2020/24 Deels onzorgvuldig

X / J. van Wijk, H. van der Aa en H. van Yperen (De Villamoord, KRO-NCRV)

Samenvatting

J. van Wijk, H. van der Aa en H. van Yperen (hierna gezamenlijk: KRO-NCRV) hebben een driedelige documentairereeks met de titel “De Villamoord” uitgezonden, die gaat over een geruchtmakende zaak uit 1998 waarbij de vriendin van klaagster is doodgeschoten. Klaagster – als overlevende de enige getuige – maakt bezwaar tegen de derde aflevering, waarin aandacht is besteed aan de (on)betrouwbaarheid van haar getuigenverklaring.
Er is deugdelijk onderzoek verricht en in de uitzending is duidelijk onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Er is geen sprake van niet-waarheidsgetrouwe of tendentieuze berichtgeving of van beschuldigingen jegens klaagster.
KRO-NRCV heeft aanleiding gezien om enkele bevindingen voor wederhoor aan klaagster voor te leggen. De wijze waarop zij dat heeft gedaan was zorgvuldig. Echter, zij heeft nagelaten om de  uiteindelijke reactie van de raadsman van klaagster in de uitzending te verwerken. Op dat punt is journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
Ten slotte is klaagster onherkenbaar in beeld gebracht en is alleen haar voornaam genoemd. Van een disproportionele aantasting van de privacy van klaagster is geen sprake.
De Raad doet de aanbeveling aan KRO-NCRV om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

J. van Wijk, H. van der Aa en H. van Yperen (De Villamoord, KRO-NCRV)

Mevrouw X heeft op 2 maart 2020 een klacht ingediend tegen de heer J. van Wijk, journalist en programmamaker, de heer H. van der Aa, hoofdredacteur Journalistiek KRO-NCRV, en mevrouw H. van Yperen, coördinator Journalistieke specials en documentaireseries KRO-NCRV (hierna gezamenlijk: KRO-NCRV). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klaagster en KRO-NCRV betrokken van 3, 16 en 29 april 2020.

De zaak is met toestemming van partijen buiten hun aanwezigheid behandeld op de zitting van de Raad van 15 mei 2020.

Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzending bekeken.

FEITEN

Op 15 tot en met 17 januari 2020 heeft KRO-NCRV een driedelige documentaireserie  uitgezonden met de titel “De Villamoord”. De bij de serie behorende algemene tekst op de website van KRO-NCRV luidt:
“Negen mannen beramen in 1998 een grote inbraak in een Arnhemse villa, waarbij de vrouw des huizes in haar slaapkamer wordt doodgeschoten. Een vriendin van haar raakt licht gewond en wordt voor dood achtergelaten. De negen mannen worden enkele maanden later in de kraag gevat en verdwijnen vervolgens vijf tot twaalf jaar achter de tralies.
Dat is samengevat de roofmoord, die in de volksmond De Arnhemse Villamoord is gaan heten. Maar is het werkelijk zo gegaan? Zijn deze mannen wel schuldig? En zo niet, wat kan er dan wel gebeurd zijn?
Een aantal mannen, die inmiddels hun straf uitgezeten hebben, strijden al jaren voor heropening van de zaak en zeggen onschuldig te zijn. Een van de veroordeelden pleegde zelfmoord in zijn cel, omdat hij het niet kon verkroppen dat hij naar zijn mening onschuldig vastzat.
‘De Villamoord’ is een driedelige documentaireserie van de KRO-NCRV over deze mogelijk grootste gerechtelijke dwaling in de Nederlandse geschiedenis.

In de serie gaan we langs bij een aantal van de veroordeelde mannen, hun advocaat en familieleden.
De makers kregen de beschikking over 160 verhoortapes met alle politieverhoren van de negen mannen; vaak urenlange verhoren die de rode draad voor ‘De Villamoord’ vormen. Ook sprak KRO-NCRV met diverse deskundigen, getuigen en mensen uit het politieteam. Hieruit blijkt dat politie en justitie cruciale fouten hebben gemaakt.

Programmamaker Joost van Wijk, die de zaak al jaren volgt, probeert in de reeks een nieuwe vorm te vinden waarin de journalistieke feiten op een meer verhalende manier worden verteld. ‘Zoals we zien bij de series van Netflix is de dramaturgie heel belangrijk. Dus hoe we het verhaal visualiseren is minstens zo belangrijk als de keiharde journalistieke feiten. Ik vind dat een spannend experiment en hoop dat hierdoor iedereen van begin tot eind geboeid blijft.’”

Klaagster is de in de uitzending bedoelde vriendin. In de uitzending worden beelden van haar getoond uit een uitzending van EenVandaag uit 2014. Klaagster wordt in de documentaireserie onherkenbaar (geblurd) in beeld gebracht en aangeduid met haar voornaam ([voornaam klaagster]).

