Samenvatting
H. van Keken en De Gooi- en Eemlander (gezamenlijk: De Gooi- en Eemlander) hebben in het artikel “Zinkende woonboot in Spiegelplas zorgt voor grote ergernis. ‘Kotsmisselijk dat dit gebeurt’” door vermelding van hun adres en het plaatsen van een foto M. Buijck en I. Ketels (klagers) rechtstreeks in verband gebracht met de gezonken woonboot en een mogelijk milieudelict. Ten onrechte is geen wederhoor toegepast. Bovendien heeft De Gooi- en Eemlander laten weten dat ten tijde van de publicatie duidelijk was dat klagers niet direct bij de kwestie waren betrokken. Door de wijze waarop over klagers is bericht, zijn hun belangen onnodig en onevenredig geschaad. De klacht is dan ook gegrond. De Raad doet de aanbeveling aan De Gooi- en Eemlander om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
M. Buijck en I. Ketels
tegen
H. van Keken en de hoofdredacteur van De Gooi- en Eemlander
De heer M. Buijck en mevrouw I. Ketels te Nederhorst den Berg (klagers) hebben op 13 november 2023 een klacht ingediend tegen de heer H. van Keken en de hoofdredacteur van De Gooi- en Eemlander (hierna gezamenlijk: De Gooi- en Eemlander). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van partijen betrokken van 20 november 2023, 7 december 2023 en 26 januari 2024.
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 2 februari 2024. Klagers zijn daar verschenen en hebben hun standpunt toegelicht aan de hand van een notitie. Namens De Gooi- en Eemlander waren Van Keken en de heer G. van ’t Hek, adjunct-hoofdredacteur, aanwezig.
DE FEITEN
Op 22 juli 2023 is op de website van De Gooi- en Eemlander een artikel van de hand van Van Keken verschenen met de kop “Zinkende woonboot in Spiegelplas zorgt voor grote ergernis. ‘Kotsmisselijk dat dit gebeurt’”. De intro van het artikel luidt:
“Een zinkende woonboot op de Spiegelplas bij Nederhorst den Berg zorgt voor flink wat ergernis en vuilnis. De eigenaar zou met opzet er vanaf gewild hebben, zo wordt gezegd.”
Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Al is er ook irritatie omdat de gemeente Wijdemeren en Natuurmonumenten niet snel genoeg in actie zouden zijn gekomen. Op sociale media valt menigeen de wantoestand op. Het meest recent is er ongenoegen over een koelkast en huisraad die in de plas in en bij het riet drijven, maar de boot zelf zorgt al langer voor ergernis en boosheid. Wilma Snel uit Nederhorst, tevens raadslid maar dit is op persoonlijke titel benadrukt ze, noemt het een minachting van regels waar ze zo langzamerhand kotsmisselijk van wordt.”
en:
“Snel stelt dat deze ark te koop was aangeboden. Mogelijk is er een verband met de Amsterdammers die op de plek aan de naastgelegen Zeeppolder (adres Dammerweg 100 ws 03) waar deze ark eerst lag nu een nieuwere ark hebben neergelegd. Deze mensen kwamen eind vorig jaar inspreken op een commissievergadering, omdat ze naar hun idee veel en veel te lang op een vergunning van de gemeente moesten wachten. Ze dreigden toen in hun wanhoop zelfs naar de rechter te stappen.”
en:
“Inmiddels wil de gemeente in afwijking van het bestemmingsplan een vergunning voor de nu nog anderhalve meter te brede, en twee meter te grote woonark afgeven (hij mag nu maar maximaal 4,5 m breed en 18 meter lang zijn). Dat voorstel ligt nu zes weken ter inzage. De woonark zelf ligt in afwachting van de te verlenen vergunning overigens al aangemeerd, wat officieel niet mag.”
en:
“De verkochte ark is naar de Spiegelplas gevaren, door de dam met de zeeppolder open te breken en daarna weer dicht te maken, zo weet Snel. “Deze oude ark ligt dus al vanaf eind zomer vorig jaar in de Spiegelplas en was sinds een paar weken weer te koop aangeboden. Er was een affiche op het raam geplakt, al zijn de telefoonnummers er na het zinken uitgesneden””
en:
“Dat de dam met de zeeppolder is opengemaakt vind Snel ook kwalijk, en zou ook zomaar een milieudelict kunnen zijn.”
