2026/15 Deels ongegrond / Niet inhoudelijk behandeld

J. Schilder / de hoofdredacteur van Nieuw-Volendam

Samenvatting

Nieuw Volendam (NIVO) heeft een ingezonden bijdrage van de politieke partij Volendam|80 gepubliceerd met de kop “Hoe er een bom werd geplaatst onder het plan de Lange Weeren, die bijna afging” en een verslag van een gemeenteraadsvergadering met de kop “College en raadsleden eensgezind in onvrede tegen motie LEV”. J. Schilder (klager) en zijn partij Lokaal Edam-Volendam (LEV) moeten zich – gezien hun positie in het openbare politieke debat – een grote mate van kritische en polemische bejegening laten welgevallen. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan NIVO niet tot publicatie had mogen overgaan zonder vooraf wederhoor toe te passen. Bovendien bevatten de publicaties geen ernstige, de persoon van klager rakende diskwalificaties. Het vermelden van de naam en functie van klager in het kader van lokale politieke berichtgeving, is maatschappelijk en journalistiek relevant. De klachtonderdelen over deze publicaties zijn daarom ongegrond.
Voor zover de klacht is gericht tegen de structurele uitsluiting van klager althans zijn partij van publicatieruimte die door NIVO aan alle politieke partijen wordt verstrekt, is deze niet inhoudelijk behandeld omdat deze niet-tijdig is ingediend.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek

inzake de klacht van

J. Schilder

tegen

de hoofdredacteur van Nieuw-Volendam

De heer J. Schilder (klager) heeft op 11 november 2025 een melding gemaakt van een mogelijke klacht tegen de hoofdredacteur van het nieuwsblad Nieuw-Volendam (NIVO). Nadat de secretaris van de Raad klager over de klachtprocedure heeft geïnformeerd, heeft klager zich tot de hoofdredacteur gewend. Vervolgens heeft klager op 19 november 2025 zijn klacht formeel bij de Raad ingediend. Bij de beoordeling is verder correspondentie van partijen betrokken van 18, 22 en 29 december 2025 en van 9, 13, 15 en 23 januari 2026.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 6 februari 2026. Klager is daar verschenen en heeft zijn klacht toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van NIVO was de heer L. Tol, politiek verslaggever aanwezig.

DE FEITEN

Op 11 juni 2025 is in NIVO een bericht verschenen onder de kop “Hoe er een bom werd geplaatst onder het plan de Lange Weeren, die bijna afging” met de bovenkop “Politiek | VD80”. De intro hiervan luidt:
“De woningnood in Edam-Volendam is torenhoog. Uit cijfers blijkt dat er 4 keer zoveel jongeren in Edam-Volendam nog thuis wonen t.o.v. het landelijk gemiddelde – en met bijna 2000 thuiswonende jongeren (23+) is dat nogal wat. Dan hebben we het nog niet gehad over de duizenden senioren die ingeschreven staan voor een ander soort passende woning, voor wie te weinig beschikbaar is.”
Het bericht bevat onder meer de volgende passage:
“Precies dat argument werd eerder ingebracht door Lokaal Edam-Volendam (LEV), toen zij tegen de Lange Weeren stemde in onze gemeenteraad. LEV zaaide twijfel door te beweren dat 850 woningen voldoende zouden zijn. Die twijfel werd dankbaar overgenomen door tegenstanders in de provincie – en had de bom kunnen zijn, die het hele plan had kunnen laten ontploffen.
Provinciale tegenstanders spitsten hun oren. Is er toch nog een opening om de Lange Weeren tegen te houden?
Ze probeerden het, maar tevergeefs: de door LEV geplante bom ging niet af.”
Het bericht is ondertekend met “Fractie Volendam|80”.

Enkele weken later is in NIVO het bericht “Wie draait hier aan de cijfers?” verschenen met de bovenkop “Politiek | LEV”. De intro hiervan luidt:
“Volendam80 verdraait de feiten over woningbouw en woningnood, Lokaal Edam-Volendam (LEV) zet het recht.”
Het bericht is ondertekend met Fractie Lokaal Edam-Volendam.

