2025/20 Deels gegrond / Deels ongegrond / Onthouding oordeel

X / N. Schapendonk en de hoofdredacteur van BN DeStem

Samenvatting

N. Schapendonk en BN DeStem (gezamenlijk: BN DeStem) hebben in de artikelen “Verzet tegen parkeerregime Breda: ‘Als ik dit had geweten, dan had ik dit huis niet gekocht’” (online) en “Verzet tegen de parkeerregels” (print) bericht over een bestuursrechtelijke procedure waarbij klager is betrokken. Door het vermelden van een combinatie van persoonsgegevens van klager heeft BN DeStem diens belangen nodeloos geschaad. De klacht is op dat punt gegrond. Voor zover de klacht betrekking heeft op feitelijke onjuistheden en de klachtafhandeling is deze ongegrond. Overigens onthoudt de Raad zich van een oordeel over de wijze waarop BN DeStem klager heeft geïnformeerd over de aard en inhoud van de publicatie en toestemming heeft gekregen tot het vermelden van zijn naam. De Raad doet de aanbeveling aan BN DeStem om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek

inzake de klacht van

X

tegen

N. Schapendonk en de hoofdredacteur van BN DeStem

De heer X (klager) heeft op 25 maart 2025 een klacht ingediend tegen de heer N. Schapendonk en de hoofdredacteur van BN DeStem (hierna gezamenlijk: BN DeStem). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van partijen betrokken van 26 maart, 1 en 8 april, en van 1 mei 2025.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 9 mei 2025. Klager was niet in de gelegenheid daarbij aanwezig te zijn en heeft, in plaats van zijn standpunt mondeling toe te lichten, op 2 mei 2025 een schriftelijke toelichting ingediend. Aan de zijde van BN DeStem waren de heer Schapendonk, de heer A. Trompers, hoofdredacteur, en de heer J. Baars, senior jurist DPG Media, aanwezig.

DE FEITEN

Op 23 en 24 januari 2025 is op de website respectievelijk in de papieren editie van BN DeStem een artikel van de hand van Schapendonk verschenen met op de website de kop “Verzet tegen parkeerregime Breda: ‘Als ik dit had geweten, dan had ik dit huis niet gekocht’” en in de papieren editie de kop “Verzet tegen de parkeerregels”. De intro van het artikel luidt:
“Het nieuwe parkeerregime in en rond de binnenstad van Breda zorgt voor stress bij sommige bewoners. Ze wachten eindeloos op een vergunning, maar krijgen die niet.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
Hoe kan de gemeente Breda een rem zetten op het uitdelen van parkeervergunningen voor mensen die maar één auto hebben, terwijl er nog steeds vergunningen zijn voor buurtgenoten die twee of zelfs meer auto’s hebben? De kwestie zit [beroep] [X] behoorlijk dwars.
Hij woont sinds vorig jaar met zijn gezin aan de [straatnaam], maar kan daar zijn auto niet kwijt. Tenzij hij elke keer 35 euro betaalt. Dat is sinds kort het tarief dat geldt in zijn deel van de binnenstad. Of iemand daar nu vijf minuten parkeert of een hele dag: dat kost hoe dan ook 35 euro.”
“Als ik dit had geweten, dan had ik dit huis niet gekocht. Want dit leidt tot zoveel problemen en stress”, verzucht [X] tijdens een zitting van de adviescommissie bezwaarschriften van Breda.”
en:
“[X] heeft zelf een heel specifieke reden om voor de deur te willen parkeren: hij (…)  staat (…)  ‘onder verscherpt toezicht’ vanwege bedreigingen van criminelen. “Dat betekent dat ik vanwege die dreiging snel moet kunnen vluchten”, legt de Bredanaar uit. “Ik kan het me niet permitteren om een paar straten verderop te parkeren. De politie snapt dat, maar de gemeente Breda niet. Daarom kreeg ik vanochtend weer een boete van 120 euro.””
en:
“Bovendien heeft het stadsbestuur ‘altijd oog voor maatwerk’. Dat betekent dat [X] binnen een of twee weken alsnog een parkeervergunning kan verwachten. ”We nemen de dreiging heel serieus, maar we moeten óók een goed verhaal hebben voor de bewoners van de binnenstad voordat we de vergunning afgeven.””
 
