2021/45 Zorgvuldig

X / P. Bolwerk en de hoofdredacteuren van De Gelderlander, AD en de Stentor

Samenvatting

P. Bolwerk, De Gelderlander, AD en de Stentor (hierna: De Gelderlander c.s.) hebben op journalistiek zorgvuldige wijze aandacht besteed aan een conflict tussen X (klager) en diens buren. Van journalistiek ontoelaatbare vooringenomenheid of partijdigheid is niet gebleken. Het artikel beschrijft het conflict op een neutrale en feitelijke wijze, waarbij voldoende aandacht is besteed aan de visie van klager. Een omissie in de kop van het online-artikel is snel en adequaat hersteld. De berichtgeving is niet eenzijdig of tendentieus. Er is geen zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie gegeven, dat daarmee geen sprake meer is van waarheidsgetrouwe berichtgeving. Van een disproportionele aantasting van klagers privacy is geen sprake. Het is te betreuren dat de communicatie tussen klager en De Gelderlander niet optimaal is verlopen, maar dat maakt niet dat de klacht op onzorgvuldige wijze is afgehandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

P. Bolwerk en de hoofdredacteuren van De Gelderlander, AD en de Stentor

De heer X heeft op 25 juli 2021 een klacht ingediend tegen de heer P. Bolwerk en de hoofdredacteuren van De Gelderlander, AD en de Stentor (hierna gezamenlijk: De Gelderlander c.s.). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van partijen betrokken van 3 en 10 september 2021.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 17 september 2021. Klager was daar aanwezig en heeft zijn klacht toegelicht aan de hand van een notitie. Namens De Gelderlander c.s. zijn Bolwerk en de heer J. Gerritsen, hoofdredacteur van De Gelderlander, verschenen.

DE FEITEN

Op 27 januari 2021 is op de websites van De Gelderlander, AD (regio Arnhem) en de Stentor een artikel van de hand van Bolwerk verschenen met de kop “Oosterbekers kunnen eigen parkeerplaats niet op omdat ‘boze buurman’ boel verspert met groene kliko.”. De intro van het artikel luidt:
“In het doorgaans zo rustige Rosandehoogte, een onder architectuur gebouwd woonwijkje in Oosterbeek, is een hooglopend conflict ontstaan over de gedeeltelijke afsluiting van een parkeerterrein met tien parkeervakken. Een groene, verzwaarde kliko zonder wielen en een stapel betontegels, pal onder de toegangspoort naar de parkeerplaats, verhindert de buurt al bijna twee maanden om hun auto daar te parkeren.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“Een zestal buurtbewoners, dat niet met de naam in de krant wil, heeft daar problemen mee. En een aantal van hen dreigt nu hun buurman, voorzitter [X] van de Vereniging van Eigenaren Rosandehoogte IV, met juridische maatregelen. Waaronder een kort geding, om weer toegang te krijgen tot hun (gekochte) parkeerplaats.”
en:
“[X] wil bevestigen noch ontkennen dat hij de geïmproviseerde wegversperring heeft opgeworpen. Hij is ook niet van plan om de blokkade eigenhandig weg te halen. ,,Ik heb geen idee wie dat heeft gedaan, maar ik ben er wel blij mee. De veiligheid van mensen en dieren is in het geding. Sommige buurtbewoners rijden te hard van en naar de parkeerplaats.”
 “Het huishoudelijk  reglement van de VvE schrijft stapvoets, oftewel een snelheid van 5 kilometer per uur of minder, voor. Mijn vrouw is een keer bijna omvergereden door een buurvrouw die te hard reed”, zegt [X]. Hij is eigenaar van drie woningen rondom de toegangspoort.” 
en:
“Al vanaf 21 november wordt volgens de buurtbewoners geregeld de toegang tot de parkeerplaats belemmerd door allerlei obstakels zoals ladders, fietsen en kliko’s. Voor hen was de maat vol toen het VvE-bestuur onlangs besloot een zogeheten zinkpaal, op afstand te bedienen, onder de toegangspoort te plaatsen. Totale kosten: circa 3300 euro, oftewel 330 euro per parkeervak. Dat weigert de buurt te betalen.
Ze wijzen erop dat alle besluiten van de VvE vanaf medio vorig jaar worden genomen door een bestuur, waarvan [X] de voorzitter en zijn echtgenote secretaris en penningmeester is. Het echtpaar heeft met drie woningen ook nog, aldus de buurt, een meerderheidsbelang in de VvE.” 

Het artikel is diezelfde dag ook in de papieren versie van De Gelderlander verschenen onder de kop “Hooglopend conflict om afsluiting parkeerterrein”. Verder staat op de Facebook-pagina van De Gelderlander een bericht over en hyperlink naar dit artikel.

Op 28 januari 2021 heeft klager zijn bezwaren tegen de berichtgeving kenbaar gemaakt aan de toenmalige hoofdredacteur van De Gelderlander. Deze heeft daarop gereageerd op 29 januari 2021, waarbij hij aan klager heeft meegedeeld dat de kop van het online-artikel is aangepast [in “Oosterbekers kunnen eigen parkeerplaats niet op, verzwaarde kliko verspert doorgang”].

