Samenvatting
G. Kuitert en De Twentsche Courant Tubantia (hierna gezamenlijk: Tubantia) hebben in het artikel “Woede om door rechter ontslagen Twentse bewindvoerder die opnieuw begint: ‘Kan dit zomaar?’” aandacht besteed aan klagers. Het stond Tubantia vrij om een negatieve bewering van een voormalig cliënt van klagers als tussenkop te gebruiken.
Ook kon Tubantia het vermelden van de nationaliteit van een van de klagers journalistiek relevant achten. In de context van de berichtgeving kon zij echter niet volstaan met de enkele vermelding, maar had zij moeten toelichten waarom die relevant was. Door dat na te laten heeft Tubantia journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
De Raad doet de aanbeveling aan Tubantia om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
X, Stichting Y Bewind & Inkomensbeheer en Z Bewind BV
tegen
G. Kuitert en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia
Mevrouw X heeft op 16 september 2020, mede namens haar ondernemingen Stichting Y Bewind & Inkomensbeheer en Z Bewind BV (klagers), een klacht ingediend tegen de heer G. Kuitert en de hoofdredacteur van de Twentsche Courant Tubantia (hierna tezamen: Tubantia). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klaagster en mevrouw M. Riemsma, hoofdredacteur, van 19 oktober 2020 en van 1 en 30 juni 2021.
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 9 juli 2021 in aanwezigheid van mevrouw X en de heer Kuitert.
DE FEITEN
Op 20 juli 2020 is op de website van Tubantia een artikel van de hand van Kuitert verschenen met de kop “Woede om door rechter ontslagen Twentse bewindvoerder die opnieuw begint: ‘Kan dit zomaar?’”. De intro van het artikel luidt:
“Bijna 11.000 Twentenaren met schulden staan momenteel onder financieel bewind. Hun financiën worden geregeld door een professioneel bewindvoerder. Die beroepsgroep ligt weer onder vuur, nu een door de rechter ontslagen bewindvoerder opnieuw begint. „Kan dit zomaar?””
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“De laatste jaren zijn er aan de lopende band incidenten rond bewindvoering. (…). Nu is er ophef rond [X] uit [woonplaats], die door de kantonrechter werd ontslagen wegens misstanden. Zij is een nieuw bedrijf begonnen. Dit tot ontsteltenis van ex-cliënten. „Kan dit zomaar? Ontslagen worden door de rechter en onder andere vlag gewoon weer hetzelfde gaan doen wat je deed”, vraagt een voormalige cliënt van het bureau [Y] Bewind & Inkomensbeheer zich boos af.”
en:
“De kantonrechter was vorig jaar niet mild over mevrouw [X]. De uit Wit-Rusland afkomstige [woonplaats]se beheerde met haar bureau [Y] de financiën van circa 200 mensen met schulden. Ze deed dat dusdanig onzorgvuldig dat de rechter oordeelde dat [Y] ‘laakbaar heeft gehandeld’ door namens cliënten zaken te doen met [Y] IF, een zusterbedrijf dat verzekeringen verkocht. ‘De belangenverstrengeling die hierdoor is ontstaan is evident en ongewenst.’
In een toelichting op het vonnis schrijft de rechtbank Almelo op haar website: ‘Voor de verzekeringen moesten de cliënten naast de afhandelingskosten van 250 euro ook maandelijks betalen voor een serviceabonnement. Maar met dat abonnement betaalden zij voor diensten die zij, naast de bewindvoering niet nodig hadden. Het bedrijf speelde hierover geen open kaart, maar legde bij vragen van de rechtbank wisselende verklaringen af.’”
Verder bevat het artikel de tussenkop “[X] dwong cliënten verzekeringen via [Y] Bewind af te sluiten. – Voormalig cliënt van [Y] Bewind” met daaronder de volgende passage:
“Ook de vrouw kreeg vanuit [Y] te horen dat ze haar verzekeringen daar moest onderbrengen. „Het begon er al mee dat mij werd verteld dat ik mijn uitvaartpolis moest oversluiten bij Manuta. Dat heb ik uiteindelijk geweigerd, maar omdat ze bleven aandringen hebben we onze andere verzekeringen uiteindelijk overgeheveld naar [Y]. Voor het ‘beheer’ moesten we 4 euro in de maand betalen, terwijl ze daar niets voor hoefde te doen. Er werd ook nog eens 250 euro advieskosten in rekening gebracht. Ze hadden helemaal niets geadviseerd!”
