De Raad voor de Journalistiek voegt per 1 mei criteria toe aan de Leidraad voor de beoordeling van klachten van burgers, die media vergeefs hebben verzocht om hun persoonsgegevens te wissen of te anonimiseren in online publicaties. Media ontvangen regelmatig zogenaamde ‘vergetelheidsverzoeken’. Het is de indieners niet altijd duidelijk op welke gronden zij worden toegekend of afgewezen.
Het recht op bescherming van persoonlijke gegevens is urgent. Binnen de Europese Unie is de juridische bescherming van de privacy van burgers aangescherpt. In de Nederlandse Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) geniet de journalistiek een uitzonderingspositie wegens een ander belang: het recht op informatie. Bij de beoordeling van vergetelheidsverzoeken gaat het niet zozeer om juridische als wel om journalistiek-ethische normen. De Raad behandelt overigens alleen klachten tegen redacties, die verantwoordelijk zijn voor online publicaties, en niet tegen online zoekmachines.
De Raad blijft van mening – zie ook de recente conclusie RvdJ 2021/17 – dat het publiek belang van zo volledig mogelijk, betrouwbare archieven ‘slechts in uitzonderlijke gevallen’ moet wijken voor het particuliere belang van een verzoeker. Maar naarmate meer mensen zich zorgen maken om hun digitale reputatie, neemt de druk toe om tot de uitzondering te worden gerekend. Dat vraagt om een zorgvuldige en transparante afweging van belangen. Daarbij kunnen de criteria helpen.
Redacties kunnen aan de hand van vragen tot een eigen, afgewogen oordeel komen. Zo gaat het om vragen als: hoe ernstig (kunnen) de gevolgen van de publicatie zijn; dient de volledige informatie een bijzonder publiek belang; is de feitelijke informatie nog relevant; heeft de betrokkene meegewerkt aan de publicatie en kon hij of zij zich voldoende bewust zijn van de gevolgen?
Bij de meeste verzoeken geeft het antwoord op een enkele vraag vermoedelijk niet de doorslag maar spelen verschillende criteria een rol.