Samenvatting
De Limburger heeft in het artikel “Topman miljoenenfonds provincie steekt eigen geld in omstreden vakantiepark Stille Wille in Meijel: gouverneur start onderzoek” onder meer de antecedenten van klager benoemd. Naar het oordeel van de Raad was dit nodig om op begrijpelijke wijze te berichten over de redenen waarom de private investering van de topman in het vakantiepark mogelijk problematisch is. Daarbij is relevant dat de topman zelf een verband legt met klager. Ook het vermelden van klagers naam was toelaatbaar. De (privacy)belangen van klager zijn niet disproportioneel aangetast. De klacht is dan ook ongegrond.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
X
tegen
de hoofdredacteur van De Limburger
De heer X te […] (klager) heeft op 20 september 2022 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Limburger. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van partijen betrokken van 29 september 2022, 18, 19 en 28 oktober 2022 en 4 november 2022.
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 11 november 2022. Klager is daar verschenen en namens De Limburger was de heer S. van Beek, journalist, aanwezig. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van notities.
Een van de Raadsleden heeft zich voorafgaand aan de zitting verschoond, waarna de zaak is behandeld door de voorzitter en de overige leden.
DE FEITEN
Op 16 en 17 september 2022 is op de website respectievelijk in de papieren versie van De Limburger een artikel van de hand van Van Beek verschenen met de kop “Topman miljoenenfonds provincie steekt eigen geld in omstreden vakantiepark Stille Wille in Meijel: gouverneur start onderzoek”. De intro van het artikel luidt:
“De provincie Limburg laat een onafhankelijk onderzoek uitvoeren naar privé-investeringen van topman Theo Hendriks van het Limburgs Energiefonds (LEF), waarin zo’n driehonderd miljoen euro gemeenschapsgeld zit. Hendriks investeert privé in het vakantiepark Stille Wille in Meijel waaraan de overheid de handen vol heeft. Ook politie en Openbaar Ministerie zijn op de hoogte gebracht.”
Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Directe aanleiding is een onderzoek van De Limburger naar het handelen van Theo Hendriks. Gebleken is dat hij risico’s loopt die hem ‘kwetsbaar’ of zelfs chantabel maken. Hendriks heeft ruim een miljoen euro eigen geld geïnvesteerd in het park dat al jarenlang in het vizier is van de overheid. Zo heeft de gemeente Peel en Maas de grootst mogelijke moeite handhavend op te treden tegen permanente bewoning en de illegale huisvesting van arbeidsmigranten. Dit komt doordat er, onder meer door Hendriks, een wirwar aan erfpachtconstructies is opgetuigd waardoor onduidelijkheid bestaat over de eigendomsverhoudingen. Ook de familie die al sinds jaar en dag eigenaar is van Stille Wille is niet van onbesproken gedrag. Zo is [X], de contactpersoon van Hendriks bij het Meijelse park, veroordeeld voor opiumdelicten en hypotheekfraude en is hij in het verleden verdacht van witwassen. Diens broer [Y], die de leider zou zijn van een Eindhovense drugsbende, is in 2012 geliquideerd.”
en:
“Wie het park zo ziet, vermoedt geen reuring. Maar die ís er wel. Al jaren woedt er een strijd over de toekomst van het park. De ene gerechtelijke procedure na de andere, handhavingsperikelen en doorlopende politieke discussie, over recreatie versus permanente bewoning én over de huisvesting van arbeidsmigranten. En daarbij: de bedenkelijke signalen rond de familie achter het park.
Op datzelfde park heeft Theo Hendriks privé veel geld geïnvesteerd. Hij is directeur van het Limburgs Energie Fonds (LEF), een investeringsfonds van de provincie. ,,Maar als ik dit allemaal had geweten, had ik die financiering nooit verstrekt”, verklaart hij tegenover De Limburger. ,,Nu heb ik reputatieschade aan mijn broek hangen. En dat voor een paar rotcenten.”
en:
“Wat wél duidelijk is: de erfverpachter als geheel is Bungalowpark De Stille Wille Meijel BV. Het onderhoud van de algemene voorzieningen, de infrastructuur en de afvalverwerking gebeurt door Bungalowpark De Stille Wille Meijel Exploitatie BV. Juridisch eigenaar van de bv’s is [Z] (72). Haar vijftigjarige zoon [X], ook wel […] genoemd, is bestuurder van de Stichting Administratiekantoor [Z] Holding. En een van de geldschieters achter het park is dus LEF-directeur Theo Hendriks.””
en:
“Contactpersoon bij Stille Wille [X] is ook een drukbezet man. Hij is (vastgoed)belegger, voornamelijk actief in Duitsland en Spanje. Naast zijn adviesrol bij Stille Wille – dat tot voor kort ook een park met dezelfde naam bezat in Oirschot – was hij, samen met de Turkse Eindhovenaar [A], lang eigenaar van vele tientallen (studenten)panden in de Lichtstad. Aan [A] kleeft een luchtje.”