Klager heeft vervolgens nog diverse e-mails aan de (hoofd)redactie van De Gelderlander gestuurd, waarop hij geen inhoudelijke reactie heeft gekregen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt, kort samengevat, het volgende. Er is sprake van stigmatiserende en inhoudelijk incorrecte berichtgeving, die zonder degelijk onderzoek en op verzoek van een belanghebbende bron is gepubliceerd. Terwijl hij het mikpunt is in het artikel, is dit hem niet vooraf voorgelegd. Hij schetst uitvoerig de achtergrond van de kwestie, waarbij hij aanvoert dat hij al jaren wordt lastig gevallen door een aantal buren. Klager vindt het artikel tendentieus, onder meer omdat is vermeld dat hij meerdere woningen bezit en (daardoor) een meerderheidsbelang heeft in de Vereniging van Eigenaren (VvE). Bovendien is hij er ten onrechte van beschuldigd dat hij de bewuste afvalcontainer heeft geplaatst. Bolwerk heeft hem ook niet gevraagd of hij dat daadwerkelijk heeft gedaan. Het citaat dat hij “wil bevestigen noch ontkennen dat hij de geïmproviseerde wegversperring heeft opgeworpen” is dan ook misleidend. Daarnaast bevat de berichtgeving ook andere onjuiste citaten, zoals “ik ben er wel blij mee”. Verder vindt klager het opvallend dat Bolwerk geen melding heeft gemaakt van de camerabeelden die hij heeft bekeken. Daarop is te zien dat auto’s met grote snelheid door de poort naar het parkeerterrein rijden en dat sprake is van intimidatie door buurtbewoners. In het artikel wordt nu de onjuiste indruk gewekt dat slechts sprake is van beweringen van klager hierover. Het tendentieuze karakter van de berichtgeving blijkt volgens klager ook uit een emoticon bij het bericht van De Gelderlander op Facebook, waarmee de indruk wordt gewekt dat de samenstelling van het bestuur van de VvE dubieus is.
Verder meent klager dat zijn privacy onnodig is geschaad. Zijn naam is genoemd, terwijl de buurtbewoners met wie hij in conflict is, anoniem zijn opgevoerd. Klager heeft mede hierdoor de indruk gekregen dat Bolwerk partijdig is. Hij bestrijdt dat de buurtbewoners gegronde redenen hadden om anoniem te blijven en dat hij als voorzitter van een VvE een publiek figuur is. Zijn betrokkenheid bij het conflict maakt niet dat het noodzakelijk was zijn naam te vermelden. Hem is niets gevraagd over anonimisering en het spreekt voor zich dat hij in dergelijke berichtgeving liever niet met naam wordt genoemd. Daarbij komt dat zijn adres eenvoudig is te achterhalen. Hij ondervindt hiervan op verschillende manieren hinder. Klager wijst er in dit verband op dat onder het Facebook-bericht negatieve reacties staan, waarbij ook zijn adres is vermeld. De hoofdredacteur heeft het adres niet laten verwijderen, maar Facebook heeft dat alsnog gedaan.
Volgens klager had het artikel bij een juiste belangenafweging niet geplaatst mogen worden. De schending van zijn privacy en beschadiging van zijn reputatie dienen geen gewichtig maatschappelijk belang. Verder is in dit verband relevant dat zijn echtgenote ernstig ziek en daardoor bijzonder kwetsbaar is. Daarbij komt dat klagers belang bij een eerlijk proces is geschaad. Het lijkt erop dat de berichtgeving een juridisch belang van zijn buren moest dienen; in  het door hen aangespannen kort geding is de berichtgeving betrokken ten nadele van klager.
Ten slotte vindt klager dat zijn klacht niet adequaat is afgehandeld. Hij vindt de aanpassing van de kop van het online-artikel onvoldoende en wenst dat het online-artikel wordt verwijderd. Als dat niet gebeurt, is een diepgaander vervolgartikel gepast, aldus klager.

De Gelderlander c.s. hebben, eveneens samengevat, het volgende naar voren gebracht. Aanleiding voor het artikel was een tip over een op handen zijnde rechtszaak van buurtbewoners tegen het bestuur van een VvE. Het conflict zou gaan om een blokkade van de toegangspoort naar een parkeerterrein, waardoor verschillende buurtbewoners hun auto niet kwijt konden op de door hen gekochte parkeerplaatsen. Bolwerk heeft vervolgens op twee dagen onderzoek gedaan in de buurt en daarbij met verschillende partijen gesproken en stukken ingezien. De buurtbewoners hebben daarbij uitdrukkelijk verzocht om anonimiteit en dat is gehonoreerd. Klager is wel met naam genoemd, omdat hij als voorzitter van de VvE betrokken is bij het conflict. In het gesprek met Bolwerk heeft hij zijn reactie ook niet afhankelijk gesteld van anonimiteit. Iemand die door een journalist geïnterviewd wordt, kan ervan uitgaan dat hij met naam wordt genoemd. Dat maakt publicaties verifieerbaar en controleerbaar.
Bolwerk heeft verder een zo objectief mogelijk beeld geschetst van het buurtconflict; hij is geen belanghebbende of anderszins bevooroordeeld. De Gelderlander c.s. wijzen erop dat klager in het kort geding op alle punten in het ongelijk is gesteld en ervoor moet zorgen dat de toegangspoort open blijft.
Ten slotte merkt de hoofdredacteur van De Gelderlander op dat de communicatie met klager niet is verlopen zoals te doen gebruikelijk. Helaas is er wat misgegaan in de overdracht bij het vertrek van de toenmalige hoofdredacteur. De hoofdredacteur betreurt dit en biedt daarvoor zijn excuses aan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat de journalist vrij is in de selectie van nieuws. Hij hoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Dit brengt ook mee dat het aan de redactie is om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Van journalistiek ontoelaatbare vooringenomenheid of partijdigheid is niet gebleken.

