2022/21 Deels onzorgvuldig

Q. Gario / B. de Koning en de hoofdredacteur van de Volkskrant

Samenvatting

B. de Koning
en de Volkskrant (hierna gezamenlijk: de Volkskrant) hebben in het artikel “
Opnieuw rijdt het CDA het vaakst een scheve schaats, blijkt
uit de jaarlijkse index van integriteitsaffaires in de politiek” onder meer
bericht over de partijbreuk tussen Q. Gario (klager) en BIJ1. Het was niet
onzorgvuldig van de Volkskrant om die affaire op te nemen in de publicatie.

De Volkskrant heeft echter een eenzijdig beeld
geschetst van die breuk, waardoor bij de lezer ten onrechte de indruk kan zijn
ontstaan dat klager zich werkelijk schuldig heeft gemaakt aan
integriteitsschendingen. Verder was de klachtafhandeling ten aanzien van de
tussenkop niet adequaat. Op deze punten heeft de Volkskrant journalistiek
onzorgvuldig gehandeld. Een andere omissie is voldoende hersteld. De Raad voor
de Journalistiek doet de aanbeveling aan de Volkskrant om deze conclusie
ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Q. Gario

tegen

B. de Koning en de hoofdredacteur van de Volkskrant

De heer Q. Gario te Amsterdam (klager) heeft op 8 februari 2022 een klacht ingediend tegen de heer B. de Koning en de hoofdredacteur van de Volkskrant (hierna gezamenlijk: de Volkskrant). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van partijen betrokken van 16 en 25 februari 2022 en van 7, 16 en 18 maart 2022.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 25 maart 2022. Klager is verschenen. Verder waren De Koning, mevrouw A. Kranenberg, adjunct-hoofdredacteur, en de heer M. van Breda, bedrijfsjurist bij DPG Media, namens de Volkskrant aanwezig.

Na die zitting bleek dat de Volkskrant de correspondentie van klager van 18 maart 2022 niet had ontvangen. Vervolgens is de behandeling van de klacht op verzoek van de Volkskrant voortgezet in een digitale zitting van 23 mei 2022, waaraan klager, Kranenberg en Van Breda hebben deelgenomen. De Volkskrant heeft haar standpunt toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.

DE FEITEN

Op 4 en 5 februari 2022 verscheen op de website respectievelijk in de papieren editie van de Volkskrant een artikel van de hand van De Koning met de kop “Opnieuw rijdt het CDA het vaakst een scheve schaats, blijkt uit de jaarlijkse index van integriteitsaffaires in de politiek”. De intro van het artikel luidt:
“Belangenverstrengeling is de meest voorkomende integriteitsschending onder politici in Nederland, zoals dubbelfuncties en vastgoedbelangen. De Politieke Integriteits-Index telt 52 affaires over het afgelopen jaar. De Nederlandse politiek is strenger voor burgers dan voor zichzelf.”

Het artikel bevatte aanvankelijk onder meer de volgende passage:
“Bij1 zette in juli Quinsy Gario uit de partij wegens een vertrouwensbreuk. Aanvankelijk was het onduidelijk waarom de nummer twee op de kandidatenlijst weg moest. Bij1 had naar aanleiding van ‘signalen’ een onderzoek laten doen door een advocatenkantoor. Toen details naar buiten kwamen, bleek dat er zestien klachten waren ingediend over ‘het zaaien van tweedeling’ en ‘mannelijke dominantie en manipulatief gedrag’. Samengevat: ‘toxisch gedrag’.
Er is binnen en buiten Bij1 veel kritiek geweest op de manier waarop Sylvana Simons de affaire heeft aangepakt. Gario zou onvoldoende kans hebben gehad om zich te verdedigen en aanvankelijk was het voor de buitenwereld onduidelijk waarom hij geschorst was. Dat kan zo zijn, maar de critici missen iets heel belangrijks. Het opmerkelijke aan deze kwestie is dat Bij1 deze affaire zélf heeft laten onderzoeken, Gario zélf geschorst heeft en zélf het nieuws naar buiten heeft gebracht. Dat is uniek. Vrijwel alle politieke integriteitsaffaires worden onthuld door journalisten of komen naar buiten omdat de politie, rijksrecherche of Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) iemand onderzoeken. Politieke partijen kennen in Nederland nauwelijks zelfreinigend vermogen: ze hebben altijd druk van buiten nodig.”

