Samenvatting
S. Peek, H. Schiffers en NRC hebben in het artikel “De oorlog in Oekraïne door de ogen van deze Nederlandse vredesactivist: ‘Oekraïne is een heel ingewikkeld land’” een interview met J. de Jonge (klager) gepubliceerd. Hoewel de uitnodiging voor het interview summier is opgesteld, is geen sprake van misleiding omtrent de insteek van het interview. Klager had erop bedacht kunnen en moeten zijn dat ook andere onderwerpen aan bod konden komen. Het had op zijn weg gelegen om het gesprek te beëindigen, indien hij niet verder had willen meewerken, maar dat heeft hij niet gedaan. Verder is niet gebleken van een vertekende of onjuiste weergave van de visie van klager. De klacht is daarom ongegrond.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
J. de Jonge
tegen
S. Peek, H. Schiffers en de hoofdredacteur van NRC
Op 29 april 2025 heeft de heer J. de Jonge (klager) een klacht ingediend tegen mevrouw S. Peek, de heer H. Schiffers en de hoofdredacteur van NRC (hierna gezamenlijk: NRC). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager betrokken van 14 mei 2025. NRC heeft in eerste instantie op de klacht gereageerd op 11 juni 2025 en vervolgens na verzoek van de secretaris het verweerschrift ingekort ingediend op 12 juni 2025.
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 20 juni 2025. Klager is daar verschenen, vergezeld door mevrouw L. Zelovic. Namens NRC waren voornoemde Schiffers, de heer S. Alonso, chef buitenland, en mevrouw C. van de Wiel, adjunct-hoofdredacteur, aanwezig. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van een notitie.
DE FEITEN
Klager is voorzitter van The Hague Peace Projects en stichtend lid van De Nieuwe Vredesbeweging. Deze beweging staat voor dialoog en de-escalatie, voor het beschermen van mensenrechten en het handhaven van het internationaal recht.
Op 25 maart 2025 heeft Schiffers per e-mail aan klager geschreven:
“[…]Ik ben Hugo Schiffers en werk als journalist bij NRC. Volgens mij hebben wij elkaar vluchtig de hand geschud tijdens de bijeenkomst bij Ru Paré twee weken geleden. Naar aanleiding van die middag wilde ik graag een uitgebreider stuk maken over de Nieuwe Vredesbeweging. Na wat wikken en wegen lijkt een interview met u een hele mooie vorm daarvoor.[…]”
Nadat klager dezelfde dag positief op de uitnodiging had gereageerd heeft Schiffers, eveneens diezelfde dag, aan klager laten weten dat ‘collega Peek’ ook aanwezig zou zijn bij het interview.
Op 2 april 2025 heeft het interview plaatsgevonden, dat vier uur heeft geduurd.
Op 8 april 2025 heeft NRC het concept-artikel naar klager gestuurd. In reactie hierop heeft klager diezelfde dag per e-mail meegedeeld zijn toestemming voor publicatie in te trekken. In een vervolgbericht van 10 april 2025 heeft klager nog het volgende laten weten: “Mijn toegestuurde commentaar was enkel bedoeld – zoals ik heb gezegd – als onderbouwing waarom ik niet akkoord ga en het commentaar zelf kan niet worden gebruikt voor publicatie”.
Aan het verzoek van klager om het artikel niet te publiceren heeft NRC geen gehoor gegeven.
Op 10 en 11 april 2025 is op de website respectievelijk in de papieren versie van NRC het artikel van de hand van Peek en Schiffers verschenen met de kop “De oorlog in Oekraïne door de ogen van deze Nederlandse vredesactivist: ‘Oekraïne is een heel ingewikkeld land’”.
De intro van het artikel luidt:
“Hoe kijkt vredesactivist Jakob de Jonge aan tegen de oorlog in Oekraïne? Hij spreekt vol passie over de waanzin van oorlog. Zijn argumenten echoën geregeld de propaganda van het Kremlin. “Ik zie het als mijn rol om kritiek te leveren op onze kant.””