De klacht richt zich specifiek tegen de derde aflevering met de titel “Het schampschot”, die is uitgezonden op 17 januari 2020 (hierna: de uitzending). In deze aflevering is aandacht besteed aan de getuigenverklaring van klaagster. Daarover worden verschillende deskundigen aan het woord gelaten, die de betrouwbaarheid van die verklaring ter discussie stellen.

De uitzending wordt door de voice-over als volgt ingeleid:
“De herinneringen die er nog zijn schetsen een overval die uit de hand liep. Een vrouw werd doodgeschoten. De ander had een schampschot in haar hoofd en overleefde.”

Verder bevat de uitzending de volgende – voor deze zaak relevante – fragmenten:

Fragment 1
Voice-over:
“Als negen mannen gestraft zijn voor een moord waarmee zij niets te maken hadden… is er dan mogelijk iemand anders die daarvan heeft geprofiteerd? Zou diegene aandachtig het nieuws hebben gevolgd en zijn of haar geluk prijzen? En hopen er voor altijd mee weg te komen? Als het onderzoek daadwerkelijk op een verkeerd spoor zat, dan kunnen we nu nog maar één ding doen: terug gaan in de tijd. Terug naar het allereerste moment waarop de misdaad gemeld werd.”
De heer dr. Han Israëls, hoofdonderzoeker Projectgroep Gerede Twijfel:
“Op 2 september 1998, kort na acht uur ’s avonds, komt er een telefoontje binnen bij de politie. Van iemand die zegt dat in een villa in Arnhem zijn zus is beschoten en er is iemand anders beschoten en die is dood.”
De heer Dick Gosewehr, oud-rechercheur:
“Het overlevende slachtoffer, die zegt, nadat ze bijgekomen was, dat ze het nummer van de politie niet wist. Die wist ze niet. Ze heeft eerst een vriend gebeld om te vertellen wat er gebeurd was. Vervolgens heeft ze haar broer gebeld om te vertellen wat er gebeurd was en toen heeft haar broer de politie gebeld. Ja dat kan.”
Israëls:
“En 10 minuten later is de politie bij die villa en zijn ook de ambulances daar aanwezig.”
Daarop wordt een kort fragment uit een nieuwsbericht over De Villamoord uitgezonden.
Israëls zegt vervolgens:
“Die vrouw die vertelt wat er die avond gebeurd is. En het verhaal van die vrouw is buitengewoon belangrijk. Het is de voornaamste basis van wat wij weten over wat er gebeurd is.”
Klaagster:
 “Zij ging liggen. Ik kroop achter haar. We lagen in elkaars armen. Heel dicht tegen elkaar. Hij heeft twee schoten gelost. Een op haar hoofd en een op mijn hoofd. Ik heb gedaan alsof ik mijn laatste adem uitblies en mijn lichaam helemaal slap gemaakt. De arm die zij om mij heen had, daar heeft hij nog de slavenarmband afgehaald. Ik heb haar lichaam voelen verslappen, ik wist dat zij dood was.”
Hierna wordt weer een kort fragment uit een nieuwsbericht uitgezonden, waarna Israëls vervolgt:
“Dus het voornaamste verhaal is het verhaal van het tweede slachtoffer. Het hoofd zat onder het bloed.”
Klaagster:
“Hij heeft van zo’n stukje afstand geschoten. Als de kogel een andere hoek had gehad, dan was ik dood geweest.”

Fragment 2
De heer Chris Schmidt, rechercheur team Villamoord:
“Ik denk dat zij niet één maar wel twee of drie engeltjes gehad heeft. De lijnen zijn uitgezet, mensen gaan aan de slag om sporen te zoeken, veilig te stellen. Er wordt bekeken of andere middelen nodig zijn. Inzet, een speurhond in dit geval misschien. Dat is het globale beeld, he. Maar wat typisch bleek te zijn is dat er weinig sporen gevonden zijn. Dan wel niet. Dat is nog steeds opmerkelijk. Als je komt op een plaats delict en je vindt verder geen sporen, dan is dat opmerkelijk.”
Israëls:
“Er zijn twee kogels gevonden. Er is verder aan technische sporen weinig gevonden.”
Schmidt:
“In principe is het natuurlijk van wezenlijk belang. Ook als je een getuige hebt. Als je weinig sporen kan genereren of kan vinden, dan is een getuige wel belangrijk. Dan ben je daar wel van afhankelijk, he.”
De heer prof. dr. Peter van Koppen, rechtspsycholoog:
“Op het moment dat twee mensen in een kamer zijn en eentje blijft dood achter, dan moet je altijd serieus naar de ander kijken.”
Gosewehr:
“De vrouw zei: ‘We zijn overvallen.’ Dat kan. Dat is scenario 1. We zijn overvallen. Een is doodgeschoten, ik heb het overleefd. Het tweede scenario is: er is iets anders gebeurd. Maar men heeft het tweede scenario nooit onderzocht.”

