2021/13 Zorgvuldig

X / L. ter Borg, C. Houtekamer en de hoofdredacteur van NRC

Samenvatting

L. ter Borg, C. Houtekamer en NRC hebben in het
artikel “Een spoor van geweld” over
(vermeende) ernstige misdragingen van een Nederlandse kunstenaar onder meer
aandacht besteed aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK). Naar
aanleiding van de klacht van een oud-directeur van de KABK oordeelt de Raad
voor de Journalistiek dat NRC c.s. binnen
de context van de berichtgeving mochten berichten over de rol van de directie
van de KABK op de wijze zoals zij hebben gedaan. Van relevante feitelijke
onjuistheden is niet gebleken. Bovendien is op zorgvuldige wijze wederhoor
toegepast.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X
 
tegen

L. ter Borg, C. Houtekamer en de hoofdredacteur van NRC

De heer X te […] (klager) heeft op 24 november 2020 een klacht ingediend tegen mevrouw L. ter Borg, mevrouw C. Houtekamer en de hoofdredacteur van NRC (hierna gezamenlijk: NRC). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klager en mevrouw E. Schouten, plaatsvervangend hoofdredacteur, van 15 december 2020, 28 december 2020 en 6 januari 2021.

De zaak is met toestemming van partijen buiten hun aanwezigheid behandeld op de zitting van de Raad van 29 januari 2021.

DE FEITEN

Op 30 en 31 oktober 2020 verscheen op de website respectievelijk in de papieren editie van NRC een artikel van de hand van Ter Borg en Houtekamer met de kop “Een spoor van geweld.” De intro van het artikel luidt:
“Een Nederlandse kunstenaar wordt al jaren beschuldigd van verkrachting, aanranding, geweld en stalking. Het heeft zijn carrière niet in de weg gestaan. Zeker vijf slachtoffers deden aangifte, justitie is een onderzoek begonnen. NRC sprak zo’n tachtig betrokkenen.”

Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
De directie van de KABK is binnenskamers al jaren op de hoogte van Andewegs wangedrag. Het lukt niet om dat aan banden te leggen. In zijn derde studiejaar heeft het afdelingshoofd Van Oord hem een ‘gedragsprotocol’ laten ondertekenen. Studenten hebben geklaagd, zo staat in dat protocol dat in handen is van NRC, over het „kapotmaken” en „beschadigen” van het werk van medestudenten, „stelen”, „roken en alcohol gebruiken”, het verzieken „van het didactisch klimaat”, en zich zodanig gedragen dat anderen „geïntimideerd raken”. Het leidt tot een schorsing van twee weken.
De buitenwereld dient zich aan als op 17 september 2013 de ouders van de vrouw met wie Andeweg in het Laakkwartier woonde, de directie een brandbrief sturen. Hun andere kind is net begonnen aan de KABK en ze willen een gesprek over de veiligheid op school. De directeur van dat moment, [X], delegeert de kwestie aan zijn secretaris. Aan hem vertelt de stiefvader over vechtpartijen, drugsgebruik, diefstallen en aanrandingen binnen de school door Andeweg. De staf, zo vervolgt de stiefvader, is hiervan op de hoogte.
Hij eist dat de kwestie wordt onderzocht. Andeweg hangt immers nog steeds „als roofdier” op de academie rond. De ouders krijgen in een telefonisch gesprek te horen dat de informatie over de aanrandingen volstrekt nieuw is voor de KABK. Een paar weken later stuurt de stiefvader nog een mail. „Het blijft voor ons moeilijk te begrijpen dat (de staf, red.) een ex-student die zich schuldig maakt aan zoveel (bij jullie bekende) feiten – drugs, aanranding, geweld, stalken, diefstal – toch gewoon accepteert en ook nog met hem omgaat.”
Een onderzoek blijft uit. Als Andeweg op de kerstborrel van 2013 met een zwarte student die hij vaak beledigt in gevecht raakt, is de maat voor de directeur vol. Dan pas verbiedt hij Andeweg de toegang tot de academie. Een jaar later nodigt de KABK Andeweg alweer uit om studenten een rondleiding te geven door een expositie met zijn werk elders in Den Haag.”