Vervolgens is op 5 november 2025 in NIVO een artikel van de hand van Tol verschenen onder de kop “College en raadsleden eensgezind in onvrede tegen motie LEV”. De intro van dit artikel luidt:
“Lokaal Edam-Volendam (LEV) gebruikte donderdagavond tijdens de raadsvergadering een zwaar politiek middel tegen maar liefst twee wethouders: een motie van wantrouwen. Die ging over dat de begroting en grondexploitaties van het college niet zouden deugen. Fractievoorzitter Jaap Schilder wilde dit duidelijk maken in een omvangrijk technisch vertoog. Zijn motie stuitte op eensgezind verzet van het college en zijn collega-raadsleden. Saul Jonk (BVNL) bestempelde de motie als ‘niet alleen volstrekt disproportioneel, maar ook feitelijk en juridisch ondeugdelijk’.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Hoe ga je om met een partij die zich steeds meer lijkt af te keren van de rest van de gemeenteraad en het college? LEV kwam met een motie die wel heel ingrijpend was. Sean Tol (GroenLinks) verwoordde een dilemma waar fracties mogelijk mee zitten: reageren we of geven we het geen aandacht en laten we het links liggen?
Schilder kreeg uitgebreid de ruimte om zijn motie toe te lichten. Hieronder is een deel daarvan weergegeven, de hele toelichting is te beluisteren via de site van de gemeente.”
en:
“,,Wat moet ik hier in godsnaam mee”, vroeg Sean Tol (GroenLinks) niet volgens de raadsetiquette, maar wel uit het hart, reagerend op de motie.”
en:
“Saul Jonk vroeg Schilder na alle kritiek uit de raad om zijn motie in te trekken. Toen hij dit niet deed, vroeg hij om een schorsing van de vergadering, waar gehoor aan werd gegeven. Na die pauze kwam een nieuwe, spontane motie van afkeuring naar voren. Die ging voer het gedrag van raadslid Schilder.
Jonk:,, Een constructieve en respectvolle omgang tussen raadsleden, college en ambtelijke organisatie is essentieel voor een goed functionerende lokale democratie. De heer Schilder heeft herhaaldelijk in het openbaar uitlatingen gedaan en stukken verspreid waarin sprake is van feitelijke onjuistheden. Deze handelwijze ondermijnt niet alleen het vertrouwen in wethouders en het gemeentebestuur, maar schaadt ook de geloofwaardigheid van de gemeenteraad als geheel. Deze communicatie draagt bij aan het versterken van polarisatie, wantrouwen en het frustreren van besluitvorming, in plaats van samenwerking en debat op basis van feiten.”
14 raadsleden stemden vóór deze spontane motie. De 8 tegenstemmers vonden een motie van afkeuren voor een raadslid te ver gaan, al maakten zij al wel eerder hun ongenoegen over zijn motie duidelijk. (…) De motie van LEV kreeg geen verdere steun in de raad.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – kort samengevat – het volgende. De publicaties van 11 juni en 5 november 2025 betreffen zijn handelen en integriteit als raadslid, waarbij zijn naam is genoemd, zonder dat wederhoor heeft plaatsgevonden. Klager heeft er vooral bezwaar tegen dat hij met naam en functie is genoemd in een context van obstructie, ondermijning en ‘demoniserend gedrag’. In het artikel van 11 juni wordt zelfs gesuggereerd dat hij ‘een bom onder een plan heeft geplaatst’, een buitengewoon geladen formulering waarvoor geen feitelijke basis bestaat. Er is sprake van een structureel patroon waarbij belastende en negatieve kwalificaties worden gepubliceerd zonder dat hij vooraf is benaderd. De gevolgen daarvan zijn aanzienlijk, zoals vijandige reacties in de lokale gemeenschap, aldus klager.
Verder klaagt hij erover dat zijn fractie sinds april 2025 structureel is uitgesloten van publicatieruimte die door NIVO aan lokale politieke partijen wordt verstrekt. Dit betekent in de praktijk dat het hem onmogelijk wordt gemaakt te reageren op berichten van andere partijen, waardoor feitelijke onjuistheden, schadelijke kwalificaties en suggestieve framing zonder tegenwicht in het lokale nieuws kunnen verschijnen. Hoewel de redactie eenmalig ruimte bood voor een reactie op het bericht van 11 juni 2025, die enkele weken later is geplaatst, houdt zij vast aan haar besluit tot structurele uitsluiting; het probleem is dus niet opgelost. Het redactionele besluit tot uitsluiting is overigens niet genomen op basis van de inhoud van de reacties van klager, maar vanwege de wijze waarop de redactie stelt in het verleden door hem te zijn aangesproken.
Klager vraagt de Raad te beoordelen of de structurele uitsluiting van zijn fractie van publicatieruimte en wederhoor, verenigbaar is met de journalistieke verantwoordelijkheid die een lokaal medium draagt.

