Samenvatting
C. Driessen en NRC (hierna gezamenlijk: NRC) hebben in het artikel “Haar ex blijft maar tegen haar procederen, op kosten van de staat” aandacht besteed aan een weeffout in het rechtssysteem en de mogelijkheid tot juridisch misbruik in het familierecht. Daarbij speelt de casus van klager en zijn ex-vrouw een zeer prominente rol, als het enige – uitvoerig besproken – voorbeeld van de door NRC aangekaarte misstand. In het artikel wordt klager beticht van intieme terreur jegens zijn vrouw en van het bewust misbruiken van het rechtssysteem in familierechtelijke procedures, en daardoor wordt hij onmiskenbaar gediskwalificeerd. Ten aanzien van beide aantijgingen had dan ook deugdelijk wederhoor moeten plaatsvinden en dat is ten onrechte niet gebeurd. Deze klacht is daarom gegrond. Ten aanzien van de tweede klacht, dat Driessen vertrouwelijke gegevens van klager aan derden heeft verstrekt, onthoudt de Raad zich van een oordeel omdat hij niet kan vaststellen welk standpunt juist is. De Raad doet de aanbeveling aan NRC om deze conclusie ruimhartig te publiceren.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
X
tegen
C. Driessen en de hoofdredacteur van NRC
De heer X (klager) heeft op 15 juli 2025 een klacht ingediend tegen de heer C. Driessen en de hoofdredacteur van NRC (hierna gezamenlijk: NRC). Vervolgens heeft klager zijn klacht toegelicht op 19 en 22 juli 2025 en op 17 augustus 2025. Op 21 augustus 2025 heeft klager een tweede klacht over de handelwijze van Driessen ingediend. Hierna heeft klager zijn klachten verder toegelicht op 9, 24 en 25 september 2025 en op 2 oktober 2025. NRC heeft op beide klachten gereageerd op 13 oktober 2025. Ten slotte is bij de beoordeling van de klachten nog correspondentie van klager betrokken van 20 en 22 oktober 2025.
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 31 oktober 2025. Klager is daar verschenen. Aan de zijde van NRC waren Driessen, mevrouw M. Breedeveld, chef redactie Binnenland, en mevrouw C. van de Wiel, adjunct-hoofdredacteur, aanwezig. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht aan de hand van notities.
DE FEITEN
Op 11 en 12 juli 2025 is op de website respectievelijk in de papieren versie van NRC een artikel van de hand van J. Meeus en C. Driessen verschenen met de kop “Haar ex blijft maar tegen haar procederen, op kosten van de staat”. De intro van het artikel luidt:
“Juridisch misbruik – In 2019 ontvluchtte [Y] haar man en sindsdien wordt ze door hem juridisch gestalkt. Door een weeffout in het rechtssysteem procedeert hij op kosten van de staat, terwijl zij tienduizenden euro’s kwijt is.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“Triiiiing, triiiiing.” Overdreven hard speelt sociaal advocaat Dick Brouwer (65) op kantoor in Ede het eerste contact met zijn cliënte [Y] na. „Ik doe geen familierecht, dus sla mij maar over. Ik heb daar totaal geen verstand van”, zo zegt Brouwer haar.
Maar dan vertelt [Y] dat haar ex-man in korte tijd vijftien juridische procedures tegen haar voerde. Dat die procedures haar financieel aan de rand van de afgrond hebben gebracht. En dat ze geen advocaat meer kan vinden die haar nog wil bijstaan omdat ze de rekening niet kan betalen.”
en:
“Brouwer valt bijkans van zijn stoel als [Y] de week daarop haar dossier laat zien. In twee jaar tijd blijkt ze inderdaad in vijftien juridische procedures met haar ex-partner verwikkeld te zijn geraakt. Het kostte haar ruim 50.000 euro aan advocatenkosten, terwijl haar ex-man, die een uitkering ontvangt, nagenoeg gratis procedeerde. Hij komt namelijk in aanmerking voor een ‘toevoeging’ vanwege zijn lage inkomen: een advocaat op kosten van de staat.”
