2020/28 Zorgvuldig

Scouting Vereniging Raša Popov en A. Muhic / KRO-NCRV (How to be a Man - Servië)

Samenvatting

KRO-NCRV heeft niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld door in de uitzending “How to be a Man – Servië” minderjarige scouts van Scouting Vereniging Raša Popov en de minderjarige zoon van A. Muhic in beeld te brengen. Niet kan worden vastgesteld dat klagers onjuist zijn geïnformeerd over de aard van de uitzending dan wel dat de aard en inhoud gedurende het redactieproces zijn gewijzigd. Daarom komt de Raad niet toe aan de vraag of KRO-NCRV klagers opnieuw om toestemming had moeten vragen dan wel dat klagers de gegeven toestemming hebben kunnen intrekken. Verder is de Raad van oordeel dat de belangen van de minderjarigen niet (onevenredig) zijn geschaad. Het siert de omroep dat zij naar aanleiding van de klacht de uitzending offline heeft gehaald.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Scouting Vereniging Raša Popov en A. Muhic

tegen

KRO-NCRV (How to be a Man – Servië)

Mevrouw Z. Duvnjak heeft op 28 maart 2020 namens Scouting Vereniging Raša Popov en de heer A. Muhic (hierna gezamenlijk: klagers) een klacht ingediend tegen KRO-NCRV over het televisieprogramma How to be a Man – Servië. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klagers en mevrouw R.A. Hendriksen, jurist bij KRO-NCRV, van 31 maart 2020, 18 april 2020, 18 mei 2020, 2 en 15 juni 2020.

De zaak is met toestemming van partijen buiten hun aanwezigheid behandeld op de zitting van de Raad van 26 juni 2020.

Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 19 november 2019 heeft KRO-NCRV een aflevering uitgezonden van de serie “How to be a Man” van Margriet van der Linden met de titel “Servië”. Hierin worden verschillende Servische mannen in beeld gebracht en geïnterviewd, onder wie personen van Scouting Vereniging Raša Popov (hierna: Raša Popov), Muhic en diens zoontje.

De bij de serie behorende tekst op de website van KRO-NCRV luidt als volgt:
Hoe is het om man te zijn in een land dat de oorlog heeft verloren? Hoe is het om man te zijn in een land waar seks niet alleen voor vrouwen maar ook voor mannen taboe is? Hoe is het om een ouderwetse playboy te zijn in de eenentwintigste eeuw? En hoe is het om een macho man te zijn en continu beschimpt en beledigd te worden? Vanaf 5 november gaat Margriet van der Linden op zoek naar antwoorden op deze vragen in de documentaireserie How to be man, in een poging om de hedendaagse man te doorgronden.
Margriet van der Linden heeft van jongs af aan met een zeker gevoel van jaloezie naar jongens gekeken. Ze voetbalden, reden op opgevoerde brommers, hadden een Golf GTi en dronken bier. Wat moet het geweldig zijn om man te zijn, dacht ze als haar broer de deur achter zich dicht trok terwijl haar vader binnen rustig de krant las en geen idee had waar zijn zoon naartoe ging.
Maar inmiddels lijkt het man-zijn niet altijd zo leuk. Het zijn op zijn zachtst gezegd verwarrende tijden voor mannen. Jongens mogen geen jongens meer zijn, ze worden om hun oren geslagen met #metoo affaires, het zijn graaiers en zakkenvullers, ze moeten minder werken en met een draagzak met baby erin lopen. En tegelijkertijd is daar de hang naar krachtig leiderschap, respect voor de sterke mannenhand die ons de weg wijst. In een taal die wij begrijpen en die niet zelden teruggaat naar een tijd dat mannen nog mannen waren. Toen we allemaal nog normaal deden. Voor de serie How to be a man reist Margriet naar onder andere Servië, Egypte, Mexico, Zwitserland en de Verenigde Staten.

