De Raad voor de Journalistiek schrapt in de Leidraad de bijlage met criteria bij de beoordeling van zogenaamde vergetelheidsverzoeken. Daarmee wil hij de indruk wegnemen dat de gehele journalistieke beroepsgroep ze onderschrijft. De Raad heeft dit besloten na gesprekken met leden van het Genootschap van Hoofdredacteuren.
Redacties krijgen steeds vaker verzoeken om geanonimiseerd te worden in online toegankelijke archieven. In punt D. van de Leidraad staat:
Wanneer journalisten het verzoek krijgen om online toegankelijke publicaties (tekst, beeld en/of geluid) te anonimiseren dan wel te verwijderen, laten zij slechts in uitzonderlijke gevallen het publieke belang van zo volledig mogelijk, betrouwbare archieven wijken voor de particuliere belangen van degenen die hierom verzoekt.
Dat uitgangspunt geldt onverkort, maar de Raad heeft zich bij de beoordeling van klachten over afgewezen verzoeken telkens de vraag gesteld hoe je kunt vaststellen of er sprake is van een uitzonderlijk geval. Na raadpleging van vele betrokkenen, publiceerde hij op 1 mei een lijst met overwegingen als bijlage. Het zijn vragen die minder of meer gewicht in de schaal kunnen leggen bij de beoordeling. De Raad meent dat de kwaliteit van zijn klachtbehandeling hierbij gebaat is, redacties zijn verantwoordelijk voor hun eigen afwegingen.
Uit de reacties van hoofdredacties blijkt dat zij een groeiend aantal vergetelheidsverzoeken moeten beoordelen. Zij menen dat de publicatie als bijlage bij de Leidraad ten onrechte de indruk wekt dat de journalistieke gemeenschap het erover eens is dat deze criteria daarbij dé norm zijn.
Om die reden schrapt de Raad de bijlage bij de Leidraad. Hij publiceert de overwegingen bij de beoordeling van de klachten in een aangepaste vorm elders op zijn website. De Raad wil daarmee inzicht geven in zijn eigen afwegingen en raadt media aan hun eigen criteria voor vergetelheids-verzoeken duidelijk te publiceren.