en:
“De twee willen graag hun verhaal doen om aandacht te vragen voor een weeffout in het rechtsstelsel. Een waarvan volgens hen veel rechters en andere advocaten ook niet op de hoogte zijn. Die weeffout schept de mogelijkheid tot ‘juridische stalking’, waarbij de ene procespartij de andere eindeloos achternazit en op kosten jaagt.”
en onder de tussenkop “Gevlucht voor haar man”:
“[Y]’s verhaal begint in 2019, vertelt ze. Drie maanden zwanger van haar tweede kind vertrekt ze met haar driejarige dochter, naar haar ouders – zo’n 75 kilometer verderop. (…) „Eigenlijk ben ik gevlucht”, vervolgt [Y]. Ze is mishandeld en voelt ze zich thuis niet meer veilig. In de buurt van haar ouders vindt ze, mede dankzij haar zwangerschap, snel een eigen huis. De ex-man accepteert het vertrek niet. Vanaf dan volgen de juridische procedures elkaar snel op.”
en onder de tussenkop “Ongelijke strijd”:
“Een zware conflictscheiding dus. De strijd is echter verre van gelijk. Terwijl [Y] ruim 250 euro per uur aan haar advocaat kwijt is en haar advocatenkosten binnen twee jaar de 50.000 euro passeren, procedeert haar ex-man vrijwel gratis. Omdat zijn jaarinkomen lager is dan 33.200 euro komt hij voor gesubsidieerde rechtsbijstand in aanmerking en betaalt de Raad voor Rechtsbijstand zijn advocaten. Per zaak hoeft hij ‘slechts’ een eigen bijdrage van een paar honderd euro te betalen. En omdat in de familierechtspraak zelden een kostenveroordeling wordt uitgesproken – het vergoeden van de griffiekosten en een deel van de advocatenkosten van de tegenpartij – loopt hij bij verlies geen financieel risico. Dat dit misbruik in de hand kan werken, schetste toenmalig minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind (D66) vorig jaar maart in een brief aan de Tweede Kamer.”
en:
“„Het systeem is heel slecht ingericht op voorkomen van deze vorm van misbruik na scheiding”, constateert Ariane Hendriks, docent familierecht aan Tilburg University. Ze schreef met familierechtadvocaat Ingrid Vledder een boek over intieme terreur, een ernstige vorm van partnergeweld, dat na de zomer verschijnt. Ook juridisch misbruik, zoals bij [Y], wordt daarin uitgelicht. Hendriks, voormalig advocaat, wijst erop dat het familierecht heel kwetsbaar is voor juridisch misbruik.”
en onder de tussenkop “De advocaat of de huur”:
“Brouwer wordt al snel zelf ook onderdeel van het juridische conflict. [Y]’s ex-man is een procedure gestart voor een bijdrage in de kosten voor de verzorging en opvoeding van de kinderen, die ook bij hem verblijven. In het verweerschrift waarmee Brouwer begin 2023 reageert, schetst hij de rechtbank het bredere perspectief van [Y]’s situatie. Hij spreekt van „een tsunami aan procedures” die de ex-man „gelijk een stalinorgel” op zijn cliënte afvuurt. Dat [Y]’s ex verzoekt om een bijdrage in de kosten, vindt Brouwer niet te rijmen met de reizen die de man de afgelopen jaren maakte naar de Canarische Eilanden, Londen, Barcelona, België en Marokko. „Waarschijnlijk heeft de man nog wat behoefte aan wat extra benzinegeld om zijn reisjes wat verder uit te breiden. Bovendien is de vliegtaks iets verhoogd”, schrijft de advocaat.