In het artikel zijn verder onder meer de volgende passages opgenomen:
“In een tijd dat Europese landen hun defensie-uitgaven tot historische hoogte opschroeven, pleit De Jonge in podcasts en op sociale media voor meer dialoog met Rusland. Hij doet dit gepassioneerd, maar ook geregeld met argumenten en onwaarheden die voorkomen in de Russische propaganda.”
en:
“De Jonge hamert op de noodzaak tot een dialoog tussen Oost en West over wapenbeheersing en het inzetten van alle politieke, culturele en economische middelen om de mogelijkheid van een allesverwoestende kernoorlog te voorkomen. Hij vindt dat er binnen Nederland te weinig oog is voor de rol die ‘het Westen’ […] volgens hem speelde in de aanloop naar en het voortzetten van de oorlog.
[De Jonge]: “Oekraïne is een heel ingewikkeld land. Het is een post-Sovjet-land dat ongeveer fifty-fifty Oekraïens en Russisch is.”
[NRC]: “Dat klopt niet. De helft van de bevolking is niet Russisch, of bedoelt u iets anders?”
[De Jonge]: “Het is lastig, qua taal bijvoorbeeld.”
In een census van 2001 – de laatst grote – verklaarde 67,5 procent van de Oekraïense bevolking het Oekraïens als moedertaal te beschouwen. Voor 29,6 procent was dit Russisch. Die taal-erfenis van de Sovjet-Unie en het Russische Rijk, wordt nu door Rusland gepolitiseerd. Na het uitbreken van de oorlog in 2014, en vooral sinds de invasie van 2022, zijn nog meer Oekraïners daarom overgestapt naar het Oekraïens.”
en:
[NRC]: “En wat is dan de oplossing?”
[De Jonge]: “Wat te redden valt is allereerst de onafhankelijkheid van Oekraïne. Die staat op het spel. Heel veel regio’s die nog niet bezet zijn, kunnen [bij Oekraïne] blijven. En de toegang tot de Zwarte Zee kunnen we ook nog redden. Zonder die toegang kan Oekraïne heel moeilijk gered worden. Ik geloof dat de militaire optie dat juist in gevaar brengt.”
[NRC]: “De Zwarte Zee is nou juist een voorbeeld waar Oekraïne dankzij militair optreden zijn export zelf weer op wist te starten.”
[De Jonge]: “Ja, maar dat is een tussenperspectief. Ik denk dat dat niet stabiel is tot er een akkoord ligt. Ik geloof niet in een permanente militaire oplossing. Er moet worden gesproken over de grondoorzaken van dit conflict. Nogmaals: er is een Oekraïens-Russisch conflict, maar dat had niet hoeven escaleren zonder drang van ons om daarbij geopolitieke winst te halen ten opzichte van Rusland.”
[NRC]: “De grondoorzaken, dat is ook niets wat je veel vanuit het Kremlin hoort. […]”
[De Jonge]: “Wat Rusland bedoelt met grondoorzaken, dat hoeft niet per se te zijn wat wij als grondoorzaken zien. Maar we moeten erkennen dat elk conflict grondoorzaken heeft.”
“Zijn argumentatie vertoont ook op andere punten overlap met Russische desinformatie. Zo noemt hij neonazi’s van “enorme invloed” op het beleid van Zelenksy om de oorlog voort te zetten, en refereert De Jonge aan de nooit bewezen aanwezigheid van Amerikaanse biologische wapenlaboratoria in Oekraïne.
Vlak na de Russische invasie gingen Moskou en Kyiv in Istanbul om de tafel, van februari tot april 2022. In de Russische propaganda komt dit vaak terug als hét moment dat de oorlog beëindigd had kunnen worden, maar waarop Oekraïne voor oorlog koos, toen het wegliep van de onderhandelingstafel. Dat is tevens de lezing van De Jonge: “Ook toen was een akkoord nadelig voor Oekraïne geweest. Het was capitulatie: de Russische voorwaarden werden Oekraïne de strot door geduwd. Maar Oekraïne is dan ook veel zwakker dan Rusland. En de voorwaarden van toen zijn nu droomvoorwaarden. Die krijg je nooit meer terug.”
[NRC]: “Dat is precies wat de woordvoerder van Poetin zegt.”