Fragment 3
Voice-over:
“Ergens in de heuvels van Colorado Amerika, ver weg van al ’t rumoer, leven en werken twee Nederlanders te midden van de meest bloederige taferelen. Richard en Selma Eikelenboom. Hij een schiet- en DNA-expert, zij een forensisch arts. In Nederland ontraadselden ze een indrukwekkend aantal geruchtmakende zaken. In 2003 begonnen ze voor zichzelf. Ze zijn geïntrigeerd door deze Nederlandse zaak waar te weinig tijd was voor forensisch onderzoek.”

Fragment 4
Voice-over:
“Twintig jaar later is ’t onduidelijk of het dossier volledig is. En de foto’s zijn van zeer slechte kwaliteit. Is het toch mogelijk de onderzoeken die destijds niet of nauwelijks zijn uitgevoerd alsnog te doen?”
De heer Richard Eikelenboom, schiet- en DNA-expert:
“Natuurlijk had ik graag de foto’s en veel meer informatie gehad. De DNA-profielen, maar op grond van wat wordt beschreven en als ik aanneem dat dat juist is, kom je een heel eind. (…)”

Fragment 5
De heer Eikelenboom:
“Hoe je die positie ook doet, laten we aannemen dat ze [klaagster, RvdJ] de verhouding waarin ze lagen helemaal verkeerd had, dan krijg ik het nog niet passend. Dat is een heel groot probleem voor het verhaal.”
Klaagster:
“Al die tijd durfde ik me niet te bewegen. Ik ben verschrikkelijk bang geweest.”
Gosewehr:
“Wat je moet doen is zeggen: Wat heeft zij verklaard? En als het allemaal klopt, dan heeft ze de waarheid gesproken.”
De heer Eikelenboom:
“We zien vaker – waarom dat is, dat kan zijn omdat de getuige iets te verbergen heeft, maar het kan ook zijn door hersenbeschadiging, door enorme stress – dat getuigen het helemaal mis hebben.”
Van Koppen:
“Bij zo’n hele stressvolle situatie… die situatie vergeet je niet meer. De kern daarvan vergeet je niet meer. Maar de details gaan ook redelijk snel verloren. Min of meer even snel verloren als bij dagelijkse situaties.”
Gosewehr:
“Tuurlijk kunnen mensen zich vergissen. Als je getuige bent van een schietpartij. Dat kun je later niet zomaar allemaal terughalen. Je maakt fouten in je verklaring. Dat is heel normaal. Dat weet iedere ervaren politieagent. Maar wat je moet doen, is gewoon onderzoeken.”
Van Koppen:
“Dat betekent dus dat je met bijzondere aandacht en bijzondere zorg met dat soort getuigen moet omgaan.”

Fragment 6
De heer Eikelenboom:
“Dus ja, er zijn heel veel verklaringen waarom getuigen en verdachten niet de waarheid spreken, daar wil ik hier geen uitspraak over doen. Maar wat wel vaststaat is dat het vaak niet klopt met de bevindingen.”

Fragment 7
De heer Eikelenboom:
“Ik denk dat we kunnen stellen dat de technische bevindingen niet het verhaal van de getuige ondersteunen. En daarmee moet je grote vraagtekens zetten bij dit hele onderzoek en wat er zich precies heeft afgespeeld.”
Mevrouw Selma Eikelenboom, forensisch arts:
“Ja, het is niet alleen dat het onderzoek niet goed is geweest, het is dat de verklaringen dermate tegenstrijdig zijn met de bevindingen, dat je je ernstig moet gaan afvragen of ze überhaupt wel op het juiste spoor hebben gezeten.”
Schmidt:
“Nou, de conclusie kun je trekken, als het schampschot niet klopt, dat er onjuiste aannames gedaan zijn, ja, dat het verhaal dan ook anders zal zijn geweest.”
De heer Eikelenboom:
“Ja, dit lijkt me voldoende om deze zaak te heropenen en te gaan kijken wat er werkelijk is gebeurd.”

Aan het eind van de uitzending is nog de volgende – voor de klacht relevante – tekst in beeld verschenen:
“[voornaam klaagster] heeft gedurende ons onderzoek haar medewerking ingetrokken en wilde niet meer op onze vragen reageren.”  

