2023/33 Niet inhoudelijk behandeld

X / K. Voskuil en R. Rijpma, hoofdredacteur van het AD

Samenvatting

Het AD heeft in een artikel uit 2017 aandacht besteed aan een vechtscheiding. De klacht is niet inhoudelijk behandeld, omdat klager zijn klacht bij de Raad niet tijdig heeft ingediend.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

K. Voskuil en R. Rijpma, hoofdredacteur van het AD

De heer X te [woonplaats] (klager) heeft op 7 september 2023 een klacht ingediend tegen de heer K. Voskuil en mevrouw R. Rijpma, hoofdredacteur van het AD (hierna samen: het AD). Bij de beoordeling van de klacht is verder een e-mail van klager van 8 september 2023 betrokken.

De klacht is besproken op de zitting van de Raad van 20 oktober 2023 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 16 januari 2017 verscheen in het AD een artikel van de hand van Voskuil met de kop “Vechtscheiding: mag moeder misbruikhistorie van ex melden?”.

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Klager stelt – kort samengevat – het volgende. Het artikel bevat feitelijke onjuistheden. Daarnaast wordt hij in het artikel beschuldigd en gediskwalificeerd. Het AD heeft hem daarom ten onrechte destijds niet om wederhoor gevraagd. Verder heeft het AD in 2023 toegezegd alsnog werk te maken van het wederhoor. Het AD heeft daarop vervolgens ten onrechte geen actie ondernomen en ten onrechte niet gerectificeerd. De recente discussie met de hoofdredacteur was aanleiding om de klacht nu in te dienen.
Klager heeft zijn klacht niet eerder ingediend omdat hij in 2017 een gezin had met kinderen van acht, elf en twaalf jaar. Hij was bang dat zij in hun directe leefomgeving (thuis, basisschool, sportclubs) met pedofilieverhalen te maken zouden krijgen. Niet alleen heeft hij in de periode 2017-2023 relevant bewijsmateriaal op tafel gekregen, maar bovendien zijn de kinderen nu een stuk ouder en minder kwetsbaar. Daarom durft hij nu wel een klacht in te dienen. Rectificatie in 2017 zou nieuwe media-aandacht hebben betekend en dat was destijds te gevaarlijk voor zijn kinderen.

BEOORDELING VAN DE TIJDIGHEID VAN DE INDIENING

Volgens artikel 2a van het Reglement moet een klager zijn bezwaren over een publicatie eerst voorleggen aan het betrokken medium, voordat hij zijn klacht bij de Raad kan indienen. Dit dient te gebeuren binnen drie maanden na het plaatsvinden van de journalistieke gedraging waartegen klager bezwaar heeft. Daarna heeft het medium maximaal één maand de gelegenheid om de klacht af te handelen.
Vervolgens kan de klager zijn klacht indienen bij de Raad en wel uiterlijk binnen zes maanden na de gewraakte publicatie. Indien een klacht niet tijdig is ingediend wordt deze niet inhoudelijk behandeld maar wordt volstaan met de constatering van de niet tijdige indiening van de klacht.
Deze constatering blijft achterwege indien redelijkerwijs moet worden geconcludeerd dat de niet tijdige indiening van de klacht niet voor rekening van de klager behoort te komen.

De publicatie dateert van 16 januari 2017, zodat de klacht vóór 16 juli 2017 bij de Raad ingediend had moeten worden. Dat is niet gebeurd. Dat het AD in 2023 nog met klager over de kwestie heeft gecommuniceerd en klager zich vervolgens tot de Raad heeft gewend, betekent niet dat daarmee de overschrijding van de termijn teniet is gedaan.

Niet is gebleken dat de overschrijding van de termijn klager in redelijkheid niet kan worden verweten. De termijnenregeling in de procedure van de Raad schept duidelijkheid en biedt rechtszekerheid voor de bij een klachtprocedure van de Raad betrokken partijen. Zo geeft de regeling in die zin bescherming aan een journalist of medium, dat zij in beginsel niet tot in lengte van dagen, maar voor een afgebakende periode, rekening hoeven te houden met een klacht over een journalistieke gedraging. Daarom kan alleen in zeer bijzondere omstandigheden op de termijnenregeling een uitzondering worden gemaakt. Daarvan is hier geen sprake.

Dat de kinderen van klager in 2017 nog jong waren en rectificatie nieuwe (media-)aandacht zou hebben betekend, is geen bijzondere omstandigheid die de termijnoverschrijding verontschuldigbaar maakt. Klager had op vertrouwelijke basis aan het AD kenbaar kunnen maken dat hij zich niet kon vinden in het artikel, zodat partijen in onderling overleg hadden kunnen bezien of zij op een voor klager bevredigende (veilige) wijze tot een oplossing van het probleem konden komen. Vervolgens had klager zijn klacht tijdig bij de Raad kunnen indienen met een verzoek om behandeling achter gesloten deuren en anonimisering van de conclusie. Ook had klager de mogelijkheid om zijn klacht pro forma in te dienen.

Gelet op het voorgaande wordt de klacht niet inhoudelijk behandeld.

Relevante eerdere conclusie: RvdJ 2023/26
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 2a

CONCLUSIE

De klacht wordt niet inhoudelijk behandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 6 december 2023 door mr. W.A.M. van Schendel, voorzitter, L.C. Hauben, drs. E.M.H. Lemaier, A. Olgun en A. Pruis, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G.A. van de Sluis, plaatsvervangend secretaris.