Samenvatting
BNR Nieuwsradio heeft in het online artikel “’Strategisch directeur’ Amsterdams bedrijf deed zaken met Telegram en FSB” op zorgvuldige wijze aandacht besteed aan de handelsactiviteiten van V. Vedeneev. Het stond BNR vrij om de gebezigde kop en intro te gebruiken omdat de kop voldoende grond vindt in het artikel. Voor zover bij de lezer enige verwarring is ontstaan ten aanzien van de (verbondenheid tussen) genoemde entiteiten en de daarbij behorende diensten, kan dat BNR niet worden verweten. Verder bestaat er geen aanleiding voor de conclusie dat de berichtgeving een eenzijdig of suggestief beeld van de kwestie heeft geschetst. Eventuele omissies zijn niet van zodanige aard dat daardoor de berichtgeving niet-waarheidsgetrouw is. Verder is het wederhoor van klager op een adequate wijze verwerkt. De klacht is daarom ongegrond.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
Vedeneev
tegen
de hoofdredacteur van BNR Nieuwsradio
De heer V. Vedeneev (klager) heeft op 20 oktober 2025 de Raad in kennis gesteld van zijn klacht tegen de hoofdredacteur van BNR Nieuwsradio. Naar aanleiding daarvan heeft de secretaris van de Raad klager geïnformeerd over de klachtprocedure. Vervolgens heeft klager zijn formele klacht op 16 november 2025 ingediend. Op 6 februari 2026 heeft BNR op de klacht gereageerd. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van partijen betrokken van 5 december 2025, 19 januari 2026 en 16 februari 2026. De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 20 maart 2026 in aanwezigheid van klager en zijn tolk, mevrouw M. Chazina. Namens BNR zijn de heren M. Adriani, hoofdredacteur, E. van den Berg, journalist, en J. van Vegchel, jurist, verschenen.
Wegens verhindering van een van de Raadsleden is de zaak, met toestemming van partijen, behandeld door de voorzitter en de overige drie leden.
DE FEITEN
Op 15 oktober 2025 is op de website van BNR het artikel “‘Strategisch directeur’ Amsterdams bedrijf deed zaken met Telegram en FSB” verschenen ter promotie van de podcastserie “Telegramterreur”. Op 20 oktober 2025 is het artikel aangepast en op 2 november 2025 is een naschrift toegevoegd aan het artikel.
Het artikel bevat de volgende intro:
“In een kantoortje in Amsterdam-Zuidoost is een bedrijf gevestigd dat wereldwijd servers van Telegram beheerde. Vanuit hetzelfde werkadres doen twee Russen zaken met de Russische strijdmacht en geheime dienst, blijkt uit onderzoek van BNR.”
Het artikel gaat verder:
“Het gaat om Vladimir V. en Aleksei Z. Vladimir is een 45-jarige Russische netwerkingenieur, ondernemer en oprichter van GlobalNet. De 46-jarfige Aleksei is sinds 2021 directeur van deze onderneming. BNR deed onderzoek naar GlobalNet in het kader van de podcast Telegramterreur, waarvan vandaag de laatste aflevering verschijnt.
Zowel Vladimir als Aleksei ontkent de Europese sanctieregels te overtreden.”
Het artikel bevat verder de volgende passages:
“GlobalNet levert al sinds 2016 in Rusland telecomdiensten aan Voentelekom, een mobiele provider van het Russische leger, en sinds 2024 aan een onderzoeksinstituut voor kernenergie. Dat blijkt uit openbare aanbestedingsdocumenten die in handen zijn van BNR.”
en:
“Vladimir V. speelt een rol bij het in de lucht houden van de chatapp Telegram. Hij was onder meer verantwoordelijk voor installatie van Telegramservers in Amsterdam, Miami en Singapore. Een van zijn andere bedrijven, GNM, is nog steeds actief voor Telegram, zo laat V aan BNR weten. Het contract voor het serverbeheer in Amsterdam zou echter in 2020 door een andere partij zijn overgenomen.”
