2026/25 Ongegrond

A. Aarts / de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad

Samenvatting

Het Brabants Dagblad heeft in de artikelen “Hoe één raadslid de hele Heusdense politiek ontregelt: ‘Het gaat over oorlog, raaskallen en desinformatie’” (online versie) en “’Het gaat over raaskallen, oorlog en desinformatie’” met de bovenkop “Achtergrond – Hoe één raadslid de hele Heusdense politiek ontregelt” (papieren versie) niet journalistiek onzorgvuldig over A. Aarts (klager) bericht. Het is journalistiek gebruikelijk en toelaatbaar dat een artikel in de kop scherp(er) wordt aangezet; een kop mag een vergroving van de inhoud van het bijbehorende artikel bevatten. Daarmee worden de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid alleen overschreden als de kop geen grond vindt in het artikel. Daarvan is hier geen sprake. De klacht dat door de koppen – in combinatie met een geplaatste foto van klager – een verkeerd beeld wordt geschetst van klager, is dan ook ongegrond.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek

inzake de klacht van

A. Aarts

tegen

de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad 

De heer A. Aarts (klager) heeft op 21 maart 2026 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van partijen betrokken van 24 en 27 maart 2026 en van 21 april 2026.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 8 mei 2026. Klager is daar verschenen, vergezeld door de heer J. Kleian, en heeft zijn standpunt toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van het Brabants Dagblad waren mevrouw R. Japenga, verslaggever, en de heer mr. J. Baars, senior jurist bij DPG Media, aanwezig.

