Samenvatting
M. Kruijt en de Volkskrant (hierna gezamenlijk: de Volkskrant) hebben in de artikelen “Directeur Nederlands Fotomuseum op non-actief gesteld” en “Birgit Donker moest het Nederlands Fotomuseum ‘van de ondergang’ redden. Nu staat ze op non-actief” aandacht besteed aan (vermeende) misstanden bij het Nederlands Fotomuseum. In de publicaties zijn anonieme bronnen geciteerd die B. Donker (klaagster) diskwalificeren. Die anonieme bronnen zijn onvoldoende verantwoord en deugdelijke onderbouwing van de diskwalificaties ontbreekt. Hierdoor is de berichtgeving ten aanzien van die diskwalificaties niet-controleerbaar en tendentieus. De klacht is daarom in zoverre gegrond. Er is echter geen sprake van eenzijdige berichtgeving, omdat het wederhoor van klaagster adequaat is verwerkt. Daarnaast heeft de Volkskrant een zorgvuldige afweging gemaakt tussen het belang van publicatie en het belang van klaagster dat door de publicaties is geschaad. Dit maakt dat deze klachtonderdelen ongegrond zijn. De Raad doet de aanbeveling aan de Volkskrant om deze conclusie ruimhartig te publiceren.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
B. Donker
tegen
M. Kruijt en de hoofdredacteur van de Volkskrant
Mevrouw B. Donker (klaagster) heeft op 18 augustus 2025 een klacht ingediend tegen de heer M. Kruijt en de hoofdredacteur van de Volkskrant (hierna gezamenlijk: de Volkskrant). Vervolgens heeft klaagster haar klacht toegelicht en nadere stukken overgelegd op 21 en 30 augustus 2025. Bij de beoordeling van de klacht zijn verder stukken van partijen betrokken van 16 september 2025 en 2 oktober 2025.
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 10 oktober 2025. Klaagster is daar verschenen vergezeld door de heer mr. J. Droppert, advocaat, en mevrouw D. Ooms. Namens de Volkskrant waren voornoemde Kruijt, mevrouw A. Kranenberg, adjunct-hoofdredacteur, en de heer mr. J. Baars, senior jurist bij DPG Media, aanwezig. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van notities.
DE FEITEN
Op 26 juni 2025 is op de website van de Volkskrant een artikel van de hand van Kruijt verschenen met de kop “Directeur Nederlands Fotomuseum op non-actief gesteld”. Hetzelfde artikel is op 27 juni 2025 in de papieren versie verschenen met de kop “Directeur Nederlands Fotomuseum op non-actief na klachten over functioneren”.
Het artikel begint als volgt:
“De directeur van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, Birgit Donker, is op non-actief gesteld. De schorsing is op 19 juni ingegaan voor de duur van een intern onderzoek naar haar functioneren. De schorsing is ingesteld kort nadat de raad van toezicht van het museum signalen van een medewerker had ontvangen over Donker. Dit melden bronnen in het museum. De melding zou gevolgd zijn door nog meer negatieve berichten van personeelsleden over het leiderschap van de directeur. De klachten zouden mede betrekking hebben op een hoog personeelsverloop en ziekteverzuim in het museum sinds Donker daar de leiding heeft.
De raad van toezicht van het Nederlands Fotomuseum bevestigt desgevraagd de schorsing en het onderzoek. Het toezichtsorgaan stelt vanuit haar rol niets te kunnen zeggen over de aard en inhoud van de meldingen.
Meerdere bronnen in en rond het museum, die anoniem willen blijven omdat ze negatieve gevolgen vrezen voor hun loopbaan, spreken van een ‘giftige werkomgeving’ en een ‘angstcultuur’ die tijdens Donkers directeurschap zijn ontstaan. Het is onduidelijk of deze geluiden deel uitmaken van de meldingen die de raad van toezicht heeft ontvangen.”
