De Raad voor de Journalistiek heeft in 2020 opvallend meer klachten ontvangen dan het jaar ervoor. Het aantal van 114 leverde een stijging op van ruim 40 procent. Op een enkele uitzondering na hadden de klachten overigens geen betrekking op coronaberichtgeving.
Vanwege de coronamaatregelen zag de Raad zich genoodzaakt zijn zittingen voor een deel online te houden, zonder het horen van partijen. Om het gemis van een mondelinge behandeling op te vangen, kregen partijen een extra gelegenheid om schriftelijk te reageren. Hierdoor konden zaken toch binnen een redelijke termijn worden afgehandeld.
Het secretariaat bleef goed bereikbaar en wist, deels via thuiswerk, op vergelijkbare wijze zijn diensten te verrichten als in andere jaren.
Onlangs heeft de Raad, een onafhankelijke instantie van de media voor de beoordeling van klachten over journalistiek gedrag, zijn jaarverslag over 2020 vastgesteld. Van de ontvangen klachten zij er 77 in behandeling genomen. De overige ontvangen klachten zijn door de klager uiteindelijk niet doorgezet.
Er werden maar liefst 24 zaken – bijna een verdubbeling ten opzichte van 2019 – afgedaan door een beslissing van een vice-voorzitter en de secretaris van de Raad, waarbij zij in 13 gevallen concludeerden dat de klacht ‘evident ongegrond’ was. In deze zogeheten vereenvoudigde procedure worden zaken afgedaan op basis van de klacht, zonder dat het medium om een verweer wordt gevraagd. Hierdoor hoeven hoofdredacties niet te reageren op ‘wissewasjes’ of klachten van stalkers. Overigens kunnen klagers na zo’n beslissing beroep aantekenen. Dat gebeurde in 8 gevallen, waarbij in alle zaken het beroep ongegrond werd verklaard.
De Raad hield 15 zittingen, waarvan er 8 online werden gehouden. In het verslagjaar heeft de Raad 45 conclusies gegeven, waarbij het percentage zaken waarin media gelijk kregen en hun handelwijze journalistiek zorgvuldig werd bevonden, licht steeg (van 43 naar 48%).
De conclusies hebben betrekking op 29 verschillende media, waarbij vooral opvalt dat het aandeel klachten tegen landelijke dagbladen met een derde afnam (van 19 naar 12%) terwijl het aandeel van publieke omroepen verdubbelde (van 14 naar 29%).
In bijna driekwart van de zaken werd geklaagd over onjuiste c.q. tendentieuze berichtgeving en in bijna de helft over het niet (goed) toepassen van wederhoor. Daarnaast had een belangrijk deel van de klachten betrekking op selectie van nieuws en privacy. In het jaarverslag zijn de samenvattingen van de uitspraken gerubriceerd naar onderwerp.
Verder bevat het jaarverslag de voorwoorden van Guikje Roethof en Frits van Exter – voorzitters van de Stichting Raad voor de Journalistiek respectievelijk de Raad – en een overzicht van publicaties en bijeenkomsten waaraan medewerkers van de Raad hebben meegewerkt en deelgenomen.
Het bestuur heeft afscheid genomen van de heer M. Schreuder, die als vertegenwoordiger van RTL Nederland wordt opgevolgd door de heer D. van Luling. De heer mr. W.A.M. van Schendel, voormalig raadsheer en vice-president van de Hoge Raad, is benoemd tot vice-voorzitter van de Raad.
Het jaarverslag is gepubliceerd op de website van de Raad, waar ook de volledige samenstellingen van de Raad en het bestuur zijn te vinden.