2021/47 Afgewezen

X - verzoeker inzake herziening conclusie RvdJ 2021/37 / de hoofdredacteur van Omrop Fryslân

Samenvatting

De Raad voor de Journalistiek ziet geen aanleiding om de conclusie RvdJ 2021/37 over een klacht tegen Omrop Fryslân te herzien. Verzoeker maakt bezwaar tegen de afwegingen die de Raad in zijn conclusie heeft gemaakt, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat de Raad zijn conclusie op basis van onjuiste constateringen heeft genomen. Dat verzoeker zich niet kan vinden in de overwegingen en het oordeel van de Raad, is onvoldoende om een verzoek tot herziening te honoreren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake het verzoek van

X

tot herziening van de conclusie van de Raad van 10 september 2021 (RvdJ 2021/37) betreffende zijn klacht tegen

de hoofdredacteur van Omrop Fryslân

De heer mr. A.J. Buurma, juridisch adviseur te Zoetermeer, heeft op 29 september 2021 namens de heer X (verzoeker) verzocht om herziening van de conclusie van 10 september 2021 inzake zijn klacht tegen de hoofdredacteur van Omrop Fryslân. Bij de beoordeling van het herzieningsverzoek is verder correspondentie van partijen betrokken van 12, 20 en 22 oktober 2021.

Het verzoek is behandeld op de zitting van de Raad van 29 oktober 2021 in een herzieningskamer buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Verzoeker heeft op 30 april 2021 een klacht ingediend tegen Omrop Fryslân over een reeks artikelen daterend uit 2012 en daarvoor.

Op 10 september 2021 heeft de Raad ten aanzien van de klacht, voor zover gericht tegen de inhoud van de publicaties, het volgende overwogen:
“Voor zover klager heeft bedoeld zijn klacht ook te richten tegen de inhoud van de genoemde publicaties staat vast dat de klacht niet binnen zes maanden na de gewraakte publicaties bij de Raad is binnengekomen.
Klager heeft geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan kan worden geoordeeld dat de overschrijding van de termijn hem niet kan worden verweten.
De Raad zal de klacht op dit onderdeel dan ook niet inhoudelijk behandelen.”

De Raad heeft verder geconcludeerd dat Omrop Fryslân zorgvuldig heeft gehandeld door de publicaties niet te verwijderen of te anonimiseren. De Raad heeft daartoe het volgende overwogen:
“De Raad hanteert als uitgangspunt dat wanneer journalisten het verzoek krijgen om online toegankelijke publicaties (tekst, beeld en/of geluid) te anonimiseren dan wel te verwijderen, zij slechts in uitzonderlijke gevallen het publieke belang van zo volledig mogelijk, betrouwbare archieven laten wijken voor de particuliere belangen van degene die hierom verzoekt.
Alle omstandigheden in aanmerking genomen, is naar het oordeel van de Raad geen sprake van een uitzonderlijk geval als hiervoor bedoeld. Daarbij is in het bijzonder van belang dat de artikelen neutraal en feitelijk van aard zijn en dat de bezwaren van klager vooral zien op de juistheid van de inhoud, terwijl hij daarover eerder had moeten klagen. Dat klager – naar hij stelt – in het dagelijks leven bij de ontplooiing van zijn economische activiteiten nadeel ondervindt omdat opdrachtgevers en werkgevers hem door de publicaties kunnen koppelen aan recreatiepark Schatzenburg, weegt in dit geval niet op tegen het publieke belang dat Omrop Fryslân moest afwegen. Ook anderszins is niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan de belangenafweging toch in het voordeel van klager zou moeten uitvallen.(…)
Het siert Omrop Fryslân dat zij na de zitting nog enkele foto’s heeft verwijderd.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Verzoeker stelt – kort samengevat – het volgende. De conclusie van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten. De artikelen zijn niet neutraal en feitelijk van aard, maar zijn wel degelijk tendentieus. In de berichtgeving wordt immers ten onrechte de indruk gewekt dat verzoeker verantwoordelijk is geweest voor misstanden op het recreatiepark en het bijbehorende zwembad, en dat hij persoonlijk failliet is gegaan. Verzoeker wordt door de berichtgeving bovendien ernstig geschaad.
De combinatie van de tendentieuze berichtgeving en de daaraan verbonden ernstige gevolgen leidt ertoe dat het belang van verzoeker bij verwijdering dan wel anonimisering van de berichtgeving zwaarder weegt dan het belang van Omrop Fryslân bij een betrouwbaar en zo volledig mogelijk archief. Daarbij komt dat Omrop Fryslân ten onrechte geen belangenafweging heeft gemaakt. De conclusie van de Raad is op dit punt onjuist. Bovendien heeft de Raad een misplaatst compliment aan het adres van de omroep gemaakt.
Ten slotte vindt verzoeker het opvallend dat de Raad een vrijwel gelijke uitspraak heeft gedaan in zijn zaak tegen de Leeuwarder Courant. Hij heeft de indruk dat de Raad geen aandacht heeft besteed aan de verschillende publicaties en de mate waarin die tendentieus van aard zijn.
Ter ondersteuning van zijn standpunten heeft verzoeker nog een e-mailbericht overgelegd dat hij op 14 april 2021 van de Politie Noord-Nederland heeft ontvangen. Ook uit dat bericht blijkt dat Omrop Fryslân niet zorgvuldig handelt dan wel heeft gehandeld.

