Samenvatting
M. Holdert en Nieuwsuur hebben in de reportage “Onderzoek naar onderwijs op salafistische moskeescholen” op journalistiek zorgvuldige wijze aandacht besteed aan klaagster. In de uitzending is genuanceerd aan de orde gesteld dat het salafisme vele vormen kent en Nieuwsuur heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat bij de lessen van klaagster sprake is van ‘salafistische invloeden’. Niet is gebleken dat een onjuiste weergave is gegeven van de werkelijkheid. Er bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat beelden en uitspraken – afkomstig van openbare kanalen van klaagster – in een onjuiste context zijn gebruikt en dat klaagster daardoor ten onrechte in diskrediet is gebracht. Bovendien is klaagster vooraf in de gelegenheid gesteld te reageren. De kern van haar reactie is in de uitzending verwerkt en volledig op de website van Nieuwsuur gepubliceerd.
Bij zijn beoordeling heeft de Raad een in de uitzending gebruikt fragment van een voormalig docent van klaagster buiten beschouwing gelaten. De standpunten van partijen ten aanzien van de bron van dit fragment staan lijnrecht tegenover elkaar en de Raad kan niet vaststellen welk standpunt juist is. Ten aanzien van het klachtonderdeel over dit fragment heeft de Raad zich van een oordeel onthouden.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
Stichting X
tegen
M. Holdert en de hoofdredacteur van Nieuwsuur (NOS/NTR)
De heer A heeft op 14 september 2019 zowel persoonlijk als namens Stichting X een klacht ingediend tegen mevrouw M. Holdert en de hoofdredacteur van Nieuwsuur (NOS/NTR) (hierna gezamenlijk: Nieuwsuur). Vervolgens heeft A op 16 oktober 2019 nog een bijlage overgelegd. Op 12 november 2019 heeft Nieuwsuur op de klacht gereageerd. Hierna hebben partijen op 14, 21, 22 en 24 november 2019 nog stukken aan de Raad gestuurd.
Bij deze stukken bevindt zich een machtigingsformulier gedateerd 25 oktober 2019, getekend door B en C, bestuursleden van Stichting X, waarbij het bestuur van Stichting X HBM juristen en A machtigt om namens stichting X de klacht te behandelen bij de Raad voor de Journalistiek.
De zaak is aanvankelijk behandeld op de zitting van de Raad van 29 november 2019. Op die zitting waren namens Stichting X de heer B en de heer K. Hamich, als jurist verbonden aan HBM juristen, aanwezig. A is daar niet verschenen. Namens Nieuwsuur waren mevrouw Holdert en de heer J. Oranje, hoofdredacteur, aanwezig.
Aangezien onduidelijkheid bestond over de inhoud van de klacht, heeft de Raad na een korte schorsing besloten Stichting X in de gelegenheid te stellen de klachtonderdelen – zoals ter zitting mondeling naar voren gebracht – op schrift te zetten en de inhoudelijke behandeling aan te houden.
Op 4 december 2019 heeft Hamich de klacht verduidelijkt. Hierop heeft Nieuwsuur op 2 januari 2020 gereageerd.
De inhoudelijke behandeling van de zaak is achtereenvolgens geagendeerd voor de zittingen van 24 januari 2020, 6 maart 2020 en 17 april 2020. De behandeling is steeds opnieuw – om verschillende redenen – uitgesteld.
Op 22 juni 2020 heeft Hamich aan de Raad bericht dat de klacht niet langer betrekking heeft op bezwaren van de heer A persoonlijk.
Op 15 juli 2020 heeft Hamich op verzoek van de Raad een uittreksel van de Kamer van Koophandel overgelegd, gedateerd 31 maart 2020, waaruit blijkt dat op de datum van uitgifte de heer B als voorzitter en de heer C als secretaris stonden ingeschreven.