Voorafgaand aan de uitzending hebben partijen herhaaldelijk contact gehad. Op 11 december 2019 heeft klaagster het volgende e-mailbericht van KRO-NCRV ontvangen:
Het afgelopen jaar hebben we veel contact gehad ivm de documentaire-serie die we maken over de Arnhemse villamoord. Inmiddels zijn we ver gevorderd, halverwege januari zullen de drie afleveringen worden uitgezonden op NPO 2.
We gaan uitvoerig in op de vraag hoe de politie bij de negen verdachten is uitgekomen en hoe de bekentenis van één van hen tot stand is gekomen. Dankzij de verhoortapes en het papieren dossier hebben we een unieke inkijk in het politieonderzoek van destijds. Het beeld dat oprijst is zorgelijk en onthutsend. Dit zou inderdaad wel eens de grootste gerechtelijke dwaling van ons land kunnen zijn. Het is niet voor niets dat de adviescommissie afgewezen strafzaken (ACAS) spreekt van een ‘potentieel onveilige veroordeling’ en dat herziening van de zaak in de rede ligt.
Zoals eerder aan u gemeld hebben we deskundigen ook naar het politiedossier laten kijken. Hoe is er destijds onderzoek gedaan naar wat er zich in de villa heeft afgespeeld? Zo hebben forensisch experts een schietanalyse gemaakt en is er gekeken naar de verwondingen bij Geke en u, op basis van de documenten in het dossier. Hun bevindingen zullen we tonen, feitelijk en sec. Daarbij zijn er nog wel een paar vragen die we u willen stellen. Omdat u hebt besloten niet aan de documentaire mee te willen werken, sturen we ze per mail. Wij realiseren ons dat het voor u pijnlijk kan zijn om, twintig jaar na deze verschrikkelijke gebeurtenis, vragen hierover te ontvangen. Maar het is onze journalistieke plicht om wederhoor te plegen, ook als u in een eerder stadium heeft aangegeven niet mee te willen werken. Vanzelfsprekend zijn we bereikbaar mocht u vragen hebben. Voor een tijdige verwerking ontvangen wij uw reactie graag vóór 20 december.
Vragen:
–        Uit het politiedossier blijkt dat er geen grondige schietanalyse is uitgevoerd. Twee forensisch onderzoekers concluderen nu op grond van het dossier dat de schutter mogelijk niet naast, maar op het bed heeft gezeten tijdens het schieten. Wat is uw reactie?
–        De kogels die in het dekbed zijn aangetroffen liggen 13 cm van elkaar verwijderd. In combinatie met de schietrichting en de positie van u en Geke op het bed, is het volgens forensisch onderzoekers zeer onwaarschijnlijk dat de verwonding op uw achterhoofd door een kogel is veroorzaakt. Wat is uw reactie?
–        De uitslag van de ct scan geeft volgens de dienstdoende arts een impressiefractuur aan. Een impressiefractuur is volgens een forensisch deskundige iets anders dan een schampschot. Wat is uw reactie?
–        In uw getuigenverklaring geeft u aan dat u op de avond van de moord een telefoongesprek hebt gehad met uw oom, [Y]. Bij navraag ontkent hij stellig dat dit telefoongesprek heeft plaatsgevonden. Wat is hierop uw reactie?”

Naar aanleiding daarvan heeft de raadsman van klaagster uiteindelijk op 14 januari 2020 onder meer het volgende aan KRO-NCRV bericht:
“Op grond van het bepaalde in artikel B.3 van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek behoort een journalist wederhoor toe te passen bij personen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer die personen hierin zijdelings een rol spelen. Wie beschuldigd wordt, krijgt voldoende gelegenheid om, bij voorkeur in dezelfde publicatie, te reageren op de aantijgingen. Aangezien de journalistieke serie volgt op de namens de veroordeelden ingediende verzoekschriften en die verzoekschriften in hoofdzaak steunen op twee pijlers, vermoedt cliënte – mede gezien de uitlatingen van de heer Van Wijk in de media – dat in de journalistieke serie niet enkel de eerste pijler van het verzoekschrift, maar ook de tweede pijler van het verzoekschrift zal worden belicht. Dat is de stelling van (de advocaten van) drie veroordeelden houdende dat vraagtekens zouden moeten worden geplaatst bij de door cliënte, het slachtoffer afgelegde verklaringen en dat twijfels zouden bestaan over haar verwondingen. Als in de journalistieke serie ook aandacht zou worden besteed aan deze tweede pijler, dan moet worden vastgesteld dat cliënte daardoor wordt gediskwalificeerd en dat wederhoor had moeten plaatsvinden. Dat is uiteraard niet op een behoorlijke wijze gebeurd met het sturen van één e-mailbericht bevattende vier suggestieve (en voor cliënte zeer pijnlijke) vragen die niet zijn voorzien van enige onderbouwing en een reactietermijn van slechts negen dagen. Overigens stel ik vast dat u met uw e-mailbericht ook niet behoorlijk reageert op het verzoek [van de raadsman van klaagster, RvdJ] om de onderzoeken van de forensisch deskundigen (waarop cliënte verzocht is te reageren) te verstrekken, zodat een adequate reactie op de inhoud van die onderzoeken ook niet kan worden gegeven. Daarnaast wordt geen antwoord gegeven op de vraag of die onderzoeken nog ter beoordeling zijn voorgelegd aan een deskundige. Graag hoor ik alsnog van u of dat is gebeurd. Mocht in de journalistieke serie aandacht worden besteed aan de tweede pijler, dan dient daaraan ten minste te worden toegevoegd dat die tweede pijler ook is beoordeeld door de ACAS en dat de Commissie het betoog (van de advocaten) van de veroordeelden niet anders dan als speculatief heeft aangemerkt en dat van enige twijfel over de verwondingen van cliënte geen sprake kan zijn.
Voorts herhaal ik voor alle duidelijkheid nog even dat cliënte geen toestemming heeft verleend aan de omroep, noch aan de programmamakers om gebruik te maken van haar portret. Als haar portret desalniettemin in de journalistieke serie zou worden gebruikt, dan is dat onrechtmatig. Er is immers geen enkel redelijk belang gediend bij het tonen van een foto van een slachtoffer/getuige, terwijl het tonen van dat portret wel degelijk diffamerend voor cliënte is, zeker als in de journalistieke serie twijfels zouden worden geplaatst bij de inhoud van haar verklaringen. Dat behoeft geen uitgebreid betoog. (…)”

