Samenvatting
Quote heeft in twee artikelen over het faillissement van Eurocommerce de naam van klager vermeld. Klager heeft verzocht om zijn persoonsgegevens te anonimiseren, maar dat verzoek is niet gehonoreerd. De klacht gaat over het recht op vergetelheid. Quote heeft terecht geen aanleiding gezien de persoonsgegevens te anonimiseren. In zoverre is de klacht ongegrond.
Ten aanzien van de afhandeling van de klacht is wel journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Quote had aan klager inzichtelijk moeten maken welke belangenafweging aan het besluit ten grondslag lag en heeft dat ten onrechte niet gedaan. De klacht is daarom deels gegrond. De Raad doet de aanbeveling aan Quote om deze conclusie ruimhartig te publiceren.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
X
tegen
de hoofdredacteur van Quote
De heer X (klager) heeft op 25 januari 2023 mede namens zijn bedrijf Y een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Quote. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van partijen betrokken van 31 januari 2023, 15 februari 2023, 15 en 25 maart 2023.
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 31 maart 2023 in aanwezigheid van klager en de heer P. van Riessen, hoofdredacteur van Quote.
DE FEITEN
Op 19 november 2012 is op de website van Quote een artikel van de hand van S. Motké en J. Hubers verschenen met de titel “[X] wil executieverkoop Eurocommerce-panden frustreren”. De intro van het artikel luidt:
“In de rechtbank van Amsterdam werd er een nieuwe pagina geschreven in het toch al vrij omvangrijke epistel dat het drama aangaande failliete stenenhut Eurocommerce beschrijft. ‘Man of the hour’ Ger Visser ontbrak, maar was ook geen partij in het kort geding dat diende tussen JDS Vastgoed en pakweg heel bankierend Nederland. JDS-directeur [X] wil de geplande onderhandse verkoop door het bankenconsortium tegenhouden aangezien zijn firma op water en brood wordt gezet. Wat volgde was een drukke, tevens ‘jolige’ zitting.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passage:
“Dat niet iedereen staat te springen om deze gang van zaken bleek wel in de rechtbank van Amsterdam. JDS Vastgoed, geleid door voormalig Eurocommerce-directeur [X], ziet zichzelf zwaar benadeeld worden door de gang van zaken. Dat zit zo: als de panden waar JDS huurpenningen van opstrijkt onderhands worden verkocht zien de mensen uit Kring van Dorth er geen geld voor terug. Pijnlijk. Maar het kan doordat de hypotheekverstrekkers het recht hebben tot onderhandse executieverkoop.
Maar [X] en co. zijn niet het type lui dat zonder een gevecht zich gewonnen geven. Daarom werd er een kort geding aangespannen bij de voorzieningenrechter. Voor redelijk wat publiek – voornamelijk bestaande uit een leger advocaten van de banken – nam het befje van [X], dhr. Kolkman, als eerste het woord. In afwezigheid van een spreekgestoelte – het was écht een kleine zaal – draaide hij zijn betoog in recordtempo af. Zonder de lezer te vervelen: het komt erop neer dat de banken misbruik maken van hun recht tot onderhandse verkoop. ‘Het faillissementsbeslag dat JDS op Eurocommerce-panden had laten leggen wordt hiermee tenietgedaan en JDS zal de dupe worden’, aldus Kolkman.”
Verder is op 20 juni 2013 op de website van Quote een artikel van de hand van Motké verschenen met de titel “’Ger Visser piepelde moeiteloos door bank aangedragen medebestuurder’”. De intro van het artikel luidt:
“De ganse Neerlandse bankenwereld steigerde op haar achterste poten toen een jaar geleden stenentoko Eurocommerce failliet werd verklaard. Topman Ger Visser bleek en passant ook iets te driftig met het kopieerapparaat gespeeld te hebben om aan noodzakelijke handtekeningen te komen op een contractje her en der. De banken kwamen daar pas laat achter, hoewel ze – zo blijkt uit een uitgebreide reconstructie in Quote juli – reeds in 2008 een extra bestuurder op Eurocommerce hadden gezet. Deze man blijkt door Visser uitermate simpel gepiepeld te zijn.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passage:
“Maar wat niemand nog wist was de reden waarom [X] – de hoogste commercieel directeur, en na Kees’ vertrek numero dos in de organisatie – in 2011 met de stille trom vertrok. Uit onderzoek van Quote blijkt een miljoenenruzie de oorzaak te zijn: ‘Hij werd op een dag gebeld met de mededeling dat de afspraken waren veranderd, waardoor hij vijftig tot tachtig miljoen euro misliep’. Uiteindelijk ging [X] eigen bedrijf, JDS Vastgoed, begin dit jaar officieel failliet en ook een persoonlijk bankroet dreigt voor de man die ‘in alles op zijn baas probeerde te lijken, tot zijn Italiaanse kledingstijl toe.’”
