2021/1 Zorgvuldig

K.P.M. Westerlaken en Stichting Prisma Groep / M. Venderbosch en de hoofdredacteuren van AD Utrechts Nieuwsblad en de Gelderlander

Samenvatting

M. Venderbosch, AD Utrechts Nieuwsblad en de Gelderlander hebben in het artikel “Isjed en Sampa zijn homo, trans én moslim: ‘Het maakt dat je altijd op je hoede bent. Dit is geen veilig land’” aandacht besteed aan de positie van transgender moslims in de maatschappij. Daarbij hebben zij journalistiek zorgvuldig gehandeld. K.P.M. Westerlaken en Stichting Prisma Groep (klagers) hebben voldoende geïnformeerd kunnen beslissen of zij aan de publicatie wilden meewerken. De zienswijze van klagers is deugdelijk in de publicatie weergegeven. Niet is gebleken dat de publicatie zodanige omissies bevat, die maken dat AD c.s. tot rectificatie of verwijdering van het artikel hadden moeten overgaan.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

K.P.M. Westerlaken en Stichting Prisma Groep

tegen

M. Venderbosch en de hoofdredacteuren van AD Utrechts Nieuwsblad en de Gelderlander

K.P.M. Westerlaken, voorzitter, heeft op 28 maart 2020 mede namens Stichting Prisma Groep te ’s Hertogenbosch (hierna gezamenlijk: klagers) een klacht ingediend tegen de heer M. Venderbosch en de hoofdredacteuren van AD Utrechts Nieuwsblad en de Gelderlander (hierna gezamenlijk: AD c.s.). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klagers, de heer P. van den Bosch, hoofdredacteur AD Regio, en de heer P. Jansen, hoofdredacteur van de Gelderlander, betrokken van 2 april 2020, 14 juli 2020, 4 en 25 augustus 2020, 14 en 26 oktober 2020.

De zaak is met toestemming van partijen buiten hun aanwezigheid behandeld op de zitting van de Raad van 6 november 2020.

Daarbij tekent de Raad aan dat de heer E.J. Schievink als Raadslid heeft deelgenomen aan de behandeling ter zitting, maar inmiddels geen deel meer uitmaakt van de Raad. De beslissing over de klacht is vastgesteld door de voorzitter en de overige drie Raadsleden.