Uiteindelijk is de zaak inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 juli 2020. Namens Stichting X (klaagster) waren de heer Hamich en de heer B, voorzitter van klaagster, aanwezig. Aan de zijde van Nieuwsuur zijn mevrouw Holdert en de heer Oranje verschenen, die de standpunten van Nieuwsuur hebben toegelicht aan de hand van een notitie.
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzending bekeken.
Verder heeft de Raad bij de beoordeling van de klacht nadere aanvullingen van Stichting X en Nieuwsuur betrokken van 20, 21, 24 en 28 juli 2020.
Bij e-mail van 28 juli 2020 heeft Stichting X nog een verklaring overgelegd inhoudend dat A zijn persoonlijke klacht heeft ingetrokken. Om deze reden wordt in deze conclusie alleen Stichting X als klaagster aangemerkt en worden hieronder slechts de feiten en standpunten voor zover betrekking hebbend op de stichting uiteengezet en behandeld.
DE FEITEN
Op 10 september 2019 is in het televisieprogramma Nieuwsuur de reportage “Onderzoek naar onderwijs op salafistische moskeescholen” – van de hand van Holdert en NRC-journalist A. Kouwenhoven – uitgezonden. De uitzending wordt door de presentator ingeleid als volgt:
“Vorig jaar onthulden we samen met NRC dat de golfstaten verschillende islamitische organisaties in Nederland financieren. Dat is omstreden omdat daarmee een fundamentalistische variant van de islam, het salafisme, hier steeds meer voeten aan de grond krijgt. Veel van die organisaties hebben ook scholen, maar wat leren kinderen daar? Dat is het onderwerp van nieuw onderzoek van Nieuwsuur en NRC waarover we de komende twee dagen berichten.”
In de uitzending is onder meer aandacht besteed aan klaagster. Ten aanzien van klaagster bevat de uitzending de volgende, voor de klacht relevante, fragmenten:
Fragment 1
Docent: “Allemaal opletten. Polytheïsme, voor de duidelijkheid, is dat juist goed of fout?”
Kinderen: “Fout.”
Docent: “Ja, maar is dat fout of heel erg fout?”
Kinderen: “Heel erg fout.”
Docent: “Laten we het zo zeggen: Is het heel erg fout of is het de ergste fout?”
Kinderen: “De ergste fout!”
Fragment 2
Docent: “Allah is niet zoals de mens. Is dat duidelijk, kinderen?”
Kinderen: “Ja”
Docent: “Is Allah tot alles in staat en kan hij doen wat hij wil?”
Fragment 3
Docent: “Ma shaa Allaah (betekenis: wat Allah wilt), dat je een land hebt… dat gewoon een ‘oproep tot het goede en verbieden van het slechte’-politie heeft. Dat is toch geweldig?”
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Klaagster stelt – samengevat – het volgende. Zij meent dat ten onrechte een negatieve indruk over haar is gewekt en dat er geen aanleiding was om haar überhaupt in de uitzending te noemen. De twee fragmenten die werkelijk van haar afkomstig zijn (fragmenten 1 en 2) dragen een boodschap uit die breed wordt gedragen; de uitlatingen zijn bekend binnen de drie hoofdreligies – de islam, het christendom en het jodendom – en zijn niet verboden en/of omstreden. Klaagster heeft dan ook niets controversieels gedaan. Sterker nog, in al haar persberichten wijst zij op haar maatschappelijke betrokkenheid en de verbinding tussen de bevolkingsgroepen waar zij voor staat.
Ten aanzien van ‘fragment 3’ is sprake van misleiding en bedrog. Deze opname heeft niet bij klaagster plaatsgevonden. Er is een geluidsopname te horen van een leraar (D) die sinds september 2018 niet meer actief en/of betrokken is bij klaagster en sindsdien voor zichzelf is begonnen. Klaagster heeft de redactie daar ook over geïnformeerd voorafgaand aan de uitzending. Een belangrijk detail is dat deze leraar in december 2018 voor het eerst in zijn leven naar Saudi-Arabië is geweest voor een bedevaart. De geluidsopname moet dus zijn opgenomen in de periode tussen december 2018 en september 2019. Klaagster heeft de indruk dat de geluidsopname afkomstig is van een andere organisatie, althans een andere bron dan klaagster. Ten onrechte heeft Nieuwsuur bij dit fragment de naam van klaagster gebruikt en de voorkant van haar gebouw in beeld gebracht; dit is geen eerlijke weerspiegeling van de werkelijkheid.
