2026/14 Ongegrond

X / de hoofdredacteur van De Gelderlander

Samenvatting

De Gelderlander heeft met de naamsvermelding van klager in het artikel “SC Doesburg schorst eigen speler om ‘doodschop’ tegen FC Trias: ‘Zoiets nog nooit meegemaakt’” zijn privacy niet onnodig geschaad. Het incident waarbij klager is betrokken, heeft plaatsgevonden tijdens een voetbalwedstrijd onder het oog van publiek en dus niet in zijn privésfeer. De vermelding van de naam van klager, die vaker in verband met zijn sport in de publiciteit komt, was maatschappelijk en journalistiek relevant en het weglaten van zijn naam zou afbreuk hebben gedaan aan de nieuwswaarde van de publicatie. Het is daarom ook begrijpelijk en journalistiek toelaatbaar dat De Gelderlander het verzoek tot anonimisering dat klager al een dag na de publicatie heeft gedaan, niet heeft gehonoreerd. De klacht is daarom ongegrond.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van De Gelderlander

Mevrouw E. Dogan, jurist, heeft op 30 november 2025 namens de heer X (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Gelderlander. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van partijen betrokken van 3 en 16 december 2025 en van 8 januari 2026.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 6 februari 2026. Klager is daar niet verschenen. Aan de zijde van De Gelderlander waren de heren J. Gerritsen, hoofdredacteur, en mr. L. Tordoir, senior jurist DPG Media, aanwezig.

DE FEITEN

Op 24 november 2025 is op de website van De Gelderlander een artikel verschenen met de kop “SC Doesburg schorst eigen speler om ‘doodschop’ tegen FC Trias: ‘Zoiets nog nooit meegemaakt’”. De intro van het artikel luidt:
“Naar aanleiding van een ernstig incident zondag in de competitiewedstrijd tegen FC Trias heeft het bestuur van derdeklasser SC Doesburg spits [X] onmiddellijk geschorst.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – kort samengevat – het volgende. De Gelderlander heeft nagelaten een zorgvuldige belangenafweging te maken tussen het belang van vrije meningsuiting en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Het privacybelang van klager is onvoldoende erkend, terwijl de noodzaak van volledige naamsvermelding ontbreekt. Bovendien is in de berichtgeving gebruikgemaakt van uitzonderlijk negatieve en stigmatiserende bewoordingen, waaronder de term ‘doodschop’. Deze terminologie is onnodig grievend, werkt stigmatiserend en versterkt de schade aan zijn reputatie aanzienlijk, terwijl sprake is van een sportdisciplinair incident, aldus klager.
Hij licht toe dat hij als amateurvoetballer is aangesloten bij een vereniging die onder de KNVB valt. Daarmee is hij echter nog geen ‘publiek ‘figuur’. Dat zijn naam eerder veelvuldig is vermeld in positieve berichten, maakt niet dat die vermelding ook nu toelaatbaar was en maakt het negatieve effect van dit artikel juist ernstiger. Volgens klager was de vermelding van zijn naam niet noodzakelijk voor de nieuwswaarde of het begrip van het artikel. Ook zonder identificerende persoonsgegevens had de kern van de berichtgeving, een sportdisciplinair incident en opgelegde schorsing, volledig en correct kunnen worden weergegeven. De identificatie is derhalve disproportioneel.
Daarbij komt dat de negatieve berichtgeving online blijvend beschikbaar is, waardoor klager structureel wordt geconfronteerd met nadelige gevolgen bij sollicitaties, in zijn sociale omgeving en in het dagelijks maatschappelijk verkeer.
Klager heeft herhaaldelijk verzocht om het bericht te anonimiseren, waarbij hij als middenweg heeft voorgesteld om zijn initialen te gebruiken. De Gelderlander heeft dit echter geweigerd. Volgens klager blijft De Gelderlander hiermee handelen in strijd met de vereisten van zorgvuldige journalistiek.