Het rapport van de Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS) van 8 juni 2018, waarnaar de raadsman van klaagster in zijn e-mail van 14 januari 2020 heeft verwezen, bevat onder meer de volgende passage:
“De tweede pijler van het verzoekschrift
In de verzoekschriften zijn, zoals hiervoor al is opgemerkt, ook vraagtekens geplaatst bij de verklaringen van het slachtoffer [slachtoffer 2] en zijn twijfels geuit over haar verwondingen. Er zouden, aldus de verzoekschriften, sterke aanwijzingen bestaan dat [slachtoffer 2] in het geheel niet is beschoten. Mede daarom zou twijfel moeten bestaan over de plausibiliteit van haar verklaringen.
Die aanwijzingen en twijfels zijn in de verzoekschriften deels uiteen gezet aan de hand van gegevens die ten tijde van de behandeling van de strafzaken tegen verzoekers reeds bekend waren en zijn deels vervat in een betoog dat niet anders dan als speculatief kan worden  aangemerkt. Beide omstandigheden staan in de weg aan het op dit onderdeel verzochte onderzoek. Ter toelichting daarop kan op zichzelf worden volstaan met een verwijzing naar de jaarverslagen van de Commissie over de jaren 2014 en 2015, waarin zij tot uitdrukking heeft gebracht dat zij geen nader onderzoek zal adviseren, indien een beroep wordt gedaan op feiten of omstandigheden die bij de behandeling van de zaak reeds aan de orde zijn gekomen en/of indien de namens een verzoeker voorgestelde onderzoeksrichtingen zijn gebaseerd op speculatieve, onvoldoende onderbouwde standpunten.
Met die vaststelling wil de Commissie in dit geval evenwel niet volstaan. Zij hecht eraan in dit verband twee aanvullende opmerkingen te maken.
In de eerste plaats heeft de Commissie kennis genomen van het vonnis van de rechtbank Limburg in een civiele zaak die door [slachtoffer 2] is aangespannen tegen (een van) de auteur(s) van het boek De Arnhemse villamoord: valse bekentenissen.   In dat vonnis heeft de rechtbank vastgesteld dat de uitlatingen van de auteur — in het boek en in een televisieprogramma — geen, dan wel onvoldoende steun vinden in het feitenmateriaal dat door de auteur is gepresenteerd.
In de tweede plaats heeft de Commissie kennis genomen van een door haar advocaat aangeboden brief van [slachtoffer 2], met enkele bijlagen, waaronder een medische. Daarin  heeft zij een nauwkeurige, onderbouwde toelichting gegeven op de aan haar toegebrachte  verwondingen en op de wijze waarop die in de loop van de tijd zijn vastgesteld. Van enige twijfel over die verwondingen kan, gegeven die toelichting, geen sprake zijn.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt – samengevat – het volgende. Zij heeft voor het eerst contact gehad met Van Wijk toen hij in 2014 als journalist betrokken was bij een uitzending van EenVandaag. In de daaropvolgende jaren hebben zij contact onderhouden en in mei 2019 liet Van Wijk weten dat hij van plan was om de documentaireserie te maken. Omdat klaagster geen aanleiding had te veronderstellen dat daarin aandacht zou worden besteed aan de (on)betrouwbaarheid van haar verklaring en zij de gebeurtenis achter zich wilde laten, heeft zij Van Wijk in juli 2019 laten weten dat zij geen behoefte had aan het verlenen van haar medewerking aan de serie. Van Wijk wist dat de twijfels aan haar verhaal de kwaliteit van haar leven hebben aangetast. Klaagster heeft hem alle achtergrondinformatie gegeven om de eventueel nog aanwezige twijfel weg te nemen. Niettemin is zij door de uitzending ten onrechte in diskrediet gebracht.