In het wederhoorkader bij het artikel is de volgende reactie van klager opgenomen:
Oud-directeur [X] van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) in Den Haag laat weten dat hij tijdens zijn directoraat tot 2014 klachten heeft ontvangen over Andewegs gedrag. „We spraken hem daar op aan en hij zei steeds sorry.” De klachten betroffen nooit seksueel grensoverschrijdend gedrag, tot een brief van ouders in september 2013, onder meer daarover. Daarna heeft hij geen onderzoek ingesteld naar seksueel overschrijdend en gewelddadig gedrag of mogelijke andere slachtoffers. „Het was mijns inziens moeilijk om alle oud-studentes hierover achteraf te bevragen.” Evenmin heeft hij stafleden die daarvan op de hoogte zouden zijn ondervraagd. „De ouders weigerden helaas expliciet hun namen te geven. Ik had ook niet het idee dat de ouders daar om vroegen. We zijn wel op hem gaan letten en hebben hem eind 2013 de toegang ontzegd.” Waarom de academie Andeweg in 2014 nog heeft gevraagd om jonge studenten van de KABK rond te leiden, blijft onduidelijk. „Dat is na mijn tijd.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – kort samengevat – het volgende. Hem wordt ten onrechte verweten dat hij heeft ‘weggekeken’ bij ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag. Direct achter een uitgebreide beschrijving van Andewegs gedrag met onder meer racistische uitspraken, het aanranden of verkrachten van minstens vier jonge vrouwen, het aanranden en verkrachten van een eerstejaars studente en een beschrijving van een gewelddadige aanranding stelt NRC dat ‘de directie van KABK binnenskamers al jaren op de hoogte is van Andewegs wangedrag’. Dat laatste is echter niet juist en is door NRC ook niet onderbouwd. Bovendien is vermeld dat het wangedrag leidt tot een schorsing van twee weken, terwijl onvermeld is gelaten dat het een schorsing betrof tot het eind van het studiejaar en dat een langere schorsing op basis van wetgeving niet mogelijk was, zoals klager aan NRC heeft medegedeeld. Overigens zijn alle elementen uit het KABK-beleid om voor een veilig klimaat te zorgen, bewust weggelaten.
Verder voert klager aan dat hem ten onrechte wordt verweten dat hij geen onderzoek heeft ingesteld nadat dit hem is verzocht. Er is echter selectief – en daardoor onjuist – gebruik gemaakt van de correspondentie met de stiefvader van een van de slachtoffers. Uit die correspondentie volgt niet dat de stiefvader een diepgaand onderzoek heeft geëist. De stiefvader heeft geschreven dat hij zich kan voorstellen dat het moeilijk is voor de KABK om verdere stappen te ondernemen en hij bedankte voor het serieus nemen van de melding. De stiefvader wilde overigens geen namen geven van stafleden die op de hoogte waren van de misdragingen, zodat klager niet kon achterhalen wie dat waren.
Ten slotte meent klager dat zijn reactie onvolledig en onjuist is weergegeven. Onder meer is weggelaten dat klager heeft laten weten dat de KABK wel degelijk heeft ingegrepen. Klager wijst erop dat hij het artikel slechts in beperkte mate kende en dat hij zijn eigen reactie niet heeft mogen formuleren.
Klager heeft zijn standpunten uitvoerig toegelicht. Hij concludeert dat sprake is van een lasterlijke en smadelijke publicatie, waarmee NRC onzorgvuldig heeft gehandeld.