Onder de tussenkop “Foto toont kantoor in Amsterdam” staat:
“Formeel staat GlobalNet geregistreerd op een Russisch adres. BNR ontdekte dat het werk van GlobalNet deels vanuit Nederland is aangestuurd. Aleksei, de directeur van GlobalNet, zegt op zijn LinkedIn-profiel sinds 2022 in Amsterdam te zijn gevestigd. Op een foto is zijn kantoor in Zuidoost duidelijk zichtbaar. BNR bracht een bezoek aan het kantoor. Hoewel Aleksei op dat moment niet aanwezig was, bleek zijn naam bij de receptie bekend. Op LinkedIn geven vijf andere werknemers van GlobalNet ook Nederland op als woonplaats. Gearchiveerde versies van de Engelstalige website van GlobalNet laten ook een kantoor adres in Amsterdam zien.”
Het artikel gaat als volgt verder onder de tussenkop “‘GlobalNet werkt niet vanuit Nederland’”:
“Vladimir laat in een reactie aan BNR weten dat ‘naar zijn weten’ GlobalNet geen personeel in Nederland heeft. ‘GlobalNet opereert uitsluitend in Rusland en het is nooit anders geweest.’ Europese activiteiten ontplooit Vladimir exclusief vanuit GNM Inc., een op Antigua gevestigde holding.”
Aleksei bevestigt deze lezing. […] ‘En GlobalNet is niet in Europa actief – het heeft ook nooit diensten verleend op Europees grondgebied.’ Omdat GlobalNet in Rusland is gevestigd mag het leveren aan in Europa gesanctioneerde partijen, zegt Aleksei. ‘Contracten worden volledig in Rusland uitgevoerd, in overeenstemming met de Russische wet’, aldus de directeur.”
De naam GlobalNet duikt echter vaak op in Europese IT-vakpers. Het bedrijf wordt hierbij omschreven als ‘Nederlands’ en lokale werknemers worden geciteerd. Aleksei zegt dat er mogelijk verwarring is ontstaan omdat de merknaam ‘GlobalNet’ tot voor kort ook gebruikt werd door bedrijven van Vladimir die wel in Europa diensten leveren.”
Onder de tussenkop “‘Vergunning vooraf vereist’” staat:
“Voentelekom, de telecomprovider van de Russische strijdkrachten, staat sinds 2022 op de Europese sanctielijst. Als GlobalNet deel vanuit Nederland opereert is het volgens sanctierechtadvocaat Heleen over de Linden GlobalNet duidelijk in overtreding door zaken te doen met de legerprovider. […] Volgens sanctierechtadvocaat Sebastiaan Bennink van Bennink Dunin-Wasowicz is het leveren van IT-diensten aan de Russische regering of bedrijven zelfs altijd verboden. Er zijn uitzonderingen, zoals diensten die noodzakelijk zijn voor communicatie tussen de Europese Unie en Rusland, zegt Bennink, ‘maar daarvoor is een vergunning vooraf vereist’. GlobalNet beschikt niet over zo’n vergunning.”
Het artikel vervolgt met:
“Vladimir V. leverde via een ander bedrijf, het in Sint-Petersburg gevestigde ElektronTelecom, óók hardware aan de Russische geheime dienst. Het gaat om netwerkapparatuur en bekabeling In Sint-Petersburg.”
In de nagekomen reactie onderaan het artikel staat:
“Vladimir V. laat in een nagekomen reactie aan BNR weten dat GlobalNet wettelijk verplicht is desgevraagd bepaalde diensten te leveren, ook aan het leger of de geheime dienst. ‘Zo werkt de Russische wet helaas.’
- betwist dat één van zijn bedrijven hardware heeft geleverd aan de FSB. Het zou alleen gaan om ‘passieve telecomapparatuur’. Ook zegt hij dat de ‘fysieke toegang’ die hij tot Telegramservers had, verkeerd begrepen zou kunnen worden. Zijn bedrijf hield zich uitsluitend bezig met het ‘installeren, uitpakken en verbinden van servers’.
- overlegde na publicatie een mailtje van het beheer van zijn Amsterdamse kantoor waaruit blijkt dat Aleksei Z. momenteel geen toegangspas meer heeft. Aleksei Z. stuurde een kopie van zijn paspoort, dat slechts één directe vlucht op Schiphol laat zien na 2017. Deze reis vond plaats een dag voordat de foto op het Amsterdamse kantoor genomen werd. Z. verliet het Schengengebied een maand later via Finland. Hij vloog daarna niet meer op Amsterdam, maar bezocht wel regelmatig het Schengengebied.”