Het artikel is op de website gepubliceerd om 20:00 uur. Kort hierna heeft klager zijn bezwaren tegen de berichtgeving kenbaar gemaakt aan BN DeStem. BN DeStem heeft daarop het artikel op de website aangepast. Daarbij is niet alleen de naam van klager verwijderd, maar ook zijn beroep en het persoonlijke motief voor het indienen van het bezwaar. De papieren versie van het artikel is niet aangepast.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – samengevat – het volgende. Het artikel bevat onnodig privacygevoelige informatie. Zo wordt zijn beroep vermeld in combinatie met de straat waarin hij woont en een verwijzing naar het veiligheidsrisico dat hij loopt. Dat is geen informatie die journalistiek relevant is in een artikel over parkeerproblemen. In zijn schriftelijke reactie voegt klager hieraan toe dat journalistiek handelen een zorgvuldige afweging vereist tussen de noodzaak en het risico van het publiceren van dergelijke persoonlijke gegevens.
Klager licht toe dat hij net voor de zitting van de adviescommissie van de politie had vernomen dat zijn huis, kantoor en bedrijf het onderwerp van gesprek zijn bij een grote criminele organisatie. Het publiceren van zijn persoonlijke gegevens heeft geleid tot een verhoogd veiligheidsrisico voor hem en zijn gezin. Hij wist dat een verslaggever van BN DeStem aanwezig was op de zitting en na afloop heeft Schapendonk toestemming gevraagd om zijn naam te noemen in een artikel over parkeerproblematiek. Daarbij heeft Schapendonk hem echter niet gevraagd om toestemming voor het vermelden van zijn beroep, woonomgeving en bedreigingssituatie. Door de onduidelijk vraagstelling is hij onvoldoende geïnformeerd over de aard en inhoud van de publicatie en is zijn toestemming onder valse voorwendselen verkregen, aldus klager.
Verder voert klager aan dat het artikel een onjuiste en misleidende voorstelling van de feiten bevat. Het artikel suggereert dat de gemeente op de hoogte was van de bedreigingssituatie, maar dat is onjuist. De gemeente werd namelijk pas op de zitting door klager daarvan op de hoogte gebracht en heeft direct na de zitting actie ondernomen. Daarnaast was de veiligheidssituatie niet de kern van zijn bezwaar, maar het algemene parkeerbeleid van de gemeente.
Ten slotte meent klager dat BN DeStem geen verantwoordelijkheid heeft genomen. Na de online publicatie heeft hij direct contact opgenomen met de redactie en verzocht het artikel aan te passen. Het artikel op de website is toen weliswaar geanonimiseerd, maar de tekst in de papieren editie is niet aangepast. Klager vindt het onzorgvuldig dat hij geen excuses heeft ontvangen en dat een algemene rectificatie zonder vermelding van zijn naam en beroep is geweigerd.

BN DeStem stelt hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. Schapendonk heeft na de zitting aan klager gevraagd of hij bezwaar had tegen het vermelden van zijn naam in het artikel. Klager kon immers zelf de ernst van de door hem geschetste situatie het beste inschatten en heeft vervolgens daarmee ingestemd. BN DeStem betwist dat die toestemming onder valse voorwendselen is verkregen of dat klager enkel is gevraagd om toestemming van naamsvermelding in het kader van parkeerbeleid. Het was klager bekend dat een journalist aanwezig was op de openbare hoorzitting en hij wist, althans kon weten, op basis van welke informatie de journalist het artikel zou schrijven. Bovendien gaat klager eraan voorbij dat zijn naam veelvuldig voorkomt op de website van zijn bedrijf en dat een zoekopdracht op zijn naam direct de link legt met zijn beroep. Het artikel koppelt dus geen gegevens aan elkaar die niet al openbaar zijn. Desgevraagd voegt BN DeStem hieraan op de zitting toe dat de krant – ook na toestemming van een betrokkene tot naamsvermelding – een eigen journalistieke verantwoordelijkheid heeft om naar de impact te kijken die de publicatie op de betrokkene heeft en die af te wegen tegen het belang van publicatie. Afhankelijk van het specifieke geval leidt dat er soms toe, dat toch tot anonimisering wordt overgegaan.
Verder voert BN DeStem aan dat klager niet nader heeft toegelicht welke onjuistheden het artikel bevat. Nergens in het artikel wordt gesteld of gesuggereerd dat de gemeente al voor de hoorzitting op de hoogte was van de persoonlijke situatie van klager.
Ten slotte heeft BN DeStem het artikel op de website direct aangepast nadat klager contact met de redactie had opgenomen en toen meer uitleg heeft gegeven over het veiligheidsrisico dat hij loopt. Helaas lag de krant toen al bij de drukker, zodat aanpassing in de papieren versie niet meer mogelijk was. Waar klager vraagt om rectificatie verlangt hij feitelijk een publieke boetedoening. Op de zitting heeft BN DeStem er nog op gewezen dat een expliciete rectificatie in de papieren editie alleen maar meer aandacht zou vestigen op de persoonlijke gegevens van klager als vermeld in het oorspronkelijke artikel en dat is juist niet in diens belang.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. De privacy van klager is onevenredig aangetast door de vermelding van zijn naam in combinatie met zijn beroep, de naam van de straat waarin hij woont en een verwijzing naar het veiligheidsrisico dat hij loopt.
  2. Het artikel bevat feitelijke onjuistheden.
  3. BN DeStem heeft klager onvoldoende geïnformeerd over de aard en inhoud van de publicatie en onder valse voorwendselen toestemming gekregen om zijn naam te vermelden.
  4. BN DeStem heeft de klacht niet zorgvuldig afgehandeld.

