Samenvatting
De Gelderlander heeft in het online artikel “Man ‘die wordt betaald door de Russen’ verstoort orde op bijeenkomst van Twentse schrijvers” aandacht besteed aan G. Landman (klager). Het artikel is ook verschenen op de websites van AD, de Stentor en Tubantia, alle behorend tot DPG Media. Het is begrijpelijk dat hoofdredacties van titels binnen hetzelfde concern de afhandeling van een klacht over een gelijkluidende publicatie overlaten aan de hoofdredactie van de titel die de bron is van de publicatie. Elke hoofdredactie blijft echter eindverantwoordelijk voor de inhoud van haar website en de uiteindelijke klachtafhandeling. Dat het artikel op de website van De Gelderlander niet tegelijk met de publicaties op de andere websites is aangepast, is op zichzelf niet klachtwaardig. De Gelderlander heeft echter nagelaten om op verzoek van klager alsnog ervoor te zorgen dat het artikel werd aangepast en heeft ten slotte – nadat de klacht inmiddels bij de Raad was ingediend – het artikel aangepast op een minder verstrekkende wijze dan is gebeurd bij de zustertitels zonder dit te verantwoorden. Dit leidt tot de conclusie dat De Gelderlander de klacht niet adequaat heeft afgehandeld en de klacht gegrond is. De Raad doet de aanbeveling aan De Gelderlander om deze conclusie ruimhartig te publiceren.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
G. Landman
tegen
de hoofdredacteur van De Gelderlander
De heer G. Landman (klager) heeft op 17 januari 2026 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Gelderlander. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van partijen betrokken van 26 en 29 januari 2026 en van 9 en 17 februari 2026.
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 6 februari 2026 in aanwezigheid van klager. De Gelderlander is daar om haar moverende redenen niet verschenen.
Vanwege verhindering van een van de leden van de Raad, is de zaak met instemming van klager behandeld door de voorzitter en drie leden.
DE FEITEN
Op 12 december 2025 is op de website van de DPG Media-titels AD, de Stentor, Tubantia en De Gelderlander een artikel verschenen met de kop “Man ‘die wordt betaald door de Russen’ verstoort orde op bijeenkomst van Twentse schrijvers”. De intro van het artikel luidde aanvankelijk:
“,,Het bewind in Oekraïne dat zijn nazi’s.” Met kreten zoals deze heeft een man donderdag een discussiebijeenkomst verstoord over de documentaire Konvooi. De Twentse schrijvers Jaap Scholten en Tommy Wieringa, de hoofdrolspelers in de documentaire, zetten de man buiten.”
Verder bevatte de eerste versie van het artikel de volgende zin:
“Na ongeveer een uur stond een man in de zaal op, die allerlei anti-Oekraïnse dingen begon te roepen.”
Op 14 december 2025 heeft klager – de in het artikel bedoelde man – zich met zijn bezwaren over het artikel tot de (hoofd)redacties van de vier titels gewend en verzocht om rectificatie. De hoofdredacteur van De Gelderlander heeft daarop diezelfde dag aan klager bericht:
“Deze stuur ik door naar Tubantia.”
Vervolgens is het artikel op 16 december 2025 op de websites van het AD, de Stentor en Tubantia aangepast. Op die websites luidt de eerste zin van de intro sindsdien:
“,,Oekraïne vecht niet voor de Vrijheid van Europa.”
De hiervoor aangehaalde passage is gewijzigd als volgt:
“Na ongeveer een uur stond een man in de zaal op en verstoorde de bijeenkomst. Hij meende een nazisymbool te hebben gezien in de docu. Die zat volgens hem in het motief van een trui van een Oekraïense vrouw, die in de documentaire wordt geïnterviewd.”
Ten slotte is op deze websites aan het slot van het artikel de volgende aanvulling opgenomen:
“De man zegt aangifte te gaan doen tegen Albrecht, en het feit dat hij naar eigen zeggen ‘met geweld’ uit de zaal is gezet. Betrokkenen ontkennen dat.”