Op 25 januari 2023 heeft klager zich tot Quote gewend met het volgende verzoek:
“Beleefd verzoek ik u de door Quotenet gecreëerde koppelingen met mijn naam aan artikelen en foto’s te verwijderen én secundair, mijn naam uit door Quotenet gepubliceerde artikelen over en foto’s van Eurocommerce en/of Ger Visser te verwijderen.
Mijn verzoek betreft alle koppelingen en benoemingen die Quotenet heeft gecreëerd en gekoppeld aan mijn naam én aan artikelen die onder meer over mij zijn geschreven door met name: Sonny Motké en Jordy Hubers.
Mijn naam is [X]
In 2022 heb ik contact gehad met Sonny Motké en hij heeft zijn persoonlijke website reeds gezuiverd van alle koppelingen aan mijn naam onder aanzeggen door mij dat wij nog nooit (mondeling noch schriftelijk) contact hebben gehad én dat ik nimmer ben benaderd voor enige wederhoor én, dat de gebeurtenissen zich afspelen in een periode die in ieder geval langer dan 10 jaar geleden hebben plaatsgevonden.
Reden achter mijn verzoek is dat ik nog steeds financieel nadeel [ondervind] doordat mijn naam is gekoppeld aan publicaties die Quotenet destijds heeft gekoppeld aan mijn naam.”
Diezelfde dag heeft Van Riessen hierop gereageerd als volgt:
“Wij hanteren het uitgangspunt dat we artikelen enkel aanpassen op het moment dat er sprake is van feitelijke onjuistheden, of als er journalistieke grondbeginselen zouden zijn geschonden. Daarvan lijkt hier geen sprake. Corrigeer me als ik ernaast zit, maar we hebben het over een verslag – en de uitkomst van een juridische procedure die nota bene door uzelf (althans: een door u bestuurde vennootschap) is aangespannen. Of er al dan niet contact met u is geweest, speelt dan geen rol. Van wederhoor hoeft in een dergelijk geval geen sprake te zijn. En dat dit alweer enige tijd geleden is, is evenmin relevant.”
Hierop heeft klager, nog steeds diezelfde dag, geantwoord en in zijn e-mail onder meer het volgende geschreven:
“Er zijn wat mij betreft wel degelijk journalistieke grondbeginselen geschonden.
Er is geen kort geding door mij aangespannen maar gebruik gemaakt van een geboden recht om tijdens de executieveiling in te spreken en bezwaar te maken tegen het besluit om te veilen, hetgeen ter plaatse geschiedde.
De heer Motké en/of Jordy Hubers hebben alleen dat punt van de zitting belicht en hier verslag van gemaakt maar geen onderzoek gedaan naar de inhoudelijke kwestie, behalve, later, de reactie van de rechtbank op het bezwaar toegevoegd aan het op dezelfde dag van de veiling geschreven artikel.
(…)
De belangrijkste journalistieke code is dat de journalist zich moet verdiepen in het onderwerp waar hij of zij over schrijft. Zodat het onderwerp aan de lezer voldoende beeld geeft om zich een goed beeld te vormen over de inhoud én de achtergrond. Het ging daar om de veiling en de verkoopprijs en de bieders.
Mijn vraag ziet tevens op de koppelingen die zijn gemaakt met artikelen over en foto’s van de heer Ger Visser. Deze heb ik sinds 2011 nog 1 keer gesproken en ik heb mij volledig gedistantieerd van zijn handelen richting pers, media en rechtbank.
Ik wil sinds 2011 niet meer met de heer Visser geassocieerd worden en heb het recht om ontkoppeld te worden van zijn naam en voorkomen en doen en handelen als dat langer dan 10 jaar geleden is. Daar speelt in mee dat mijn leven volledig veranderd is en dat de heer Visser bij herhaling is vervolgd en veroordeeld en ik niet!
De koppelingen maken dat mijn naam door Quote aan Ger Visser verbonden blijft en niet kan worden verschoond van de verdenking dat ik medeplichtig zou zijn aan zijn handelen.
Desgewenst wil ik graag met u in gesprek om u nader toe te lichten hoe mijn leven er nu uit ziet en uw vragen verder op te helderen.
(…)
Aanleiding van mijn verzoek is dat nog vorige week een opdracht van mij is ingetrokken wegens oude informatie die nog via de zoekmachine Google over mij te vinden is via koppelingen die door oa. Quote in stand zijn gehouden.”
