2026/2 Deels ongegrond / Onthouding oordeel

X / W. Coenen en de hoofdredacteur van De Limburger

Samenvatting

W. Coenen en De Limburger (hierna gezamenlijk: De Limburger) hebben in het artikel “Sirenes na dodelijk geweld in Herkenbosch waren op basisschool te horen: ‘Oh jee, daar is wat gebeurd’” klager als buurman van het slachtoffer geciteerd onder vermelding van zowel zijn voor- en achternaam als zijn leeftijd. De Raad kan niet vaststellen welke afspraken voorafgaand aan het interview zijn gemaakt met betrekking tot het vermelden van klagers naam. Daarom onthoudt hij zich op dit punt van een oordeel. Er bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat het vermelden van klagers volledige naam en leeftijd niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijke belang van de publicatie. Dat maakt dat de (privacy) belangen van klager niet disproportioneel zijn aangetast. Op dit punt is de klacht daarom ongegrond.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek

inzake de klacht van

X

tegen

W. Coenen en de hoofdredacteur van De Limburger

X (klager) heeft op 18 september 2025 een klacht ingediend tegen de heer W. Coenen en de hoofdredacteur van De Limburger (hierna gezamenlijk: De Limburger). De Limburger heeft op 10 oktober 2025 op de klacht gereageerd. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager betrokken van 3 oktober 2025.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 21 november 2025. Partijen zijn daar om hun moverende redenen niet verschenen.

DE FEITEN

Op 15 september 2025 is op de website van De Limburger het artikel “Sirenes na dodelijk geweld in Herkenbosch waren op basisschool te horen: ‘Oh jee, daar is wat gebeurd’” verschenen van de hand van W. Coenen. Het artikel bevat de volgende passages:
“De meeste bewoners van de Van der Landelaan weten niets over wat er zich maandagochtend heeft afgespeeld. Alleen [X] (62), die pal aan de tuin van het slachtoffer en zijn vrouw woont, heeft iets opgevangen. “Ik werd net wakker en hoorde geschreeuw. Ik dacht dat de buren ruzie hadden.” Even later snellen agenten door de straat en wordt die afgezet met politielint. De tuin van zijn buurman verandert in plaats delict.”
en:
“Veel contact met Vossen [het slachtoffer, RvdJ] hadden de meeste buurtbewoners niet. Dat hij een achtergrond in de financiële wereld heeft, weten ze wel. “Maar we komen niet bij elkaar over de vloer”, zegt [X].”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – samengevat – het volgende. In het gewraakte artikel is zonder zijn toestemming zijn naam vermeld. Klager had in goed vertrouwen zijn naam en leeftijd aan de journalist gegeven en hem uitdrukkelijk verzocht zijn naam niet openbaar te maken. Door zijn naam en leeftijd openbaar te maken is zijn privacy geschonden.

De Limburger stelt hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. Zij betwist dat zij zonder toestemming van klager of tegen zijn uitdrukkelijk verzoek, zijn naam heeft genoemd. Het is juist dat de journalist klager heeft gevraagd naar zijn naam, toenaam en leeftijd en dat hij deze heeft verstrekt. Maar hij heeft daarbij niet gevraagd om deze niet online of in de krant te vermelden. Sterker nog, andere personen zijn in het artikel wel anoniem opgevoerd, dus waarom zou dat dan niet zijn gebeurd bij klager als hij hierom zou hebben verzocht.
Nadat klager zijn klacht kenbaar had gemaakt bij de hoofdredacteur heeft De Limburger uit begrip voor de situatie van klager, diens naam alsnog uit het online-artikel gehaald. Ook heeft De Limburger ervoor zorg gedragen dat de naam van klager niet via Google of het archief van De Limburger bij de eerste de beste zoekactie komt bovendrijven.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Dat neemt niet weg dat de journalist in het algemeen een afweging dient te maken tussen het belang dat met een publicatie is gediend en de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad.
Verder geldt dat in een publicatie de privacy van personen niet verder mag worden aangetast dan in het kader van de berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy is onzorgvuldig wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. Ook in dit opzicht dient dus een belangenafweging plaats te vinden.
Daarnaast is het uitgangspunt dat journalisten waarheidsgetrouw, controleerbaar en zo volledig mogelijk behoren te berichten.

De Raad heeft geconstateerd dat de standpunten van partijen over de vraag of klager De Limburger uitdrukkelijk heeft verzocht zijn naam niet openbaar te maken, lijnrecht tegenover elkaar staan. Hij kan niet vaststellen welk standpunt juist is en onthoudt zich daarom op dit punt van een oordeel.

Verder zijn naar het oordeel van de Raad de (privacy) belangen van klager niet disproportioneel aangetast. De vermelding van klagers naam was journalistiek relevant. Uit het oogpunt van verifieerbaarheid en controleerbaarheid is het uitgangspunt dat in publicaties de bronnen worden vermeld.

Verder onderkent de Raad dat het in berichtgeving als de onderhavige met name voor een regionaal medium journalistiek relevant is om meer gedetailleerd verslag te doen en daarbij bijvoorbeeld een naam en leeftijd te vermelden.
Niet is gebleken dat de aard en inhoud van het artikel voor klager voorafgaand aan het gesprek met Coenen niet (voldoende) duidelijk waren. Bovendien is niet aannemelijk gemaakt dat de vermelding van de naam en leeftijd van klager heeft geleid tot een onnodige vergroting van de herleidbaarheid, zowel voor het grote publiek als de directe omgeving van klager. Daarom bestaat er geen aanleiding voor de conclusie dat het vermelden van klagers naam en leeftijd niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijke belang van de publicatie.
Het siert De Limburger dat zij ondanks haar eigen zorgvuldige afweging alsnog maatregelen heeft getroffen om de berichtgeving op dit punt aan te passen.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de klacht ongegrond is ten aanzien van het vermelden van klagers volledige naam en leeftijd in de gewraakte publicatie.

Ten aanzien van de vraag of klager toestemming heeft gegeven voor de vermelding van zijn persoonlijke gegevens onthoudt de Raad zich van een oordeel.

Relevante punten uit de Leidraad: A., B.2 en C.1
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2021/45 en RvdJ 2018/20

CONCLUSIE

De klacht is ongegrond ten aanzien van het vermelden van klagers volledige naam en leeftijd in de gewraakte publicatie.

Voor zover de klacht betrekking heeft op de vraag of klager toestemming heeft gegeven voor de vermelding van zijn persoonlijke gegevens, onthoudt de Raad zich van een oordeel.

Zo vastgesteld door de Raad op 20 januari 2026 door mr. M.V. Ulrici, voorzitter, dr. H.P. Groenhart, M. ten Katen, L.M. van de Langenberg MSc MEd en E. Schievink, leden, in tegenwoordigheid van mr. E. Hoefnagel, secretaris.