Klagers zijn de in het artikel bedoelde Amsterdammers. Bij het artikel is een foto van de nieuwe woonark van klagers geplaatst met als onderschrift: “De plek waar eerst deze ark lag, en nu een nieuwe, achter Dammerweg 100 ws 03.”
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Klagers stellen – kort samengevat – het volgende. Het artikel is suggestief en beschuldigend van aard. Iedere lezer verdenkt hen ervan de oude woonboot te hebben gedumpt in de Spiegelplas om zo ruimte te maken voor hun nieuwe woonark. Daarbij wordt bovendien geopperd dat zij door het openbreken van een dam een milieudelict hebben begaan. Vooral dat laatste gaat hen erg aan het hart, want ze zijn juist erg milieubewust. Klagers hebben echter niets met de kwestie te maken, omdat zij negen maanden ervoor hun oude ark notarieel hebben verkocht. Dat is geregistreerd in het scheepsregister, dat kan worden geraadpleegd. De nieuwe eigenaar heeft de ark vervolgens weer te koop aangeboden en versleept. Dit hadden zij kunnen uitleggen als De Gooi- en Eemlander wederhoor had toegepast, maar dat is ten onrechte niet gebeurd.
Verder menen klagers dat hun privacy onnodig is aangetast, door zonder toestemming een foto te publiceren van hun nieuwe woonark en het adres ervan te publiceren. Zij achten dit in strijd met de AVG.
Klagers hebben daadwerkelijk last ondervonden van de publicatie, omdat mensen bezwaar hebben gemaakt tegen de vergunningverlening voor de ligging hun nieuwe woonark. Op de zitting hebben zij meegedeeld dat die bezwaren uiteindelijk ongegrond zijn verklaard, maar dat die bezwaarprocedure wel voor vertraging heeft gezorgd. Verder hebben zij uitgelegd dat de dam vaker open- en dichtgaat om woonboten te verslepen. Er is een open verbinding tussen de Zeeppolder en de Spiegelplas, maar die is niet groot genoeg voor woonboten.
De Gooi- en Eemlander heeft daar – eveneens samengevat – het volgende tegenover gesteld. Vanwege de beroering op sociale media en in de politiek over de gezonken woonboot was er een goede reden om de locatie te noemen en een foto van de woonboot te plaatsen. De afweging om het specifieke adres te vermelden is bewust gemaakt. Een regionaal dagblad dat schrijft over het eigen gebied, kan niet volstaan met algemeenheden en moet specifieker zijn. De lezers kennen de locatie immers en bovendien maakt het adres onderdeel uit van het dossier. Verder is de naam van klagers niet vermeld; het gaat niet om hen, de huidige bewoners, maar om de locatie.
Op de zitting heeft De Gooi- en Eemlander meegedeeld dat zij er niet bij heeft stilgestaan dat in het artikel een beschuldiging jegens klagers kon worden gelezen en dat het artikel zo’n impact op hen zou kunnen hebben. Van Keken wist dat er een bepaalde relatie met klagers was, maar ook dat zij er niet direct bij betrokken waren. Daarom heeft hij er niet aan gedacht om hen vooraf te benaderen. Achteraf bezien vindt De Gooi- en Eemlander dat wederhoor had moeten plaatsvinden.