De Gelderlander heeft daar – eveneens samengevat – het volgende tegenovergesteld. De redactie maakt voorafgaand aan publicaties een afweging tussen enerzijds haar recht op vrijheid van meningsuiting en anderzijds het recht op privacy van betrokkenen die in de publicatie worden vermeld. In dit geval speelde daarbij een rol dat De Gelderlander veelvuldig verslag doet van voetbalwedstrijden van eerste teams uit haar regio. Dat geldt ook voor het eerste team van SC Doesburg. Bijna wekelijks staat een verslag van de wedstrijd in het overzicht van wedstrijden in de top amateurcompetities. In al deze verslagen worden de voor- en achternamen opgenomen van de spelers die hebben gescoord en van spelers die een rode kaart hebben gekregen. Van de betreffende wedstrijd heeft De Gelderlander ook verslag gedaan op 23 november 2025 (een dag voor het gewraakte artikel). Daarin is onder meer vermeld dat klager heeft gescoord en dat een teamgenoot een rode kaart heeft gekregen voor natrappen. Daarnaast zijn veelvuldig achtergrondartikelen over het team gepubliceerd, waarbij in september 2023 ook de terugkeer van klager uitgebreid aan bod is gekomen. Klager is in die publicatie aan het woord gelaten en er zijn geposeerde foto’s van hem opgenomen.
Voor de lezers is het van belang dat de berichtgeving leesbaar en controleerbaar is. Daaraan wordt afbreuk gedaan door het anonimiseren van namen van spelers bij negatieve berichtgeving over blunders, rode kaarten of wangedrag. Lezers zijn juist geïnteresseerd in welke speler wanneer en door welke actie beslissend is geweest. Daarbij komt dat anonimisering in sommige situaties ertoe kan leiden dat andere spelers onterecht beschuldigd kunnen worden.
De situatie zoals deze zich heeft voorgedaan in de wedstrijd en de door de club opgelegde schorsing zijn maatschappelijk en journalistiek relevant. Klager heeft als speler van het eerste team een voorbeeldfunctie voor de jeugd en dient zich in die hoedanigheid ook daarnaar te gedragen. Als dat, om welke reden dan ook, niet gebeurt en de club daarop vervolgens zelfstandig – los van de KNVB – aan de speler een schorsing oplegt is dat nieuwswaardig. Dat ook SC Doesburg hieraan belang hecht, blijkt uit het feit dat de club de schorsing van klager zelf openbaar heeft gemaakt. Daar komt nog bij dat de scheidsrechter de overtreding niet heeft waargenomen en de beelden van de overtreding van klager via sociale media snel werden verspreid. Die omstandigheid maakt het een bijzonder nieuwsfeit en dat is meegewogen. Verder is vanzelfsprekend bij de belangenafweging betrokken dat klager negatief in het nieuws komt en dat dit eventueel gevolgen kan hebben voor zijn leven buiten het voetbal. Dat weegt echter niet op tegen de hiervoor besproken afwegingen. De situatie was, zonder dat De Gelderlander zich daar voor toekomstige situaties aan committeert, mogelijk anders geweest als klager in een lager team had gespeeld en er geen verslag zou zijn gedaan van de wedstrijden of ontwikkelingen rondom dat lagere team.

Overigens is De Gelderlander niet van oordeel dat klager enkel vanwege zijn lidmaatschap van de KNVB als ‘publiek figuur’ kwalificeert. Klager zou echter wel als ‘publiek figuur’ kunnen worden beschouwd nu veelvuldig over hem wordt bericht in zijn hoedanigheid als (veel scorende) spits van het eerste elftal van SC Doesburg.
De Gelderlander concludeert dat zij een zorgvuldige en juiste belangenafweging heeft gemaakt.
Op de zitting heeft De Gelderlander hieraan nog toegevoegd dat bij het beoordelen van het verzoek tot anonimisering de factor ‘tijd’ een rol speelt. In dit geval werd dit verzoek al gedaan één dag na publicatie. Gelet op wat is opgemerkt over de belangenafweging, was het honoreren van het verzoek tot anonimiseren op dat moment niet opportuun.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Dat neemt niet weg dat de journalist in het algemeen een afweging dient te maken tussen het belang dat met een publicatie is gediend en de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad.

Verder geldt dat in een publicatie de privacy van personen niet verder mag worden aangetast dan in het kader van de berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy is onzorgvuldig wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. Ook in dit opzicht dient dus een belangenafweging plaats te vinden.

Daarbij onderkent de Raad dat het in berichtgeving als de onderhavige met name voor een regionaal medium journalistiek relevant is om meer gedetailleerd verslag te doen en in het kader van verslaggeving over (wedstrijden van) regionale sportclubs namen van spelers te vermelden. Daarbij zal een speler in het hoogste team van de club doorgaans binnen de regio als publiek figuur kunnen worden aangemerkt, zeker als met enige regelmaat over hem – in het kader van zijn sport – wordt bericht. Dit brengt mee dat hij zich een zekere mate van blootstelling aan ongewilde publiciteit moet laten welgevallen, in ieder geval indien de publiciteit betrekking heeft op zijn doen en laten als sporter.

Het voorgaande in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat de privacybelangen van klager niet disproportioneel zijn aangetast. Het artikel heeft betrekking op een incident waarbij klager als speler is betrokken, dat heeft plaatsgevonden tijdens een wedstrijd onder het oog van publiek en dus niet in zijn privésfeer. De vermelding van de naam van klager, die vaker in verband met zijn sport in de publiciteit komt, was maatschappelijk en journalistiek relevant en het weglaten van zijn naam zou afbreuk hebben gedaan aan de nieuwswaarde van de publicatie.
Het is daarom ook begrijpelijk en journalistiek toelaatbaar dat De Gelderlander het verzoek tot anonimisering dat klager al een dag na de publicatie heeft gedaan, niet heeft gehonoreerd.

Relevant punt uit de Leidraad: C.1
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2026/2, RvdJ 2024/5 en RvdJ 2017/30

CONCLUSIE

De klacht is ongegrond.

Zo vastgesteld door de Raad op 17 maart 2026 door mr. G.C. Makkink, voorzitter, dr. H.P. Groenhart, J. Hoogenberg, I. Jansen en E.M.E. de Kort, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.C. Koene, secretaris.