DE FEITEN

Op 14 maart 2026 is op de website van het Brabants Dagblad een artikel van de hand van Japenga verschenen met de kop “Hoe één raadslid de hele Heusdense politiek ontregelt: ‘Het gaat over oorlog, raaskallen en desinformatie’”. Boven de kop is een foto van klager geplaatst met het onderschrift: Raadslid Antoine Aarts zorg voor spanningen in Heusden.”
De intro van het artikel luidt:
“Hij maakt een wethouder emotioneel tijdens een raadsvergadering, wordt beschuldigd van respectloos taalgebruik en dreigt met aangifte. Raadslid Antoine Aarts (Heusden Verbindt) zorgt voor flinke spanning in de Heusdense gemeenteraad. Zo erg, dat collega’s met een motie zijn gedrag aan banden willen leggen.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Het is dinsdagavond 10 februari, de laatste openbare raadsvergadering voor de gemeenteraadsverkiezingen. „Ik sta hier met een heel zwaar gemoed”, zegt Ronald Heesbeen, fractievoorzitter van GroenLinks-PvdA Heusden.
Het gaat om een motie over het gedrag van één raadslid, iets wat Heesbeen in zestien jaar nooit eerder nodig vond. Na de verkiezingen verlaat hij de gemeenteraad, maar hij wil nog één keer zijn punt maken.
„Al jaren weet de heer Aarts de gemoederen flink bezig te houden, om het maar zacht uit te drukken”, zegt Heesbeen. Hij vindt dat Aarts zijn middelen als raadslid verkeerd gebruikt.”
en:
“Omdat Heusden Verbindt zoveel vragen stelt, zou het college, de raad en het ambtelijke apparaat minder goed functioneren, stelt Heesbeen.
Veel tijd om dat uit te leggen is er niet. De meerderheid van de raad wil niet dat er over deze motie wordt gestemd. De motie wordt daarom van de agenda gehaald. Daarmee is de vergadering beëindigd, terwijl veel raadsleden nog moeten verwerken wat hier zojuist is gebeurd.
Maar ze hebben de afgelopen periode al vaker moeten verwerken wat er gebeurt, omdat het er vaker dan eerder fel aan toegaat. Voor dit verhaal sprak het Brabants Dagblad met alle fractievoorzitters in de gemeenteraad.
Een voorbeeld van een fel debat is een raadsvergadering in juni 2025. Wethouder Peter van Steen (Gemeentebelangen) wordt emotioneel.”
en:
“Vanuit de raad krijgt de wethouder veel lof voor zijn emotionele optreden. Maar dat lijkt Aarts zelf weinig te doen. „Wat moet ik hiermee?”, zegt hij. „Of u emotioneel bent of niet, dat is jammer. We hebben een heel ander moreel kompas.”
Ook in december 2025 was het raak. Toen was er een extra ingelaste raadsvergadering over huishoudelijke hulp. „Het verhaal van Heusden Verbindt, ik hoorde vooral heel veel raaskallen”, zegt Van Steen als hij vragen over huishoudelijke hulp beantwoordt.
Aarts zou volgens hem inwoners verkeerd informeren over huishoudelijke hulp en zelfs liegen. Zo zegt Van Steen dat alle informatie over dit dossier al gedeeld is, maar Aarts trekt dit in twijfel.
„Het laatste deel van mijn betoog lees ik niet voor, want dan zou het oorlog worden”, zegt de wethouder. Aarts begrijpt zelf niet waar de verwijten vandaan komen. „Potjandorie, wat een verwijten. Oorlog, raaskallen, desinformatie verspreiden”, zegt hij.
Aarts vroeg vervolgens op welke punten hij had gelogen. Hier ging de wethouder inhoudelijk niet op in, omdat hij niet alle punten wilde opnoemen. Daarna stelde Aarts deze vragen ook schriftelijk, maar daar kwam geen inhoudelijke reactie op.
‘We kiezen er bewust voor om een afgerond debat niet schriftelijk voort te zetten aan de hand van schriftelijke vragen’, schreef het college in een antwoord op de vragen van Aarts.”
en:
“Alexander van Weert (Lijst van Weert) en Jan Kleian (Heusden Transparant) hebben minder moeite met vurige woorden. „In een gepassioneerde discussie vallen soms bepaalde woorden. Achteraf denk je dan weleens, moest het dit woord zijn? Maar dat is het risico van het vak”, zegt Van Weert. „Aarts praat af en toe te fel, maar hij is wel eerlijk en geeft het toe als hij fout zit”, zegt Kleian.”
Onderaan het artikel is in een kader de volgende reactie van klager opgenomen:
“Antoine Aarts erkent dat hij veel vragen stelt. Volgens hem komt dit doordat de coalitie eerder informatie krijgt. „Zo creëer je een situatie dat de oppositie wel vragen moet stellen.”
Zijn taalgebruik vindt hij niet respectloos. „Ik ben ruwer getaald en duidelijk. Ik ben niet de persoon van fluwelen handschoenen”, zegt hij. Volgens hem gebruikt wethouder Van Steen hetzelfde taalgebruik dat hij een ander verwijt, door iemand in de raad een leugenaar te noemen. De fracties stuurden vorig jaar een brief over zijn ‘ludieke zinsnede’, maar kijken volgens hem weg bij woorden als ‘leugenaar, oorlog en raaskallen’.
Aarts ontkent dat omgangsvormen in het presidium aan de orde kwamen toen hij aanwezig was. „Een presidium gaat over de orde, wc-papier en de koffie.” Hij vindt dat het presidium juist niet optrad toen wethouder Van Steen harde taal gebruikte: „Waar was toen de reactie?”
De motie van Heesbeen noemt hij ‘een zwanenzang van een gefrustreerd raadslid’. Hij somt zijn eigen resultaten op: contant geld betalen bij afval, aanpassingen aan de woonzorgvisie, een starterslening. Aarts vindt dat de gemeenteraad veel ellende aan zichzelf te danken heeft. „Er is volstrekt geen sprake van een duaal stelsel, het is continu ‘ja en amen’”, zegt hij. Hij wijst erop dat sommige raadsleden in vier jaar geen woord hebben gezegd tijdens vergaderingen.
Met zijn komst is er volgens hem een andere sfeer ontstaan. „Confronterend, duidelijk. Voor sommigen over het randje, voor anderen een verademing. Vrienden heb ik thuis, in de raad sta ik als volksvertegenwoordiger.””

Een vergelijkbaar artikel is diezelfde dag in de papieren editie van het Brabants Dagblad verschenen onder de kop “’Het gaat over raaskallen, oorlog en desinformatie’” met de bovenkop “Achtergrond – Hoe één raadslid de hele Heusdense politiek ontregelt”.
De intro van dit artikel luidt:
“Hij wordt beschuldigd van zaken als respectloos taalgebruik en het onheus bejegenen van een wethouder. Raadslid Antoine Aarts zorgt voor zoveel spanning in de Heusdense politiek dat collega’s met een motie zijn gedrag aan banden willen leggen.”
Bij dit artikel is dezelfde foto van klager, met hetzelfde onderschrift, geplaatst.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – samengevat – het volgende. De kop van het online artikel is misleidend en wekt de onjuiste indruk dat de geciteerde woorden aan hem zijn toe te schrijven. De betreffende uitspraken zijn gedaan door een wethouder tijdens een gemeenteraadsvergadering op 17 december en niet door hem. Deze noodzakelijke context ontbreekt echter in de kop. Door de presentatie ontstaat bij de lezer een verkeerd beeld van zijn handelen en uitlatingen. Overigens heeft het Brabants Dagblad al op 18 december 2026 uitvoerig bericht over dezelfde raadsvergadering en dezelfde uitlatingen van de betreffende wethouder. Op het moment van de publicatie was er in dat opzicht niets nieuws onder de zon. Het artikel in de papieren editie is vergelijkbaar en eveneens onjuist.