In het kader van de klachtafhandeling is aan klagers aangeboden om met hen om tafel te gaan, waarbij alsnog ruimte is geboden voor wederhoor. Klagers stonden toen echter weinig open voor een interview. Op de zitting heeft De Gooi- en Eemlander laten weten dat in het vervolgartikel van 19 augustus 2023 met de kop “Het drama van de gezonken woonboot in de Spiegelplas” aan de lezers alsnog is duidelijk gemaakt dat klagers niet verantwoordelijk zijn voor de gezonken woonboot.
Desgevraagd heeft De Gooi- en Eemlander meegedeeld dat zij hangende de procedure bij de Raad het artikel niet wilde aanpassen. Om principiële redenen wil zij graag een uitspraak over de vraag of de privacy van klagers onnodig is aangetast. Uit coulance is zij bereid – ook als zij gelijk krijgt – het adres en de foto te verwijderen.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
De Raad stelt voorop dat hij journalistieke uitingen niet toetst aan wettelijke regels zoals de AVG. De Raad zal wat klagers daarover hebben aangevoerd begrijpen als klacht dat De Gooi- en Eemlander ten aanzien van hun privacy in strijd heeft gehandeld met de Leidraad.
De kern van de klacht is dat klagers met de vermelding van hun adres en de foto van hun woonark ten onrechte suggestief en beschuldigend in verband zijn gebracht met de gezonken woonboot en een mogelijk milieudelict bij het openmaken van een dam, terwijl ze daar niets mee te maken hebben.
De Raad overweegt dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Dat neemt niet weg dat de journalist het belang dat met een publicatie is gediend dient af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad.
Daarbij geldt ook dat beschuldigingen alleen mogen worden gepubliceerd wanneer is onderzocht of hiervoor een deugdelijke grondslag bestaat en na deugdelijke toepassing van wederhoor. Dat geldt temeer als de beschuldigingen erop neerkomen dat de betrokkene (mogelijk) strafbaar zou hebben gehandeld.
Verder erkent de Raad dat het in berichtgeving als de onderhavige met name voor een regionaal of lokaal medium journalistiek relevant is om meer gedetailleerd verslag te doen, zodat in voorkomend geval het adres van een betrokkene kan worden vermeld en een foto van de kwestie kan worden geplaatst.
In dit geval worden klagers echter door de vermelding van hun adres en de plaatsing van de foto van hun nieuwe woonark – versterkt door de aanduiding ‘de Amsterdammers’ – rechtstreeks in verband gebracht met de gezonken woonboot en het mogelijke milieudelict. Aangezien klagers zo duidelijk worden gediskwalificeerd, had bij hen wederhoor moeten worden toegepast en dat is ten onrechte nagelaten. De Gooi- en Eemlander heeft dit op de zitting ook erkend en heeft bovendien laten weten dat ten tijde van de publicatie duidelijk was dat klagers niet direct bij de kwestie betrokken waren.
Gelet op alle omstandigheden vindt de Raad dat door de wijze waarop over klagers is bericht, hun belangen onnodig en onevenredig zijn geschaad. De klacht is dan ook gegrond.
Tot slot waardeert de Raad de welwillende opstelling van De Gooi- en Eemlander in het kader van de klachtafhandeling, zoals die blijkt uit het vervolgartikel van 19 augustus 2023 en de toezegging op de zitting om – ongeacht de uitkomst van de procedure bij de Raad – in het online artikel van 22 juli 2023 het adres en de foto van de woonark van klagers te verwijderen.
Relevante punten uit de Leidraad: A., B.3, C. en C.1
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2023/22, RvdJ 2022/36, RvdJ 2021/19 en RvdJ 2019/35
CONCLUSIE
De klacht is gegrond.
De Raad doet de aanbeveling aan De Gooi- en Eemlander om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.
Zo vastgesteld door de Raad op 25 maart 2024 door mr. M.V. Ulrici, voorzitter, mr. drs. W.L. Boersema, S. Kuijper, dr. J. Luttikhold en mw. M. Stenneke, leden in tegenwoordigheid van mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G.A. van de Sluis, plaatsvervangend secretaris.