Vervolgens is op 1 juli 2025 op de website en in de papieren versie van de Volkskrant een artikel verschenen, wederom van de hand van Kruijt, met de kop “Birgit Donker moest het Nederlands Fotomuseum ‘van de ondergang’ redden. Nu staat ze op non-actief”. De intro van het artikel is als volgt:
“Net nu het Nederlands Fotomuseum gaat verhuizen, is er een onderzoek ingesteld naar directeur Birgit Donker. Is er sprake van misstanden, zoals (oud-)medewerkers beweren? Donker wijst elke beschuldiging van de hand en zegt juist veel steun te genieten.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“De Volkskrant sprak met zestien mensen die bij het museum zijn betrokken (van wie er elf in dit artikel worden geciteerd). Bijna al deze bronnen wilden anoniem blijven, omdat ze negatieve gevolgen vrezen voor hun loopbaan. Hun verhalen worden bevestigd door schriftelijke stukken en door andere personen die dicht bij het museum staan. Uit alle informatie blijkt dat Donker hard heeft ingegrepen bij de organisatie, wat volgens haar nodig was vanwege een beroerde financiële situatie. Ze stuurde twee mensen de laan uit. Haar bejegening van het personeel wordt door een overgrote meerderheid van de bronnen als negatief beoordeeld. Die had volgens hen een hoog personeelsverloop en verlies aan expertise tot gevolg, plus klachten die tot op de dag van vandaag voortduren. Er worden ook vraagtekens gezet bij haar nieuwe tentoonstellingsbeleid vanwege een haperend bezoekersaantal.
Is Donker een getalenteerde directeur die het museum financieel weer op de rit kreeg? Of lijdt het museum door haar ‘schrikbewind’ aan leegloop en creatieve armoede?”
en:
“Over de werksfeer wordt in april 2024 opeens een boekje opengedaan. ‘Wat is er in godsnaam aan de hand met het Nederlands Fotomuseum?’, staat er in een lange post op Facebook te lezen. ‘De hoeveelheid elkaar opvolgende treurige ontwikkelingen en negativiteit gaan al enkele jaren gelijk op met het vertrek/verlies van zeer bekwame mensen en fotografische kennis en expertise. In de laatste jaren alleen al zijn tientallen mensen vertrokken, ziek thuis komen te zitten of ontslagen. Van heel veel kanten (fotografen, curatoren, binnen- en buitenlandse experts, journalisten, noem maar op) bereiken mij zeer verontrustende berichten.’
De naam van Birgit Donker wordt niet genoemd, maar de kritiek is duidelijk op haar gericht. De aanklacht is opmerkelijk, omdat die niet anoniem is. De opsteller is zelfs een goede bekende van de directeur: de Rotterdamse fotograaf Frank van der Salm, die in 2021 een grote expositie had in het Nederlands Fotomuseum. Van der Salms zorgen worden bevestigd door bronnen die de Volkskrant sprak. Veertien van de zestien zijn ronduit negatief over Donkers wijze van opereren. Zij gebruiken termen als ‘giftige werkomgeving’, ‘angstcultuur’, ‘onveilige werksfeer’ en ‘toxisch management’. Hun klachten gaan over een verstikkende controlezucht, het bestraffen van kritiek en het niet thuisgeven bij problemen. ‘Het gebeurde heel stilletjes op de achtergrond’, zegt Fred Wetters, een voormalige vrijwilliger in het museum. ‘Er kwam een eilandjescultuur waarin niemand meer een beslissing durfde te nemen.’”
Verder staat onder de tussenkop “‘Heel erg hiërarchisch’”:
“Donker trekt, zo valt van veel kanten te vernemen, alle beslissingen naar zich toe, ook op artistiek vlak, waardoor er nauwelijks meer een beroep wordt gedaan op de expertise van werknemers. ‘We gingen van een heel open museum naar een museum dat heel erg hiërarchisch was’, meent iemand die in conflict raakte met de directeur. ‘Ik vond de sfeer echt naar. Er was geen enkele vrijheid meer. Mensen werden tegen elkaar uitgespeeld.’