De Raad zal zich bij de beoordeling hiertoe beperken.

Ad 1.
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Dat neemt niet weg dat de journalist in het algemeen een afweging dient te maken tussen het belang dat met een publicatie is gediend en de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. Verder geldt dat in een publicatie de privacy van personen niet verder mag worden aangetast dan in het kader van de berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy is onzorgvuldig wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. Ook in dit opzicht dient dus een belangenafweging plaats te vinden.
In eerdere conclusies heeft de Raad overwogen dat in beginsel geen bezwaar bestaat tegen vermelding van de namen van betrokken partijen in verslagen van een openbare hoorzitting in een bestuursrechtelijke procedure, maar dat het belang van een partij om zoveel mogelijk onherkenbaar te blijven zo zwaar kan wegen dat van het vermelden van de (volledige) naam moet worden afgezien.
BN DeStem heeft op de zitting erkend dat zij – ook na toestemming van een betrokkene – een eigen journalistieke verantwoordelijkheid heeft om af te wegen welke impact een publicatie heeft op de betrokkene.
De Raad onderkent dat het in berichtgeving als de onderhavige, met name voor een regionaal medium, journalistiek relevant is om meer gedetailleerd verslag te doen en daarbij bijvoorbeeld een straatnaam te vermelden. De vermelding van de naam van klager in combinatie met zijn beroep en de naam van de straat waarin hij woont, heeft in deze gevoelige kwestie echter geleid tot een onnodige vergroting van de herleidbaarheid van klager, zowel voor het grote publiek als in zijn directe omgeving. Het weglaten van deze gegevens doet geen afbreuk aan de nieuwswaarde van de berichtgeving. Door het vermelden van de persoonlijke gegevens van klager staat de inbreuk op zijn privacy, gelet op het veiligheidsrisico dat hij loopt, niet in redelijke verhouding tot het maatschappelijk belang van de publicatie over de parkeerproblematiek in de wijk waarin klager woont. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat BN DeStem blijkens het artikel al ten tijde van de publicatie op de hoogte was van het veiligheidsrisico dat klager loopt. Dit betekent dat de klacht op dit punt gegrond is.

Ad 2.
Uit de stukken en de toelichting op de zitting volgt dat voldoende grondslag bestaat voor de weergegeven feiten. Er bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat in het artikel een zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie is gegeven, dat daarmee sprake is van niet-waarheidsgetrouwe berichtgeving. Op dit punt is de klacht dus ongegrond.

Ad 3.
De standpunten van partijen over het gesprek waarbij BN DeStem klager om toestemming heeft gevraagd om zijn naam te vermelden, staan lijnrecht tegenover elkaar. De Raad kan niet vaststellen welk standpunt juist is en onthoudt zich daarom op dit punt van een oordeel.

Ad 4.
BN DeStem heeft serieus en voldoende inhoudelijk op de klacht gereageerd. Kort nadat klager contact opnam met BN DeStem heeft zij het artikel op de website geanonimiseerd. Verder heeft BN DeStem aannemelijk gemaakt dat de papieren versie op dat moment niet meer aangepast kon worden, omdat deze al bij de drukker lag.. Dat klager zich niet in de reactie van BN DeStem kan vinden, is onvoldoende voor het oordeel dat de klachtafhandeling onzorgvuldig is geweest. Ook op dit punt is de klacht ongegrond.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de klacht deels gegrond (onderdeel 1) en deels ongegrond (onderdelen 2 en 4). Ten aanzien van onderdeel 3 onthoudt de Raad zich van een oordeel.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.1, C. en D.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2022/25, RvdJ 2011/87, RvdJ 2009/24 en RvdJ 2006/25

CONCLUSIE

Voor zover de klacht gericht is tegen het vermelden van de combinatie van persoonsgegevens van klager is de klacht gegrond. Voor zover de klacht betrekking heeft op feitelijke onjuistheden en de klachtafhandeling door BN DeStem is deze ongegrond. Voor zover de klacht gericht is tegen de wijze waarop BN DeStem klager heeft geïnformeerd over de aard en inhoud van de publicatie en toestemming heeft gekregen voor de vermelding van zijn naam, onthoudt de Raad zich van een oordeel.

De Raad doet de aanbeveling aan BN DeStem om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 8 juli 2025 door mr. J.J. van Eck, voorzitter, drs. E.M.H. Lemaier, Y. Lange, A. Pruis en M.S. Bosgra, leden in tegenwoordigheid van mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G. Kamminga, plaatsvervangend secretaris.


Publicatie op BNDeStem.nl d.d. 14 juli 2025