Deze passage stond onder de tussenkop “#MeToo in de Nederlandse politiek”. Naar aanleiding van de klacht van klager heeft de Volkskrant op 7 februari 2022 de tussenkop in de online versie van het artikel aangepast in: “#MeToo en ander ongewenst gedrag”.
Onder het online-artikel is hierover het volgende naschrift opgenomen:
“In een eerdere versie heette de tweede categorie affaires ‘#MeToo in de Nederlandse politiek’. Dit is veranderd in ‘MeToo en ander ongewenst gedrag’, omdat de affaire in de partij Bij1 geen MeToo-zaak was.”

Ook heeft de Volkskrant op 13 of 14 maart 2022 de in de passage genoemde “zestien klachten” aangepast in “vijftien meldingen”.
Daarover staat onder het online-artikel het volgende naschrift:
“In een eerdere versie werd gesteld dat er tegen Quinsy Gario zestien klachten waren ingediend. Het ging om vijftien meldingen.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – kort samengevat – het volgende. Op de dag van publicatie heeft hij meteen contact opgenomen met de Volkskrant over onder meer de lasterlijke tussenkop die impliceert dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag. Pas na het weekend, op 7 februari 2022, heeft de Volkskrant de tussenkop aangepast. De Volkskrant heeft de urgentie van deze impliciete beschuldiging niet ingezien en zij had eerder tot rectificatie moeten overgaan.
Daarnaast bevat het artikel feitelijke onjuistheden die de Volkskrant had moeten rectificeren. Zo was aanvankelijk vermeld dat er zestien klachten tegen klager waren ingediend. Het betroffen echter geen officiële klachten, er was een signaalonderzoek ingesteld. Bovendien was het zestiende signaal van hemzelf afkomstig. Het ging dus om vijftien meldingen. In het verweerschrift van de Volkskrant heeft klager gelezen dat deze feitelijke onjuistheid ondertussen is aangepast, maar onduidelijk is wanneer dat is gebeurd. Klager vindt deze gang van zaken niet zorgvuldig.
Verder is onjuist dat BIJ1 de affaire zelf heeft laten onderzoeken. De kwestie ontstond toen klager had geïnformeerd hoe hij een klacht kon indienen over de partijleider en een bestuurslid. Nadat het bestuur had laten weten dat dat niet mogelijk was, zijn vertrouwenspersonen ingeschakeld. Als reactie daarop zijn de partijleider en het bestuur het signaalonderzoek gestart. Zo’n onderzoek is  geen klachten- of feitenonderzoek gericht op waarheidsvinding en harde feiten.
Het artikel is te eenzijdig en BIJ1 krijgt ten onrechte complimenten voor het onderzoek. Daarbij is bovendien de indruk gewekt dat klager zich werkelijk schuldig heeft gemaakt aan ongewenst gedrag. Klager is ten onrechte opgenomen in het artikel, omdat de Politieke Integriteitsindex een – ten aanzien van hem: negatief – moreel oordeel behelst. Voor zover voor het opnemen in die index voldoende is dat sprake is van een ‘affaire’, dan is het belangrijk dat geen kant wordt gekozen. Door BIJ1 ‘transparantie’ en een ‘reinigend vermogen’ toe te schrijven, wordt BIJ1 aangeprezen en wordt aan de kwestie een waardeoordeel gegeven. Dit strookt niet met de werkelijke gang van zaken en hierdoor is zijn reputatie verder beschadigd.
Klager concludeert dat de Volkskrant onzorgvuldig heeft gehandeld.