Een andere bron, die opstapte vanwege de bejegening van het personeel: ‘Het is die enorme controle willen houden van Birgit op alles wat er gebeurt, waardoor werknemers volledig afgestompt raken. Ik heb echt gezien dat mensen eraan onderdoor gingen.’ Daarnaast duldt Donker geen kritiek, zegt een andere bron. ‘Er wordt prijs op gesteld als je niet te veel vindt. Mensen die wel kritiek hebben, zijn plotseling weg of je ziet dat het niet goed met ze gaat. Dat maakt dat iedereen steeds stiller wordt.’ Een andere getuigenis, van iemand die nog in het museum werkt: ‘Medewerkers worden op de verkeerde plek gezet, ze worden weggepest of er wordt aangestuurd op een arbeidsconflict zodra ze te mondig worden.’ Twee van de zestien bronnen zijn positief over het functioneren van Donker. Eén persoon, die wegging bij het museum vanwege ‘pestgedrag’ van collega’s, stelt dat de problemen bij het museum niet zozeer aan de directeur liggen, maar aan het personeel. Dat stond te weinig open voor veranderingen. ‘Ze heeft op een heel radicale manier gebroken met het verleden. Ze zei: tot hier en niet verder. Dat deed veel pijn.’ De tweede roemt de zakelijke rol van Donker. ‘Het museum stond echt op omvallen. Vóór de komst van Birgit was het pappen en nathouden. Zij heeft dingen aangepakt, en met succes. Zonder haar was het museum te gronde gegaan.’
en onder de tussenkop “Aderlating voor het museum”:
“Het zelfverkozen vertrek van de curator wordt door velen gezien als een aderlating voor het museum. ‘Als je zelf als directeur niet inhoudelijk de kennis in huis hebt, moet je vertrouwen hebben in je staf. Als iemand die internationaal veel erkenning krijgt, niet meer zijn rol op zich kan nemen, dan doe je in mijn ogen iets verkeerd’, stelt een van de anonieme bronnen, die veel musea vanbinnen heeft gezien. ‘Donker beseft niet dat dit de mensen zijn die inhoud geven aan je museum.’
Veelgehoord is de kritiek is dat de directeur zichzelf te veel op de voorgrond plaatst. Sommigen typeren haar zelfs als ‘narcistisch’.”
en onder de tussenkop “’Niet doof geweest’”:
“In oktober 2019, kort nadat de twee medewerkers de wacht is aangezegd, en in september 2020 stuurt de personeelsvertegenwoordiging in het museum brieven aan Donker (ingezien door de Volkskrant) met vragen en klachten over onder meer een gebrek aan informatie, een hoge werkdruk – mede vanwege medewerkers die weg moesten of zijn vertrokken – en lang aanhoudende onduidelijkheid over de herverdeling van de vrijgevallen functies. In het gesprek met de Volkskrant, dat plaatsvond voor haar schorsing, stelt Donker dat ze niet doof is geweest voor klachten van het personeel. Aan de hoge werkdruk ‘gaan we dit jaar (2025, red.) echt veel aandacht geven’.”
en onder de tussenkop “Steunbetuigingen” :
“Ze stelt na haar schorsing steunbetuigingen te hebben ontvangen van de helft van het personeel en reikt de Volkskrant de namen aan van vier (oud-)medewerkers die hierover meer kunnen vertellen. De eerste is Ditte Ooms, adviseur marketing en communicatie van het museum. [..] ‘Ik werk heel fijn met Birgit samen en heb het heel erg naar mijn zin in het museum’, zegt ze. […] Gebouwbeheerder Joris van Hoytema, sinds januari in dienst van het museum, sluit zich daarbij aan. Hij noemt Donker een ‘heel empathische, warme persoonlijkheid’ en stelt met veel plezier in het museum te werken. […] De derde, die anoniem wil blijven, werkte zo’n vijf jaar geleden enige tijd in het museum.[…] ‘Ik herken de term ‘angstcultuur’ niet. Daar ben ik het ook volstrekt niet mee eens. Zij is begaan met medewerkers.’ Nynke Schaaf, die van eind 2019 tot eind 2020 bestuurssecretaris in het museum was, had de nodige aanvaringen met Donker, maar zegt dat ze daar altijd goed zijn uitgekomen. ‘Ik hou echt van Birgit om wat zij heeft gedaan en wie zij is. Ze is eerlijk en recht door zee.’ Volgens Schaaf voerde de directeur een vernieuwing binnen het museum door. ‘Er is zo veel veranderd, kijk maar naar de inclusiviteit. Die werd eerder niet opgepakt, dat heeft zij gedaan. Onder haar is er ook veel meer binding met de stad gekomen. En zij zorgde dat er meer geld kwam.’”