NIVO heeft daar – eveneens samengevat – het volgende tegenovergesteld. Het in april 2025 genomen besluit om voorlopig geen ingezonden stukken van klager te publiceren, is gebaseerd op herhaaldelijke intimiderende communicatie, agressieve toonzetting en het feit dat de redactie na vrijwel iedere inzending uitgebreid moest uitleggen dat persoonlijke aanvallen niet in de krant thuishoren. Dit geldt voor alle partijen en personen: onze ingezonden rubriek biedt ruimte voor inhoudelijk debat, niet voor verdachtmakingen of vijandige toon. De negatieve ervaringen met klager verklaren waarom de reactie zorgvuldig heeft heroverwogen welke ruimte zij hem nog biedt als inzender. Het besluit is ook bekendgemaakt in de krant. De op de zitting gestelde vraag of het besluit destijds – vooraf dan wel later – met klager is besproken, kan Tol niet beantwoorden, omdat hij daarbij niet betrokken is geweest.
Het hiervoor besproken besluit staat los van de reguliere berichtgeving en de rol van klager als politicus. NIVO doet al jarenlang structureel verslag van raadsvergaderingen en politieke besluiten in Edam-Volendam. Het artikel van 5 november 2025 is daarvan een regulier voorbeeld: een motie van wantrouwen is een zwaar politiek middel en daarmee vanzelfsprekend relevant nieuws. Het artikel beschrijft feitelijk wat er in de raadsvergadering gebeurde, inclusief letterlijke citaten van raadsleden en wethouders. Deze uitspraken zijn onderdeel van het openbare debat en weerspiegelen niet de mening van de redactie. In het artikel zijn alle betrokken fracties gelijk behandeld, waarbij klager uitgebreid de gelegenheid kreeg zijn motie toe te lichten; delen daarvan zijn integraal opgenomen. Dit toont aan dat hij niet wordt buitengesloten. De verslaggever onderhoudt overigens regulier contact met LEV-partijleden.
Ten slotte stelt NIVO ten aanzien van het bericht van 11 juni 2025 dat politieke partijen in ingezonden stukken soms stevige taal gebruiken richting LEV. De redactie grijpt dan in en schrapt of herschrijft – in overleg met de inzender – regelmatig persoonlijke aanvallen, ongeacht van welke partij deze afkomstig zijn. Bovendien heeft LEV op dit bericht mogen reageren.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht bevat de volgende onderdelen:
1. de publicatie van 11 juni 2025 bevat ongefundeerde belastende kwalificaties zonder toepassing van wederhoor;
2. in het artikel van 5 november 2025 is klager met naam en functie genoemd in een context van obstructie, ondermijning en ‘demoniserend gedrag’ zonder toepassing van wederhoor;
3. klager althans LEV is structureel uitgesloten van publicatieruimte die door NIVO aan alle politieke partijen wordt verstrekt.