De uitzending bevat de volgende voor de klacht relevante passages:

Voice-over:
“Als er in Servië zoveel mannen kampen met posttraumatische stress, hoe is dat dan in Bosnië? Meer dan 80.000 Bosniërs kwamen om tijdens de oorlog op de Balkan. Vooral in dit grensgebied is tijdens de oorlog flink gevochten, en nu leven daders en slachtoffers hier op een paar kilometer van elkaar vandaan. Ik ontmoet een generatiegenoot van de zoon van oud-militair […], Alen. Deze man adopteerde Alen 26 jaar geleden.”
Te zien is hoe Muhic en zijn stiefvader uit een auto stappen op een parkeerplaats en kennis maken met de filmploeg. Ook het zoontje van Muhic wordt dan in beeld gebracht.
Iemand zegt:
“Hallo”
Muhic zegt tegen zijn zoontje:
“Zeg maar dag.”
Van der Linden:
“Dag.”
Muhic:
“Geef haar maar een handje. Geef haar ook maar een kusje. Nee? Waarom wil je dat nou niet?”
Vervolgens heeft Van der Linden een gesprek met Muhic over zijn adoptie. In een fragment daarna vraagt Van der Linden aan Muhic:
“Hoe oud is je zoontje?”
Muhic antwoordt hierop:
“Hij is drie.”
Van der Linden:
“Lijkt hij op z’n vader?”
Muhic:
“Ja, als twee druppels water.”
Van der Linden:
“Echt? Lijkt hij zoveel op je?”
Muhic:
“Ja.”
Daarna worden Muhic en zijn adoptievader bij Muhic thuis gefilmd. Ook zijn zoontje wordt – kort – in beeld gebracht. Zijn zoontje zegt:
“Papa!”
Muhic vraagt:
“Heb je me gemist?”
Zijn zoontje antwoordt:
“Heel veel.”
Muhic:
“Hoeveel hou je van me?”
Zijn zoontje:
“Zo veel.”
Daarop volgt een kort gesprek tussen Muhic en zijn adoptievader over het zoontje van Muhic. Hierna besluiten zij hun gesprek met Van der Linden over de adoptie van Muhic.

Vervolgens is te zien hoe scouts van Raša Popov, lopend in een rij en onder begeleiding van muziek uit de film “Moonrise Kingdom” van Wes Anderson, een lied zingen.
De voice-over zegt:
“Weer terug over de Servische grens kom ik een padvinderskamp tegen. Nog altijd een populaire traditie, die de jonge generatie leert over hun Servië en ze de liefde voor het vaderland bijbrengt.”
Een scout zegt:
“Jongere scouts, geef acht!”
Daarop is te zien hoe de jongere scouts een eed afleggen. Deze wordt voorgelezen en door de scouts herhaald:
“Ik beloof hierbij plechtig dat ik mijn vaderland zal beschermen, de Republiek Servië, en dat ik hard zal studeren en hard zal werken.”
Een vrouw zegt:
“Leider?”
Een scout zegt:
“Jongere scouts, breng de groet.”
Scouts:
“Gegroet.”
Van der Linden spreekt vervolgens met drie scouts. Zij zegt:
“Ik heb met al heel wat mannen gesproken in dit land en iedereen zegt dat het vaderland op de eerste plaats komt. Voor jullie ook?”
De scouts antwoorden:
“Ja, dat is heel belangrijk.”
Van der Linden:
“Hoe oud zijn jullie?”
De scouts:
“Ik ben zeventien. Ik veertien, en hij ook.”
Van der Linden:
“Veertien, veertien, zeventien. Nog erg jong dus… net als dit land dat nog helemaal niet zo lang bestaat.”
De scouts:
“Het bestaat op zich nog niet zo lang, maar het heeft een lange geschiedenis.”
Van der Linden:
“En dat is een geschiedenis met veel geweld en heel veel oorlogen, met heel veel slachtoffers. Maar het is tegelijkertijd zaak dat jullie uitgroeien tot mannen die gezond zijn en sterk.”
De scouts:
“Dat spreekt vanzelf.”
Mevrouw Van der Linden:
“Dat spreekt vanzelf?”
De scouts:
“Jazeker. Je moet sterk zijn voor je gezin, want je moet kinderen grootbrengen aan wie jij je cultuur moet doorgeven, want alleen zo blijft die in stand.”
Van der Linden:
“Hoe werkt dat dan precies? Ik kom zelf uit Nederland en daar leeft dat gevoel lang niet zo sterk.”
De scouts:
“Omdat jullie cultuur niet zo zwaar onder vuur ligt. Dan heb je dat overlevingsinstinct niet nodig om je cultuur te behoeden omdat hij anders wellicht verdwijnt. Dat ligt hier heel anders. Hier kan alles in twintig dagen of maanden weg zijn. Daarom moeten we onze cultuur voor de komende generaties zien vast te houden.”
Van der Linden:
“Dus jullie zijn trots op jullie prachtige land.”
De scouts:
“We willen het behouden. Daar gaat het om.”
Van der Linden:
“Precies.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen – kort samengevat – het volgende. Zij voelen zich door KRO-NCRV gemanipuleerd, misleid en misbruikt. Ook hebben zij nooit toestemming gegeven om beelden van minderjarigen te tonen.
Raša Popov voert aan dat zij in januari 2019 is benaderd met de vraag of KRO-NCRV een verhaal mocht maken over de scouting. Daarop heeft zij KRO-NCRV uitgenodigd om het jaarlijkse winterkamp te bezoeken. Zij is echter nooit op de hoogte gesteld van het daadwerkelijke onderwerp van de uitzending. Van der Linden stelde sommige kinderen vragen die niet over de scouting of de vereniging gingen. Dat kwam bij de leiding intimiderend en verdacht over; met die vragen werd de persoonlijke leefwereld van de kinderen betreden. Dit was niet wat hen was voorgespiegeld en daarom heeft de leiding de opnamen laten stopzetten. Raša Popov heeft echter de indruk dat daarna nog stiekem is gefilmd. Vervolgens heeft KRO-NCRV beloofd alle beelden die bij Raša Popov zijn gemaakt te vernietigen en nooit te gebruiken, maar zij heeft zich daaraan niet gehouden.
Muhic voert nog aan dat hij geen toestemming heeft gegeven voor het filmen van zijn zoontje. Hij was er ook niet van op de hoogte dat hij en zijn zoontje buiten werden gefilmd. Hij is niet in de gelegenheid gesteld om vooraf de uitzending te bekijken en heeft dus niet de kans gehad om al dan niet met de montage akkoord te gaan. Bovendien was hij niet geïnformeerd over de context van de uitzending.
Volgens klagers is hun gezag ondermijnd en zijn de rechten van de betrokken kinderen geschonden. Zij hebben hun standpunten nader schriftelijk toegelicht.