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Klaagster stelt – kort samengevat – het volgende. De berichtgeving is eenzijdig, tendentieus en niet controleerbaar. Dit komt hoofdzakelijk door het gebruik van anonieme bronnen die doorslaggevend zijn geweest voor de berichtgeving en bovendien directe beschuldigingen uiten. Er wordt alleen duidelijk gemaakt over deze bronnen dat ze zijn ‘betrokken bij het museum’, maar niet in welke hoedanigheid. De ‘schriftelijke stukken’ die de Volkskrant ter bevestiging aanvoert, worden niet nader omschreven of verantwoord. Ook wordt daaruit niet geciteerd. Hetzelfde geldt voor ‘brieven’ die de Volkskrant zegt te hebben ingezien. De vele beweringen worden niet of onvoldoende gecontroleerd of onderbouwd. Het zware verwijt van ‘narcisme’, een officiële persoonlijkheidsstoornis, wordt toegeschreven aan ‘sommigen’ die ‘haar zelfs’ als zodanig typeren. Andere kritiek is ‘veelgehoord’, maar door wie die kritiek is geuit en waar, wanneer en hoe, wordt niet vermeld. Nergens blijkt dat de Volkskrant kritisch is geweest ten aanzien van de anonieme bronnen. Het artikel berust vrijwel geheel op anekdotisch materiaal dat niet op waarheid is gecontroleerd. Met de twee bronnen die wél bij naam worden genoemd was klaagster in conflict; zij waren dus belanghebbend en kunnen niet als onafhankelijke bronnen worden aangemerkt.
Verder vindt klaagster dat de journalist zich vooringenomen heeft gedragen. Tijdens een gesprek met hem maakte hij op haar een vijandige indruk. Hij las toen de aantijgingen voor van een A4 en liet geregeld weten ‘niet te geloven’ wat zij hem vertelde. De uiteindelijk gepubliceerde beschuldigingen zijn navenant zwaar: ‘schrikbewind’, ‘angstcultuur’ en ‘toxisch management’.
Bovendien is geen waarde gehecht aan onafhankelijke onderzoeken zoals het Visitatierapport van OCW van eind 2023. Ook heeft de journalist nagelaten om te spreken met de personeelsvertegenwoordiging en heeft hij niet vermeld dat blijkens het jaarverslag de vertrouwenspersoon vrijwel geen meldingen heeft ontvangen. Daarbij komt dat de door klaagster aangedragen feiten en bronnen niet of nauwelijks in de berichtgeving zijn verwerkt.
Ten slotte voert klaagster aan dat de berichtgeving fouten bevat en een discutabele maatstaf hanteert. De vermelde cijfers over het personeelsverloop – die hoog worden genoemd – zijn niet in een juist perspectief geplaatst. Daardoor is de berichtgeving op dit punt eenzijdig, aldus klaagster.
Zij concludeert dat door het eenzijdige, unfaire, feitelijk onjuiste en deels lasterlijke beeld dat is geschetst, haar goede naam ten onrechte is beschadigd. Het is niet vergezocht een directe relatie te leggen tussen haar ontslag en de onzorgvuldige berichtgeving.