[De Jonge]: “Misschien heeft hij daar wel gelijk in.”
en:
“Begin april 2022 kwam Boetsja in het nieuws. In deze voorstad van Kyiv bleken Russische militairen inwoners te hebben gemarteld, verkracht en vermoord. Rusland ontkende betrokkenheid en stelde dat de lichamen pas na hun vertrek op staat verschenen. Die claim werd met satellietbeelden weerlegd. Nog daarna schreef De Jonge op sociale media dat “in tegendeel tot het Oekraïense en Westerse vingerwijzen er vooralsnog geen enkel bewijs is dat Rusland achter deze moordpartijen zit”. In een ander bericht schreef hij: “gezien het ‘nut’ van de Boetsja-slachting voor de Oekraïense propaganda moet Oekraïne gezien worden als een van de verdachten van deze burgerdoden. […] Ik wil helemaal niet bekend staan als Boetsja-twijfelaar, ik heb me er verder ook niet mee bezig gehouden. Laten we gewoon aannemen dat Boetsja heeft plaatsgevonden zoals het wordt verteld. Het ging mij erom dat het misbruikt werd terwijl het op het moment zelf niet duidelijk was wat er nou precies was gebeurd.”
Schaadt De Jonge zijn pleidooi voor vrede niet door dat te doorspekken met feitelijke onjuistheden? Desgevraagd reageert hij verbolgen: “Ga je nu straks schrijven dat ik allemaal dingen geloof die niet kloppen?””
In een kader dat is geplaatst aan het begin van het artikel staat de volgende tekst:
“In reactie op dit artikel laat Jakob de Jonge weten zich niet te kunnen vinden in de manier waarop zijn boodschap is weergegeven. Hij is van mening dat zijn “goede naam wordt aangetast” door de wijze waarop NRC hem karakteriseert: als “een ordinaire Poetin-fluisteraar”, “wat ik absoluut niet ben.”
Op 16 april 2025 heeft klager contact gehad met de ombudsman van NRC om zijn beklag te doen over het artikel en de gang van zaken die hebben geleid tot het artikel. De ombudsman heeft op 18 april 2025 in zijn column “Het interview met de vredesactivist werd vooral een correctie van zijn beweringen” aandacht besteed aan de klacht van klager.
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Klager stelt – kort samengevat – het volgende. Hij is misleid omtrent het doel van het interview. Daar waar Schiffers hem had laten weten dat hij geïnteresseerd was in de Nieuwe Vredesbeweging en het werk van The Hague Peace Projects, bleek tijdens het interview dat de focus geheel lag op zijn persoonlijke opvattingen over Oekraïne. De vragen waren duidelijk gericht op het achterhalen van uitspraken die als controversieel kunnen worden gepresenteerd, met als kennelijk doel deze te framen als ‘Russische propaganda’. Bovendien nam Schiffers collega Peek mee als ‘factchecker’ zonder hem vooraf over die rol van Peek in te lichten. Als klager vooraf deze insteek had geweten, had hij niet meegewerkt aan het interview. Daarbij komt dat sprake was van een onevenwichtige interviewsetting: het gesprek duurde vier uur met twee journalisten tegenover hem, terwijl hij relatief onervaren is in de omgang met de media. Klager acht deze vorm van ondervragen, zonder open kaart te spelen over de bedoeling van het stuk, oneerlijk en disproportioneel.
Ten aanzien van het artikel zelf stelt klager dat hij daarin zijn standpunten, die hij uitvoerig heeft toegelicht, nauwelijks herkenbaar kan terugvinden. Zijn uitspraken zijn selectief geciteerd, uit hun context gehaald of summier weergegeven, waardoor een vertekend en ongenuanceerd beeld is ontstaan. De nadruk ligt op citaten die volgens de journalisten ‘controversieel’ zijn en die zij koppelen aan een bepaald frame, namelijk dat van vermeende Russische propaganda. Een voorbeeld hiervan is het enkel opnemen van de zin “Oekraïne is een heel ingewikkeld land. Het is een post-Sovjet-land dat ongeveer fifty-fifty Oekraïens en Russisch is” terwijl hij voorafgaand aan deze zin uitgebreid gereflecteerd heeft op de historische context en culturele diversiteit binnen Oekraïne, waarbij hij vergelijkingen heeft gemaakt andere landen. Dit is allemaal weggelaten waardoor zijn poging tot nuance compleet verloren is gegaan. Sterker nog, door alleen deze zin op te nemen heeft NRC hem duidelijk willen portretteren als dom en onwetend. Bovendien legt het artikel op meerdere momenten expliciet een verband tussen zijn uitspraken en vermeende ‘Russische propaganda’. NRC neemt in het artikel alle ruimte voor de eigen, foutieve en misleidende interpretatie van datgene wat hij heeft gezegd, waarbij de opinie van NRC als feitelijke vaststelling van zaken is weergegeven. Deze weinig subtiele framing is niet alleen onjuist en onzorgvuldig, maar brengt ook reputatieschade toe. Dit frame tast niet alleen klager persoonlijk aan in zijn goede naam, maar het brengt ook zijn vredesbeweging in diskrediet waardoor de legitimiteit daarvan wordt ondermijnd. De suggestie dat klager een ‘verrader’ zou zijn, kan hem bovendien zelfs in gevaar brengen.