Voorafgaand aan de uitzending heeft klaagster aan de redactie meegedeeld het niet te accepteren als zij op een negatieve manier wordt benoemd en als ‘salafistisch’ wordt bestempeld. Dat is echter wel gebeurd. Volgens klaagster past de uitleg die in de uitzending aan ‘salafistisch’ is gegeven, niet in het beeld van hoe de Islam werkelijk is. In dat verband wijst klaagster erop dat zij Holdert heeft uitgenodigd haar te bezoeken, om zo inzage te krijgen in haar onderwijsmethodiek. Klaagster had dan bovendien de door Holdert gestelde vragen in een volledige context kunnen beantwoorden. Holdert is echter niet op de uitnodiging ingegaan.
Klaagster heeft haar klacht nader gespecifieerd en een opsomming gemaakt van de onderdelen van haar klacht:
1. onterecht gebruik en schending van haar naam;
2. onterecht gebruik van haar logo;
3. het bestempelen van haar onderwijsmethodiek als ‘salafistisch’;
4. onterecht gebruik van videobeelden van leerlingen en vrijwilligers van klaagster;
5. het doen van onterechte, negatieve uitingen over klaagster;
6. onterecht gebruik van een audio-opname van D in combinatie met het logo en de locatie van klaagster.
Ten gevolge van deze zes punten heeft zij (reputatie)schade opgelopen. Diverse relaties zijn sinds de publicatie wantrouwig over klaagster. De onterechte negatieve publicatie van deze omvang is extra schadelijk vanwege de maatschappelijke positie die zij heeft in de samenleving, aldus klaagster. Zij heeft haar standpunten verder uitgebreid toegelicht.
Nieuwsuur stelt hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. De klacht moet worden bezien in het licht van een langdurig onderzoek dat Nieuwsuur en NRC hebben verricht naar verschillende islamitische onderwijscentra in Nederland. De redactie heeft in het hele onderzoekstraject zeer zuiver gehandeld. De journalisten legden de hand op verschillende lesopnames en lesboeken, en bestudeerden deze uitvoerig. Er is wederhoor gevraagd en verwerkt. De gepubliceerde filmpjes zijn journalistiek van grote waarde en in de juiste context geplaatst. Er is spaarzaam mee omgegaan, waarbij rekening is gehouden met eventuele schadelijke gevolgen; afbeeldingen van kinderen zijn onherkenbaar gemaakt. Het logo van klaagster is gebruikt om te verduidelijken vanuit welke stichting een bepaalde les is gegeven. In de uitzending wordt gesproken van onderwijsinstellingen die ofwel salafistisch zijn (in die zin dat zij zichzelf ook zodanig kwalificeren) ofwel waar duidelijke salafistische invloeden bestaan. Dit laatste geldt voor klaagster: uit onderzoek van Nieuwsuur en NRC blijkt dat docenten die bij klaagster betrokken zijn/waren salafistisch lesmateriaal behandelen en/of verbonden zijn aan salafistische centra. In dit verband wijst Nieuwsuur onder meer op een specifieke docent van klaagster die in zijn lessen verwijst naar salafistisch lesmateriaal, de salafistische leer bespreekt en betrokken is bij een moskee die op de WODC-lijst staat van salafistische organisaties. Verder wijst Nieuwsuur erop dat bij klaagster lesmateriaal wordt behandeld dat is ontwikkeld door een moskee in Amsterdam, eveneens een salafistische organisatie.