In de uitspraak van de kantonrechter van 23 mei 2019 staat onder meer het volgende:
“3.7. De kantonrechter stelt vast dat uit de periodieke verantwoordingen niets bleek over serviceabonnementen voor verzekeringen die via [Y] IF tot stand zijn gekomen. Hier werd door [Y] de periodieke verantwoordingen niet uitdrukkelijk melding van gemaakt, terwijl zij naar het oordeel van de kantonrechter geboden was melding te maken van verzekeringen en serviceabonnementen die [Y] namens de rechthebbenden afsloot met haar eigen zusteronderneming. (…)
3.8 Onder bepaalde omstandigheden is het wenselijk dat een bewindvoerder verzekeringen afsluit namens een rechthebbende. De kantonrechter ziet echter niet in om welke reden [Y] verzekeringen heeft afgesloten namens rechthebbenden via haar eigen zusteronderneming en ten behoeve daarvan ook nog serviceabonnementen is aangegaan ten laste van de rechthebbenden en ten gunste van haar zusteronderneming. [Y] had in haar hoedanigheid als bewindvoerder en mentor geen zaken moeten doen met [Y] IF om iedere (schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen. Niet duidelijk is welk belang van de rechthebbenden wordt gediend met het serviceabonnement, te meer nu het merendeel van die rechthebbenden te kampen heeft met een problematische schuldenlast. (…) De kantonrechter kan geen andere conclusie trekken dan dat de rechthebbenden met het serviceabonnement betalen voor diensten van [Y] IF die zij niet nodig hebben en waarvoor zij via de bewindvoerdersbeloning ook al betalen aan [Y].
3.9 [Y] heeft aangevoerd dat alle serviceabonnementen zijn besproken met de rechthebbenden. De kantonrechter acht dat niet aannemelijk. (…) Het komt de kantonrechter voor dat het niet de taak van de bewindvoerder is om rechthebbenden ervan te overtuigen maandelijks geld te betalen aan een zusterbedrijf van [Y], maar om rechthebbenden ervoor te behoeden dat kosten worden gemaakt terwijl dat niet strikt noodzakelijk is.
3.10 [Y] heeft wisselende verklaringen afgelegd over het namens rechthebbenden afsluiten van verzekeringen met serviceabonnementen via [Y] IF. (…)
3.11 Betrouwbaarheid en integriteit zijn voor het functioneren als bewindvoerder en mentor essentieel. De rechthebbenden aan wie [Y] haar diensten verleent, zijn mensen die vanwege hun lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat zijn zelf hun (al dan niet vermogensrechtelijke) belangen behoorlijk waar te nemen en/of mensen met problematische schulden. Zij zijn niet of in verminderde mate in staat om de handelingen die een bewindvoerder verricht te overzien. Daarom moeten zij op hun bewindvoerder en/of mentor kunnen vertrouwen. (…) De kantonrechter is van oordeel dat [Y] laakbaar heeft gehandeld door namens rechthebbenden zaken te doen met [Y] IF. De belangenverstrengeling die hierdoor is ontstaan is evident en ongewenst. De kantonrechter ziet, anders dan [Y] wil doen geloven, niet in hoe [Y] IF hier geen financieel voordeel bij heeft (gehad). (…) Kortom, [Y] heeft de kantonrechter niet volledig geïnformeerd, zij heeft zich schuldig gemaakt aan een belangenverstrengeling ten voordele van [Y] IF en zij heeft de rechthebbenden onnodige uitgaven laten doen.”
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Klagers stellen, kort samengevat, het volgende. In de publicatie is ten onrechte de nationaliteit van X vermeld. Deze informatie is op geen enkele wijze geverifieerd en is onjuist. X heeft niet ontkend dat zij uit Wit-Rusland komt. Zij heeft echter de Nederlandse nationaliteit en wil als zodanig behandeld worden. Overigens is niet duidelijk waarom het van belang was die (vermeende) nationaliteit te vermelden. De nationaliteit van andere personen is niet genoemd. Dat de naam van haar voormalige bedrijf samenhangt met haar nationaliteit, zoals Tubantia heeft gesteld, is slechts een aanname en klopt niet.
Verder voeren klagers aan dat het citaat in de tussenkop – inhoudend dat cliënten werden gedwongen om via [Y] Bewind verzekeringen af te sluiten – een ernstige beschuldiging inhoudt, die ten onrechte niet is onderzocht of geverifieerd. De juistheid van de aantijging volgt niet uit het vonnis van de kantonrechter. Het gaat om één cliënt binnen een groep van 200, die een hetze tegen klagers voert. Dat klagers als bewindvoerder zijn ontslagen, betekent nog niet dat hun cliënten zijn benadeeld.
