiste feiten hebben gekregen doordat zij niet door de beschuldigde (zouden) zijn weersproken.
De Raad stelt vast dat klaagster vragen zijn voorgelegd ten behoeve van het artikel. Deze vragen zien echter niet specifiek op de geuite diskwalificatie. Dat had volgens de Raad wel gemoeten en maakt dat de Volkskrant onzorgvuldig heeft gehandeld. Daar komt bij dat klaagster bij het voorleggen van de vragen geen context is gegeven, waardoor zij sowieso niet had kunnen reageren op de beschuldiging.
Dat het artikel een profielschets van het beleid van klaagster in zijn algemeenheid zou betreffen, maakt dit oordeel niet anders. Bij het schrijven van een profiel mag de journalist weliswaar een eigen invalshoek hanteren en de geportretteerde scherp karakteriseren, maar hij heeft daarbij wel een eigen verantwoordelijkheid de door hem verkregen gegevens te wegen en te toetsen opdat het geschetste beeld geen onrecht doet aan de geportretteerde.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de klacht gegrond is.
Relevant punt uit de Leidraad: B.3.
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2025/7, RvdJ 2025/5 en RvdJ 2022/20
CONCLUSIE
De klacht is gegrond.
De Raad doet de aanbeveling aan de Volkskrant om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.
Zo vastgesteld door de Raad op 28 januari 2026 door mr. M.V. Ulrici, voorzitter, dr. H.P. Groenhart, M. ten Katen, L.M. van de Langenberg MSc MEd en E. Schievink, leden, in tegenwoordigheid van mr. E. Hoefnagel, secretaris.