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Klager stelt, als ‘Strategisch Directeur’ van GNMS B.V. – samengevat – het volgende. Het artikel van BNR is feitelijk onjuist, misleidend en veroorzaakt reputatieschade. Daarnaast is het wederhoor selectief verwerkt.
De kop en intro zijn feitelijk onjuist omdat wordt gesuggereerd dat GNMS B.V. Telegram-servers ‘beheerde’ en ‘vanuit hetzelfde werkadres’ zaken deed met de FSB/ het Russische leger. Dit is niet waar. Het bedrijf is enkel een reseller van diensten in Europa zonder enige operationele werkzaamheden voor Telegram of andere bedrijven. Het heeft ook geen contracten met Telegram gehad, noch installaties, beheer of toegang tot servers en/of data.
Ook 000GlobalNet werkte nooit met Telegram en was nooit leverancier van diensten aan Telegram. BNR heeft deze feiten genegeerd en creëert daardoor ten onrechte een link tussen 000GlobalNet en Telegram die niet bestaat. Klager heeft BNR erop gewezen dat ook bedrijven als Vodafone licenties in Rusland hebben en dus wettelijk moeten samenwerken met de FSB terwijl ze tegelijkertijd Telegram in Europa bedienen. Door deze context te negeren schetst BNR een eenzijdig beeld. Sinds 2024 is klager overigens geen eigenaar meer van 000GlobalNet.
Hoewel in het artikel aansturing vanuit Amsterdam wordt gesuggereerd is hier geen bewijs voor. Er is geen bewijs waaruit blijkt dat er sprake is van Nederlandse operaties noch dat Aleksei Zakrevskii in Nederland resideert of is geregistreerd. Sterker nog, klager heeft bewijs aangevoerd dat dit niet zo is, maar BNR heeft dit genegeerd. Ter zitting heeft klager laten weten dat ook ten onrechte niet in het artikel is opgenomen dat LinkedIn in Rusland is verboden en dat het account/ de accounts waaraan wordt gerefereerd niet actueel is/zijn.
Daarnaast wordt gesuggereerd dat de in het artikel genoemde bedrijven Europese regels hebben overtreden. Maar er wordt niet uitgelegd hoe en op welke gronden.
Ook is de term ‘netwerkapparatuur’ in relatie met de FSB onjuist. De term impliceert surveillance (lees actieve spionage-apparatuur), maar het betrof passieve componenten (kabels, kasten) zonder interceptiefunctie. Bovendien is de term “fysieke toegang” in relatie tot Telegram-servers onjuist. GNM Inc. beheerde nooit Telegram-servers en had nooit toegang tot data. De activiteiten beperkten zich tot fysieke installatie en onderhoud (maintenance) zonder data toegang.
Ten slotte is het weerwoord van klager geminimaliseerd. BNR weigerde aanpassingen te doen. Zo zijn in het artikel entiteiten en locaties vermengd. In het artikel worden 000GlobalNet, GNMS Inc. en GNMS B.V. door elkaar gehaald. Uit het artikel wordt niet duidelijk dat 000GlobalNet een in Rusland gevestigde onderneming was die uitsluitend in Rusland actief was. Daarnaast blijkt niet uit de publicatie dat het bedrijf geen registratie in de Europese Unie heeft gehad en ook geen vestigingen of operationele activiteiten buiten Rusland heeft ontplooid. Ook heeft het geen Europese of westerse klanten bediend. Ten aanzien GNMS Inc. is niet duidelijk gemaakt dat het is gevestigd in Antigua en dat het activiteiten wereldwijd ontplooit. Over GNMS B.V. wordt ten onrechte niet vermeld dat dit bedrijf is geregistreerd in Nederland en enkel ‘reseller’ is. GNMS B.V. werkte nooit met Russische klanten zoals de FSB.
Naast deze entiteiten bestond ‘GlobalNet’ ook als merknaam. Tot 2024 werd deze merknaam gebruikt voor meerdere, juridisch gescheiden ondernemingen die in verschillende regio’s actief waren. Deze ondernemingen waren niet onderling verbonden. Wel deelden ze dezelfde aandeelhouder. In de publicatie is geen helder onderscheid gemaakt tussen de merknaam en de juridisch gescheiden entiteiten.