Klagers menen dat sprake is van eenzijdige en tendentieuze berichtgeving, waardoor hun belangen onnodig worden geschaad.
Tubantia stelt hier, eveneens kort samengevat, het volgende tegenover. Kuitert heeft X gebeld, die toen in Wit-Rusland verbleef. De vermelde nationaliteit is feitelijk juist en daaraan is geen waardeoordeel toegekend. Er is niets over Wit-Rusland toegevoegd dat als lasterlijk of smadelijk zou kunnen worden aangemerkt. Het vermelden van de achtergrond was ook niet bedoeld om onderscheid te maken naar nationaliteit, maar om informatie toe te voegen voor de lezer. De naam van de stichting ‘Y’ verwijst immers naar Belarus, oftewel Wit-Rusland.
Ten aanzien van de bewering over het gedwongen afsluiten van verzekeringen verwijst Tubantia naar het vonnis van de kantonrechter.
Tubantia concludeert dat zij zorgvuldig heeft gehandeld.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
De Raad stelt voorop dat beschuldigingen alleen mogen worden gepubliceerd wanneer onderzocht is of daarvoor een deugdelijke grondslag bestaat, zeker wanneer die beschuldigingen zijn geuit door personen die in conflict verkeren met de beschuldigde of die anderszins belanghebbende zijn.
De door klagers gewraakte bewering – inhoudend dat cliënten werden gedwongen om via Y Bewind verzekeringen af te sluiten – is duidelijk toegeschreven aan een voormalige cliënt, die in het artikel vertelt over de problemen die zij heeft ondervonden met klagers. Het artikel laat de lezer voldoende ruimte om de informatie op waarde te schatten.
Daarbij komt dat het verhaal van deze persoon aansluit bij de passage over de uitspraak van de kantonrechter. Volgens de Raad zijn het oordeel en de overwegingen van de kantonrechter op een journalistiek juiste wijze vertaald. Met de parafrasering is geen andere betekenis of lading aan de feiten gegeven, dan in de gebruikte bron. Ook verder is niet gebleken dat op dit punt een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie is gegeven.
Tubantia heeft in zoverre zorgvuldig gehandeld.
Verder overweegt de Raad dat de nationaliteit van personen alleen wordt vermeld wanneer dit nodig wordt geacht voor een goed begrip van de feiten en omstandigheden waarover wordt bericht.
Tubantia heeft aangevoerd dat de lezer nieuwsgierig kan zijn naar de herkomst van de naam van de stichting ‘Y’ en dat voor een goed begrip van die naam het vermelden van de nationaliteit relevant was. Ter zitting heeft Kuitert toegelicht dat hij zich heeft laten vertellen dat ‘Y’ ‘wit’ betekent en dat hij daaruit de gevolgtrekking heeft gemaakt dat de naam van de stichting van X refereert aan haar Wit-Russische nationaliteit. Gelet op deze toelichting, wat daar inhoudelijk ook van zij, kon Tubantia het vermelden van de nationaliteit relevant achten.
Tubantia heeft die relevantie echter niet duidelijk gemaakt in het artikel; voor de gemiddelde lezer is het niet evident dat de vermelde nationaliteit verband houdt met de naam van de stichting. Het zonder nadere toelichting vermelden van de nationaliteit van X in een artikel met de onderhavige (negatieve) strekking, brengt het risico met zich dat de lezer – ook al is dat wellicht niet bedoeld – een negatief waardeoordeel toekent aan personen van Wit-Russische afkomst.
Alle omstandigheden in aanmerking genomen heeft Tubantia dan ook journalistiek onzorgvuldig gehandeld door zonder nadere toelichting de nationaliteit te vermelden.
Relevante punten uit de Leidraad: A. en C.
Relevante eerdere conclusies: RvdJ 2020/33, RvdJ 2020/7 en RvdJ 2009/12
CONCLUSIE
G. Kuitert en De Twentsche Courant Tubantia hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld voor zover de klacht betrekking heeft op het citaat van een voormalig cliënt van klagers. Zij hebben echter journalistiek onzorgvuldig gehandeld door zonder toelichting de nationaliteit van een van de klagers te vermelden.
De Raad doet de aanbeveling aan Tubantia om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.
Zo vastgesteld door de Raad op 17 september 2021 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, L.A.M.M. Donders, mw. M. ten Katen, mw. L.M. van de Langenberg MSc en A. Olgun, leden in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G.A. van de Sluis, plaatsvervangend secretaris.
Publicatie in Tubantia d.d. 19 oktober 2021
