Samenvatting
De Raad voor de Journalistiek ziet geen aanleiding om de
conclusie RvdJ 2022/18 over de klacht van A.J.G. Gelder (verzoeker) tegen het Noordhollands Dagblad/Alkmaarsche Courant
te herzien. Verzoeker maakt bezwaar tegen de afwegingen die de Raad in
zijn conclusie heeft gemaakt, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat de Raad
zijn conclusie op basis van onjuiste constateringen heeft genomen. Dat
verzoeker zich niet kan vinden in de overwegingen en het oordeel van de Raad, is
onvoldoende om een verzoek tot herziening te honoreren.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake het verzoek van
A.J.G. Gelder
tot herziening van de conclusie van de Raad van 8 juli 2022 (RvdJ 2022/18) betreffende zijn klacht tegen
de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad/Alkmaarsche Courant
De heer A.J.G. Gelder (verzoeker) heeft op 13 juli 2022 verzocht om herziening van de conclusie van 8 juli 2022 inzake zijn klacht tegen de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad/Alkmaarsche Courant (hierna: NHD/Alkmaarsche Courant). Bij de beoordeling van het herzieningsverzoek is verder correspondentie betrokken van NHD/Alkmaarsche Courant van 21 juli 2022.
Het verzoek is behandeld op de zitting van de Raad van 26 augustus 2022 in een herzieningskamer buiten aanwezigheid van partijen. Vanwege de plotselinge verhindering van een van de leden van de Raad, is het verzoek beoordeeld door de voorzitter en drie leden.
DE FEITEN
Verzoeker heeft op 7 februari 2022 een klacht ingediend tegen NHD/Alkmaarsche Courant over het artikel met de kop: “Zeven keer is scheepsrecht. Hart voor Vrijheid is nieuw, de lijsttrekker niet helemaal. Zijn vele pogingen stierven in schoonheid. ’Het is moeilijk om de juiste mensen te vinden’”.
Op 8 juli 2022 heeft de Raad geconcludeerd dat NHD/Alkmaarsche Courant journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld. De Raad heeft daartoe onder meer het volgende overwogen:
“Voor NHD/Alkmaarsche Courant bestond voldoende aanleiding om over klager te berichten op de wijze zoals is gedaan. Van enige journalistiek ontoelaatbare vooringenomenheid is niet gebleken. Er is voldoende onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Bovendien heeft klager diverse keren inzage gekregen in het conceptartikel om feitelijke onjuistheden weg te nemen.
Verder stond het NHD/Alkmaarsche Courant vrij om de kop “Zeven keer is scheepsrecht. Hart voor Vrijheid is nieuw, de lijsttrekker niet helemaal. Zijn vele pogingen stierven in schoonheid. ’Het is moeilijk om de juiste mensen te vinden’” te gebruiken. Het is immers journalistiek gebruikelijk dat een artikel in de kop scherp(er) wordt aangezet; een kop mag een vergroving van de inhoud van het bijbehorende artikel bevatten. Daarmee worden de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid alleen overschreden als de kop geen grond vindt in het artikel. Dat is hier niet het geval.
De Raad kan zich voorstellen dat de berichtgeving klager niet welgevallig is. Er bestaat echter geen aanleiding voor de conclusie dat sprake is van onjuiste en/of onnodig grievende berichtgeving. NHD/Alkmaarsche Courant heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.”
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Verzoeker stelt – samengevat – het volgende. De Raad eerbiedigt zijn eigen Leidraad niet. Het artikel was niet integer en fair. Er is over hem en zijn partij alleen maar negatief bericht, en bovendien op een verwerpelijke toon. De hele sfeer die in het artikel is gecreëerd, is dat verzoeker en zijn partij een soort ‘wappies’ waren rond corona. Er is sprake van vooringenomenheid bij NHD/Alkmaarsche Courant. Tijdens de zitting van de Raad had verzoeker het idee dat hij serieus werd genomen, maar daar is nu weinig van over.
NHD/Alkmaarsche Courant stelt – eveneens samengevat – dat verzoeker geen nieuwe argumenten presenteert. NHD/Alkmaarsche Courant staat achter het eerder gevoerde verweer en de conclusie van de Raad.
BEOORDELING VAN HET VERZOEK
Herziening van een eerder genomen conclusie is alleen mogelijk indien een verzoeker aannemelijk maakt dat de conclusie van de Raad berust op ‘ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten’. Verzoeker heeft dit niet gedaan.
Het verzoekschrift bevat (een nadere uitwerking van) stellingen die verzoeker eerder in de procedure heeft geformuleerd en die de Raad (in de kern) heeft betrokken bij zijn oordeel. Niet is gebleken dat de Raad zijn oordeel op basis van onjuiste constateringen heeft gedaan.
In essentie vraagt verzoeker om een herbeoordeling van de klacht omdat hij zich niet kan vinden in de afwegingen die de Raad heeft gemaakt. Het Reglement van de Raad voorziet echter niet in een dergelijke (hoger beroeps)procedure. Voor een herziening op grond van (alleen) een nadere toelichting of een uitgebreidere uiteenzetting van eerdere stellingen biedt het Reglement geen ruimte.
De herzieningskamer ziet dan ook geen aanleiding tot herziening van de beslissing.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2022/22 en RvdJ 2022/13
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 10a lid 1
CONCLUSIE
Het verzoek tot herziening wordt afgewezen.
Zo vastgesteld door de Raad op 26 september 2022 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, mw. mr. N.A.M. van Herten, M.J.P.H. Josten en mw. drs. S.S. Sitalsing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G. Kamminga, plaatsvervangend secretaris.