NRC stelt daar – eveneens kort samengevat – het volgende tegenover. De focus van het artikel ligt niet op klager, zijn naam komt in het hoofdartikel maar eenmaal voor. NRC wilde de context schetsen waarin de misstanden, waarover wordt bericht, konden plaatsvinden. Daar hoort nu eenmaal ook de context van de KABK bij. Vlak na de vermelding dat ‘de KABK binnenskamers al jaren op de hoogte is van Andewegs wangedrag’ wordt opgesomd dat dit slaat op ‘kapotmaken, beschadigen van het werk van medestudenten, stelen, roken en alcohol gebruiken, het verzieken van het didactisch klimaat en zich zodanig gedragen dat anderen geïntimideerd raken’. Dat zijn zaken waarop een gedragsprotocol betrekking heeft dat Andeweg heeft moeten ondertekenen. Er is dus niet beweerd dat de directie van de KABK op de hoogte was van de aanrandingen en verkrachtingen door Andeweg. Bovendien staat in de passage over het contact met de stiefvader uitdrukkelijk vermeld dat ‘de informatie over de aanrandingen volstrekt nieuw is voor de KABK’.
Ten aanzien van de passage over het contact met de stiefvader wijst NRC erop dat de stiefvader het meeste contact had met de directiesecretaris van de KABK. NRC maakt klager geen verwijt, maar meldt sec dat er geen onderzoek is gedaan. Overigens is een adequate reactie op een melding een zelfstandige keuze van een directie, los van een verzoek van derden: de directie van de KABK koos ervoor geen onderzoek in te stellen, niet met docenten te spreken en geen poging te ondernemen om eventuele andere slachtoffers te vinden.
Ten slotte betwist NRC dat zij bij de weergave van het wederhoor van klager selectief te werk is gegaan. De redactie heeft uitgebreid telefonisch contact gehad met klager. Vervolgens is de passage met zijn reactie vooraf aan hem voorgelegd. Naar aanleiding van de reactie van klager zijn de relevante, juiste punten verwerkt in het artikel en in het wederhoorkader. Daarvan is klager op de hoogte gesteld en daarna is er geen contact meer geweest.
Ook NRC heeft haar standpunten uitvoerig toegelicht. Zij meent dat het artikel met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is geschreven en dat het wederhoorproces op correcte wijze is doorlopen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat de journalisten en hun redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de journalisten om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Dat neemt echter niet weg dat de journalisten het belang dat met een publicatie is gediend moeten afwegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad.

NRC heeft aannemelijk gemaakt dat zij deugdelijk onderzoek heeft verricht en dat voor de berichtgeving voldoende grondslag bestaat. Binnen de context van de berichtgeving mocht NRC aandacht besteden aan de rol van de directie van de KABK op de wijze zoals zij heeft gedaan.
Niet is gebleken dat de berichtgeving relevante feitelijke onjuistheden bevat. In het artikel is beschreven van welk wangedrag de directie van de KABK jarenlang op de hoogte was. Voor de gemiddelde lezer is voldoende duidelijk dat de (vermeende) zedenmisdrijven daar niet onder vallen. Verder is het feitelijk juist dat de KABK geen onderzoek heeft ingesteld, hetzij op eigen initiatief dan wel naar aanleiding van de melding van de stiefvader.
Er bestaat dan ook geen aanleiding voor de conclusie dat een zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie is gegeven, dat daarmee sprake is van niet-waarheidsgetrouwe berichtgeving.

Verder blijkt uit het artikel duidelijk – door de weergave in een apart kader – dat wederhoor is toegepast. Niet is gebleken dat dit inadequaat is gebeurd. Daarbij overweegt de Raad – in lijn met eerdere conclusies – dat, indien aan een betrokkene om een reactie wordt gevraagd, die betrokkene niet steeds vooraf volledig behoeft te worden geïnformeerd over de inhoud van de publicatie. Volstaan kan worden met duidelijk mee te delen waarop het te geven commentaar betrekking moet hebben. Daarbij is de mate waarin een journalist opening van zaken moet geven, afhankelijk van de aard van het te publiceren bericht. Niet is gebleken dat dit onvoldoende is gebeurd. Verder is niet gebleken dat de reactie van klager onjuist is weergegeven en/of onvolledig is verwerkt.
Gezien de gevoeligheid van het onderwerp had NRC klager ruimhartiger tegemoet kunnen komen in de weergave van zijn reactie. Dat zij dat niet heeft gedaan, maakt echter niet dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld.

Een en ander leidt tot de conclusie dat NRC journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A, B.3 en C.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2021/1, RvdJ 2020/45 en RvdJ 2020/18
 
CONCLUSIE

L. ter Borg, C. Houtekamer en NRC hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 15 maart 2021 door mr. J.J. van Eck, voorzitter, L.A.M.M. Donders, mw. drs. E.M.H. Lemaier, F.Th.H. Ruys en mw. M. Stenneke, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G. Kamminga, plaatsvervangend secretaris.