Brouwer belandt door deze woorden voor de tuchtrechter. De ex-man dient namelijk vier tuchtklachten in – ook voor tuchtklachten is gesubsidieerde rechtsbijstand beschikbaar. Tot Brouwers ontzetting, krijgt de man nog deels gelijk ook.”
en onder de tussenkop “Niet ingericht op detecteren van misbruik”:
“Brouwer vertelt dat het systeem van de Raad voor Rechtsbijstand niet is ingericht op het detecteren van misbruik. Zo lang een cliënt zich met een relevante rechtsvraag bij een advocaat meldt en niet boven de inkomensgrens uitkomt, geeft de Raad vrijwel automatisch een toevoeging af. Dan valt het ook niet op als iemand, zoals de ex-man van [Y], meer dan tien advocaten verslijt.”
en:
“[Y]’s ex-man stelt zich ondertussen van geen kwaad bewust te zijn. Afgelopen februari verscheen hij op suède schoenen en in vlotte spijkerbroek, gele trui en met gebruind gezicht bij het Hof van Discipline in Utrecht waar Brouwer beroep tegen zijn tuchtrechtelijke veroordeling had ingediend. De man ontkende alle aantijgingen aan zijn adres. Samen met zijn advocaat lichtte hij toe dat juist hij het slachtoffer is. „Meneer procedeert niet om te procederen, maar voor een gerechtvaardigd doel”, benadrukte zijn advocaat. Verwijzend naar de verhuizing van [Y] stelde hij dat „ouders dat soort dingen behoren te overleggen”. Snikkend reageerde de ex-man op Brouwers claim dat [Y] niet bij de zitting aanwezig was omdat ze angst heeft voor haar ex. „Dat zijn misleidende bewoordingen”, vertelde hij met hoge stem, verwijzend naar soortgelijke uitingen die Brouwer ook bij het gerechtshof en de klasjuf zou hebben gedaan. Zijn kinderen haalt hij al jarenlang iedere vrijdagmiddag op. Bij dat scenario past [Y]’s angst helemaal niet. „Ik heb hier oprecht last van, vanuit mijn hart.””
en:
“In april, als de uitspraak volgt, krijgt niet de ex-man, maar Brouwer gelijk. (…) Brouwer is tevreden met die uitspraak, maar vindt het nog steeds onverkwikkelijk dat hij in eerste aanleg werd veroordeeld. En bovendien lijkt [Y]’s ex-man het weinig te deren. Begin juni stond Brouwer wéér voor de tuchtrechter omdat de man opnieuw een tuchtklacht – vergezeld van 178 pagina’s toelichting – tegen hem indiende.”
Klager is de bedoelde ex-man van Y.
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Klager stelt – kort samengevat – het volgende. Zijn eerste klacht heeft betrekking op het artikel. Daarin wordt zijn ex-vrouw als slachtoffer gepresenteerd, terwijl feitelijk over hem wordt geschreven en hij op geen enkel moment is gehoord, laat staan is betrokken bij de totstandkoming van de publicatie. Daarmee is sprake van een ernstige schending van journalistieke normen, waaronder het beginsel van hoor en wederhoor. Klager licht toe dat hij voorafgaand aan de publicatie persoonlijk contact heeft gehad met Driessen en dat in dat gesprek duidelijke afspraken zijn gemaakt. Driessen zou zijn kant van het verhaal aanhoren en indien werd besloten tot publicatie, zou hij vóór plaatsing worden gebeld. Het beginsel van hoor en wederhoor werd als vanzelfsprekend en essentieel benoemd. Die afspraken zijn niet nagekomen. Hij is niet opnieuw benaderd, niet geïnterviewd, nergens geciteerd en zijn stem ontbreekt volledig in het gepubliceerde stuk. Volgens klager is hierdoor sprake van eenzijdige en suggestieve beeldvorming. Het artikel wekt de indruk dat hij een procederende ex-partner is ‘op kosten van de Staat’, zonder context of nuance over de juridische achtergrond van de procedures. De situatie tussen klager en zijn ex-vrouw is complex, het betreft nadrukkelijk een wederkerig conflict. Er wordt gezwegen over relevante rechterlijke uitspraken, waaronder die waarin het gerechtshof hem op meerdere punten in het gelijk heeft gesteld. Ook ontbreekt elke verwijzing naar de inhoudelijke motieven voor het voeren van juridisch procedures. Deze manier van presenteren leidt tot een vertekend en beschadigend beeld, alsof klager willens en wetens het rechtssysteem zou misbruiken. In werkelijkheid gaat het om een langdurig, complex juridisch conflict waarin het belang van de kinderen centraal staat en waarin klager zich voortdurend heeft gehouden aan de formele en inhoudelijke kaders van het recht.