DE FEITEN

Op 21 februari 2020 is op de website van AD Utrechts Nieuwsblad en de Gelderlander een artikel van de hand van Venderbosch verschenen met de titel “Isjed en Sampa zijn homo, trans én moslim: ‘Het maakt dat je altijd op je hoede bent. Dit is geen veilig land’”. De intro van het artikel luidt:
“Isjed Hussain is een Pakistaans-Utrechtse transgender moslima met Brabantse roots – een meervoudige identiteit waar zij trots op is. Maar het feit dat zij homo, trans én moslima is, maakt Isjeds leven er ook een stuk ingewikkelder op. Elke dag weer, stuit zij op racisme en homohaat.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“Nu ook weer, nu zij door de binnenstad naar de Neude in Utrecht is gewandeld voor dit gesprek. ,,Je wordt nagekeken, je wordt beoordeeld. Op hoe je eruitziet, hoe je loopt, hoe je praat. Het maakt dat je altijd op je hoede bent. Dit is geen veilig land.”
In Amsterdam werden gisteravond de jaarlijkse Winq Diversity Awards uitgereikt. Het gay glossy reikt ze uit aan personen of instanties die een bijzondere bijdrage hebben geleverd aan het bevorderen van gelijkheid, diversiteit en inclusie. Eén zo’n pluim was weggelegd voor Isjeds Stichting Prisma Groep in Utrecht.”
en:
“Een eerste vraag is al gauw, wie zich precies tot deze doelgroep mag rekenen en wat dan de specifieke vraagstukken zijn waarmee zij van doen hebben. Maar voordat Isjed, bijgestaan door bestuurslid Sampa Westerlaken, over zichzelf en haar werk wil vertellen, wordt eerst de vragensteller geacht zich nader te introduceren: ,,Het is namelijk erg belangrijk te weten wie we tegenover ons hebben. Want hoe verder je van ons af staat, des te groter de kans dat je ons niet zult begrijpen.”
De gemiddelde heteroseksuele, witte dagbladjournalist van middelbare leeftijd, zo wordt duidelijk, beweegt zich in de ogen van Isjed en Sampa op enige lichtjaren afstand tot de biculturele queers namens wie zij iets willen vertellen over hun stichting. (…)
‘Waarom zou ik dat niet begrijpen?’ lijkt na de gewenste nadere introductie een voor de hand liggende vraag. Sampa geeft het antwoord: ,,Omdat je zelf gewoon nooit in aanraking komt met racisme of homohaat. Je weet daarom ook niet wat homonationalisme inhoudt. Of wat transfobie met je doet. Of islamofobie. Het speelt allemaal geen rol in jouw dagelijkse leven, zoals dat bij ons wel voortdurend het geval is.””
en:
“Isjed Hussain heeft een meervoudige identiteit. Geboren in Brabant uit Pakistaanse ouders, is zij een gelovig moslima. Zij valt op mannen en is in biologische zin ook zelf een man, maar zij presenteert zichzelf bij voorkeur als ‘trans’. ,,Wat niet wil zeggen, dat ik dus ook in transitie ben.” Isjed laat naar zichzelf verwijzen met ‘zij’ – vrouwelijk dus. Maar wanneer zij dat doet, is naar eigen zeggen ook weer afhankelijk van de context waarin zij zich op dat moment bevindt.
Sampa Westerlaken had voorheen een andere, oer-Hollandse voornaam, zo eentje die iedereen op voorhand deed veronderstellen dat Sampa wel een blond meisje moest zijn. Maar dat is niet het geval. Niet blond, en ook geen meisje. Sampa is non-binair en voelt zich derhalve mannelijk noch vrouwelijk. Sampa laat zich niet met ‘haar’ noch met ‘hem’ aanspreken en stelt ‘die’, ‘hen’ en ‘hun’ in plaats daarvan op prijs. ,,Maar het liefst word ik gewoon als Sampa aangesproken. Want dat is wie ik ben. En mijn seksuele geaardheid heeft me er júist toe bewogen, mij tot de islam te bekeren.”
Dat is meteen een goed voorbeeld van wat de ‘witte’ samenleving in Nederland doorgaans niet begrijpt: dat je prima queer en moslim tegelijk kunt zijn. In Pakistan is dat zeker het geval, zegt Isjed. Sampa heeft een half-Filipijnse achtergrond. Die biedt ook veel ruimte voor acceptatie. ,,Hier denkt men bij moslims direct aan Marokkanen of Turken. En denkt men te weten dat homoseksualiteit onder moslims taboe is. Maar het geloof is zóveel rijker en breder en kent zóveel verschillende culturele uitingen, dat mensen per saldo niet weten waarover zij spreken.””
en:
“Isjed Hussain heeft jarenlang gewerkt voor homobelangenvereniging COC. Zij was er coördinator van het Veilige Haven-project, dat zich ook richt op de positie van biculturele homo’s en lesbo’s. In Amsterdam is inmiddels ook een Prisma Groep van start gegaan.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen – samengevat – het volgende. Het artikel bevat vele onjuistheden over hen. Voor het interview begon, hebben zij duidelijk laten weten dat zij pas akkoord zouden gaan met publicatie als zij het artikel van tevoren konden lezen en goedkeuren. Venderbosch is daarmee akkoord gegaan, mits zij alleen feitelijke onjuistheden wilden aanpassen.
Nadat klagers het conceptartikel hadden ontvangen hebben zij Venderbosch laten weten dat zij zich nauwelijks in het artikel herkenden en dat zij geen toestemming gaven tot publicatie in die vorm. Daarbij hebben zij ook laten weten dat het artikel diverse onjuistheden bevatte. Samen met de opdrachtgever van het artikel, Winq, hebben zij het artikel volledig verbeterd en deze verbeterde versie naar Venderbosch opgestuurd, maar daarmee is niets gedaan. Vervolgens is het artikel zonder hun toestemming en zonder goede communicatie gepubliceerd.
Na de publicatie hebben klagers herhaaldelijk geprobeerd duidelijk te maken dat het artikel nog diverse onjuistheden bevat en dat het zo snel mogelijk moet worden verwijderd of gerectificeerd. Zo zijn diverse citaten onjuist weergegeven. Westerlaken heeft niet gezegd zich ‘mannelijk noch vrouwelijk’ te voelen, maar zich ‘man noch vrouw’ te voelen. Bovendien heeft Venderbosch door zijn negatieve manier van schrijven klagers in een kwaad daglicht gesteld. Hij had zich niet voorbereid of ingelezen, wist niets van LHBTQI+-onderwerpen, had nooit eerder interviews gehad met biculturele personen, had vooraf geen vragen opgesteld, heeft het gesprek niet opgenomen en begon het gesprek met ‘vertel maar’. Klagers voelden zich hierdoor net producten in zijn ogen. Een voorstelrondje was wel zo netjes geweest, vooral omdat Venderbosch een gemarginaliseerde groep voor zich had die vervolgens over de eigen kwetsbaarheden moest spreken. Daarom hebben klagers Venderbosch gevraagd zich voor te stellen, zodat zij daarna bepaalde begrippen en verhalen konden uitleggen. Dat hij heeft geschreven dat hij ‘geacht’ werd zich nader te introduceren is uit de context gehaald en schetst Prisma Groep als een arrogante stichting.
Klagers voelen zich door de publicatie erg benadeeld. Zij zijn op het artikel aangesproken, omdat het lijkt alsof zij niet veel weten over de eigen doelgroep, en de missie en visie van hun stichting. Ook is dit schadelijk voor het imago van hun projecten, waarbij zij afhankelijk zijn van fondsen.
Klagers hebben hun standpunten uitvoerig schriftelijk toegelicht.

