Samenvatting
De Raad voor de Journalistiek ziet geen aanleiding om de
conclusie RvdJ 2023/3 over een klacht tegen de Steenwijker Courant te herzien. Verzoeker maakt bezwaar tegen
de afwegingen die de Raad in zijn conclusie heeft gemaakt, maar heeft niet
aannemelijk gemaakt dat de Raad zijn conclusie op basis van onjuiste
constateringen heeft genomen. Dat verzoeker zich niet kan vinden in de
overwegingen en het oordeel van de Raad, is onvoldoende om een verzoek tot
herziening te honoreren.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake het verzoek van
X
tot herziening van de conclusie van de Raad van 30 januari 2023 (RvdJ 2023/3) betreffende zijn klacht tegen
de hoofdredacteur van de Steenwijker Courant
De heer X (verzoeker) heeft op 2 februari 2023 verzocht om herziening van de conclusie van 30 januari 2023 inzake zijn klacht tegen de hoofdredacteur van de Steenwijker Courant. Bij de beoordeling van het herzieningsverzoek is verder correspondentie betrokken van verzoeker en de Steenwijker Courant van 9 en 13 februari 2023 en van 8 maart 2023.
Het verzoek is behandeld op de zitting van de Raad van 17 maart 2023 in een herzieningskamer buiten aanwezigheid van partijen.
DE FEITEN
Verzoeker heeft op 18 augustus 2022 een klacht ingediend tegen de Steenwijker Courant over de papieren gratis huis-aan-huis editie van 8 maart 2022 waarin aandacht is besteed aan de gemeenteraadsverkiezingen. Daarbij is geschreven over acht van de negen politieke partijen die deelnamen aan die verkiezingen in de gemeente Steenwijkerland. Over de negende partij, waarvan verzoeker lijsttrekker was, is niets geschreven. Verder is de klacht gericht tegen een reactie die is geplaatst onder een bericht op de Facebookpagina van de Steenwijker Courant en tegen de bejegening van klager door medewerkers van de Steenwijker Courant.
Op 30 januari 2023 heeft de Raad geconcludeerd dat de klacht ongegrond is. De Raad heeft daartoe onder meer het volgende overwogen:
“De Raad stelt voorop dat journalisten vrij zijn in de selectie van wat ze publiceren. Er bestaat geen journalistieke norm die meebrengt dat een medium in een artikel over deelnemers aan de gemeenteraadsverkiezingen verplicht is ook te berichten over de politieke partij van klager.
Het was beter geweest als de redactie klager vooraf had geïnformeerd over haar keuze op de verkiezingspagina geen aandacht te besteden aan de partij van klager. Klager had immers op verzoek van de redactie een foto laten maken en was in de veronderstelling dat ook zijn partij aandacht zou krijgen. De redactie was daartoe echter niet gehouden.
Voor zover de klacht is gericht tegen gedragingen van Meijer overweegt de Raad het volgende. Uit wat de Steenwijker Courant heeft aangevoerd, blijkt dat geen sprake is van journalistieke gedragingen in de zin van de statuten van de Raad. Dat neemt niet weg dat de Steenwijker Courant verantwoordelijk is voor reacties die zijn geplaatst onder berichten op haar Facebookpagina, zoals in dit geval die van Meijer. Weliswaar kan niet verwacht worden dat alle reacties vooraf gemodereerd en eventueel verwijderd worden, maar wel kan een redactie besluiten geplaatste reacties te verwijderen. Bevat een reactie een ernstige beschuldiging of een smadelijke uitlating ten aanzien van personen, dan dient die redactie daarnaast op verzoek van de betrokkene(n) te onderzoeken of voor de beschuldiging of de aantijging een feitelijke grond bestaat, en indien dit niet het geval is, de reactie te verwijderen.
Er bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de Steenwijker Courant onzorgvuldig heeft gehandeld door de reactie van Meijer niet te verwijderen. Er is geen sprake van ongefundeerde beschuldigingen. Dat de vlag van klager geen NSB-kenmerken heeft, laat onverlet dat hij onweersproken hand in hand heeft gestaan met leden van de NVU die met een dergelijke vlag hebben gewapperd. Ook voor het overige is de reactie van Meijer niet zodanig onbetamelijk dat de Steenwijker Courant die had moeten verwijderen. Daarbij is relevant dat de reactie is geplaatst in verkiezingstijd, dat ruimte moet bestaan voor reacties van burgers op politieke partijen en dat publieke figuren zoals lijsttrekkers zich een zekere mate van blootstelling aan ongewilde publiciteit moeten laten welgevallen.
Tot slot is niet gebleken dat klager door (andere) medewerkers van de Steenwijker Courant onheus is bejegend. Daargelaten dat Van Dijk de kwalificatie extreemrechts uitsluitend heeft gebruikt in een aan klager gerichte e-mail valt deze uiting binnen de marge van zijn vrije waardering en is deze niet ontoelaatbaar. Hierbij geldt evenzeer dat de uiting is gedaan in verkiezingstijd en dat klager zich als voorman van een politieke partij meer moet laten welgevallen.”
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Verzoeker stelt – kort samengevat – het volgende. Hij is niet eens met de conclusie van de Raad. Meijer vermeldt op zijn eigen Facebookpagina dat hij een medewerker is van de Steenwijker Courant. De Steenwijker Courant is dus wel degelijk verantwoordelijk voor de uitlatingen van Meijer. Verder meent verzoeker dat de Steenwijker Courant hem heeft gediscrimineerd door op de verkiezingspagina geen aandacht te besteden aan zijn partij. Hij heeft nooit met een NSB-vlag of Prinsenvlag gewapperd en is ten onrechte weggezet als extreemrechts. Ten slotte vindt verzoeker dat hij wel degelijk door Van Dijk is beledigd. Volgens klager is sprake van verkeerde gevolgtrekkingen en daarom vraagt hij om herziening.
De Steenwijker Courant stelt dat verzoeker geen nieuwe feiten presenteert die op het moment van de zitting van de Raad nog niet bekend waren. Daarom is er geen grond voor herziening.
BEOORDELING VAN HET VERZOEK
Herziening van een eerder genomen conclusie is alleen mogelijk indien een verzoeker aannemelijk maakt dat de conclusie van de Raad berust ‘op feiten van de juistheid waarvan de Raad ten onrechte is uitgegaan’. Verzoeker heeft dit niet gedaan.
Het verzoekschrift bevat (een nadere uitwerking van) stellingen die verzoeker eerder in de procedure heeft geformuleerd en die de Raad (in de kern) heeft betrokken bij zijn oordeel. Niet is gebleken dat de Raad zijn oordeel op basis van onjuiste constateringen heeft gedaan.
In essentie vraagt verzoeker om een herbeoordeling van de klacht omdat hij zich niet kan vinden in de afwegingen die de Raad heeft gemaakt. Het Reglement van de Raad voorziet echter niet in een dergelijke (hoger beroeps)procedure. Voor een herziening op grond van (alleen) een nadere toelichting of een uitgebreidere uiteenzetting van eerdere stellingen biedt het Reglement geen ruimte.
De herzieningskamer ziet dan ook geen aanleiding tot herziening van de beslissing.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2022/35 en RvdJ 2022/31
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 10a lid 1
CONCLUSIE
Het verzoek tot herziening wordt afgewezen.
Zo vastgesteld door de Raad op 14 april 2023 door mr. W.A.M. van Schendel, voorzitter, mw. mr. N.A.M. van Herten, M.J.P.H. Josten, mw. dr. J. Luttikhold en mw. M. Thie, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G. Kamminga, plaatsvervangend secretaris.