De Volkskrant stelt daar – eveneens samengevat – het volgende tegenover. De artikelen voldoen aan de eisen die de Leidraad daaraan stelt; ze zijn na grondig onderzoek en in alle zorgvuldigheid tot stand gekomen. De publicaties bevatten geen aantoonbare onjuistheden en zijn ook niet verwijtbaar onvolledig.
De journalist heeft lange tijd onderzoek gedaan, waarbij hij een veelheid aan bronnen heeft gesproken. Hij heeft schriftelijke stukken in zijn bezit of ingezien die het verhaal onderschrijven. Tijdens het onderzoek is klaagster meermaals in de gelegenheid gesteld haar kant van het verhaal te doen en te reageren op wat aan informatie was verzameld.
Uitgangspunt bij het onderzoek was erachter te komen wat er aan de hand was met het museum, dat aan de ene kant succesvol leek te zijn, maar waarover tegelijkertijd in de fotografiewereld negatieve verhalen rondgingen, zoals over een hoog personeelsverloop, burnouts, ontslagen en tegenvallende bezoekersaantallen. Het onderzoek werd doorkruist door de beslissing van de Raad van Toezicht om klaagster op non-actief te stellen.
De hoofdredactie heeft in samenspraak met de journalist bij iedere bron afzonderlijk een zorgvuldige afweging gemaakt of anonimiteit was gerechtvaardigd. Er bleken daarvoor voldoende zwaarwegende redenen aanwezig te zijn, zoals vrees voor baanverlies of een klokkenluiderstigma. De anonieme bronnen ondersteunen daarbij de uitlatingen die zijn gedaan door bij naam genoemde bronnen en vice versa. Ook vinden ze steun in de genoemde ‘schriftelijke stukken’, de cijfers over het personeelsverloop, de daling van het aantal bezoekers en donateurs. De artikelen zijn dus niet uitsluitend op basis van anonieme bronnen tot stand gekomen.
Bovendien is klaagster uitgebreid in de gelegenheid gesteld haar kant van het verhaal te geven. Daarbij is haar inzicht gegeven in de aard en strekking van de opgetekende kritiek op haar functioneren. Zij heeft daarop echter niet willen reageren omdat het anonieme bronnen betrof. De door klaagster aangedragen argumenten over het hoge personeelsverloop zijn opgenomen in de berichtgeving. In de artikelen wordt ook uitgebreid aandacht besteed aan de manier waarop onder klaagsters bewind het Fotomuseum nieuwe subsidiebronnen heeft weten aan te boren, en de financiële situatie is verbeterd. Daarnaast heeft zij conceptversies van de publicaties ontvangen, waarop zij heeft kunnen reageren. Naar aanleiding van haar reacties zijn in beide artikelen aanpassingen verwerkt.
Verder herkent Kruijt zich niet in het verwijt van vooringenomenheid. Hij heeft tijdens het gesprek niet gezegd dat hij klaagster niet geloofde. Hij heeft geprobeerd de situatie bij het Nederlands Fotomuseum zo precies mogelijk te beschrijven. Het verwijt dat hij daarbij niet waarheidsgetrouw te werk zou zijn gegaan, is niet op zijn plaats.
Ten slotte wijst de Volkskrant erop dat klaagster bij haar bewering dat er een causaal verband bestaat tussen de berichtgeving en haar ontslag, verzuimt te vermelden dat de Raad van Toezicht haar heeft ontslagen omdat zij de Raad van Toezicht niet juist en volledig heeft geïnformeerd. Dat is dus op een andere grond dan hetgeen de Volkskrant heeft onderzocht. Overigens was de ‘klokkenluider’ die informatie aan de Raad van Toezicht heeft verstrekt die leidde tot haar ontslag, geen bron van Kruijt tijdens zijn onderzoek.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
De Raad ziet als kern van de klacht dat de berichtgeving eenzijdig, tendentieus en niet-controleerbaar is geweest en dat de Volkskrant geen zorgvuldige afweging heeft gemaakt tussen het belang van publicatie en het belang van klaagster dat door de publicaties is geschaad. De Raad zal zich hiertoe beperken.