Verder voert klager aan dat de zinsnede ‘ontregelt de hele Heusdense politiek’ een sterk waardeoordeel bevat, zonder dat dit als zodanig wordt geduid. De formulering suggereert een feitelijke ontwrichting van de plaatselijke politiek, waarvoor een voldoende feitelijke basis ontbreekt in het artikel zelf. Dit draagt bij aan een gekleurd en mogelijk misleidend beeld, terwijl hij slechts gebruik heeft gemaakt van de wettelijke middelen en dat bovendien niet overdadig heeft gedaan.
Volgens klager wordt de misleidende werking van de kop versterkt door de timing van publicatie, namelijk slechts vijf dagen voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen. Dit vergroot de impact op de beeldvorming rondom zijn persoon aanzienlijk. Onmiskenbaar zijn de verkiezingen beïnvloed en heeft er machtsmisbruik plaatsgevonden, aldus klager.
Ten slotte heeft hij op de zitting erop gewezen dat de foto dateert van vier jaar geleden en is genomen vóór zijn periode als raadslid. Bovendien is de foto bijgesneden en geplaatst in een context die geen relatie heeft met het oorspronkelijke doel of moment van de foto. Daardoor ontstaat in combinatie met de titel en subtitel een versterkte negatieve beeldvorming. Volgens klager heeft hij de redactie al eerder verzocht de foto niet te gebruiken.
Klager stelt samenvattend dat het Brabants Dagblad door middel van titel, subtitel en beeldgebruik afzonderlijke kwalificaties van derden heeft samengevoegd tot een overkoepelende en reputatiegevoelige karakterisering van zijn persoon en functioneren. Vrije journalistiek is essentieel voor het functioneren van de democratie. Juist daarom rust op media de verantwoordelijkheid om in verkiezingstijd zorgvuldig onderscheid te maken tussen verslaggeving, politieke kwalificaties van derden en redactionele framing. Het Brabants Dagblad heeft de vereiste journalistieke zorgvuldigheid echter niet in acht genomen en gehandeld in strijd met een aantal journalistieke normen, aldus klager.

Het Brabants Dagblad stelt hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. Het citaat in de kop (‘oorlog, raaskallen en desinformatie’) is niet specifiek aan één persoon toegewezen. Het betreft een parafrasering van het citaat van klager dat is opgenomen in het artikel (“„Potjandorie, wat een verwijten. Oorlog, raaskallen, desinformatie verspreiden”, zegt hij.) Uit de audiovisuele vastlegging van de gemeenteraadsvergadering van 17 december 2025 blijkt dat het citaat van klager afkomstig is. De strekking van de parafrase in de kop is dezelfde als het originele citaat, zodat niet kan worden gezegd dat daarmee een andere betekenis of lading aan de feiten is gegeven.
Verder voert het Brabants Dagblad aan dat het artikel belicht hoe het merendeel van de partijen in de Heusdense gemeenteraad moeite heeft met de manier waarop klager actief is in de gemeenteraad. Met de hoeveelheid door klager gestelde vragen belast hij het ambtelijk apparaat naar hun mening onnodig veel en daarnaast worden in het artikel verschillende andere klachten opgetekend. Binnen de raad lag zelfs een motie klaar om klager beperkingen op te leggen. Op de zitting licht Japenga toe dat die motie de aanleiding vormde voor de publicatie. Vervolgens is zij gaan rondbellen om navraag te doen en verder informatie te vergaren voor het grote achtergrondartikel dat zij uiteindelijk – tussen haar andere werk in – heeft geschreven. De tijd die daarmee was gemoeid resulteerde in de publicatiedatum en heeft dus niets te maken met bewuste beïnvloeding van de gemeenteraadsverkiezingen. Overigens heeft zij laten weten op de zitting voor het eerst te hebben gehoord dat klager eerder heeft verzocht zijn foto niet meer te gebruiken.
Volgens het Brabants Dagblad ziet ‘ontregelen’ (in de politieke context) op het bewust doorbreken van gevestigde normen, procedures of partijpolitieke verhoudingen. Die term dekt ook het handelen van klager binnen de gemeenteraad: zelfs de medestanders van klager beamen dat hij de discussie niet uit de weg gaat en daarbij soms ferme taal hanteert. Dit is binnen de Heusdense politiek kennelijk geen gemeengoed, ofwel: klager doorbreekt aldus gevestigde normen. Daarmee biedt de inhoud van het artikel voldoende grondslag voor de kop daarboven. Daar komt bij dat de kop van een artikel vaak scherp wordt aangezet; een kop mag een vergroving van de inhoud van het bijbehorende artikel bevatten. Zo lang de kop grond vindt in het artikel – zoals hier het geval is – worden daarmee de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid niet overschreden.
Het Brabants Dagblad concludeert dat de publicaties geen aantoonbare onjuistheden bevatten en dat aan de journalistieke zorgvuldigheidsnormen is voldaan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat de kop van het online artikel misleidend is en de onjuiste indruk wekt dat de geciteerde woorden aan hem zijn toe te schrijven, waardoor – in combinatie met de geplaatste foto – een verkeerd beeld wordt geschetst van klager. De Raad zal zich bij zijn beoordeling tot deze kern beperken.