Nadat klager het concept-artikel had ontvangen, heeft hij meteen aan NRC zijn ongenoegen laten blijken met een uitgebreide onderbouwing. Daarbij heeft hij zijn toestemming tot publicatie ingetrokken. Desondanks heeft NRC het artikel gepubliceerd met louter zijn reactie dat hij het niet eens is met het artikel, maar zonder verder inhoudelijke toelichting. Ook de klachtafhandeling door de ombudsman van NRC is onbevredigend, omdat deze nauwelijks ingaat op zijn fundamentele bezwaren, aldus klager.
NRC stelt hier – eveneens kort samengevat – het volgende tegenover. Het interview kwam voort uit nieuwsgierigheid naar de Nieuwe Vredesbeweging naar aanleiding van een bijeenkomst waarbij Schiffers aanwezig was. Tijdens het interview liet klager weten dat de oorlog in Oekraïne een motivatie was geweest om terug te keren naar het vredeswerk, waarbij hij zijn visie op het conflict mededeelde. In het interview is bovendien doorgevraagd over de punten die door klager naar voren zijn gebracht als feitelijke onjuistheden. Tijdens het uitwerken van het interview heeft NRC – zoals gebruikelijk bij interviews – feiten gecheckt en de context geschetst op basis van betrouwbare bronnen. Klager heeft zelf gevraagd om zijn uitspraken ‘niet in het kader van de hele vredesbeweging’ te zien. Hiermee heeft NRC ingestemd. Daardoor kwam te vervallen dat het interview alleen over de vredesbeweging zou gaan.
Het was vooraf niet de intentie om het gesprek vier uur te laten duren. Maar vanwege de wijze waarop het gesprek verliep en klager zijn standpunten onderbouwde, duurde het gesprek langer dan verwacht. NRC heeft tijdens het interview recht gedaan aan het belang van het onderwerp en aan basale journalistieke principes, van een verhoor was geen sprake. Dat er twee journalisten aanwezig waren, is niet ongebruikelijk. Bovendien was de aanwezigheid van Peek door Schiffers aangekondigd. Dat klager zichzelf onervaren noemt in de omgang met de media kan NRC niet volgen. Hij staat op de website van de vredesbeweging vermeld als perswoordvoerder en werd aan Schiffer doorverwezen als woordvoerder ten aanzien van Oekraïne. Klager is ook door diverse media over zijn beweging geïnterviewd.
De klacht dat nuances verloren zijn gegaan, met name ten aanzien van klagers uitspraak dat ‘Oekraïne fifty-fifty Russisch/Oekraïens is’, bestrijdt NRC. Bij het verwerken van het interview heeft NRC weliswaar moeten selecteren, maar de publicatie is een waarachtige weergave van het gesprek. Het is niet zo dat een losstaand brokje dialoog ineens tot hoofdzaak is verheven.
Klager noemt in zijn klacht geen concrete zinsneden die verkeerd zouden zijn weergegeven. De opvattingen van klager waaraan in het artikel aandacht is besteed, heeft hij in het verleden wereldkundig gemaakt. De karakterisering ‘pro-Russische propagandist’ komt niet in het stuk voor. NRC achtte het voor de lezer relevant dat de uitspraken van klager spiegelden met verklaringen van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, Defensie, en de woordvoerder van Vladimir Poetin. Dit is ook benoemd in het gesprek. De uiteindelijke presentatie is terughoudend en niet sensationeel.