Media hebben een belangrijke taak om misstanden in de samenleving aan de kaak te stellen. Het is dan ook maatschappelijk en journalistiek relevant om onderzoek te verrichten naar en te berichten over (vermeende) misstanden bij het Nederlands Fotomuseum en de (vermeende) rol van klaagster in dat verband.
Daarbij zijn de journalist en zijn redactie vrij in de selectie van nieuws. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Dit neemt niet weg dat de journalist het belang dat met een publicatie is gediend dient af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad.
De Raad stelt vast dat de Volkskrant gebruik heeft gemaakt van anonieme bronnen die in verband met klaagster als directeur van het fotomuseum spreken van ‘giftige werkomgeving’, ‘angstcultuur, ‘onveilige werksfeer’, ‘schrikbewind’, ‘toxisch management’ en ‘narcistisch’. Dit zijn ernstige diskwalificaties aan het adres van klaagster. Hoewel in de artikelen ook andere bronnen worden opgevoerd en het artikel gewag maakt van stukken die de beschuldigingen ondersteunen, leunen de beschuldigingen zwaar op de anonieme bronnen Verder is in het artikel van 1 juli 2025 vermeld dat ‘schriftelijke stukken en andere personen die dicht bij het museum staan’ de verhalen bevestigen.
Over het gebruik van bronnen bepaalt de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek dat in publicaties in beginsel de bronnen worden vermeld. Journalisten beschermen de identiteit van bronnen aan wie zij vertrouwelijkheid hebben toegezegd en van bronnen van wie zij wisten of konden weten dat zij hen informatie hebben toegespeeld in de verwachting dat hun identiteit niet zou worden onthuld.
Het gebruik van anonieme bronnen wordt in de publicaties slechts summier verantwoord. Over de bronnen wordt slechts vermeld dat zij anoniem ‘wilden blijven omdat ze negatieve gevolgen vrezen voor hun loopbaan.’ Niet blijkt op welke wijze de Volkskrant heeft getoetst of die wens ook terecht was en of de wens was gestoeld op reële vrees voor ernstige repercussies. Dit klemt temeer waar, zoals Kruijt ter zitting heeft bevestigd, ook anonieme bronnen zijn geraadpleegd die niet (meer) werkzaam waren in het museum. Naarmate de afstand tot de betreffende werksfeer groter is en minder aannemelijk is dat betrokkenen redelijkerwijze konden vrezen voor loopbaanschade geldt een zwaardere eis voor het gebruik en verantwoording van anonieme bronnen. Uit de publicaties blijkt niet dat bij de ‘externe’ bronnen een extra zware toets heeft plaatsgevonden. In dit geval, gezien ook de zwaarte van de diskwalificaties, kon niet worden volstaan met een dergelijk summiere verantwoording. Naar het oordeel van de Raad was een ruimere verantwoording nodig en is niet aannemelijk dat die onmogelijk was met inachtneming van de bescherming waarop de bronnen aanspraak mogen maken. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat bij het citeren van de anonieme bronnen onvoldoende wordt toegelicht en geconcretiseerd waarop de zware beschuldigingen zijn gebaseerd.
Ook het ‘steunbewijs’ vertoont hiaten. Weliswaar worden ook met naam genoemde bronnen opgevoerd die het verhaal van de anonieme bronnen geheel of gedeeltelijk bevestigen, maar geen inzicht wordt gegeven in de aard en inhoud van de schriftelijke stukken die volgens de journalist steun opleveren voor de beschuldigingen. Voor zover de beschuldigingen worden bevestigd door andere personen die ‘dicht bij het museum staan’ geldt dat de achtergrond van deze bronnen niet duidelijk naar voren komt in de artikelen. Personen die in conflict met klaagster verkeren kunnen niet onverkort dienen als onafhankelijke en objectieve bronnen.
