Samenvatting
S. Gillissen en De Limburger (hierna gezamenlijk: De Limburger) hebben in de publicaties “Topambtenaar Brunssum op non-actief gesteld” en “Op non-actief gestelde topambtenaar Brunssum keert niet meer terug” aandacht besteed aan het ontslag van klager als gemeentesecretaris. Gezien de ernst van de gepubliceerde beschuldigingen had De Limburger meer pogingen moeten ondernemen om klager te bereiken voor wederhoor. Dat klemt te meer omdat De Limburger zelf heeft aangevoerd dat haar onderzoek naar de kwestie nog niet was afgerond. Verder is met de vermelding van de naam van klager een disproportionele inbreuk gemaakt op zijn privacy. De Limburger heeft dan ook journalistiek onzorgvuldig gehandeld. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan De Limburger om deze conclusie ruimhartig te publiceren.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
X
tegen
S. Gillissen en de hoofdredacteur van De Limburger
De heer X (klager) heeft op 28 april 2022 een klacht ingediend tegen de heer S. Gillissen en de hoofdredacteur van De Limburger (hierna gezamenlijk: De Limburger). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en De Limburger betrokken van 10 mei 2022, en van 8, 9 en 10 juni 2022.
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 17 juni 2022 in aanwezigheid van klager, die werd vergezeld door zijn echtgenote. Aan de zijde van De Limburger is Gillissen verschenen.
DE FEITEN
Op 8 en 9 maart 2022 is op de website respectievelijk in de papieren editie van De Limburger een artikel van de hand van Gillissen verschenen met op de website de kop “Topambtenaar Brunssum op non-actief gesteld” en in de papieren editie de kop “Gemeentesecretaris op non-actief”. De intro van het artikel luidt:
“De Brunssumse gemeentesecretaris [X] (59) is door burgemeester Wilma van der Rijt op non-actief gesteld. Over de redenen is officieel niets naar buiten gebracht, maar een mogelijke integriteitskwestie zou spelen.”
Het artikel luidt verder:
“Daarbij zou het volgens meerdere goed ingelichte bronnen gaan om de relatie tussen de gemeentesecretaris en een advocatenkantoor.
Dat bureau wordt geregeld door Brunssum ingehuurd voor onderzoeken. Onder meer gebeurde dat om de rechtmatigheid van aankoop van panden in de Kerkstraat te bekijken.
Geschoffeerd
De spanningen rond de gemeentesecretaris liepen de laatste tijd sowieso flink op. Het boterde niet tussen [X] en de ambtenaren. Hij zou onder meer afdelingshoofden passeren. Ambtenaren lieten in meerdere gesprekken met De Limburger weten zich geschoffeerd te voelen door de secretaris.
Een specifiek voorbeeld is dat de ambtenaren niet betrokken werden bij beantwoording van artikel 43-vragen. Daarbij zouden fouten zijn gemaakt. Tegen [X] werd over zijn handelen een klacht ingediend.
De gemeentesecretaris werkt sinds 1 mei 2020 in Brunssum. Daar werd hij eindverantwoordelijk voor de gemeentelijke organisatie en eerste adviseur van het college van burgemeester en wethouders.
Personele kwestie
Burgemeester Wilma van der Rijt kan niets over de zaak kwijt. “We kunnen geen enkele uitspraak doen omdat het een personele kwestie betreft”, zegt woordvoerder Fons Castermans. [X] stapt volgens de lokale zender ZO-NWS naar de rechter. Zijn advocaat bevestigde dat. De gemeentesecretaris was gisteravond niet bereikbaar voor commentaar.”
Op 12 en 13 april 2022 is op de website respectievelijk in de papieren editie van De Limburger een tweede artikel van de hand van Gillissen verschenen met op de website de kop “Op non-actief gestelde topambtenaar Brunssum keert niet meer terug” en in de papieren editie de kop “Gemeentesecretaris keert niet meer terug”. De intro van het artikel luidt:
“De op non-actief gestelde gemeentesecretaris [X] (59) keert niet meer terug in Brunssum. Meerdere bronnen binnen de gemeente hebben dat dinsdagavond bevestigd. [X] zou voor een angstcultuur hebben gezorgd onder ambtenaren.”
Het artikel luidt verder:
“De gemeentesecretaris werkte sinds 1 mei 2020 in Brunssum. Daar werd hij eindverantwoordelijk voor de gemeentelijke organisatie en eerste adviseur van het college van burgemeester en wethouders. Nog voor zijn aanstelling ontstond daar al onrust over. Ambtenaren lieten in 2021 al aan De Limburger weten zich onder meer geschoffeerd te voelen door de secretaris. Dat werd alleen maar sterker toen afdelingshoofden gepasseerd werden waardoor ambtenaren zich onveilig voelden. De werkdruk werd meerdere werknemers te veel.