Volgens klaagster is sprake van niet-waarheidsgetrouwe en tendentieuze berichtgeving, waarbij voor de beschuldigingen aan haar adres onvoldoende grond bestaat. Zo komt onvoldoende naar voren dat de forensische onderzoekers (de heer en mevrouw Eikelenboom) commercieel zijn. Verder is niet duidelijk dat zij niet beschikten over een volledig, origineel dossier noch over foto’s van het plaats delict. Daarbij komt dat zij zijn uitgegaan van onjuiste of niet vast te stellen feiten. Bovendien wist programmamaker Van Wijk dat er celmateriaal van klaagster op één van de twee kogels is teruggevonden, maar hij heeft de onderzoekers daarover niet bevraagd. Hierdoor zijn de reconstructie van het schietincident en de analyse van het letsel van klaagster onzorgvuldig. De uitlatingen van de onderzoekers, waarbij de geloofwaardigheid van klaagster ter discussie wordt gesteld, zijn speculatief en diffamerend.
Ook op andere punten is ten onrechte de betrouwbaarheid van haar verklaring in twijfel getrokken, bijvoorbeeld ten aanzien van het feit dat zij zich het alarmnummer niet had kunnen herinneren. Van Wijk was op de hoogte van de reden daarvan – het nummer was destijds net gewijzigd – maar heeft dit onvermeld gelaten.
Voorts is ten onrechte geen aandacht besteed aan het feit dat de heer Israëls in 2015 is veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan klaagster vanwege zijn speculatieve en onrechtmatige  uitlatingen. Bovendien heeft de Adviescommissie afgesloten strafzaken (hierna: ACAS) in haar rapport van 18 september 2018 geconcludeerd dat de eerder door de advocaten van de verdachten ingenomen stellingen met betrekking tot de onbetrouwbaarheid van de verklaring van klaagster speculatief waren. Ook dat is echter niet in de uitzending opgenomen.
Klaagster stelt verder dat op onjuiste wijze wederhoor is toegepast. Zij heeft op 11 december 2019 een e-mail ontvangen met vragen en het verzoek om daarop binnen negen dagen te reageren. Hiermee is haar onvoldoende de gelegenheid gegeven te reageren op de aantijgingen. De vragen waren suggestief en deels gebaseerd op onjuiste informatie. Uit het eerdere contact met Van Wijk was het haar niet duidelijk geworden dat in de uitzending kritische kanttekeningen zouden worden geplaatst bij haar eigen verklaring; dat kwam medio december 2019 als een volslagen verrassing. Daarom heeft zij gelijk contact opgenomen met haar voormalige raadsman, met het verzoek om namens haar te reageren. Vanwege persoonlijke omstandigheden heeft die raadsman dat echter niet kunnen doen. Op basis van de eerdere contacten en het feit dat daarin nooit is gesproken over de vermeende onbetrouwbaarheid van haar verklaring, hadden de journalisten vanwege het uitblijven van haar reactie nogmaals contact moeten opnemen. Uiteindelijk heeft haar huidige raadsman nog vóór de uitzending gereageerd op de mail van 11 december 2019 en verzocht om nadere informatie en inzage in de onderzoeken. Dat verzoek is echter van de hand gewezen en de reactie van haar raadsman is op geen enkele wijze in de uitzending verwerkt.
Ten slotte voert klaagster aan dat zonder haar toestemming – en in strijd met de afspraken die zij met EenVandaag heeft gemaakt – beeldmateriaal uit een uitzending van EenVandaag uit 2014 is gebruikt, waarbij bovendien haar voornaam is vermeld. Hiervoor bestond geen aanleiding, te minder omdat haar uitlatingen bij EenVandaag niet als haar officiële verklaring hebben te gelden. Er is daarom sprake van een ongerechtvaardigde aantasting van haar privacy.
Klaagster heeft haar standpunten uitvoerig toegelicht en geconcludeerd dat KRO-NCRV onzorgvuldig heeft gehandeld.