KRO-NCRV stelt voorop dat klagers niet-ontvankelijk zijn in hun klachten, onder meer omdat klagers gevestigd c.q. woonachtig zijn in Servië en Bosnië en het programma daar niet is uitgezonden.
Verder voert zij – eveneens samengevat – het volgende aan. Met de serie is beoogd de kijker te tonen hoe het is om ‘een man te zijn’ in een land met een recent oorlogsverleden. Het programma behelst een persoonlijke ontdekkingstocht van Van der Linden, waarbij zij antwoorden zoekt op vragen die haar persoonlijk interesseren, en is ingedeeld in de categorie ‘meningsvorming’.
Vanaf het begin is duidelijk geweest wat de journalistieke bedoelingen waren van de programmamakers. In januari 2019 is telefonisch uitgebreid aan Raša Popov meegedeeld wat het onderwerp van de serie was. Daarbij is duidelijk gemaakt dat de makers met enkele jongens wilden spreken over zaken als hoe je opgroeit in hun land, wat belangrijk is om kinderen mee te geven en hoe er van jongens mannen wordt gemaakt, en dit alles tegen de achtergrond van het recente oorlogsverleden van Servië. Bovendien is vooraf met Raša Popov afgesproken dat van alle aanwezige minderjarigen beeld- en geluidsopnamen mochten worden gemaakt. Daarnaast zijn ook aan Muhic de aard van de serie en de invalshoek van het item vooraf uitgebreid toegelicht. Klagers waren derhalve vooraf voldoende geïnformeerd over de aard en insteek van het programma om te kunnen beslissen of zij hun medewerking zouden verlenen. In dit verband wijst KRO-NCRV er verder op dat Muhic veelvuldig contact heeft gehad met buitenlandse media over zijn levensloop, ook in het bijzijn van zijn kind.
Zoals vooraf besproken is op een gegeven moment een gesprek opgenomen met drie jeugdleden van Raša Popov. Tijdens de opnames van dit gesprek ontstond plotseling consternatie. Ter plekke werd de toestemming om te filmen door Raša Popov ingetrokken, waarop de opnames zijn afgebroken. Anders dan Raša Popov stelt, is er niet stiekem doorgefilmd.
Ook met Muhic is afgesproken dat zijn zoontje in beeld zou worden gebracht. Aanvankelijk had Muhic, na het filmen van de buitenscène, enige twijfel hierover. Maar na een gesprek met de programmamakers heeft hij er toch mee ingestemd. Er is niet heimelijk bij hem gefilmd, bij het maken van de verschillende scenes was hij zich daarvan zeer goed bewust.
Verder wijst KRO-NCRV erop dat een journalist geen toestemming nodig heeft van degene over wie hij publiceert. Wel moet een belangenafweging plaatsvinden en moet rekening worden gehouden met de kwetsbaarheid van minderjarigen. Na het terugzien van de beelden is geconcludeerd dat deze inhoudelijk van groot belang waren voor het programma. Er is afgewogen of de beelden op enigerlei wijze de belangen konden schaden van de gefilmde personen en er is vastgesteld dat dit niet het geval is. De in beeld gebrachte minderjarigen en Muhic worden niet gediskwalificeerd, in verband gebracht met beschuldigingen of anderszins negatief of grievend in beeld gebracht. Van een ongeoorloofde inbreuk op de privacy van de minderjarigen is geen sprake.
Tot slot stelt KRO-NCRV dat er geen verplichting bestaat om publicaties vooraf ter inzage voor te leggen aan betrokkenen. Dat de inhoud klagers niet aanstaat maakt het programma niet journalistiek onzorgvuldig. Niettemin heeft KRO-NCRV na ontvangst van de klacht uit coulance de beelden verwijderd van NPO Start en zijn deze niet meer te raadplegen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt vast dat de gewraakte uitzending gaat over klagers. Zij zijn derhalve ‘rechtstreeks belanghebbenden’ en ontvankelijk in hun klacht. Niet is gebleken dat klagers onbevoegd zijn vertegenwoordigd. De Raad zal de klacht dan ook inhoudelijk beoordelen.