De Volkskrant stelt hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. De tussenkop is pas na het weekend aangepast omdat ook overleg moest plaatsvinden over de door klager gestelde feitelijke onjuistheden. De aanpassing vond plaats om te voorkomen dat er een verkeerde indruk zou worden gewekt, niet omdat de tussenkop als zodanig fout was.
De andere punten van klager zijn ondergesneeuwd in de e-mailconversatie, te meer omdat klager er na zijn eerste e-mail niet meer op terugkwam. Bij het voorbereiden van het verweerschrift bleek dat de vermelding van ‘zestien klachten’ niet juist is en dat het gaat om ‘vijftien meldingen’. Daarom is dit pas op 13 of 14 maart 2022 gecorrigeerd, waarbij in de papieren en online versie van het artikel een rectificatie is opgenomen. Daarover is niet rechtstreeks met klager gecommuniceerd, omdat de klachtenprocedure bij de Raad al liep. Overigens is het niet vreemd, laat staan kwalijk, dat aanvankelijk ‘zestien klachten’ was vermeld. Daarover werd vaak gesproken in media-publicaties, waarop de Politieke Integriteitsindex is gebaseerd. Het gaat om een marginale feitelijke onjuistheid, die de strekking van het artikel niet wezenlijk verandert.
Dat het signaalonderzoek niet is gericht op waarheidsvinding en mogelijk mede is opgestart naar aanleiding van een klacht van klager, laat onverlet dat het bestuur van BIJ1 een onderzoek heeft laten instellen. Dat is dus niet feitelijk onjuist.
Verder licht de Volkskrant toe dat de Politieke Integriteitsindex een inventarisatie behelst van berichtgeving over politici die in opspraak zijn geweest vanwege twijfels over hun integriteit. Dat iemand is opgenomen in de index betekent niet dat diegene zich werkelijk schuldig heeft gemaakt aan integriteitsschendingen. Die indruk is ten aanzien van klager ook niet gewekt. De affaire tussen klager en BIJ1 is terecht opgenomen in het artikel en van die affaire is een evenwichtig beeld geschetst. Zo staat in het artikel dat er binnen en buiten BIJ1 veel kritiek was op het handelen van de partijleider en ook dat klager onvoldoende kans zou hebben gehad zich te verdedigen. BIJ1 heeft zelf, zonder voorafgaande publiciteit, een onderzoek opgestart en klager geschorst. Daarnaast heeft de partij steeds via officiële e-mails en persmomenten de affaire toegelicht. Dit is uniek en om die reden vermeld.
Overigens vindt de Volkskrant dat de klachtonderdelen waarin klager de methodiek van de index ter discussie stelt en bezwaar maakt tegen de klachtafhandeling niet inhoudelijk moeten worden behandeld, omdat deze onderdelen niet in de oorspronkelijke klacht stonden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het artikel behelst de ‘Politieke Integriteitsindex’ over het jaar 2021. De kern van de klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
1.      Klager is ten onrechte opgenomen in het artikel.
2.      In het artikel wordt een eenzijdig en onjuist beeld geschetst van de affaire tussen klager en BIJ1.
3.      De klachtafhandeling is onzorgvuldig.

De Volkskrant heeft zich op het standpunt gesteld dat klachtonderdelen 1. en 3. niet inhoudelijk moeten worden behandeld, omdat klager daarover niet gelijk heeft geklaagd terwijl dit volgens artikel 2a lid 1 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad wel is vereist.
De Raad deelt dit standpunt niet. Uit de aanvankelijke klacht blijkt dat klager niet gelukkig is met de (tijdigheid van de) klachtafhandeling. Ook wordt daaruit voldoende duidelijk dat klager vindt dat hij niet opgenomen had mogen worden in de Politieke Integriteitsindex. De Volkskrant heeft bij verweerschrift ook hierop gereageerd met een uitleg over de index. De nadere toelichting van klager betreft zijn reactie op het verweerschrift. De Raad zal daarom ook deze klachtonderdelen inhoudelijk behandelen.

Ad 1.
De Politieke Integriteitsindex bevat een inventarisatie van politici die in opspraak zijn geweest vanwege twijfels over hun integriteit van handelen. Die inventarisatie is gebaseerd op berichtgeving in de media. Daarbij is niet relevant of iemand zich werkelijk schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van morele waarden, normen en regels. Voldoende is dat de integriteit van de betrokkene publiekelijk ter discussie is gesteld.
Vast staat dat de breuk tussen klager en BIJ1 veelvuldig in de media is besproken, waarbij is gerefereerd aan vermeend onoorbaar handelen van klager. Het is daarom begrijpelijk en toelaatbaar dat deze affaire in het artikel is opgenomen. De journalist en zijn redactie zijn immers vrij in de selectie van nieuws. Daarbij is het aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. De Raad kan zich voorstellen dat klager liever niet in het artikel was voorgekomen. Dat dit toch is gebeurd, maakt het handelen van de Volkskrant echter niet onzorgvuldig.