KRO-NCRV stelt hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. De uitzending gaat met name om het aan de kaak stellen van het slechte politieonderzoek en het handelen/nalaten van het OM indertijd, waarbij de verklaring van klaagster niet dan wel zeer slecht is onderzocht. Klaagster is onderdeel van het verhaal en haar verklaring maakt een wezenlijk onderdeel uit van de documentaire. Klaagster was vroegtijdig ervan op de hoogte dat haar verklaring kritisch zou worden bekeken en zou worden voorgelegd aan deskundigen. Er heeft een zeer gedegen en uitgebreid journalistiek onderzoek plaatsgevonden. Er is met veel betrokken partijen (al dan niet anoniem of vertrouwelijk) gesproken. Alle dossierstukken/banden zijn bestudeerd en nader onderzocht door meerdere onafhankelijke partijen. De bevindingen zijn gepubliceerd zonder beschuldigingen richting klaagster. In de uitzending gaat het niet om de betrouwbaarheid van de verklaring van klaagster, maar om het feit dat de gevonden technische sporen niet per definitie overeenkomen met die verklaring; er is een discrepantie die op allerlei manieren te verklaren is, zonder dat daaraan een waardeoordeel wordt gegeven. Dat de forensisch onderzoekers commercieel zijn, doet niet af aan hun deskundigheid en in de uitzending is uitdrukkelijk benoemd dat zij niet beschikten over een volledig dossier. Overigens waren zij wel op de hoogte van de informatie waarover de ACAS beschikte. Naast hun analyse is die van een andere forensisch deskundige als aanvullende bron gebruikt. Ook heeft een anonieme, betrokken arts een deel van de conclusies van de heer en mevrouw Eikelenboom bevestigd. De documentaire staat los van het boek van Israëls, waarin hij mogelijke, niet onderbouwde conclusies trok. Daarom hoefde geen aandacht te worden besteed aan zijn veroordeling over die uitlatingen. Ook het rapport van de ACAS staat los van het journalistieke onderzoek dat is verricht. De verklaring van klaagster is niet door de ACAS onderzocht en daarom minder van belang voor de conclusies van de ACAS. De ACAS gaat mee in de afwijzing van het valselijk beschuldigen van klaagster. KRO-NCRV is het daar volledig mee eens en volgt die lijn. Dat wil echter niet zeggen dat er niet objectief gekeken mocht worden naar de combinatie van de verklaring van klaagster en het gevonden technisch bewijs. De enige journalistieke conclusie is dat het justitieel onderzoek niet goed genoeg is uitgevoerd om de negen mannen te veroordelen. Bovendien is duidelijk gesteld dat er zorgvuldig en voorzichtig moet worden omgegaan met verklaringen van ooggetuigen.
Verder is op juiste wijze wederhoor toegepast. Klaagster heeft (vooraf) ruimschoots en later tijdig alle ruimte gehad om te reageren. Er is haar de mogelijkheid geboden om alle punten die in de uitzending langskomen van context te voorzien. Dit was vanaf het begin een duidelijke afspraak. Omdat zij aanvankelijk wilde meewerken aan de documentaire, is er van mei tot juli 2019 uitgebreid contact met haar geweest. Nadat klaagster in juli had laten weten niet meer te willen meewerken, is haar meegedeeld dat zij daarom ook niet meer volledig gekend zou worden in alle onderzoeksresultaten. Voordat haar op 11 december 2019 per e-mail vragen zijn voorgelegd, is telefonisch contact met haar opgenomen. In dat gesprek heeft zij meegedeeld dat zij inhoudelijk zou reageren. Uit de contacten die er zijn geweest had haar duidelijk moeten zijn dat er kritische kanttekeningen bij haar verklaring zouden worden geplaatst en dat het van groot belang was dat zij daarop zou reageren. Bovendien is zij bekend met elk detail van het politie- en forensisch onderzoek. Mocht zij al vragen hebben gehad over het wederhoor, dan had zij daarover contact kunnen opnemen met de journalisten. Dat zij omwille van eigen afwegingen niet heeft gereageerd, kan KRO-NCRV niet worden tegengeworpen, zeker omdat er geen feitelijke beschuldigingen jegens haar zijn geuit.
Tot slot stelt KRO-NCRV dat zij van AVROTROS toestemming heeft gekregen de beelden van de uitzending van EenVandaag te gebruiken. Los daarvan mochten de beelden worden getoond op grond van het citaatrecht en/of het recht van vrije persovername. Vanwege de privacybelangen van klaagster is zij onherkenbaar in beeld gebracht.
KRO-NCRV heeft eveneens haar standpunten uitvoerig toegelicht en geconcludeerd dat zij journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad heeft de kern van de klacht zo opgevat dat deze bestaat uit de volgende onderdelen:
1.     er is sprake van niet-waarheidsgetrouwe en tendentieuze berichtgeving, waarbij zonder deugdelijke grondslag beschuldigingen jegens klaagster zijn geuit;
2.     er is op onjuiste wijze wederhoor toegepast;
3.     de privacy van klaagster is onnodig aangetast.

