Samenvatting
De Raad voor de Journalistiek ziet geen aanleiding om de conclusie
RvdJ 2022/25 over een klacht tegen T.
Teitsma en AD Rotterdams Dagblad/Voorne-Putten te herzien. Verzoekster maakt bezwaar tegen de afwegingen die de
Raad in zijn conclusie heeft gemaakt, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat
de Raad zijn conclusie op basis van onjuiste constateringen heeft genomen. Dat
verzoekster zich niet kan vinden in de overwegingen en het oordeel van de Raad,
is onvoldoende om een verzoek tot herziening te honoreren.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake het verzoek van
X
tot herziening van de conclusie van de Raad van 1 augustus 2022 (RvdJ 2022/25) betreffende haar klacht tegen
T. Teitsma en de hoofdredacteur van AD Rotterdams Dagblad/Voorne-Putten
Mevrouw X (verzoekster) heeft op 28 augustus 2022 verzocht om herziening van de conclusie van 1 augustus 2022 inzake haar klacht tegen T. Teitsma en de hoofdredacteur van AD Rotterdams Dagblad/Voorne-Putten (hierna gezamenlijk: AD-RD/Voorne-Putten) en dit verzoek op 29 augustus 2022 aangevuld. Bij de beoordeling van het herzieningsverzoek is verder correspondentie van AD-RD/Voorne-Putten betrokken van 14 september 2022.
Het verzoek is behandeld op de zitting van de Raad van 30 september 2022 in een herzieningskamer buiten aanwezigheid van partijen. Een van de Raadsleden heeft zich voorafgaand aan de zitting verschoond, waarna het verzoek is beoordeeld door de voorzitter en de overige leden.
DE FEITEN
Mevrouw X heeft op 13 februari 2022 een klacht ingediend tegen AD-RD/Voorne-Putten over onder meer de artikelen “Dronken vrouw slaat en bespuugt agent, maar ontkomt aan straf omdat ze ‘sorry’ zegt”, “Rechter mild voor zich misdragende vrouw”, “En dan zegt iemand dat jij je kind mishandelt…” en “Hoe een buurvrouw het leven van jong gezin op z’n kop zet: ‘Heb zo veel gehuild’”.
Op 1 augustus 2022 heeft de Raad ten aanzien van deze artikelen geconcludeerd dat T. Teitsma en AD-RD/Voorne-Putten onzorgvuldig hebben gehandeld, voor zover de klacht betrekking heeft op het schenden van de privacy van klaagster en het vermelden van een ‘valse melding’ alsmede het niet passend rechtzetten daarvan. Verder was hun handelwijze zorgvuldig.
De Raad heeft daartoe onder meer het volgende overwogen:
“De klacht bevat in de kern de volgende onderdelen:
1. Er is onvoldoende wederhoor toegepast.
2. In het artikel van 19 augustus 2021 is ten onrechte niet uitgelegd waarom klaagster op de zitting bij de rechtbank niet wilde spreken over privékwesties.
3. In het artikel van 28/30 augustus 2021 is ten onrechte aandacht besteed aan eerdere ervaringen in [woonplaats A], de strafzaak uit het artikel van 19 augustus 2021 en de verslaving van klaagster.
4. Het vermelden van de naam van klaagster in combinatie met de straatnaam is een te grote inbreuk op haar privacy.
5. In het artikel van 28/30 augustus 2021 is ten onrechte gesproken over een ‘valse melding’ en dat had uitdrukkelijk rechtgezet moeten worden.
De Raad zal zich tot deze kern beperken.”
en:
“Het artikel van 19 augustus 2021 behelst een verslag van de rechtszitting in een strafzaak tegen klaagster. Aangezien de verslaglegging van feitelijke aard is, was het toepassen van wederhoor niet nodig. Verder is duidelijk vermeld dat de rechter op verzoek van klaagster niet op alle details is ingegaan, omdat zij de aanwezigheid van de pers niet prettig vond. Er bestond geen journalistieke aanleiding om toe te lichten dat dit te maken had met ervaringen van klaagster in het verleden. Verder is niet gebleken dat de berichtgeving relevante onjuistheden bevat. Er bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat in het artikel een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de rechtszitting is gegeven.
In het artikel van 28/30 augustus 2021 komt een familie aan het woord die door een melding van klaagster te maken heeft gekregen met Veilig Thuis. Daarbij wordt klaagster door buurtbewoners beschuldigd van het veroorzaken van overlast in de straat.
In lijn met eerdere conclusies overweegt de Raad dat, indien aan een betrokkene om een reactie wordt gevraagd, die betrokkene niet steeds vooraf volledig behoeft te worden geïnformeerd over de inhoud van de publicatie. Volstaan kan worden met duidelijk mee te delen waarop het te geven commentaar betrekking moet hebben. Daarbij is de mate waarin een journalist opening van zaken moet geven, afhankelijk van de aard van het te publiceren bericht. Niet is gebleken dat dit onvoldoende is gebeurd. Aan klaagster zijn voorafgaand aan de publicatie vragen voorgelegd die verband hielden met de overlast waarvan zij wordt beschuldigd en de melding bij Veilig Thuis. Zij heeft op die vragen antwoord gegeven. Niet is gebleken dat de reactie van klaagster onjuist is weergegeven en/of onvolledig is verwerkt. De redactie was niet gehouden om te voldoen aan het verzoek van klaagster tot inzage in het conceptartikel. Het komt voor rekening en risico van klaagster dat zij niet direct meer informatie heeft gegeven.