Van Riessen heeft daarop, eveneens op 25 januari 2023, nog het volgende aan klager bericht:
“Geachte heer [X], als u in deze kwestie niet langer gevonden wil worden, raad ik u aan bij Google een beroep te doen op het zogenaamde recht om vergeten te worden. Want de inhoud van uw mail brengt mij niet op andere gedachten.”
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Klager stelt – kort samengevat – het volgende. Hij wil dat zijn naam wordt geschrapt uit de artikelen, die onder meer vindbaar zijn via Google. Volgens hem heeft Quote zich onvoldoende ingeleefd in de impact van de nadelige persoonlijke gevolgen die de publicaties voor hem hebben. Andere media hebben wel positief gereageerd op zijn verzoek om anonimisering.
Op de zitting benadrukt hij dat de associatie met Visser schadelijk is voor hem. Doordat (potentiële) opdrachtgevers de artikelen vinden, verlenen zij hem geen opdrachten of zeggen zij gemaakte opdrachten af, aldus klager.
Quote stelt hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. Bij elke publicatie wordt een zorgvuldige afweging gemaakt of de naamsvermelding van betrokkenen relevant is. Dat doet de redactie omdat zij weet dat het genoemd worden in een artikel, impactvol kan zijn.
In beginsel gaat Quote nooit over tot het verwijderen of aanpassen van online publicaties. Dat gebeurt alleen als sprake is van feitelijke onjuistheden of schending van journalistieke beginselen, maar dat is hier niet het geval. Journalistieke artikelen verliezen nimmer hun (geschiedkundige) waarde. Bovendien is het dossier van Visser en Eurocommerce nog altijd actueel. Weliswaar werd Visser afgelopen december door de strafrechter veroordeeld, maar daarmee is het verhaal nog niet ten einde gekomen. Op de zitting voegt Van Riessen hieraan nog toe dat het andere media vrijstaat om een afwijkende afweging te maken.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
In de Leidraad van de Raad is bepaald dat wanneer journalisten het verzoek krijgen om online toegankelijke publicaties (tekst, beeld en/of geluid) te anonimiseren dan wel te verwijderen, zij slechts in uitzonderlijke gevallen het publieke belang van zo volledig mogelijk, betrouwbare archieven laten wijken voor de particuliere belangen van degene die hierom verzoekt.
Daarnaast heeft de Raad een lijst met overwegingen opgesteld die hij gebruikt bij de beoordeling van klachten over afgewezen verzoeken tot verwijdering of anonimisering van online publicaties.
Alle omstandigheden in aanmerking genomen is geen sprake van een uitzonderlijk geval als hiervoor bedoeld. Daarbij is in deze zaak van belang dat de artikelen niet feitelijk onjuist zijn en de berichtgeving mede betrekking heeft op een periode waarin klager een hoge positie bekleedde binnen het vastgoedbedrijf Eurocommerce. Dat klager – naar hij stelt – tien jaar na dato nog steeds nadeel ondervindt van de publicaties omdat (potentiële) opdrachtgevers de artikelen kunnen vinden, weegt in dit geval niet op tegen de beschikbaarheid van de volledige informatie in het publieke belang. In zoverre is de klacht ongegrond.
Zoals de Raad eerder heeft overwogen, verdienen vergetelheidsverzoeken echter een zorgvuldige behandeling, waarbij de beslissing van de (hoofd)redactie blijk moet geven van een belangenafweging waarbij het publieke belang wordt afgewogen tegenover het particuliere belang van de verzoeker.
De mededeling dat Quote alleen artikelen aanpast op het moment dat sprake is van feitelijke onjuistheden of schending van journalistieke grondbeginselen, is onvoldoende. De hoofdredacteur had aan klager inzichtelijk moeten maken welke belangenafweging aan zijn besluit ten grondslag lag en heeft dat ten onrechte niet gedaan. Dit klachtonderdeel is daarom gegrond.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de klacht deels gegrond is.
Relevant punt uit de Leidraad: D.
Relevante eerdere conclusie: RvdJ 2021/17
CONCLUSIE
Voor zover de klacht betrekking heeft op de weigering om de persoonsgegevens van klager te verwijderen is deze ongegrond. Ten aanzien van de klachtafhandeling is de klacht gegrond.
De Raad doet de aanbeveling aan Quote om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.
Zo vastgesteld door de Raad op 30 mei 2023 door mr. W.A.M. van Schendel, voorzitter, S.A. Agterberg, mw. M. ten Katen, mw. mw. L.M. van de Langenberg MSc en E.J. Schievink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G. Kamminga, plaatsvervangend secretaris.