Hierna wordt bericht over strafrechtelijke procedures waarbij klager en A zijn betrokken en over de achtergrond van de broer van klager.
Het artikel bevat verder nog de volgende passage:
“Twee maanden daarvoor verstrekt Hendriks zijn lening van 1 miljoen euro aan Bungalowpark De Stille Wille Meijel BV. Bij de besprekingen is [X] aanwezig. Als onderpand wordt een hypotheek van 1,8 miljoen euro verstrekt. In november 2018 volgt nog een tweede lening van 140.000 euro, vallend onder dezelfde hypotheek. Stille Wille en [Z] staan vermeld in de akte maar de deal is geregeld via [X], aldus Hendriks.
Hij en [X] kennen elkaar ,,al een jaar of tien”. Hendriks: ,,Het was een van de honderd contacten die ik had toen ik werkte voor Kempen & Co”. Omstreeks 2015 wilde Hendriks al kavels kopen op het Stille Wille-park in Oirschot. ,,Ik heb toen ook een offerte uitgebracht. Maar de verkoop ging uiteindelijk niet door, nadat permanente bewoning op dat park werd toegestaan en de kavels dus veel meer waard werden”.
Geldschieter
In 2016 komen beiden dus opnieuw bij elkaar uit als Stille Wille een geldschieter zoekt voor de aankoop van een flink aantal kavels op het Meijelse park. Een tussenpersoon doet een warme aanbeveling bij de familie [achternaam X]: ‘In het bijzonder kan ik opmerken dat Theo Hendriks directeur-grootaandeelhouder is bij Finquiddity Vermogensbeheer, een organisatie welke beschikt over vergunning Autoriteit Financiële Markten’.
Dit voorjaar publiceerde het RIEC Oost-Nederland (Regionaal Inlichtingen- en Expertisecentrum) een rapport over criminele investeringen in vakantieparken. Als één van de voornaamste risico-indicatoren wordt genoemd: financiering via private personen, niet via de bank.
Hendriks is een private financier. Hij zoekt een belegging met hoog rendement en ,,zonder al te veel tijd qua beheer” om zijn pensioenvoorziening veilig te stellen, legt hij tegenover De Limburger uit. Maar hij was op zijn hoede, stelt hij nu. ,,Ik wist van het akkefietje rond de broer, die liquidatie in het kickbox-circuit. Die broer, [Y], was actief in de drugscriminaliteit, denk ik. En [X] legde me uit dat de bank hem geen financiering wilde verlenen vanwege de associatie met [Y]. Daarom was ik zeer terughoudend, én kritisch over de familieleden. Ik wilde [X] dus ook éérst zien en spreken, om een gevoel te krijgen bij de persoon. Dat doe ik normaal nooit bij dit soort financieringen.”
Onderaan het artikel is de volgende reactie van klager opgenomen:
“[X]: ‘Er is niets aan de hand’
[X] reageert geïrriteerd op de vragen van De Limburger. „Er is niets aan de hand. Ik heb niets met Stille Wille te maken, nooit bestuurlijke verantwoordelijkheid gehad. Ik heb geadviseerd bij het regelen van de lening van Hendriks, dat klopt, maar verder niets. En mijn verleden is privé en totaal niet relevant voor de zakelijke relatie tussen Hendriks en Stille Wille. Met de fiscus heb ik nooit problemen gehad en witwassen is me nooit ten laste gelegd. Ik vind uw insinuaties ongefundeerd.”
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Klager stelt – kort samengevat – het volgende. In het artikel wordt een ongerechtvaardigde inbreuk gemaakt op zijn privacy, omdat ten onrechte en onnodig de aandacht op hem wordt gevestigd. De antecenten zijn irrelevant en bij de lening was hij slechts adviseur. Hij had destijds geen bestuurlijke verantwoordelijkheid in en geen bezoldigd dienstverband met het vakantiepark Stille Wille. Zijn rol bij het verwerven en formaliseren van de financiering was zeer gering. De Limburger had dit ook kunnen weten als zij beter onderzoek had gedaan door alle betrokkenen te spreken. Volgens klager is hij ten onrechte betrokken in de berichtgeving.