Het voorgaande neemt niet weg dat de journalist het belang dat met een publicatie is gediend dient af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad.

In dit geval was er voldoende aanleiding om over het onderwerp te berichten op de wijze zoals De Gelderlander c.s. dat hebben gedaan.
Het artikel beschrijft het conflict op een neutrale en feitelijke wijze, waarbij duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Daarbij is bovendien voldoende aandacht besteed aan de visie van klager. Dat klager graag had gezien dat Bolwerk ook melding had gemaakt van de aan hem getoonde videobeelden, maakt de berichtgeving niet onzorgvuldig.
Verder is de VvE, waaronder begrepen de samenstelling ervan, journalistiek relevant in de beschrijving van het conflict. De emoticon bij het bericht op Facebook kan op verschillende manieren worden uitgelegd en het gebruik ervan is niet journalistiek ontoelaatbaar.

Weliswaar staat niet vast dat klager de kliko heeft geplaatst, zodat de verwijzing naar klager in de kop van het online-artikel aanvankelijk niet juist was. Die omissie is snel en adequaat hersteld. Uit de geluidsopname van het gesprek tussen klager en Bolwerk blijkt dat de citaten uit de woorden van klager konden worden afgeleid en niet zijn gebruikt in een andere context dan hij mocht verwachten. Ook overigens is niet gebleken dat het artikel feitelijke onjuistheden bevat.
Er bestaat dan ook geen aanleiding voor de conclusie dat de berichtgeving eenzijdig of tendentieus is. Er is geen zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie gegeven, dat daarmee geen sprake meer is van waarheidsgetrouwe berichtgeving.

Van een ongerechtvaardigde aantasting van klagers privacy is geen sprake. Dat zijn echtgenote bijzonder kwetsbaar is, maakt dat niet anders. De vermelding van klagers naam was journalistiek relevant. Uit het oogpunt van verifieerbaarheid en controleerbaarheid is het uitgangspunt dat in publicaties de bronnen worden vermeld. Niet is gebleken dat de aard en inhoud van het artikel voor klager voorafgaand aan het gesprek met Bolwerk niet (voldoende) duidelijk waren. Klager heeft, anders dan kennelijk de buurtbewoners, niet om anonimisering verzocht en had er dan ook van uit moeten gaan dat zijn naam zou worden vermeld. De gevolgen daarvan had hij tot op zekere hoogte kunnen inschatten. Dat zijn adres door handelingen van derden – via een reactie op Facebook – bij anderen bekend is geworden, kan De Gelderlander niet worden aangerekend. Overigens heeft klager zich voor het verwijderen van zijn adres in de betreffende reactie met succes tot Facebook gewend.

Verder is een journalist in beginsel niet verplicht om voorafgaand aan de publicatie zijn concept voor te leggen aan een betrokkene. Dat kan anders zijn als daarover afspraken zijn gemaakt. Daarvan is in dit geval niet gebleken.

Ten slotte is het te betreuren dat de communicatie tussen klager en de hoofdredactie van De Gelderlander niet optimaal is verlopen. De Gelderlander heeft daarvoor ook excuses aangeboden. Dat neemt niet weg dat de toenmalige hoofdredacteur direct inhoudelijk op de klacht heeft gereageerd en de kop van het artikel heeft laten aanpassen. Dat klager daarmee niet tevreden was, maakt niet dat de klachtafhandeling onzorgvuldig was. Voor De Gelderlander c.s. bestond geen aanleiding om het artikel te verwijderen of te rectificeren. Zij zijn er niet verantwoordelijk voor dat het artikel mogelijk een (nadelige) rol heeft gespeeld in een door de buurtbewoners tegen klager aangespannen rechtszaak.

Een en ander leidt tot de slotsom dat De Gelderlander c.s. zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad: A, B.1, B.2, C, C.1 en D.
Relevante eerdere conclusies: RvdJ 2021/34, RvdJ 2021/14 en RvdJ 2016/20

CONCLUSIE

P. Bolwerk, De Gelderlander, AD en de Stentor hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 11 november 2021 door mr. W.A.M. van Schendel, voorzitter, L.C. Hauben, mw. mr. N.AM. van Herten, mw. drs. E.M.H. Lemaier en mw. M. Thie, leden in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G.A. van de Sluis, plaatsvervangend secretaris.