2026/21 Ongegrond

Comité Orgaandonatie Alert / de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad

Samenvatting

Het Comité Orgaan Donatie Alert heeft aannemelijk gemaakt dat hij als rechtstreeks belanghebbende kan worden beschouwd. Het Algemeen Dagblad heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld met de publicatie van het artikel “Orgaan doneren is ‘het mooiste wat mensen kunnen doen’, dus wil Erasmus MC hen eren met gedenkplek”. Niet is gebleken dat sprake is van niet-waarheidsgetrouwe berichtgeving met een eenzijdig perspectief. Er is voldoende onderscheid gemaakt tussen feiten en meningen. De klacht is daarom ongegrond.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek

inzake de klacht van

Comité Orgaandonatie Alert

tegen

de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad

Mevrouw A. Wood-de Haas, woordvoerder, heeft op 6 januari 2026 namens Comité Orgaandonatie Alert (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad (hierna AD). Nadat het secretariaat van de Raad klager had geïnformeerd over de klachtprocedure, heeft klager zich tot de hoofdredactie van het AD gewend. Op 2 maart 2026 heeft klager laten weten de klacht door te zetten. Het AD heeft op 25 maart 2026 op de klacht gereageerd. Klager heeft op 6 en 9 april 2026 aanvullende stukken overgelegd.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 17 april 2026 in aanwezigheid van voormelde Wood-de Haas, die het standpunt van klager heeft toegelicht mede aan de hand van een notitie.

DE FEITEN

Op 11 november 2025 is op de website van het AD een artikel geplaatst met de kop “Orgaan doneren is ‘het mooiste wat mensen kunnen doen’, dus wil Erasmus MC hen eren met gedenkplek”.
De intro van het artikel luidt:
“Als transplantatiechirurg ziet Frank Dor de uitersten van het leven: doodzieke mensen, maar ook één van de mooiste gebaren denkbaar: het doorgeven van leven. Voor al die orgaandonoren wil zijn werkgever, het Erasmus MC in Rotterdam, een plek die zegt: dankjewel dat je een leven redde.”
Het artikel bevat verder de volgende tekst:
“Dokter Dor noemt het ‘medemenselijkheid in optima forma’: “Omdat donatie na overlijden vaak gaat om trieste verhalen over meestal onverwachts overleden mensen, is het vaak een enorme troost voor nabestaanden. […] “Ontvangers van anonieme donaties kunnen een anonieme brief schrijven aan de donor, of in geval van donatie na de dood, aan de nabestaanden. Dor: “Dat is ook een waardevolle en troostrijke manier om waardering te tonen en emoties te delen.”
Tot slot bericht het artikel:
“Dor benadrukt dat orgaandonatie en transplantatie bij uitstek teamprestaties zijn. “Je kan bijna geen opsomming maken van alle zorgprofessionals die erbij betrokken zijn, het is echt een teamwork dat levens redt en de laatste wens van de overleden donor honoreert. Hij besluit: “Doneren van een orgaan is het allermooiste wat een mens kan doen. Ik zie hier elke dag het beste van wat mensen in zich hebben.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – samengevat – het volgende. Klager heeft zich tot doel gesteld om toe te zien op een volledige en juiste informatievoorziening met betrekking tot de keuze van de burger voor een orgaandonatie. Door middel van brochures, brieven en publicaties wijst klager op tekortkomingen in deze informatievoorziening.
In het artikel wordt wervend gesproken over orgaandonatie, zowel voor donatie bij leven als voor donatie ‘na overlijden’ zonder dat er toelichting wordt gegeven op wat orgaandonatie ‘na overlijden’ inhoudt. De invulling door de Nederlandse Transplantatie Stichting (verder NTS) van het begrip ‘na overlijden’ wijkt in dit verband wezenlijk af van de gebruikelijke betekenis van deze woorden. Doordat in de berichtgeving is nagelaten een toelichting te geven op wat orgaandonatie ‘na overlijden’ inhoudt wordt de lezer onvoldoende geïnformeerd over de feitelijke omstandigheden waaronder organen bij een donor worden weggenomen.  Deze stelling wordt ondersteund door diverse uitspraken van de Reclame Code Commissie (verder RCC). Uitspraken van de RCC hebben rechtstreekse werking en zijn dringend adviserend van aard.
De heer Dor wordt als transplantatie arts aangestuurd door de NTS. Nu geen toelichting is gegeven op het begrip ‘na overlijden’ is alleen vanuit het perspectief van de NTS bericht wat het artikel eenzijdig, afhankelijk en niet-waarheidsgetrouw maakt. Daarnaast heeft AD geen onderscheid gemaakt tussen feiten en meningen.
Ter zitting heeft klager laten weten dat – naar analogie van een pakje sigaretten- het AD bij de publicatie een soort ‘disclaimer’ had moeten plaatsen waarin de lezer duidelijk wordt geïnformeerd over de betekenis van de woorden ‘na overlijden’ in relatie tot orgaandonatie.