Klager erkent het maatschappelijk belang van de publicatie over Hendriks, maar vindt dat De Limburger geen goede afweging heeft gemaakt door in dat verband ook over hem te berichten. Desgevraagd heeft klager meegedeeld dat hij alleen in persoon klaagt.
De Limburger stelt daar – eveneens kort samengevat – het volgende tegenover. Het artikel gaat over Theo Hendriks, die directeur is van het Limburgs Energie Fonds en in die hoedanigheid 270 miljoen euro aan publieke middelen beheert voor de provincie Limburg. Van hem mag daarom worden verwacht dat hij van onbesproken gedrag is. Zijn privé-investering in vakantiepark Stille Wille roept echter vragen op. Klager was wel degelijk betrokken bij het vakantiepark en bij de lening van Hendriks. Uit diverse bronnen blijkt dat klager een actieve, operationele en leidinggevende rol heeft bij het vakantiepark. Bovendien blijkt onder meer uit verklaringen van Hendriks zelf dat klager een grote rol heeft gespeeld bij de lening. Daarom was het relevant om aandacht te besteden aan (de antecedenten van) klager. Dat klager geen bestuurlijke verantwoordelijkheid had en daarom bijvoorbeeld de aktes rond de lening niet heeft getekend, doen aan zijn betrokkenheid niet af. Het artikel bevat op dit punt ook geen feitelijke onjuistheden.
Dat de volledige naam van klager is vermeld acht De Limburger evenmin onzorgvuldig. Klager is eerder met naam en toenaam in artikelen verschenen, onder meer toen hij optrad als woordvoerder van genoemd Stille Wille, en zijn naam komt voor in openbare stukken rond het bungalowpark. Klager heeft ook niet gevraagd om anonimisering en het vermelden van initialen zou hem juist onnodig criminaliseren.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
Kern van de klacht is dat ten onrechte aandacht is besteed aan klager en dat zijn (privacy)belangen door de berichtgeving onnodig zijn geschaad. De Raad zal zich tot die kern beperken.
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Dat neemt niet weg dat de journalist een afweging moet maken tussen het belang dat met een publicatie is gediend en de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. Verder geldt dat in een publicatie de privacy van personen niet verder mag worden aangetast dan in het kader van de berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy is onzorgvuldig wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. Ook in dit opzicht dient dus een belangenafweging plaats te vinden.
Het was maatschappelijk en journalistiek relevant om onderzoek te verrichten naar en te berichten over de handelwijze van Hendriks, die als directeur van het Limburgs Energie Fonds verantwoordelijk is voor ongeveer 270 miljoen euro aan publieke middelen en vanwege zijn private financiering in bungalowpark Stille Wille ‘kwetsbaar en mogelijk zelfs chantabel’ is.
Om die kwetsbaarheid te duiden was het relevant ook aandacht te besteden aan klager op de wijze zoals is gedaan. Daarbij is mede van belang dat Hendriks zelf een verband heeft gelegd met klager en op meerdere momenten in de publicatie wordt aangehaald over de rol van klager bij de investering. Overigens is klager in de gelegenheid gesteld daarop te reageren en is zijn reactie ook in het artikel verwerkt.
Naar het oordeel van de Raad zijn de (privacy)belangen van klager niet disproportioneel aangetast. Dat zijn volledige naam in het artikel is vermeld, maakt dat niet anders. De Limburger heeft in dat verband aangevoerd dat klagers naam in eerdere publicaties is vermeld en voorkomt in openbare stukken rond het bungalowpark, en dat klager niet heeft gevraagd om anonimisering. Klager heeft dat niet weersproken.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de klacht ongegrond is.
Relevante punten uit de Leidraad: A. en C.1
Relevante eerdere conclusies: RvdJ 2022/16 en RvdJ 2019/14
CONCLUSIE
De klacht is ongegrond.
Zo vastgesteld door de Raad op 10 januari 2023 door mr. W.A.M. van Schendel, voorzitter, S.A. Agterberg, S. Kuijper en mw. drs. E.M.H. Lemaier, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G.A. van de Sluis, plaatsvervangend secretaris.