Tegen [X] werd begin 2022 een klacht ingediend toen hij vragen van een politieke partij zelf beantwoordde zonder ambtenaren daarbij te betrekken. Er speelde ook een mogelijke integriteitskwestie. Die kwam bovendrijven toen er een relatie bleek te bestaan tussen de gemeentesecretaris en een advocatenkantoor. Dat bureau wordt geregeld door Brunssum ingehuurd voor onderzoeken. Onder meer een strategische aankoop van het college werd door het kantoor onder de loep genomen.
Burgemeester Wilma van der Rijt besloot in maart 2022 [X] op non-actief te stellen. Volgens goed ingewijde bronnen was dit omdat de gemeentesecretaris aantoonbaar had gelogen over zijn aanwezigheid op een bijeenkomst. Dat zou voor de burgemeester de druppel zijn geweest. Ze wilde daar destijds niets over zeggen. Ook nu geeft de burgemeester geen commentaar.
Advocaat Bart Damen verklaarde begin maart 2022 dat [X] naar de rechter zou stappen. Dat zou inmiddels van de baan zijn. Bij de lokale zender ZO-NWS liet Damen gisteren weten dat een vertrekregeling is overeengekomen. De gemeente Brunssum “kan en mag ook daar” niet op reageren.”
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Klager stelt – kort samengevat – het volgende. De artikelen zijn zwaar beschadigend geweest voor zijn carrière. De Limburger heeft verzaakt gedegen onderzoek uit te voeren en heeft klakkeloos de aantijgingen van een klein aantal personen overgenomen. Die personen zijn bovendien herhaaldelijk aangesproken op hun functioneren. De beschuldigingen zijn ongegrond en De Limburger kan die met geen enkel bewijsstuk onderbouwen.
Verder is geen wederhoor toegepast, zodat klager geen gelegenheid heeft gekregen om alle aantijgingen te weerleggen. De Limburger stelt maanden bezig te zijn geweest met een onderzoek en had in die periode zijn contactgegevens kunnen opvragen. Op de zitting wijst klager erop dat hij zowel een LinkedIn- als Facebook-profiel heeft. De Limburger had hem in ieder geval via die sociale platforms kunnen benaderen. Dat het wederhoor door tijdsnood ontbreekt vanwege het feit dat een ander medium over de kwestie zou berichten, is ook geen valide argument. Dat medium publiceerde een heel ander verhaal, dat wel klopte en niet diskwalificerend was. De Limburger had er ook voor kunnen kiezen om eerst alleen het nieuwsfeit van de schorsing te publiceren en naderhand – na toepassing van wederhoor – het achtergrondverhaal. Overigens heeft zijn advocaat verklaard dat hij niet met De Limburger heeft gesproken.
Ten slotte stelt klager dat zijn privacy is geschonden door het vermelden van zijn naam. Hij is geen publiek figuur. Een gemeentesecretaris zou nooit de publiciteit opzoeken, dat is voorbehouden aan het college en de afdeling Communicatie.
Klager concludeert dat De Limburger zich niet heeft gehouden aan de journalistieke richtlijnen.
De Limburger stelt hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. Zij beschikt over veel anonieme bronnen, tot in de hoogste positie van de gemeente, die de feiten uit de artikelen ondersteunen. Die bronnen zijn bij de hoofdredactie bekend. Het onderzoek naar wat zich binnen de gemeente heeft afgespeeld was op het moment van de publicaties nog niet klaar en loopt nog steeds door.
De redactie ontving het nieuws over de schorsing van klager aan het begin van de avond van 8 maart 2022. Er is nog getracht om met klager contact op te nemen, maar volgens de gemeentelijke woordvoerder was hij niet meer op kantoor en een 06-nummer mocht uit privacyoverwegingen niet worden verstrekt. Ook is geprobeerd via LinkedIn en Facebook aan gegevens te komen, maar klager was onvindbaar. Verder is gepoogd de advocaat van klager te bereiken. Dat lukte evenmin omdat op zijn kantoor de telefoon niet werd opgenomen en de redactie niet beschikte over een 06-nummer. Doordat klager op non-actief werd gesteld is eerder dan gepland tot publicatie overgegaan. De schorsing is voor een regionale krant belangwekkend nieuws dat zo spoedig mogelijk moet worden gebracht. Bovendien hadden andere regionale media er al over bericht, de schorsing lag dus op straat. Het nieuws is gepubliceerd aangevuld met enkele duidende nieuwsfeiten die voortkwamen uit eigen onderzoek. Na de publicatie hebben klager en zijn advocaat op geen enkele manier contact gezocht of laten weten dat de berichtgeving niet juist was.
Op 12 april 2022 was Gillissen tot aan de avond met meerdere andere producties bezig. De advocaat van klager liet in de namiddag aan een ander medium weten dat klager niet meer zou terugkeren bij de gemeente. Dat nieuws bereikte Gillissen relatief laat en het verifiëren ervan nam enige tijd in beslag. Wederom waren er geen contactgegevens en opnieuw werd omwille van de actualiteit besloten toch te publiceren.