Omrop Fryslân stelt hier – eveneens kort samengevat – het volgende tegenover. Er is geen sprake van tendentieuze berichtgeving. De berichtgeving is wel degelijk feitelijk en neutraal van aard. Bij de beoordeling van het verzoek om verwijdering dan wel anonimisering van de berichtgeving heeft de omroep wel degelijk een belangenafweging gemaakt.
Verder heeft verzoeker vooral de afwegingen van de Raad ter discussie gesteld. In dat opzicht raken de punten van verzoeker niet aan ‘ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten’, aldus de omroep.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

Herziening van een eerder gedane conclusie is alleen mogelijk indien een verzoeker aannemelijk maakt dat de conclusie van de Raad berust op ‘ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten’. Verzoeker heeft dit niet gedaan.

Het verzoekschrift bevat (enige nadere toelichting op) stellingen die verzoeker eerder in de procedure heeft geformuleerd en die de Raad (naar de kern) heeft betrokken bij zijn oordeel. Niet is gebleken dat de Raad zijn oordeel op onjuiste constateringen heeft gebaseerd.

Daarbij wijst de herzieningskamer erop dat uit de conclusie blijkt dat Omrop Fryslân een belangenafweging heeft gemaakt – ook voordat verzoeker zich tot de Raad heeft gewend – en dat die belangenafweging door de Raad is getoetst.
Het door verzoeker overgelegde e-mailbericht van de politie werpt geen nieuw licht op de zaak. Het gaat hierbij overigens niet om nieuwe feiten, maar om een document dat dateert van vóór de behandeling van de klacht op 11 juni 2021 en dat derhalve bij verzoeker bekend was of bij hem redelijkerwijs bekend kon zijn. Dat verzoeker zijn klacht mogelijk niet adequaat heeft opgesteld, door daarbij niet alle relevante documenten te voegen, komt voor zijn rekening en risico.

In essentie vraagt verzoeker om een herbeoordeling van de klacht omdat hij zich niet kan vinden in de afwegingen die de Raad heeft gemaakt. Het Reglement van de Raad voorziet echter niet in een dergelijke (hoger beroeps)procedure. Voor een herziening op grond van (alleen) een nadere toelichting of een uitgebreidere uiteenzetting van eerdere stellingen biedt het Reglement geen ruimte.

Dat verzoeker het niet eens is met de afwegingen en het oordeel van de Raad, is onvoldoende om een verzoek tot herziening te honoreren.

De herzieningskamer ziet dan ook geen aanleiding tot herziening van de beslissing.

Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2021/42 en RvdJ 2021/36
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 10a lid 1

CONCLUSIE

Het verzoek tot herziening wordt afgewezen.

Zo vastgesteld door de Raad op 29 november 2021 door mr. J.J. van Eck,  voorzitter, mw. mr. N.A.M. van Herten, M.J.P.H. Josten, mw. L.M. van de Langenberg Mcs en mw. drs. S.S. Sitalsing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G.A. van de Sluis, plaatsvervangend secretaris.