Klager wijst erop dat de publicatie een grote impact op hem heeft gehad. Hoewel zijn naam niet is genoemd, is hij voor zijn directe omgeving duidelijk herkenbaar. Het gaat om mensen die zijn kinderen elke dag om zich heen hebben: hun familie, hulpverleners, leraren en mensen uit hun directe omgeving en juist dat maakt het zo pijnlijk voor zijn gezin, aldus klager. De inhoud en context maken immers dat hij wordt aangeduid als de vermeende dader van mishandeling en als iemand die misbruik zou maken van gesubsidieerde rechtsbijstand. Dit beeld is onjuist, onvolledig en schadelijk voor hem. Zijn integriteit en motieven zijn publiekelijk in twijfel getrokken. Daarbij is zijn rol als vader aangetast; het gevaar bestaat dat hij wordt gezien als dader, terwijl hun moeder als slachtoffer wordt gepresenteerd. Bovendien wordt zijn positie in lopende gerechtelijke procedures ondermijnd. Het artikel wordt breed gedeeld op sociale media, los van context, waardoor de stigmatisering en reputatieschade worden versterkt. En dit alles gebeurt zonder dat hij op enig moment de kans heeft gekregen om een reactie te geven of de lezer te voorzien van noodzakelijke tegeninformatie.
In zijn tweede klacht stelt klager – eveneens kort samengevat – dat Driessen een vertrouwelijke e-mail heeft gedeeld met mr. Brouwer, de advocaat van zijn ex-vrouw. Volgens klager is dit door mr. Brouwer bevestigd, waarbij hij wijst op enkele screenshots. Op 21 augustus 2025 vond een zitting plaats bij het Gerechtshof Arnhem, waarbij persoonlijke en gevoelige gegevens van klager, die hij uitsluitend met Driessen had gedeeld, door de wederpartij werden ingebracht. In zijn e-mail aan Driessen heeft hij bovendien expliciet vermeld dat mr. Brouwer reeds door de Autoriteit Persoonsgegevens was gewaarschuwd én door de Raad van Discipline was berispt wegens onzorgvuldig omgaan met zijn persoonsgegevens. Desondanks heeft Driessen zijn vertrouwelijke informatie gedeeld, terwijl hij wist of had moeten weten dat dit zeer schadelijk en onzorgvuldig was. Klager acht dit een ernstige schending van zijn vertrouwen en van zijn recht op bescherming van persoonsgegevens.
NRC stelt daar – eveneens samengevat – het volgende tegenover. De publicatie is vergaand geanonimiseerd. Klager wordt nergens bij naam genoemd en zijn ex-vrouw alleen met een veelvoorkomende voornaam. Ook andere persoonlijke gegevens, die tot herleidbaarheid van klager zouden kunnen leiden, zijn onvermeld gelaten. Volgens NRC heeft klager daarom geen rechtstreeks belang ten aanzien van zijn eerste klacht en moet hij in die klacht niet-ontvankelijk worden verklaard.
Verder voert NRC aan dat voor de beoordeling van de klachten de bredere context belangrijk is. Het artikel is geen nieuwsverhaal of reconstructie van een scheidingsconflict, maar een achtergrondverhaal over een maatschappelijk probleem. Het beschrijft een weeffout in het rechtssysteem en de mogelijkheid tot juridisch misbruik in het familierecht. Een fundamenteel aspect is de asymmetrie wanneer de ene partij gesubsidieerde rechtsbijstand ontvangt en de andere niet. Het is de journalistieke taak van NRC om dit soort maatschappelijke kwesties aan te kaarten. Het is logisch dat daarbij een slachtoffer dat het probleem ondervindt een belangrijke rol speelt. Dat maakt het artikel nog niet eenzijdig. Het verhaal van de ex-vrouw van klager en haar advocaat wordt bevestigd door diverse onafhankelijke bronnen.
