Samenvatting
De Raad voor de Journalistiek ziet geen aanleiding om de conclusie
RvdJ 2021/45 over een klacht tegen P.
Bolwerk en De Gelderlander, AD en de Stentor te herzien. Verzoeker maakt bezwaar tegen de afwegingen die de
Raad in zijn conclusie heeft gemaakt, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat
de Raad zijn conclusie op basis van onjuiste constateringen heeft genomen. Dat
verzoeker zich niet kan vinden in de overwegingen en het oordeel van de Raad,
is onvoldoende om een verzoek tot herziening te honoreren.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake het verzoek van
X
tot herziening van de conclusie van de Raad van 11 november 2021 (RvdJ 2021/45) betreffende zijn klacht tegen
P. Bolwerk en de hoofdredacteuren van De Gelderlander, AD en de Stentor
De heer X te Oosterbeek (verzoeker) heeft op 7 december 2021 verzocht om herziening van de conclusie van 11 november 2021 inzake zijn klacht tegen de heer P. Bolwerk en de hoofdredacteuren van De Gelderlander, AD en de Stentor (hierna gezamenlijk: De Gelderlander c.s.). Bij de beoordeling van het herzieningsverzoek is verder correspondentie van partijen betrokken van 24 december 2021 en 5 januari 2022.
Het verzoek is behandeld op de zitting van de Raad van 14 januari 2022 in een herzieningskamer buiten aanwezigheid van partijen. Een van de Raadsleden heeft zich voorafgaand aan de zitting verschoond, waarna het verzoek is beoordeeld door de voorzitter en de overige leden.
DE FEITEN
Verzoeker heeft op 25 juli 2021 een klacht ingediend tegen De Gelderlander c.s. over het artikel “Oosterbekers kunnen eigen parkeerplaats niet op omdat ‘boze buurman’ boel verspert met groene kliko.” Dit artikel van de hand van Bolwerk is niet alleen op de website van De Gelderlander, AD (regio Arnhem) en de Stentor verschenen, maar ook in de papieren versie van De Gelderlander onder de kop “Hooglopend conflict om afsluiting parkeerterrein”. De kop van het online-artikel is later aangepast in “Oosterbekers kunnen eigen parkeerplaats niet op, verzwaarde kliko verspert doorgang”.
De mondelinge behandeling van de klacht vond plaats op 17 september 2021. Vervolgens heeft de Raad op 11 november 2021 geconcludeerd dat De Gelderlander c.s. journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld. De Raad heeft daartoe – voor zover hier van belang – het volgende overwogen:
“In dit geval was er voldoende aanleiding om over het onderwerp te berichten op de wijze zoals De Gelderlander c.s. dat hebben gedaan.
Het artikel beschrijft het conflict op een neutrale en feitelijke wijze, waarbij duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Daarbij is bovendien voldoende aandacht besteed aan de visie van klager. Dat klager graag had gezien dat Bolwerk ook melding had gemaakt van de aan hem getoonde videobeelden, maakt de berichtgeving niet onzorgvuldig.
Verder is de VvE, waaronder begrepen de samenstelling ervan, journalistiek relevant in de beschrijving van het conflict. De emoticon bij het bericht op Facebook kan op verschillende manieren worden uitgelegd en het gebruik ervan is niet journalistiek ontoelaatbaar.
Weliswaar staat niet vast dat klager de kliko heeft geplaatst, zodat de verwijzing naar klager in de kop van het online-artikel aanvankelijk niet juist was. Die omissie is snel en adequaat hersteld. Uit de geluidsopname van het gesprek tussen klager en Bolwerk blijkt dat de citaten uit de woorden van klager konden worden afgeleid en niet zijn gebruikt in een andere context dan hij mocht verwachten. Ook overigens is niet gebleken dat het artikel feitelijke onjuistheden bevat.
Er bestaat dan ook geen aanleiding voor de conclusie dat de berichtgeving eenzijdig of tendentieus is. Er is geen zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie gegeven, dat daarmee geen sprake meer is van waarheidsgetrouwe berichtgeving.”