Ten slotte meent NRC dat adequaat op de bezwaren van klager is gereageerd. Op geen enkel moment heeft NRC de communicatie met klager gestaakt. Ook heeft NRC bepaalde suggesties overgenomen en een kader toegevoegd met de kern van klagers reactie. Bovendien zijn bepaalde aanpassingen die klager in eerste instantie zelf had aangedragen, op zijn verzoek weer ongedaan gemaakt. Het beginsel van wederhoor geeft de geïnterviewde echter niet het recht een interview in te trekken, aldus NRC.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
De kern van de klacht is dat klager is misleid omtrent de insteek van het interview en dat de publicatie een suggestieve en onzorgvuldige weergave bevat van het gesprek. Hiertoe zal de Raad zich bij zijn beoordeling beperken.
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.
Verder geldt dat een journalist die iemand wil interviewen, diegene zodanig behoort in te lichten over de aard van de publicatie, dat de te interviewen persoon voldoende geïnformeerd kan beslissen of hij aan die publicatie wil meewerken. Citaten uit interviews mogen vervolgens niet worden gebruikt in een andere context dan de geïnterviewde mocht verwachten, gelet op wat hem door de journalist werd meegedeeld. Wanneer de aard of de inhoud van de publicatie in de loop van het redactieproces zodanig worden gewijzigd, dat niet meer wordt voldaan aan wat de geïnterviewde redelijkerwijs mocht verwachten, moet hem of haar opnieuw om toestemming voor publicatie worden gevraagd.
Hoewel de uitnodiging voor het interview zeer summier was en het achterafgezien beter was geweest als NRC de aanleiding daarvoor uitgebreider had toegelicht, staat niet ter discussie dat tijdens het interview daadwerkelijk is gesproken over De Nieuwe Vredesbeweging waar klager stichtend lid van is. Uit de publicatie blijkt dat tijdens het interview ook andere onderwerpen aan de orde zijn gekomen, waaronder klagers opvattingen over de oorlog in Oekraïne, en dat klager daarin is meegegaan. Klager had dus ten tijde van het interview erop bedacht kunnen en moeten zijn, dat in de publicatie ook daaraan aandacht zou worden besteed. Dit geldt te meer nu klager zich zowel op de bijeenkomst die de aanleiding vormde voor het interview als in een eerder stadium heeft uitgelaten over de oorlog in Oekraïne. Bovendien heeft klager ervaring met de handelwijze van media. Als hij niet (verder) had willen meewerken, had het op zijn weg gelegen om dat tijdens het gesprek kenbaar te maken en desnoods het gesprek met NRC te beëindigen, maar dat heeft hij niet gedaan.
Niet gebleken is dat het artikel afwijkt van de aard en inhoud van het interview zoals dat feitelijk heeft plaatsgevonden. Daarom is er geen sprake van dat het artikel niet voldoet aan wat klager – al tijdens het interview – redelijkerwijs mocht verwachten. NRC had klager dus niet opnieuw om toestemming voor publicatie hoeven vragen.
Verder is niet aannemelijk geworden dat de visie van klager zodanig onjuist en/of onvolledig is weergegeven, dat daardoor een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie is gegeven. Hoewel klager genoeg gelegenheid heeft gekregen om tegen de – op sommige punten – suggestieve vraagstellingen in te gaan dan wel eventueel bepaalde eerder geuite opvattingen te ontkrachten of terug te nemen heeft hij dit nagelaten. Dit kan NRC echter niet worden tegengeworpen.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de klacht ongegrond is.
Relevante punten uit de Leidraad: A., B.1, B.3 en C.
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2024/33, RvdJ 2024/7 en RvdJ 2019/40
CONCLUSIE
De klacht is ongegrond.
Zo vastgesteld door de Raad op 5 september 2025 door mr. G.C. Makkink, voorzitter, drs. R. Duiven, L.C. Hauben, drs. M.M. Klaassen, en E. Schievink, leden, in tegenwoordigheid van mr. E. Hoefnagel, adjunct-secretaris.