Omdat het artikel niet was aangepast op de website van De Gelderlander heeft klager zich op 11 januari 2026 opnieuw gewend tot de (hoofd)redactie van De Gelderlander. In zijn e-mail heeft klager gewezen op de wijzigingen die inmiddels op de andere drie websites waren aangebracht. Daarbij heeft hij ook gemeld dat de publicaties van AD, de Stentor en Tubantia naar zijn mening nog steeds drie punten bevatten die niet kloppen, maar dat hij voor deze ‘restpunten’ geen klacht bij de Raad zal indienen tegen deze media, omdat zijn belangrijkste punten waren aangepast. Klager heeft ten slotte De Gelderlander verzocht de publicatie eveneens aan te passen en aangekondigd een klacht in te dienen als aanpassing zou uitblijven.
De hoofdredacteur van De Gelderlander heeft niet op de e-mail van 11 januari 2026 gereageerd, maar heeft na het doorsturen van de klacht door het secretariaat van de Raad op 5 februari 2026 het volgende aan klager bericht:
“Tot mijn grote verbazing zag ik dat u een klacht ingediend hebt bij De Raad voor de Journalistiek. Dat mag natuurlijk en vanuit uw oogpunt snap ik dat ook. Mijn verbazing zit in het volgende:
Het artikel waar u bezwaar tegen maakt is geschreven door onze zustertitel Tubantia. Zelf weet ik niet hoe het artikel tot stand is gekomen. Ook de journalist die het geschreven heeft valt niet onder mij.
Ik had uw klacht dus doorgestuurd naar de collega’s van Tubantia. Die hebben de tekst beoordeeld, en besloten een aanpassing te doen alleen zijn ze daarbij vergeten die aanpassing ook zo door te voeren dat de tekst ook bij De Gelderlander is veranderd. Inmiddels is dit wel gebeurd.
Ik vroeg mij af of dit voor u voldoende is. Immers, u neemt geen stappen tegen Tubantia. Het zou ons beide veel tijd en moeite kunnen besparen als we dit zonder een gang naar de Raad kunnen oplossen.
Dat begint natuurlijk ook met excuses van mijn kant. De communicatie van mijn kant had beter gemoeten. Dat had ik niet aan een andere titel over moeten laten.”
Naar aanleiding daarvan heeft klager in een e-mail van 9 februari 2026 erop gewezen dat de publicatie op de website van De Gelderlander niet is aangepast op dezelfde wijze als op de websites van het AD, de Stentor en Tubantia.
Blijkens de website van De Gelderlander is het artikel op 4 februari 2026 bijgewerkt. De eerste zin van de intro is aangepast op dezelfde wijze als op de websites van de andere titels. Ook is aan het slot de aanvulling opgenomen. De zin “Na ongeveer een uur stond een man in de zaal op, die allerlei anti-Oekraïnse dingen begon te roepen.” is niet gewijzigd.
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Klager stelt – kort samengevat – het volgende. Ook na de aanpassing op de website van De Gelderlander is de kwestie niet opgelost. De aanpassing heeft pas plaatsgevonden na het indienen van de klacht bij de Raad, terwijl hij De Gelderlander twee keer had aangeschreven.
Bovendien bevat de publicatie nog steeds onwaarheden.
Op de zitting verklaart klager desgevraagd dat hij ook geen klacht tegen De Gelderlander zou hebben ingediend als haar publicatie op hetzelfde moment en op dezelfde wijze zou zijn aangepast als de publicaties van de andere drie media. Op de website van De Gelderlander heeft de onjuiste informatie echter bijna twee maanden online gestaan en zijn in het artikel uiteindelijk niet dezelfde wijzigingen doorgevoerd als op de andere websites. Daarmee heeft De Gelderlander een grens overschreden, aldus klager. Daarom verzoekt hij de Raad om de volledige inhoud van het oorspronkelijke artikel te beoordelen.