Bovendien is wederhoor bij klager toegepast op een wijze die past bij het hiervoor bedoelde journalistieke genre. Driessen heeft klager in de marge van de tuchtzitting bij het Hof van Discipline gesproken en klager heeft toen ook zijn pleitnota gedeeld. Het standpunt van klager is vervolgens verwerkt in het artikel op basis van wat hij en zijn advocaat ter zitting naar voren brachten. Daarin is vermeld dat klager alle aantijgingen ontkent en stelt te procederen voor een gerechtvaardigd doel. Zijn reactie over het kernonderwerp van het artikel (juridisch misbruik) is dus opgenomen. Verder is de parafrasering “ze is mishandeld en voelt zich thuis niet meer veilig”, waartegen klager in het bijzonder bezwaar heeft, niet zonder onderbouwing opgenomen. De ex-vrouw van klager is door het Schadefonds Geweldsmisdrijven erkend als slachtoffer van huiselijk geweld en stalking. Daarnaast heeft NRC medische stukken ingezien die haar verhaal onderbouwen. NRC begrijpt dat de parafrase gevoelig ligt en daarom is nadrukkelijk voldoende ruimte gegeven aan de reactie van klager, waarin hij de vermeende angst van zijn ex-vrouw weerspreekt. In de ontmoeting bij het Hof van Discipline is geen afspraak gemaakt over een vervolggesprek. Driessen heeft in het gesprek voorafgaand aan de zitting gezegd dat hij – indien journalistiek nodig – contact zou opnemen. Gezien het genre, de onderliggende bewijsstukken en de standpunten die klager bij de zitting van het Hof naar voren bracht, was die noodzaak er niet. Dit heeft Driessen na de publicatie desgevraagd aan klager uitgelegd.
NRC betreurt het altijd als betrokkenen ernstige gevolgen ondervinden door onze publicaties, dat is nooit het doel. Alles is in het werk gesteld klager te anonimiseren. Omdat hij geen bewijs van de door hem ondervonden ernstige gevolgen toont, kan NRC daarop niet inhoudelijk reageren.
Ten aanzien van de tweede klacht stelt NRC dat Driessen geen enkele e-mail van klager heeft doorgestuurd en ook nooit vertrouwelijke mails heeft ontvangen. NRC heeft klager tevergeefs verzocht om bewijs. De screenshots die klager in dit verband heeft overlegd kan NRC niet plaatsen.
Ten slotte merkt NRC nog op dat het contact tussen klager en zowel de hoofdredactie als de ombudsman niet is verlopen zoals dat zou moeten. NRC heeft klager daarvoor excuses aangeboden en wil dat nog een keer herhalen. Door overlappende vakanties en het aantreden van een nieuwe ombudsman, waarmee de hoofdredactie graag wilde overleggen, zijn de e-mails van klager te lang blijven liggen. Dit wil NRC in de toekomst voorkomen en daarom zijn naar aanleiding van deze casus de interne protocollen aangescherpt.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
De Raad stelt voorop dat klager ontvankelijk is in zijn klacht. Het staat immers niet ter discussie dat hij de in de publicatie bedoelde ex-man is. Daarmee is hij een rechtstreeks belanghebbende als bedoeld in artikel 2 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad. Voor de goede orde merkt de Raad op dat in alle eerdere procedures bij de Raad waarnaar NRC in dit verband heeft verwezen, klagers in hun klacht zijn ontvangen en de klachten inhoudelijk zijn beoordeeld.
Media hebben een belangrijke taak om misstanden in de samenleving aan de kaak te stellen. Het is maatschappelijk en journalistiek relevant om onderzoek te verrichten naar en te berichten over (vermeende) juridisch misbruik in het familierecht.