Ten aanzien van de inhoud van dit artikel overweegt de Raad het volgende. Het artikel gaat over onrust in de straat van klaagster, waarover AD-RD/Voorne-Putten zonder meer mocht publiceren. (…) Het schetsen van de achtergrond was journalistiek relevant. De strafzaak waarover op 19 augustus 2021 is bericht en de eerdere ervaringen in [woonplaats A] houden immers verband met de beschreven onrust in de buurt en de melding bij Veilig Thuis. Verder lijkt in het kader van beide kwesties de verslaving van klaagster een rol te spelen. Bovendien is klaagster niet met naam genoemd en kan haar volledige naam ook niet via de opgenomen links worden achterhaald.”
en:
“De bewering dat klaagster een ‘valse melding’ heeft gedaan kan door de lezer moeilijk anders worden opgevat dan dat Veilig Thuis de melding als vals heeft aangemerkt. Veilig Thuis had echter alleen onvoldoende aanwijzingen voor verder onderzoek naar het betreffende gezin en heeft niet geconcludeerd dat de melding ‘vals’ was.
Verder onderkent de Raad dat het in berichtgeving als de onderhavige met name voor een regionaal medium journalistiek relevant is om meer gedetailleerd verslag te doen. Door de combinatie van gegevens is de herleidbaarheid van klaagster echter groot en is haar privacy verder aangetast dan in het kader van de berichtgeving noodzakelijk was.
AD-RD/Voorne-Putten is dan ook terecht overgegaan tot het verwijderen van de straatnaam en het aanpassen van de passage over de ‘valse melding’ in de online publicaties. Daarmee had zij echter niet mogen volstaan. Zij had ook in de papieren editie op passende wijze en zo snel mogelijk moeten rectificeren. De Raad waardeert het dat AD-RD/Voorne-Putten na de zitting alsnog heeft gerectificeerd in de papieren editie. Aangezien deze rechtzetting niet zo snel mogelijk heeft plaatsgevonden, heeft AD-RD/Voorne-Putten in zoverre onzorgvuldig gehandeld.”
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Verzoekster stelt dat de Raad een aantal van haar klachten niet heeft betrokken bij haar conclusie. Zij wijst er daarbij op dat ten onrechte in het artikel staat dat er een valse melding over kindermishandeling was; dat geen wederhoor en objectieve informatieverzameling heeft plaatsgevonden, terwijl zij meer informatie had kunnen geven; dat haar privacy is geschonden en dat in een reactie op de website van AD-RD/Voorne-Putten bij het artikel haar adres is genoemd.
Verder vindt klaagster het verwijderen van de straatnaam niet voldoende. Zij meent dat alle tot haar herleidbare gegevens verwijderd moeten worden en dat ook beter en eerder gerectificeerd moest worden. Tot slot wijst klaagster erop dat zij nog geen kopie heeft ontvangen waaruit blijkt dat de conclusie van de Raad integraal of in samenvatting is gepubliceerd.
AD-RD/Voorne-Putten heeft opgemerkt dat uit het verzoek niet blijkt dat de conclusie van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten. Het verzoek moet daarom worden afgewezen.
BEOORDELING VAN HET VERZOEK
Herziening van een eerder genomen conclusie is alleen mogelijk indien een verzoeker aannemelijk maakt dat de conclusie van de Raad berust op ‘ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten’. Verzoekster heeft dit niet gedaan.
Het verzoekschrift bevat (een nadere uitwerking van) stellingen die verzoekster eerder in de procedure heeft geformuleerd en die de Raad (in de kern) heeft betrokken bij zijn oordeel. Niet is gebleken dat de Raad zijn oordeel op basis van onjuiste constateringen heeft gedaan.
In essentie vraagt verzoekster om een herbeoordeling van de klacht omdat zij zich niet kan vinden in de afwegingen die de Raad heeft gemaakt. Het Reglement van de Raad voorziet echter niet in een dergelijke (hoger beroeps)procedure. Voor een herziening op grond van (alleen) een nadere toelichting of uitgebreidere uiteenzetting van eerdere stellingen biedt het Reglement geen ruimte.
De herzieningskamer ziet dan ook geen aanleiding tot herziening van de beslissing.
Ten overvloede merkt de herzieningskamer op dat het niet (voldoende) publiceren van een conclusie van de Raad door het betrokken medium op zichzelf geen grond vormt voor herziening van die conclusie.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2022/31 en RvdJ 2022/29
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 10a lid 1
CONCLUSIE
Het verzoek tot herziening wordt afgewezen.
Zo vastgesteld door de Raad op 28 november 2022 door mr. W.A.M. van Schendel, voorzitter, mw. dr. J. Luttikhold, E.J. Schievink en mw. M. Stenneke, leden in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G.A. van de Sluis, plaatsvervangend secretaris.