Kern van de klacht is dat interviews met minderjarigen en/of beeldmateriaal van hen is gebruikt (in een gewijzigde context) zonder dat zij daarvoor toestemming hebben gegeven.

Uitgangspunt is dat een journalist die iemand wil interviewen, diegene zodanig behoort in te lichten over de aard van de publicatie, dat de te interviewen persoon voldoende geïnformeerd kan beslissen of hij aan die publicatie wil meewerken. Citaten uit interviews mogen niet worden gebruikt in een andere context dan de geïnterviewde mocht verwachten, gelet op wat hem door de journalist werd meegedeeld. Wanneer de aard of de inhoud van de publicatie in de loop van het redactieproces zodanig worden gewijzigd, dat niet meer wordt voldaan aan wat de geïnterviewde redelijkerwijs mocht verwachten, moet hem of haar opnieuw om toestemming voor publicatie worden gevraagd.

Het standpunt van klagers komt erop neer dat zij onjuist c.q. onvoldoende over de aard van het programma zijn geïnformeerd althans dat de aard en insteek van de uitzending gedurende de opnamen zijn gewijzigd. KRO-NCRV heeft aangevoerd dat de journalistieke bedoelingen van de programmamakers van het begin af aan duidelijk zijn gemaakt, waarbij is afgesproken dat een aantal minderjarige scouts van Raša Popov en het zoontje van Muhic zouden worden geïnterviewd en/of in beeld zouden worden gebracht. De Raad kan niet vaststellen welk standpunt juist is en komt daarom niet toe aan de vraag of KRO-NCRV klagers opnieuw om toestemming had moeten vragen dan wel dat klagers de gegeven toestemming hebben kunnen intrekken.

Het voorgaande laat onverlet dat de journalist vrij is in zijn selectie van nieuws. Hij hoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Wel dient hij het belang dat met een publicatie is gediend af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. Bovendien dient de journalist rekening te houden met de bijzondere kwetsbaarheid van bepaalde groepen, zoals minderjarigen.

De Raad stelt vast dat de beelden van de betreffende minderjarigen onderdeel uitmaken van een aflevering over hoe het is om man te zijn in Servië, een land dat een oorlog heeft verloren.
Gelet op de aard van de publicatie en de wijze waarop de minderjarigen in beeld zijn gebracht, zijn de belangen van de betreffende minderjarigen niet (onevenredig) geschaad.

Ten slotte overweegt de Raad dat een journalist in beginsel niet verplicht is om voorafgaand aan de publicatie zijn concept voor te leggen aan een betrokkene. Dat kan anders zijn als daarover afspraken zijn gemaakt, maar daarvan is in dit geval niet gebleken.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat KRO-NCRV journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld. Het siert de omroep dat zij naar aanleiding van de klacht – die wellicht is ontstaan ten gevolge van misverstanden in de communicatie – de uitzending offline heeft gehaald.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.1, en C.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2020/16, RvdJ 2019/44, RvdJ 2019/40 en RvdJ 2019/39

BESLISSING

KRO-NCRV heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 3 september 2020 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, L.A.M.M. Donders, dr. H.P. Groenhart, mw. dr. J. Luttikhold en mw. A. Pruis, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.E.H.J. Vollaers, plaatsvervangend secretaris.