De Raad sluit niet uit dat de Volkskrant bepaalde informatie alleen onder geheimhouding kon verkrijgen en dat het niet mogelijk was al haar bronnen in de publicatie bekend te maken. Maar ook als een journalist terecht zijn bronnen beschermt en deze vertrouwelijk behandelt, dient hij in zijn berichtgeving voldoende inzicht te geven in het beschikbare bronnenmateriaal. Dat is hier niet gebeurd. Dit maakt het voor klaagster ook moeilijk zich te verweren.
De Raad is dan ook van oordeel dat de lezer op basis van de in de publicaties verstrekte informatie over de anonieme bronnen in onvoldoende mate een inschatting kan maken over de betrouwbaarheid van die bronnen. Dit weegt zwaarder naarmate de beschuldigingen ernstiger van aard zijn, zoals hier het geval is. Dit maakt dat voor de lezers onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar is waarop de diskwalificaties zijn gebaseerd. Hierdoor is de berichtgeving ten aanzien van die diskwalificaties ook tendentieus. De klacht is in zoverre gegrond.
Hetgeen hiervoor specifiek is overwogen over het gebruik en de verantwoording van de anonieme bronnen laat onverlet dat de publicaties op de andere klachtonderdelen voldoen aan de journalistieke maatstaven zoals die zijn neergelegd in de Leidraad. De Volkskrant heeft aannemelijk gemaakt dat zij gedegen onderzoek heeft gedaan naar de perikelen rondom het fotomuseum. De publicaties berusten op langdurig en grondig onderzoek en het relaas over de gang van zaken bij het fotomuseum berust op meer dan uitsluitend de anonieme bronnen.
Daarbij heeft de Volkskrant voldoende wederhoor toegepast bij klaagster, die ook inzage heeft gehad in conceptversies van de publicaties. De visie van klaagster is bovendien in voldoende mate en op juiste wijze in de berichtgeving verwerkt. Ook positieve waarderingen van klaagster als leidinggevende zijn in de berichtgeving opgenomen waardoor voldoende evenwicht wordt gebracht in het relaas. Er bestaat daarom geen aanleiding voor de conclusie dat sprake is van eenzijdige berichtgeving. Dat klaagster graag had gezien dat meer aandacht was besteed aan de door haar aangedragen informatie, maakt dit – mede gelet op de vrijheid van selectie van nieuws – niet anders.
Het artikel is kritisch over klaagster, maar met berichtgeving over eventuele misstanden bij een door de overheid gesubsidieerd, nationaal museum is het publieke belang gemoeid. Bovendien is in de publicaties voldoende ruimte geboden aan klaagster als verantwoordelijk leidinggevende. Daarom kan niet worden gezegd dat het belang dat met de publicatie werd gediend niet goed is afgewogen tegen het belang van klaagster dat door de publicatie is geschaad. Ook hierbij is van belang dat in de publicaties tevens positieve aspecten van het functioneren van de directeur naar voren worden gebracht.
Het voorgaande leidt ertoe dat de klacht deels gegrond en deels ongegrond is.
Relevante punten uit de Leidraad: A., B.2, B.3 en C.
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2025/14, RvdJ 2022/12, RvdJ 2019/19, RvdJ 2017/43 en RvdJ 2013/41
CONCLUSIE
De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op de diskwalificerende uitlatingen van anonieme bronnen aan het adres van klaagster. De berichtgeving ten aanzien van die diskwalificaties is niet-controleerbaar en tendentieus.
Voor zover de klacht betrekking heeft op eenzijdige berichtgeving en onvoldoende belangenafweging, is deze ongegrond.
De Raad doet de aanbeveling aan de Volkskrant om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.
Zo vastgesteld door de Raad op 16 december 2025 door mr. J.J. van Eck, voorzitter, S.A. Agterberg, M.S. Bosgra, mr. drs. M.J.P.H. Josten en dr. J. Luttikhold, leden, in tegenwoordigheid van mr. E. Hoefnagel, adjunct-secretaris.
Publicatie in de Volkskrant d.d. 19 december 2025