Onder De Feiten is – voor zover van belang – de volgende passage opgenomen:
“Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“Een zestal buurtbewoners, dat niet met de naam in de krant wil, heeft daar problemen mee. En een aantal van hen dreigt nu hun buurman, voorzitter [X] van de Vereniging van Eigenaren Rosandehoogte IV, met juridische maatregelen. Waaronder een kort geding, om weer toegang te krijgen tot hun (gekochte) parkeerplaats.”(…)”
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Verzoeker stelt – kort samengevat – het volgende. Uit door hem overgelegde stukken blijkt dat de redenatie van de Raad onjuist is. Er is sprake van een drogredenering want afwezigheid van feitelijke onjuistheden resulteert niet vanzelfsprekend in waarheidsgetrouwe berichtgeving. In de berichtgeving is wel degelijk sprake van een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie, omdat een deel van de feiten is weggelaten. Zo is niets vermeld over de video’s die verzoeker aan Bolwerk heeft laten zien, waaruit blijkt van provocaties en bedreigingen richting klager. In plaats daarvan is de indruk gewekt dat slechts sprake is van beweringen van verzoeker over de ontstane situatie. Ook klopt een citaat niet. Verder is feitelijk onjuist dat Bolwerk zes buurtbewoners heeft gesproken. Dit blijkt uit de verklaringen van twee buurtbewoners die zijn weergegeven in een door verzoeker overgelegd proces-verbaal van een zitting bij een rechtbank. Bolwerk was vooringenomen en partijdig, aldus verzoeker. Hij meent dat de onregelmatigheden, drogredeneringen en weglatingen aanleiding moeten zijn voor herziening van de conclusie.
De Gelderlander c.s. menen dat geen sprake is van ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten waarop de conclusie berust. Ten aanzien van de stellingen van verzoeker voeren zij – kort samengevat – het volgende aan. De Gelderlander c.s. waren niet verplicht om volledig verslag te doen van alle (voorafgaande) gebeurtenissen. Zij hebben geselecteerd wat zij nieuwswaardig achtten en hebben dat feitelijk juist weergeven. Het gepubliceerde citaat is wel degelijk van verzoeker afkomstig en Bolwerk heeft daadwerkelijk zes buurtbewoners gesproken die problemen hadden met de gedeeltelijke afsluiting van het parkeerterrein. Wie dat waren laten De Gelderlander c.s. in het midden wegens de toegezegde anonimiteit. De Gelderlander c.s. staan volledig achter hun eerder gevoerde verweer en de conclusie van de Raad.
BEOORDELING VAN HET VERZOEK
Herziening van een eerder genomen conclusie is alleen mogelijk indien een verzoeker aannemelijk maakt dat de conclusie van de Raad berust op ‘ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten’. Verzoeker heeft dit niet gedaan.
Verzoeker heeft een deel van een proces-verbaal overgelegd van een zitting bij de rechtbank gedateerd 23 september 2021 en dus van ná de mondelinge behandeling van de klacht. Daarom ligt de vraag voor of dit proces-verbaal aanleiding geeft tot herziening van de conclusie.
Het deels zwartgelakte proces-verbaal bevat een verklaring van één persoon die zich distantieert van het artikel. Deze persoon verklaart blijkens het proces-verbaal: “Niemand van ons heeft contact met de journalisten gehad met betrekking tot de inhoud van het artikel.” De persoon spreekt overigens over ‘wij’, zonder dat duidelijk is wie daarmee worden bedoeld.
Wat er ook van deze verklaring zij, daaruit volgt nog niet dat in het artikel ten onrechte is vermeld dat Bolwerk zes buurtbewoners heeft gesproken. Daarbij komt dat de conclusie van de Raad niet is gebaseerd op het aantal personen waarmee Bolwerk zou hebben gesproken.
Het verzoekschrift bevat verder (een nadere uitwerking van) stellingen die verzoeker eerder in de procedure heeft geformuleerd en die de Raad (in de kern) heeft betrokken bij zijn oordeel. Niet is gebleken dat de Raad zijn oordeel op onjuiste constateringen heeft gebaseerd.
In essentie vraagt verzoeker om een herbeoordeling van de klacht omdat hij zich niet kan vinden in de afwegingen die de Raad heeft gemaakt. Het Reglement van de Raad voorziet echter niet in een dergelijke (hoger beroeps)procedure. Voor een herziening op grond van (alleen) een nadere toelichting of uitgebreidere uiteenzetting van eerdere stellingen biedt het Reglement geen ruimte. Dat verzoeker het niet eens is met de afwegingen en het oordeel van de Raad, is onvoldoende om een verzoek tot herziening te honoreren.
De herzieningskamer ziet dan ook geen aanleiding tot herziening van de beslissing.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2021/48 en RvdJ 2021/42
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 10a lid 1
CONCLUSIE
Het verzoek tot herziening wordt afgewezen.
Zo vastgesteld door de Raad op 3 maart 2022 door mr. J.J. van Eck, voorzitter, J. Hoogenberg, H.P.M.J. Schneider en mw. F.G. Sijtsma MA, leden in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G.A. van de Sluis, plaatsvervangend secretaris.