Ad 2.
De Volkskrant heeft erop gewezen dat in het artikel staat dat binnen en buiten BIJ1 veel kritiek was op het handelen van de partijleider en dat klager onvoldoende kans zou hebben gehad zich te verdedigen. Dat is echter direct afgezwakt door de zin erna: Dat kan zo zijn, maar de critici missen iets heel belangrijks”. De Koning heeft toegelicht dat hij wilde signaleren dat het handelen van de partij ten aanzien van de mogelijke integriteitsschending uniek is. Dat is op zichzelf – ook in het licht van de methodiek – legitiem, maar dat staat los van de omstandigheden die in het voordeel van klager spreken en door zijn opmerking worden gebagatelliseerd.
Bovendien wordt vervolgens aandacht besteed aan het ‘onderzoek’ van BIJ1 en de daarop volgende schorsing van klager, waarna wordt benoemd dat (andere) politieke partijen nauwelijks ‘zelfreinigend vermogen’ hebben. Hoewel dit wellicht niet zo is bedoeld, kan hierdoor bij de lezer het beeld ontstaan dat de schorsing van klager door BIJ1 ook feitelijk gezien terecht was en hij zich dus werkelijk schuldig heeft gemaakt aan integriteitsschendingen. Daarbij is ook van belang dat het door BIJ1 verrichte ‘onderzoek’ niet wordt toegelicht. Het artikel doet voorkomen alsof BIJ1 een feitenonderzoek heeft laten verrichten na signalen, terwijl het een signaalonderzoek betrof dat niet was gericht op waarheidsvinding.
De Volkskrant heeft hierdoor een eenzijdig beeld geschetst van de breuk tussen klager en BIJ1 dat geen recht doet aan de belangen van klager. Op dit punt heeft de Volkskrant onzorgvuldig gehandeld.

Ad 3.
Klager heeft na de publicatie meerdere e-mails gestuurd waaruit de urgentie bleek om de tussenkop aan te passen. Lezers zouden daaruit namelijk ten onrechte kunnen afleiden dat zijn breuk met de partij te maken heeft met seksueel grensoverschrijdend gedrag. De Volkskrant heeft dat belang onderkend; zij heeft de tussenkop aangepast om te voorkomen dat er een verkeerde indruk zou worden gewekt en een naschrift geplaatst.  Evenals klager is de Raad van oordeel dat de Volkskrant sneller daartoe had moeten overgaan, gezien de forse beschuldiging die uit het artikel zou kunnen worden afgeleid en de urgentie die uit de e-mails van klager blijkt.  De klachtafhandeling was op dit punt onzorgvuldig.

De Volkskrant heeft erkend dat zij aanvankelijk per ongeluk niet heeft gereageerd op klagers bezwaar ten aanzien van de vermelde ‘zestien klachten’. Dat heeft zij ruim een maand later alsnog aangepast en gerectificeerd. Dit was weliswaar niet voortvarend, maar omdat het een wijziging betreft die de strekking van het artikel niet wezenlijk verandert, is het herstel van deze omissie niet onzorgvuldig.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de Volkskrant deels journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad: A., C. en D.
Relevante eerdere conclusies: RvdJ 2021/51 en RvdJ 2020/32

CONCLUSIE

Voor zover de klacht betrekking heeft op het geschetste beeld van de affaire en de klachtafhandeling ten aanzien van de tussenkop hebben B. de Koning en de Volkskrant journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Verder was hun handelwijze zorgvuldig.

De Raad doet de aanbeveling aan de Volkskrant om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 18 juli 2022 door mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, S.A. Agterberg, L.A.M.M. Donders, J. Hoogenberg en mw. A. Pruis, leden in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G.A. van de Sluis, plaatsvervangend secretaris.