Het AD stelt hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. De klacht dient niet inhoudelijk te worden behandeld omdat klager geen rechtstreeks belanghebbende is. Klager is geen onderdeel van het betreffende verhaal, wordt niet geciteerd en er wordt ook niet naar klager verwezen.
Indien de klacht toch inhoudelijk wordt behandeld stelt het AD zich op het standpunt dat het AD vrij is in de selectie van nieuws. Het is aan haar om te bepalen vanuit welke invalshoek een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Dat klager liever een andere insteek had gezien en over dit thema ook een geheel andere visie aanhangt dan in elk geval de in dit verhaal geïnterviewde persoon maakt niet dat het AD niet conform de Leidraad heeft bericht. De klacht dient daarom te worden beoordeeld als ongegrond.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

Volgens artikel 2 lid 1 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad moet een klacht worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Een klager kan als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt. Als rechtstreeks belanghebbende wordt tevens beschouwd een organisatie die door doelstelling en feitelijk handelen opkomt voor het in geding zijnde belang.

De Raad stelt voorop dat het klachtrecht geen middel is en mag zijn om (nog eens) de eigen opvattingen over een maatschappelijk onderwerp voor het voetlicht te brengen en/of te voorkomen – door een mogelijk ‘chilling effect’ van de klachtprocedure – dat (andere) media in de toekomst aan een klager onwelgevallige opvattingen aandacht besteden.

Klager heeft als doel “te komen tot volledige informatie met betrekking tot de keuze van de burger voor een JA dan wel NEE keuze” bij orgaandonatie. Deze doelomschrijving is voldoende specifiek.
Ter zitting heeft klager onder andere laten weten dat hij met dit doel voor ogen media en politieke organen en instanties benadert. Hij heeft een website en geeft brochures uit. Ook heeft hij de Raad geïnformeerd over zijn activiteiten in Europees/internationaal verband. Hoewel hier sprake is van een grensgeval, heeft klager gelet op bovenstaande en hetgeen hij ter zitting heeft aangevoerd aannemelijk gemaakt dat hij als rechtstreeks belanghebbende kan worden beschouwd in de hiervoor bedoelde zin. De Raad zal de klacht dan ook inhoudelijk behandelen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht betreft in de kern dat in het artikel ten onrechte geen toelichting is gegeven over de betekenis van het begrip ‘na overlijden’ in relatie tot orgaandonatie waardoor een eenzijdig perspectief is ontstaan. Daarnaast is onvoldoende onderscheid gemaakt tussen feiten en meningen. De Raad zal zich tot deze kern beperken.

De Raad stelt voorop dat hij (louter) toetst aan de Leidraad.

Uitgangspunt is dat journalisten vrij zijn in de selectie van wat zij publiceren. Dat brengt ook mee dat het aan de redactie is om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Daarbij bestaat er geen journalistieke norm die meebrengt dat een redactie bij een publicatie over een bepaald maatschappelijk onderwerp (alle) voor- en tegenstanders aan het woord dient te laten.

De Raad constateert dat in het gewraakte artikel een in transplantaties gespecialiseerde arts wordt geïnterviewd die zich inzet voor een kunstwerk voor orgaandonoren. Niet is gebleken dat een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van feiten en omstandigheden is gegeven, waardoor sprake is van niet waarheidsgetrouwe of eenzijdige berichtgeving. Voor zover in het artikel de door de NTS gebezigde definitie ‘na overlijden’ al aan de orde komt, bestond voor het AD geen verplichting zich te houden aan uitspraken van de RCC. Dat klager liever een ‘disclaimer’ bij het artikel had gezien maakt niet dat de publicatie ontoelaatbaar is. Bovendien is in het artikel, waarin voornamelijk de betrokken arts aan het woord is, voldoende onderscheid gemaakt tussen feiten en meningen.

Het voorgaande leidt ertoe dat de klacht ongegrond is.

Overigens merkt de Raad voor de goede orde op dat hij niet gebonden is aan uitspraken van de Reclame Code Commissie. Journalistiek en reclame zijn twee verschillende disciplines.

Relevante punten uit de Leidraad: A. en C.
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2025/24, RvdJ 2025/3 en RvdJ 2024/26
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 2

CONCLUSIE

De klacht is ongegrond.

Zo vastgesteld door de Raad op 4 juni 2026 door mr. J.J. van Eck, voorzitter, S.A. Agterberg, I. Jansen, drs. M.M. Klaassen en E.J. Schievink, leden, in tegenwoordigheid van mr. E. Hoefnagel, secretaris.