BNR heeft daar – eveneens samengevat – het volgende tegenover gesteld. BNR heeft met haar berichtgeving volledig conform de Leidraad gehandeld door onder andere serieus en meer dan overvloedig wederhoor te hebben verwerkt in het artikel. Van eenzijdige berichtgeving is geen sprake. Ook heeft zij waarheidsgetrouw bericht.
Het bericht dat in deze zaak centraal staat is onderdeel van een meerdelige podcastserie met begeleidende website-berichtgeving over het communicatieplatform Telegram. Maandenlang hebben drie onderzoeksjournalisten van BNR hieraan gewerkt. Voorafgaand aan de publicatie is uitvoerig research gedaan en is uitgebreid met klager gecorrespondeerd. Hem zijn hierbij ook vragen in het kader van wederhoor voorgelegd. Zijn reactie is vervolgens in het artikel geplaatst. Direct na de publicatie bleek klager toch niet tevreden wat heeft geleid tot een feitelijke verduidelijking in de tekst op 20 oktober 2025. Niettemin volgde daarna nog een aanhoudende mailwisseling die heeft geleid tot het plaatsen van een naschrift op 2 november 2025. Dit was louter gedaan uit coulance. Uit deze gang van zaken blijkt wel dat BNR zich in alle mogelijke bochten heeft gewrongen om de visie van klager te verwerken, zowel voor als na publicatie van het gewraakte bericht. Waar informatie niet is gepubliceerd is dit bovendien uitgebreid toegelicht in de mailwisseling.
Het artikel bestaat zo ongeveer voor de helft uit de lezing van klager -zeker met het naschrift erbij-. BNR heeft zorgvuldig en volledig conform de Leidraad gehandeld door bijvoorbeeld professioneel onderzoek te doen naar gepubliceerde feiten en serieus wederhoor te hebben verwerkt in het artikel. Dat niet alles is overgenomen wat klager heeft aangedragen, kan BNR niet worden tegengeworpen. De Leidraad bevestigt dat journalisten vrij zijn in hun selectie in wat ze publiceren. Bovendien zijn de berichten op de website van BNR beperkt van omvang en moet de redactie ook zorgen dat een en ander begrijpelijk blijft voor haar lezers.
Hoewel de Raad zich normaliter niet uitspreekt over feitelijke juistheid van berichtgeving reageert BNR ten overvloede op het klachtonderdeel dat niet waarheidsgetrouw zou zijn bericht. Klager onderbouwt dit klachtonderdeel met de stellingen dat a) GlobalNet een Russisch bedrijf is en niet in Nederland is geregistreerd, b) dat BNR de mening van deskundigen zonder voorbehoud publiceert en geen definitie noch bewijs geeft van “management” en c) de term ‘netwerkapparatuur en bekabeling’ ten onrechte is gebruikt.
BNR heeft nooit geschreven dat GlobalNet een in Nederland geregistreerd bedrijf is. BNR spreekt alleen over “een werkadres” in Amsterdam. BNR baseert zich daarbij op de Engelstalige website van GlobalNet waarop een Amsterdams adres wordt vermeld bij de locatie van het hoofdkantoor en een foto die Zakrevskii heeft gepost op zijn LinkedIn-account waarop zijn uitzicht op de skyline van Amsterdam-Zuidoost vanachter zijn bureau te zien is. Dat het account achterhaald zou zijn is niet juist. Het account is actueel. Daarnaast heeft BNR fysiek het kantoor bezocht waaruit volgde dat Zakrevskii bekend was bij de receptie. Ook staat op het LinkedIn profiel van vijf medewerkers van Zakrevskii dat ze in Nederland werken. De documenten die klager heeft aangeleverd ontkrachten het gestelde “werkadres” niet. Bovendien betwist klager niet dat de foto is gemaakt.
Wat betreft de mening van de deskundigen merkt BNR op dat de deskundigen nadrukkelijk zijn opgevoerd met enig voorbehoud.