De Gelderlander heeft verwezen naar de hiervoor onder De Feiten geciteerde e-mail aan klager van 5 februari 2026 en verder benadrukt dat het artikel is vervaardigd door de redactie van Tubantia en is doorgeplaatst op onder andere de website van De Gelderlander. De Gelderlander is niet inhoudelijk betrokken geweest bij de totstandkoming van de publicatie dan wel bij de doorgevoerde aanpassing. De door de redactie van Tubantia aangepaste versie van artikel is helaas niet direct verwerkt op de website en app van De Gelderlander. Inmiddels is dat wel gebeurd. Voor deze miscommunicatie zijn excuses aangeboden aan klager.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
Gelet op de gang van zaken als opgenomen onder De Feiten en de verklaring van klager dat hij geen klacht tegen De Gelderlander zou hebben ingediend als haar publicatie op hetzelfde moment en op dezelfde wijze zou zijn aangepast als de publicaties van de andere drie media, zal de Raad zich beperken tot een beoordeling van de wijze waarop De Gelderlander de klacht heeft afgehandeld.
Uitgangspunt is dat (hoofd)redacties als eerste lijn fungeren in de afhandeling van klachten. Enerzijds brengt dit voor klagers de verplichting mee om hun bezwaren eerst aan de eindverantwoordelijke van het betrokken medium voor te leggen. Anderzijds wordt van hoofdredacties verwacht dat zij klachten op een zorgvuldige manier afhandelen. In het kader van een goede zelfregulering door de media is het de bedoeling dat partijen eerst samen overleg te voeren om te bezien of zij het probleem minnelijk kunnen oplossen.
Daarbij geldt bovendien – zoals de Raad in eerdere zaken heeft overwogen – dat elke hoofdredactie een eigen verantwoordelijkheid heeft voor de publicaties die onder haar naam verschijnen.
Het is begrijpelijk dat hoofdredacties van titels binnen hetzelfde concern de afhandeling van een klacht over een gelijkluidende publicatie overlaten aan de hoofdredactie van de titel die de bron is van de publicatie (in dit geval: Tubantia). Dat laat echter onverlet dat elke hoofdredactie eindverantwoordelijk blijft voor de inhoud van haar website en de uiteindelijke klachtafhandeling. Dat brengt mee dat elke hoofdredactie zich op de hoogte moet stellen van de afhandeling van de klacht door de hoofdredactie van de titel die de bron is van de publicatie.
Dat het artikel op de website van De Gelderlander niet ook op 16 december 2025 – tegelijk met de publicaties op de andere websites – is aangepast, is kennelijk het gevolg van een fout en op zichzelf niet klachtwaardig.
Echter, De Gelderlander heeft vervolgens:
- na de e-mail van klager van 11 januari 2026 nagelaten alsnog te zorgen voor aanpassing van het artikel;
- op 4 februari 2026 het artikel aangepast op een minder verstrekkende wijze dan is gebeurd bij de zustertitels zonder klager over deze keuze te informeren;
- ten slotte ook geen verdere actie ondernomen nadat klager op 9 februari 206 heeft laten weten dat de aanpassing niet overeenkwam met de aanpassingen op de andere drie websites.
Dit leidt tot de conclusie dat De Gelderlander de klacht niet adequaat heeft afgehandeld en dat de klacht gegrond is.
Relevant punt uit de Leidraad: D.
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2026/5, RvdJ 2024/22, RvdJ 2022/9 en RvdJ 2020/12
CONCLUSIE
De klacht is gegrond.
De Raad verzoekt De Gelderlander om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.
Zo vastgesteld door de Raad op 13 april 2026 door mr. G.C. Makkink, voorzitter, B. Agterberg, J. Hoogenberg en M.S. Bosgra, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.C. Koene, secretaris.