Op de zitting voegt Gillissen hieraan toe dat in de periode tussen beide publicaties niet is geprobeerd contact op te nemen met klager, omdat de redactie toen niet werkte aan een nieuwe publicatie over de kwestie. Er was wel de intentie om wederhoor te plegen, maar ze wilden klager pas spreken op het moment dat het hele verhaal rond was. Het lopende onderzoek wilden ze binnenskamers houden, zodat dat niet verstoord zou raken.
De Limburger meent ten slotte dat de privacy van klager niet nodeloos is geschonden. Hij was gemeentesecretaris en dus de belangrijkste adviseur van het college van burgemeester en wethouders. Daarmee is klager een (semi) publiek figuur. Bovendien heeft De Limburger de naam van klager eerder genoemd, in publicaties over zijn aanstelling.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
De publicaties bevatten ernstige aantijgingen aan het adres van klager in de uitoefening van zijn functie als gemeentesecretaris, waardoor hij wordt gediskwalificeerd. Kern van de klacht is dat geen wederhoor is toegepast en dat de privacy van klager is geschonden. De Raad zal zich daartoe beperken.
Eerder heeft de Raad overwogen dat er grenzen zijn aan de inspanningen die een journalist zich moet getroosten om bij een voorgenomen publicatie in contact te komen met een beschuldigde aan wie de gelegenheid tot wederhoor moet worden geboden. Als een beschuldigde niet reageert op herhaalde en reële pogingen tot contact, komt er een moment dat die grens is bereikt. Daar komt bij dat sprake kan zijn van een zodanige actuele gebeurtenis, dat de voorgenomen publicatie niet te lang kan worden uitgesteld. Dit neemt niet weg dat naarmate de geuite beschuldigingen in de voorgenomen publicatie in ernst of belastering toenemen, van een journalist kan worden gevraagd zich meer in te spannen om de beschuldigde te bereiken. Dat geldt helemaal als de noodzaak van onmiddellijke publicatie minder lijkt te tellen.
Gezien de ernst van de gepubliceerde beschuldigingen kan niet worden geconcludeerd dat De Limburger aan de verplichting tot toepassing van wederhoor heeft voldaan. Daarbij is van belang dat De Limburger niet alle mogelijkheden heeft benut om met klager of zijn advocaat in contact te komen. Zo had de redactie klager of zijn advocaat kunnen e-mailen. Verder bestond er geen noodzaak om de aantijgingen aan het adres van klager onmiddellijk te publiceren. De Limburger had ervoor kunnen kiezen om alleen een nieuwsbericht over de schorsing te publiceren en later – na toepassing van wederhoor bij klager – de achtergronden van de kwestie. Het weergeven van de reactie van de advocaat aan klager aan ZO-NWS is onvoldoende, omdat daarin alleen wordt bevestigd dat klager naar de rechter stapt.
Ook valt niet in te zien waarom De Limburger na de publicatie van het eerste artikel geen pogingen heeft ondernomen om in contact te komen met klager of zijn advocaat. Door dat na te laten heeft klager niet alsnog op de aantijgingen in de eerste publicatie kunnen reageren. Bovendien heeft dat ertoe geleid dat de redactie klager voorafgaand aan de tweede publicatie opnieuw niet heeft kunnen bereiken voor wederhoor. Dat klager niet zelf contact heeft opgenomen, ontslaat de redactie niet van haar verplichtingen ter zake.
Het voorgaande klemt temeer nu De Limburger zelf heeft aangevoerd dat haar onderzoek ten tijde van de publicaties nog niet was afgerond en nog steeds loopt. In dit verband merkt de Raad ten overvloede op dat hij zich niet uitlaat over de vraag waar de waarheid ligt in deze kwestie.
Verder mag in een publicatie de privacy van personen niet verder worden aangetast dan in het kader van de berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy is onzorgvuldig wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. Uit de toelichting van De Limburger maakt de Raad op dat de maatschappelijke relevantie van de berichtgeving is gelegen in de functie van klager als gemeentesecretaris. Het weglaten van de naam van klager doet daaraan geen afbreuk. Bovendien kan klager niet als (semi)publiek persoon worden beschouwd. Een gemeentesecretaris is de eerste adviseur en ambtelijk lid van het college van burgemeester en wethouders en zoekt niet de publiciteit op. Ook is niet gebleken dat klager door eerdere publicaties algemene bekendheid geniet.
Gelet op wat de Raad hiervoor ten aanzien van de inhoud van de berichtgeving heeft overwogen, is met de vermelding van de naam van klager een disproportionele inbreuk gemaakt op zijn privacy.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Gillissen en De Limburger journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.
Relevante punten uit de Leidraad: A., B.3, en C.1
Relevante eerdere conclusies: RvdJ 2022/12, RvdJ 2020/1 en RvdJ 2018/43
CONCLUSIE
S. Gillissen en De Limburger hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
De Raad doet de aanbeveling aan De Limburger om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.
Zo vastgesteld door de Raad op 2 augustus 2022 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, dr. H.P. Groenhart, J. Hoogenberg, mw. M. ten Katen en E.J. Schievink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G. Kamminga, plaatsvervangend secretaris.