Ad 1.
De Raad constateert dat de publicatie van 11 juni 2025 een door de politieke partij Volendam|80 aangeleverd stuk betreft. Het schrijven van dat stuk is geen journalistieke gedraging. Bezien vanuit de positie van de hoofdredacteur kan de plaatsing van dit stuk op één lijn worden gesteld met het plaatsen van een ingezonden brief. Of een dergelijk artikel wordt geplaatst of niet, staat ter beoordeling van de (hoofd)redactie. Onder omstandigheden kan plaatsing van een ingezonden stuk leiden tot het oordeel dat daarmee journalistiek onzorgvuldig is gehandeld. In dit geval bestaat voor dit oordeel geen aanleiding.
Voor de lezer is duidelijk dat het stuk de opvatting van Volendam|80 behelst. Bovendien zullen klager en LEV zich – gezien hun positie in het openbare politieke debat – een grote mate van kritische en polemische bejegening moeten laten welgevallen. De omschrijving ‘een bom leggen onder een plan’ is gangbaar figuurlijk taalgebruik en betreft geen persoonlijke beschuldiging of diskwalificatie waarvoor voorafgaand aan de publicatie wederhoor had moeten worden toegepast. LEV is bovendien in de gelegenheid gesteld om achteraf te reageren en die reactie is integraal geplaatst. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Ad 2.
Het artikel van 5 november 2025 betreft een verslag van een gemeenteraadsvergadering. Voor de lezer is voldoende duidelijk dat de journalist heeft beschreven wat hij tijdens die vergadering heeft waargenomen. Bij berichtgeving van feitelijke aard, zoals verslagen van openbare bijeenkomsten, behoeft de journalist in beginsel geen wederhoor toe te passen.
Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden, waardoor wederhoor in dit geval toch nodig was. Op basis van wat klager aanvoert, kan niet worden gezegd dat een vertekend beeld of onzorgvuldige beschrijving is gegeven van die raadsvergadering. Verder bevat het artikel geen ernstige, de persoon van klager rakende diskwalificaties. Bovendien geldt dat negatieve uitlatingen over klager in het stuk betrekking hebben op het functioneren van klager als raadslid en zijn geuit door andere raadsleden. Die uitlatingen maken onderdeel uit van het verslag van de raadsvergadering.
Ten slotte is het vermelden van de naam en functie van klager in het kader van lokale politieke berichtgeving maatschappelijk en journalistiek relevant. Mede gelet op wat de Raad ten aanzien van de inhoud van het artikel heeft overwogen, is de privacy van klager niet ongerechtvaardigd aangetast.
Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.

Ad 3.
Uitgangspunt is, dat het de redactie vrijstaat ingezonden stukken niet te plaatsen, tenzij publicatie is toegezegd. Dit brengt mee dat indien NIVO ertoe overgaat om een (stilzwijgende) afspraak met politieke partijen over het beschikbaar stellen van publicatieruimte structureel op te schorten ten aanzien van één politieke partij, zij die handelwijze deugdelijk moet onderbouwen, hetzij direct dan wel nadat de betrokken partij tegen die handelwijze bezwaar maakt.
Kennelijk heeft klager medio april 2025 het bericht ontvangen dat zijn partij (voorlopig) werd uitgesloten van publicatieruimte die NIVO aan alle politieke partijen verstrekt. Klager had zijn klacht hierover binnen zes maanden na dit bericht bij de Raad moeten indienen, maar dat heeft hij niet gedaan. De klacht is niet-tijdig ingediend, terwijl niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan klager de termijnoverschrijding in redelijkheid niet kan worden verweten. Dit onderdeel van de klacht wordt daarom niet inhoudelijk beoordeeld.
Ten overvloede merkt de Raad op dat hij uit de standpunten van de partijen niet kan vaststellen hoe de uitsluiting van (de partij van) klager tot stand is gekomen en hoe daarover is gecommuniceerd…

Relevante punten uit de Leidraad: B.3 en D.
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2021/11, RvdJ 2018/22 en RvdJ 2017/33
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 2a

CONCLUSIE

De klachtonderdelen over de publicaties van 11 juni 2025 en 5 november 2025 is ongegrond.

De klacht over het structureel uitsluiten van klager althans zijn partij van publicatieruimte wordt niet inhoudelijk beoordeeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 3 april 2026 door mr. G.C. Makkink, voorzitter, dr. H.P. Groenhart, J. Hoogenberg, I. Jansen en E.M.E. de Kort, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.C. Koene, secretaris.