Ten aanzien van het begrip ‘management’ merkt BNR op dat de berichtgeving geen wetenschappelijke of juridische pretenties heeft. Het hanteert slechts gangbare journalistieke normen en het ‘normale’ spraakgebruik. Dat BNR zich daarom heeft onthouden van een definitie van het begrip en niet heeft verwezen naar onderliggende stukken kan hen dan ook niet worden verweten. De termen ‘netwerkapparatuur’ en ‘bekabeling’ betreffen vertalingen uit het Russischtalige contract van Electron Telecom.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
De klacht houdt in de kern in dat de berichtgeving van BNR over klager suggestief en eenzijdig is als gevolg van feitelijke onjuistheden en dat het wederhoor van klager niet (zorgvuldig) is verwerkt.
De Raad stelt voorop dat hij geen zelfstandig feitenonderzoek verricht en zich aldus niet uitlaat over de vraag of de entiteiten van klager en de daarbij behorende diensten (juridisch) juist zijn weergegeven. De Raad beoordeelt of met de gewraakte publicatie grenzen van journalistieke ethiek zijn overschreden aan de hand van de Leidraad.
BNR heeft aannemelijk gemaakt dat voldoende aanleiding bestond om over de kwestie te berichten en aandacht te besteden aan klager, zoals is gedaan. Daarbij stond het BNR vrij om de gebezigde kop te gebruiken. Het is journalistiek gebruikelijk dat een artikel in de kop scherp(er) wordt aangezet; een kop mag een vergroving van de inhoud van het bijbehorende artikel bevatten. Daarmee worden de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid alleen overschreden als de kop geen grond vindt in het artikel. Daarvan is naar het oordeel van de Raad hier geen sprake.
De Raad overweegt daarbij dat het gebruik van kwalificaties met betrekking tot de entiteit niet beperkt hoeft te worden tot aanduidingen die (volledig) voldoen aan de juridische definitie daarvan. In de berichtgeving wordt de gebruikte terminologie voldoende genuanceerd. Voor zover bij de lezer enige verwarring is ontstaan ten aanzien van de (verbondenheid tussen) genoemde entiteiten en de daarbij behorende diensten, kan dat BNR niet worden verweten.
Verder heeft BNR, aan de hand van aangehaalde bevindingen, aannemelijk gemaakt dat voldoende grondslag bestaat voor de weergegeven feiten. Er bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat met de publicatie een zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave is gegeven, dat daarmee sprake is van eenzijdige of suggestieve berichtgeving. Indien er sprake zou zijn van omissies, zijn die niet van zodanige aard dat daardoor de berichtgeving niet-waarheidsgetrouw is.
Daarbij is van belang dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Dat klager liever een andere insteek had gezien, maakt niet dat die van BNR ontoelaatbaar is.
Niet is gebleken dat BNR de feiten onvoldoende heeft onderzocht of eenzijdig heeft geput uit bronnen. De bronnen zijn op adequate wijze weergegeven en veelal voorzien van een reactie van klager waardoor de lezer zich een eigen oordeel kan vormen. Bovendien is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen.
Het standpunt van klager dat zijn reactie niet adequaat is verwerkt, volgt de Raad evenmin. Dat klager graag had gezien dat meer aandacht was besteed aan zijn visie en de door hem aangedragen informatie, maakt dit niet anders. Er is voldoende aandacht besteed aan de visie van klager over zijn entiteiten en hun diensten. De kern daarvan is goed uit het artikel op te maken.
Het is verder in beginsel aan de journalist om te bepalen hoe het verkregen wederhoor wordt verwerkt. Het gebruik van een kader is niet ongebruikelijk en journalistiek toelaatbaar. De reactie van klager – die overigens ook deels in de hoofdtekst zelf is weergegeven – is daarmee niet ‘weggestopt’. Het is zelfs niet ondenkbaar dat de reactie daarmee juist meer de aandacht van de lezer heeft getrokken.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de klacht ongegrond is.
Relevante punten uit de Leidraad: A., B.3 en C.
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2025/3, RvdJ 2024/14 en RvdJ 2023/2
CONCLUSIE
De klacht is ongegrond.
Zo vastgesteld door de Raad op 18 mei 2026 door mr. S. Djebali, voorzitter, mr. N.A.M van Herten, L.M. van de Langenberg MSc Med, en S.S. Sitalsing, leden, in tegenwoordigheid van mr. E. Hoefnagel, adjunct- secretaris.