Daarbij zijn de journalist en zijn redactie vrij in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Het stond NRC dan ook vrij om de (vermeende) misstand te bespreken aan de hand van de casus van klager en zijn ex-vrouw.
Dit neemt niet weg dat de journalist een afweging moet maken tussen het belang dat met een publicatie is gediend en de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad.
Zo moet wederhoor worden toegepast bij personen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, om een eventueel onjuist en eenzijdig beeld te voorkomen.
De Raad volgt NRC niet in het betoog dat vanwege de aard van het artikel wederhoor niet of althans minder strikt hoefde te worden toegepast. Het beginsel van wederhoor geldt niet voor publicaties die kennelijk (louter) een persoonlijke mening bevatten en voor berichtgeving van feitelijke aard. Anders dan in de door NRC ter zake aangehaalde eerdere klachtprocedure bij de Raad (RvdJ 2021/22) is daarvan in dit geval geen sprake.
In het artikel wordt klager beticht van intieme terreur jegens zijn vrouw en van het bewust misbruiken van het rechtssysteem in familierechtelijke procedures, en daardoor wordt hij onmiskenbaar gediskwalificeerd. Ten aanzien van beide aantijgingen had dan ook deugdelijk wederhoor moeten plaatsvinden.
Dat klager door de anonimisering in de publicatie mogelijk alleen in een relatief kleine kring herleidbaar is, maakt dit niet anders. De mogelijk beperkte herleidbaarheid laat onverlet dat rekening moet worden gehouden met de gerechtvaardigde belangen van klager die eventueel door de publicatie worden geschaad. Naar het oordeel van de Raad was voor NRC te voorzien dat klager door mensen in zijn directe omgeving en in die van zijn kinderen herkend zou worden en dat dit een negatieve impact op hem zou hebben. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat de casus van klager een zeer prominente rol speelt in het artikel, als het enige voorbeeld van de door NRC aangekaarte misstand.
Niet ter discussie staat dat Driessen alleen met klager heeft gesproken in de marge van een zitting van het Hof van Discipline. Die zitting betrof een procedure tussen klager en mr. Brouwer over de wijze waarop Brouwer de belangen van de ex-vrouw van klager behartigt. Gesteld noch gebleken is dat Driessen bij die gelegenheid de in het artikel opgenomen aantijgingen voor een reactie aan klager heeft voorgelegd. Door slechts het standpunt van klager in die procedure (summier) in het artikel te verwerken is onevenwichtig over de kwestie bericht. In zoverre is de klacht dan ook gegrond.
Ten aanzien van de tweede klacht – over het (vermeend) verstrekken van vertrouwelijke gegevens door Driessen aan mr. Brouwer – staan de standpunten van partijen over de feiten lijnrecht tegenover elkaar. Klager heeft ter ondersteuning van zijn standpunt een aantal screenshots overgelegd. In een screenshots staat, zonder uitleg of context, geschreven dat klager volgens NRC een e-mail aan de redactie heeft gestuurd met diverse personen in cc. In een ander screenshot wordt door een jurist van de Raad voor Rechtsbijstand aan (het kantoor van) mr. Brouwer gevraagd of het juist is dat een aan hem gestuurde e-mail overal wordt verspreid. Beide screenshots zijn ontoereikend bewijs voor het standpunt van klager. Omdat de Raad niet kan vaststellen welk standpunt juist is, onthoudt hij zich van een oordeel over deze klacht.
Relevante punten uit de Leidraad: A. en B.3
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2025/14, RvdJ 2017/5 en RvdJ 2016/32
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 2
CONCLUSIE
De klacht over de publicatie van 11/12 juli 2025 is gegrond. Ten aanzien van de klacht over het (vermeend) verstrekken van vertrouwelijke gegevens door Driessen aan mr. Brouwer onthoudt de Raad zich van een oordeel.
De Raad doet de aanbeveling aan NRC om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.
Zo vastgesteld door de Raad op 20 januari 2026 door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. drs. W.L. Boersema, drs. R. Duiven, drs. E.M.H. Lemaier en E.M.E. de Kort, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.C. Koene, secretaris.