Primeur! Vorige week vroeg de Belgische overheid media en publiek om een ‘nieuws black-out’. Aanleiding waren huiszoekingen in het kader van de zoektocht naar terreurverdachten.
En inderdaad, er werd gehoorzaamd, wat toch vrij bijzonder is. RTL-adjunct Pieter Klein, en bestuurslid van de Raad, schreef er een blog over. Het Belgische publiek reageerde vrij creatief door massaal poezenplaatjes te gaan twitteren. Wat de politie er een dag later toe bracht een voederbakje met brokjes en een welgemeend ‘merci’ terug te sturen. Kortom, meligheid troef en niks aan de hand dus.
Of toch wel? Voor met name audiovisuele media raakt de vraag van de overheid om het publiek met opzet niet te informeren – althans niet live – de kern van hun bestaan, van hun journalistieke taakopdracht. Het roept ook meteen paradoxale vragen op. De correspondent van het Journaal maakte in beeld gehoorzaam melding van de ‘nieuws black-out’, die ‘op verzoek van de autoriteiten’ van kracht was. Hij kon er dus niet veel over vertellen, behalve dan dat er ‘acties’ waren die verband hielden met de zoektocht naar terroristen.
Daar zit je dan, als tv-kijkende burger. Niets zo onrustbarend, misschien wel angstaanjagend, als de aanblik van een journalist die vertelt dat hij niets mag vertellen. Of wil vertellen, of kan vertellen. Helemaal duidelijk of hij niks zegt op eigen gezag, of juist op verzoek van een ander was het ook niet.
Maar kennelijk was het te gevaarlijk om iets te vertellen of iets te laten zien – en dat roept een lawine aan vragen op, waar de journalistiek dus geen antwoord op wil geven. Of kan geven. Die vraag is vrij eenduidig: WAT GEBEURT ER. HELP!?
Is zoiets volgens de beroepsethiek van journalisten eigenlijk wel toegestaan? Màg dat wel, zwijgen? Zouden kijkers klachten indienen bij het medium, waarvan de journalist, of de hoofdredacteur, heeft besloten op verzoek van hogerhand zijn mond te houden? Of gebeurt eerder het omgekeerde – kijkers klagen omdat de journalist juist niet heeft gehoorzaamd aan het verzoek van ‘de autoriteiten’ om even z’n mond te houden? Wie kan de risico’s eigenlijk overzien, zowel van de ene beslissing als de andere? En, ook niet onbelangrijk. Wie wenst de burger eigenlijk het meest te vertrouwen – de journalist, of de politiecommissaris die ‘veiligheidsredenen’ claimt en censuur bepleit of oplegt?
Journalistiek bestaat juist om de macht te controleren en kan alleen ‘in volle vrijheid en onafhankelijkheid verricht worden’. Ik citeer de nieuwe Leidraad die duidelijk geen rekening houdt met omstandigheden waarin die volle vrijheid even niet bestaat. Sindsdien heb ik er ook niks meer over gehoord, over die ‘black-out’. Wat nu de échte bedreiging was, die even uit beeld moest blijven. En of die ook in die mate bestaan heeft. En of er ook door journalisten is geaarzeld om er aan mee te doen – en wat dan de doorslag gaf om erin mee te gaan. Terwijl dit journalistiek-ethisch toch een monumentaal momentje was.
Waar ik me in ieder geval meteen zorgen over maak, is dat dit de autoriteiten mogelijk goed is bevallen. En dat dit absolute paardenmiddel misschien opgang gaat maken. Waarna het voor journalisten ook steeds moeilijker zal gaan worden om nee te zeggen. Zo kweken we dus bedeesde journalisten.
Misschien is er een uitweg, in het bijzonder voor de politie-autoriteiten: wordt in tijden van crisis zelf actiever. Houd de kanalen juist zo open mogelijk – ga via sociale media zoveel mogelijk de dialoog aan met het publiek en de media. Wie dat doet kan zowel informeren als (misschien) media-aandacht bijsturen, als het erom gaat spannen. De eerste keer dat autoriteiten zich zó gedroegen was rondom de bomaanslag op de Boston-marathon. Lees hier een achtergrondstuk.
Echte antwoorden op deze dilemma’s zijn er nog niet. Maar totdat we die met elkaar hebben besproken, zou ik zeggen, zowel tegen journalisten als ‘de autoriteiten’: Hou de lijnen liever zo veel mogelijk open, dan dat je ze preventief dicht gooit. Er zijn intelligentere oplossingen dan een black-out.