De fragmenten van leerlingen en vrijwilligers van klaagster maken onderdeel uit van video’s die afkomstig zijn van de Facebookaccount van klaagster. Klaagster heeft vlak voor de uitzending allerlei video’s van haar account verwijderd, maar heeft de bewuste fragmenten onlangs (opnieuw) online gezet. Het is dan ook niet duidelijk waarom het gebruik van deze beelden schadelijk zou zijn voor klaagster, die ze zelf actief deelt in het publieke domein.
Nieuwsuur betwist dat klaagster ten gevolge van de uitzending (reputatie)schade heeft geleden. Als klaagster in het openbaar activiteiten ontplooit die – wanneer opgemerkt – tot negatieve reacties leiden, dan dient zij zich te buigen over de inhoud van haar eigen activiteiten. Dit valt Nieuwsuur, als boodschapper, niet te verwijten.
Ten aanzien van ‘fragment 3’ stelt Nieuwsuur dat ook deze bewuste lesopname via de Facebookpagina van klaagster zelf is verkregen. Bij het fragment is de naam van klaagster weergegeven om duidelijk te maken dat de bewuste les bij haar is gegeven. Hierbij is tevens de gevel van het hoofdadres van klaagster in beeld gebracht. Dat betekent niet dat de bewuste les ook binnen de muren van die specifieke gevel is gegeven, klaagster geeft lessen op verschillende adressen. Ter zake doet of de les onderdeel was van de activiteiten van klaagster en dat was hier het geval, zo heeft Nieuwsuur op verschillende manieren kunnen vaststellen. De docent in kwestie kan spreken over zaken (die hij al dan niet zelf zou hebben meegemaakt) in Saoedi-Arabië zonder daar ooit zelf geweest te zijn. Ook zou hij zijn lessen zodanig kunnen weergeven dat hij de indruk wekt bepaalde zaken zelf te hebben ervaren. In die gevallen kan de bewuste les waarin Saoedi-Arabië een rol speelt dus net zo goed voorafgaand aan december 2018 hebben plaatsgevonden, en dus ook bij klaagster zijn gegeven. Bij de citaten van deze docent is bovendien in tekst en voice-over duidelijk gemaakt dat hij tot vorig jaar werkzaam was bij klaagster, maar nu bij een nieuwe stichting actief is.
Ten slotte merkt Nieuwsuur op dat in de uitzending expliciet de reactie op de wederhoorverzoeken van alle getoonde organisaties is vermeld. De presentator vat samen dat de organisaties hebben laten weten dat de voorbeelden ‘in context’ moeten worden gezien en dat het salafisme vele vormen kent. Van geweld, ISIS en oproepen tot haat neemt men afstand, en men zegt te streven naar harmonie, zo stelt de presentator in de uitzending. Hij verwijst naar de Nieuwsuur-website waar de complete reactie van de verschillende onderwijsinstellingen is weergegeven, ook die van klaagster. Er is dus zeer ruim wederhoor toegepast en gepubliceerd, waarbij klaagster meerdere malen een kans voorbij heeft laten gaan dat wederhoor nog meer aan te vullen.
Nieuwsuur concludeert dat op geen enkel punt sprake is van journalistiek laakbaar gedrag. Ook zij heeft haar standpunten uitvoerig toegelicht.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
Blijkens de opsomming van klaagster bestaat haar klacht uit de volgende onderdelen:
1. onterecht gebruik en schending van haar naam;
2. onterecht gebruik van haar logo;
3. het bestempelen van haar onderwijsmethodiek als ‘salafistisch’;
4. onterecht gebruik van videobeelden van leerlingen en vrijwilligers van klaagster;
5. het doen van onterechte, negatieve uitingen over klaagster;
6. onterecht gebruik van een audio-opname van de heer Mohammed D in combinatie met het logo en de locatie van klaagster.
De Raad acht het opportuun om eerst afzonderlijk onderdeel 6 te bespreken en daarna vervolgens de onderdelen 1 tot en met 5 in samenhang te beoordelen.