AD c.s. stellen hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. Aanleiding van het artikel was een door Stichting Prisma Groep gewonnen Winq Diversity Award. Het is niet zo dat Winq de opdrachtgever is geweest van het interview. Nadat Venderbosch een persbericht had ontvangen over de uitreiking van de Winq-awards, heeft hij namens het AD verzocht om een interview. Dat verzoek is gehonoreerd en vervolgens is de afspraak gemaakt.
Venderbosch weet wel iets van LHBTQ+-onderwerpen, maar had niet eerder een biculturele moslima gesproken. Deze ontboezeming en het kennelijk als grievend ervaren ‘vertel maar’, zijn niets anders geweest dan een uitnodiging aan klagers om te vertellen over hun wereld, die niet de zijne is en vermoedelijk ook niet die van het gemiddelde lezerspubliek van de betrokken media. Bij het schrijven was steeds de uitdaging: lezers laten kennismaken met een wereld die voor klagers gesneden koek is, maar die lang niet voor iedereen zo vanzelfsprekend is.
AD c.s. staan open voor het corrigeren van feitelijke onjuistheden, wat hier ook is gebeurd. Er is een punt gezet op het moment dat voldoende ruimte was gegeven aan de inbreng van de geïnterviewden.
Kennelijk worden de toon en het perspectief van waaruit het artikel is geschreven niet door klagers gewaardeerd. De eisen van journalistieke zorgvuldigheid zijn echter nooit uit het oog verloren, aldus AD c.s.

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.

Het voorgaande doet niet af aan het uitgangspunt dat een journalist die iemand wil interviewen, diegene zodanig behoort in te lichten over de aard van de publicatie, dat de te interviewen persoon voldoende geïnformeerd kan beslissen of hij aan die publicatie wil meewerken.

Mede gelet op de door klagers geschetste gang van zaken moet voor hen tijdens het interview voldoende duidelijk zijn geweest wat de insteek van het interview is geweest, te weten: het schrijven van een artikel over de wereld van klagers, die niet overeenkomt met de wereld van de gemiddelde lezer van AD c.s.
Als klagers vervolgens niet (verder) hadden willen meewerken, had het op hun weg gelegen om het gesprek met Venderbosch te beëindigen, maar dat hebben zij niet gedaan. Er is geen sprake van een wijziging van de inhoud van het artikel, waardoor niet meer is voldaan aan wat klagers – al tijdens het interview – redelijkerwijs mocht verwachten.

Niet ter discussie staat dat is afgesproken dat Venderbosch het artikel vooraf ter inzage aan klagers zou sturen om feitelijke onjuistheden te kunnen corrigeren. Dat is ook gebeurd. Klagers hebben daarop een aangepaste versie van het artikel aan Venderbosch geretourneerd.

Gezien de gevoeligheid van het onderwerp hadden AD c.s. klagers wellicht meer tegemoet kunnen komen in de door hen aangebrachte wijzigingen. Dat zij dat niet hebben gedaan, maakt echter niet dat zij onzorgvuldig hebben gehandeld.
De zienswijze van klagers is deugdelijk in de berichtgeving weergegeven. Daarbij is van belang dat de journalist die een artikel vooraf ter inzage geeft aan degene over wie het artikel gaat – om feitelijke onjuistheden te corrigeren en om onduidelijkheden weg te nemen – vrij is te bepalen hoe hij op- of aanmerkingen in het artikel verwerkt. Niet is gebleken dat de publicatie zodanige omissies bevat, die maken dat AD c.s. tot rectificatie of verwijdering van het artikel hadden moeten overgaan.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat AD c.s. journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad: B.1, B.4, en C.
Relevante eerdere conclusies: RvdJ 2020/32, RvdJ 2019/40 en RvdJ 2019/16

CONCLUSIE

M. Venderbosch en de hoofdredacteuren van AD Utrechts Nieuwsblad en de Gelderlander hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 5 januari 2021 door mr. J.J. van Eck, voorzitter, dr. H.P. Groenhart, J. Hoogenberg en mw. M. ten Katen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.E.H.J. Vollaers, plaatsvervangend secretaris.