Als uitgangspunt geldt dat het journalistiek gebruikelijk en toelaatbaar is dat een artikel in de kop scherp(er) wordt aangezet; een kop mag een vergroving van de inhoud van het bijbehorende artikel bevatten. Daarmee worden de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid alleen overschreden als de kop geen grond vindt in het artikel. Daarvan is naar het oordeel van de Raad hier geen sprake.

Uit de tekst van de artikelen zelf wordt duidelijk op welke wijze, door wie en in welke context de woorden ‘oorlog, raaskallen en desinformatie’ zijn gebezigd. Uit de audiovisuele vastlegging van de gemeenteraadsvergadering van 17 december 2025, waarnaar het Brabants Dagblad heeft verwezen, blijkt dat de weergave van het volledige citaat feitelijk juist is.

De Raad begrijpt dat klager onaangenaam is getroffen door het gebruik van de term ‘ontregelen’. Gelet op het hiervoor geformuleerde uitgangspunt en gezien de nadere uitleg van klagers handelwijze in de tekst van het artikel is die term echter geen ontoelaatbare vergroving. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat klager zich – gezien zijn positie in het openbare politieke debat – een grote mate van kritische en polemische bejegening moet laten welgevallen.

Verder blijkt uit de toelichting van het Brabants Dagblad genoegzaam waarom de artikelen op 14 maart 2026 zijn gepubliceerd. Er bestaat geen journalistieke norm die meebrengt dat in dit geval met de keuze voor de publicatiedatum onzorgvuldig jegens klager is gehandeld. Van een bewuste, journalistiek ontoelaatbare beïnvloeding van de gemeenteraadsverkiezingen is ook anderszins niet gebleken.

Ten slotte heeft klager onbetwist gesteld dat de geplaatste foto is genomen vóór zijn periode als Raadslid. De foto dient dus als illustratie bij een ander onderwerp of met een andere context dan waarvoor die is gemaakt. De Raad acht dit gebruik evenwel toelaatbaar. Voldoende duidelijk is dat met de plaatsing werd beoogd de tekst enkel te voorzien van een visueel beeld van klager, waarop hij niet compromitterend is afgebeeld. De Raad laat in het midden of tussen partijen een afspraak is gemaakt over het niet (langer) gebruikmaken van de foto, aangezien hij dat niet kan vaststellen.

Het voorgaande leidt ertoe dat de klacht ongegrond is.

Relevante punten uit de Leidraad: A., C. en C.1
Relevante eerdere conclusies (onder meer): RvdJ 2026/15 en RvdJ 2025/31

CONCLUSIE

De klacht is ongegrond.

Zo vastgesteld door de Raad op 7 juli 2026 door mr. S. Djebali, voorzitter, J. Hoogenberg, drs. R. Duiven, A. Pruis en mr. drs. M.J.P.H. Josten, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.C. Koene, secretaris.