De Raad stelt voorop dat media een belangrijke taak hebben om misstanden in de samenleving aan de kaak te stellen. Het is dan ook maatschappelijk relevant en journalistiek geboden om onderzoek te verrichten naar en/of te berichten over de (mogelijk) gemaakte fouten in het strafrechtelijke onderzoek naar de villamoord en in dat verband aandacht te besteden aan de betrokkenheid van klaagster in deze zaak.
Daarbij zijn de journalist en zijn redactie vrij in de selectie van nieuws. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.

Ad 1.
KRO-NCRV heeft aannemelijk gemaakt dat zij deugdelijk onderzoek heeft verricht en dat voldoende aanleiding bestond om over de kwestie – waaronder begrepen de verklaring van klaagster – te berichten zoals zij heeft gedaan.
In de uitzending is vermeld dat de heer en mevrouw Eikelenboom ‘in 2003 voor zichzelf zijn begonnen’. Verder is voor de gemiddelde kijker voldoende duidelijk dat zij niet beschikten over een volledig dossier.
Bovendien is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Het stond KRO-NCRV vrij om in de uitzending te verwerken dat verschillende geïnterviewden – mede gelet op de technische bevindingen – hun twijfels uiten over de juistheid van de verklaring van klaagster. De uitlatingen van de geïnterviewden zijn voor hun rekening gelaten, waarbij zij bovendien terughoudend zijn geweest ten aanzien van hun conclusies. Aangezien de heer Israëls zich niet heeft uitgelaten op de wijze waarvoor hij eerder is veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding, was het niet nodig die veroordeling in de uitzending te verwerken.
De Raad kan zich voorstellen dat klaagster niet op deze manier in de publiciteit had willen komen. Er bestaat echter geen aanleiding voor het oordeel dat een zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie is gegeven, dat sprake is van niet-waarheidsgetrouwe of tendentieuze berichtgeving of van beschuldigingen jegens klaagster.

Ad 2.
Kennelijk heeft KRO-NCRV aanleiding gezien om klaagster gelegenheid tot wederhoor te bieden en daarover afspraken met haar te maken. Daarom doet zich – ongeacht hetgeen de Raad ten aanzien van de andere klachtonderdelen overweegt – de vraag voor of het wederhoor op de juiste wijze is toegepast.
Klaagster is op 11 december 2019 gevraagd om binnen negen dagen te reageren op een aantal concrete vragen en stellingen. Gelet op alle voorgaande contacten tussen partijen en de kennis van klaagster over de kwestie, was dit niet onredelijk. Bovendien was de reactietermijn niet fataal; de raadsman van klaagster en KRO-NCRV hebben nog (ver) na afloop van die termijn gecorrespondeerd, zodat klaagster feitelijk veel langer in de gelegenheid is gesteld om te reageren.
In een e-mail van 14 januari 2020 heeft de raadsman van klaagster dat ook gedaan. Daarin heeft hij uitdrukkelijk gesteld dat wanneer in de uitzending aandacht zou worden besteed aan vraagtekens bij de door klaagster afgelegde verklaringen en twijfels over haar verwondingen, daaraan ten minste diende te worden toegevoegd “dat [dit]ook is beoordeeld door de ACAS en dat de Commissie het betoog (van de advocaten) van de veroordeelden niet anders dan als speculatief heeft aangemerkt en dat van enige twijfel over de verwondingen van cliënte geen sprake kan zijn”. Deze reactie moet worden bezien in het licht van de vragen die voor wederhoor aan klaagster zijn voorgelegd.
De Raad constateert dat in de uitzending inderdaad vraagtekens zijn gesteld bij de door klaagster afgelegde verklaringen en twijfels over haar verwondingen zijn geuit. De reactie van klaagsters raadsman is echter op geen enkele wijze in de uitzending verwerkt. Integendeel, de uitzending is afgesloten met de mededeling dat klaagster gedurende het onderzoek haar medewerking aan de uitzending heeft ingetrokken en niet meer op de vragen wilde reageren. KRO-NCRV heeft geen verklaring gegeven voor het niet opnemen van de reactie van de raadsman van klaagster. Zo heeft zij niet gesteld dat de reactie zodanig laat is ontvangen, dat het opnemen daarvan feitelijk niet meer mogelijk was. Ook is daarvoor geen inhoudelijk argument gegeven, terwijl KRO-NCRV in haar verweerschrift juist te kennen heeft gegeven zich te kunnen vinden in het rapport van de ACAS, althans voor zover dit betrekking heeft op twijfels over de verklaringen en verwondingen van klaagster. De Raad is van oordeel dat KRO-NCRV door de reactie, zonder deugdelijke verklaring, niet in de uitzending te verwerken, journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld. Het is immers evident dat de verwijzing naar het rapport van de ACAS voor klaagster van belang was, omdat zij zich daarmee in haar positie gesterkt zou voelen.

Ad 3.
De Raad stelt vast dat klaagster onherkenbaar (geblurd) in beeld is gebracht en dat alleen haar voornaam is vermeld. Het is niet aannemelijk dat klaagster aldus voor een groot publiek identificeerbaar is geworden. Van een ongerechtvaardigde aantasting van de privacy van klaagster is dan ook geen sprake. Dat klaagster afspraken heeft gemaakt met EenVandaag waarmee het beeldgebruik in de uitzending mogelijk in strijd is, kan – wat daarvan ook zij – niet met succes aan KRO-NCRV worden verweten.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3, C. en C.1
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2019/37

CONCLUSIE

Voor zover de klacht betrekking heeft op het niet-verwerken van een reactie van klaagster in het kader van wederhoor, hebben J. van Wijk, H. van der Aa en H. van Yperen (KRO-NCRV) journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Verder was hun handelwijze zorgvuldig.

De Raad doet de aanbeveling aan KRO-NCRV om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 16 juli 2020 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, S.A. Agterberg, mw. A. Karadarevic, M. Keppels en H.P.M.J. Schneider, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.E.H.J. Vollaers, plaatsvervangend secretaris.


Publicatie op kro-ncrv.nl/programmas/villamoord d.d. 16 juli 2020