Ad 6.
Dit klachtonderdeel heeft specifiek betrekking op het fragment dat onder De Feiten is weergegeven als ‘Fragment 3’. Het standpunt van klaagster komt er – kort gezegd – op neer dat het fragment niet van haar openbare kanalen afkomstig is, dat de inmiddels vertrokken docent de uitspraken niet heeft gedaan in de periode dat hij voor klaagster werkzaam was en dat sprake is van een montage die geen recht doet aan de werkelijkheid. Nieuwsuur heeft gemotiveerd betoogd dat het fragment wel degelijk afkomstig is van klaagster. Nu de standpunten van partijen lijnrecht tegenover elkaar staan en de Raad niet kan vaststellen welk standpunt juist is, onthoudt de Raad zich op dit punt van een oordeel.
Ad 1. tot en met 5.
De Raad stelt voorop dat hij – gelet op hetgeen hij hiervoor ten aanzien van klachtonderdeel 6 heeft overwogen – bij de beoordeling van deze klachtonderdelen ‘Fragment 3’ buiten beschouwing laat.
Verder overweegt de Raad dat de journalist vrij is in de selectie van nieuws. Hij hoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.
Nieuwsuur heeft aannemelijk gemaakt dat er voldoende aanleiding bestond om over het onderwerp – onderwijs op moskeescholen – te berichten op de wijze zoals zij heeft gedaan. De betrokken journalisten hebben deugdelijk onderzoek verricht en hun berichtgeving gebaseerd op diverse bronnen. Daarbij hebben zij uitvoerig het verzamelde lesmateriaal (opnamen en boeken) bestudeerd waarover zij, onder meer via online research, beschikten. Vervolgens hebben zij beoordeeld of – en zo ja: in hoeverre – daarin elementen voorkomen die kunnen worden aangemerkt als ‘salafistisch’ of als ‘salafistische invloed’. In de uitzending is bovendien genuanceerd aan de orde gesteld dat het salafisme vele vormen kent.
Ten aanzien van ‘Fragment 1’ en ‘Fragment 2’ heeft klaagster erkend dat deze daadwerkelijk van haar afkomstig zijn. De fragmenten zijn gebruikt in het kader van een reportage over lessen op diverse moskeescholen, waaronder de school van klaagster, en derhalve in dezelfde context als waarin zij voorkomen in het oorspronkelijke materiaal. Nieuwsuur heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat bij de lessen van klaagster sprake is van ‘salafistische invloeden’. Verder is niet gebleken dat door de wijze waarop de beelden en uitspraken zijn gemonteerd, een onjuiste weergave is gegeven van de werkelijkheid. Er bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat de beelden en uitspraken in een onjuiste context zijn gebruikt en dat klaagster daardoor ten onrechte in diskrediet is gebracht.
Bovendien is klaagster vooraf in de gelegenheid gesteld te reageren. De kern van haar reactie is in de uitzending verwerkt en volledig op de website van Nieuwsuur gepubliceerd. Voor zover klaagster wellicht niet adequaat (genoeg) heeft gereageerd, kan dat Nieuwsuur niet worden tegengeworpen. Daarbij merkt de Raad nog op dat het de journalisten vrijstond om geen gebruik te maken van de uitnodiging van klaagster om haar te bezoeken.
Een en ander leidt tot de conclusie dat M. Holdert en Nieuwsuur op deze punten journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.
Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2020/14 en RvdJ 2018/37
CONCLUSIE
Ten aanzien van het gebruik van ‘Fragment 3’ onthoudt de Raad zich van een oordeel. Verder hebben M. Holdert en Nieuwsuur journalistiek zorgvuldig gehandeld.
Zo vastgesteld door de Raad op 11 september 2020 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, mw. M. ten Katen, S. Kuijper, mw. drs. E.M.H. Lemaier en A. Olgun, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.