Er moet meer dualisme komen tussen kabinet en Kamer, maar misschien ook wel tussen journalistiek en politiek, schreef ik in een essay in de Volkskrant van zaterdag 8 mei jl. Maar hoe bereik je dat? Ik zie hoe groot de invloed van talkshows is op het debat en heb suggesties voor de journalisten die er aanschuiven.
Sprekend over de bestuurscultuur, richtte Herman Tjeenk Willink zich tijdens zijn persconferentie op 30 april bijna terloops tot de politieke verslaggevers: ‘… ook u (vormt) deel van het probleem en dus mogelijk ook deel van de oplossing’. Een toelichting bleef uit en de journalisten vroegen daar ook niet om.
Het ging om de verhouding tussen Kamer en kabinet. Om meer dualisme, herstel van macht en tegenmacht, minder oeverloze actualiteitsdebatten. Om dunne regeerakkoorden, minder coalitiedwang en om de vraag of Mark Rutte wel door kan. Er was kortom, meer om je druk over te maken dan over die ene zin over de media.
Maar toch: ‘deel van het probleem…’ Het is niet niks.
Het is vaker opgemerkt, Tjeenk Willink is al decennia consequent in zijn kritiek op het functioneren van politiek, bestuur en media. Hij heeft het samengevat in zijn boek Groter denken, kleiner doen (2019). De democratische rechtsorde staat of valt met de kwaliteit van het publieke debat. In zijn ogen is die pover mede doordat de journalistiek in gebreke blijft. ‘Wie draagt nog de – vaak ongemakkelijke – feiten aan? Wie herinnert nog aan de gemeenschappelijke waarden en spelregels die de democratische rechtsorde eigen zijn?’ Het zou de onafhankelijke journalistiek moeten zijn. Maar Tjeenk Willink meent dat zij verzaakt uit angst om voor elitair te worden versleten of de concurrentieslag te verliezen. ‘Het incident wordt belangrijker dan de verklarende context, de privépersoon sprekender dan de functionaris, de presentator van de nieuwsshow gewichtiger dan het nieuws.’
De verleiding is groot om hiertegen in te brengen dat het een wat versleten generalisatie is. De journalistiek nu is immers zo veel beter dan in de jaren zeventig, toen Herman Tjeenk Willink zijn eerste schreden zette op het Binnenhof. Bij het uitbreken van de corona-crisis wendden burgers zich massaal tot de klassieke media, hongerend naar zinvolle informatie. En als de bestuurscrisis nu daadwerkelijk wordt aangepakt, is dat mede te danken aan de journalisten die de toeslagenaffaire aan het licht brachten (en natuurlijk ook aan de fotograaf die Kajsa Ollongren met haar memo snapte). Het zijn maar voorbeelden.
Maar ook dat is een generalisatie waar we niet zoveel mee opschieten (en de lezer moet daarbij bedenken dat de journalistiek mijn broodje smeert). Je hoeft niet Arnold Karskens te heten om te beseffen dat er tekortkomingen zijn. De journalistiek weet dat zelf heel goed. Zo’n beetje sinds Pim Fortuyn heeft zij zich neergelegd op de bank van de therapeut, koortsachtig op zoek naar het antwoord op de vraag hoe zij de gunst van ‘het volk’ heeft kunnen verspelen. En de opkomst van sociale media heeft de identiteitscrisis aangewakkerd: mensen nemen liever nepnieuws van wappies tot zich.
Nog een algemeenheid: het kan altijd beter. En als er een probleem is in de politiek (en dat is er ook altijd) is de journalistiek medeplichtig, omdat zij in tijden van medialogica de overhand heeft in het debat. Laten we daarom niet langer dralen bij het probleem, maar ons in de geest van Herman Tjeenk Willink afvragen hoe de journalistiek deel van de oplossing kan zijn. Moet er behalve tussen kabinet en Kamer ook meer dualisme zijn tussen politiek en journalistiek? En hoe bereik je dat?
Toevallig bood Xander van der Wulp, politiek verslaggever voor de NOS, diezelfde vrijdag 30 april een concreet antwoord: niet meer zoveel optreden in talkshows. Hij zei in de podcast De Stemming tegen collega Joost Vullings van EenVandaag dat hij uitnodigingen steeds vaker afslaat, niet alleen omdat hij het druk heeft, maar ook om het ongemak over de rol die hij geacht wordt te spelen.
Beide journalisten zien het als hun taak om inzichten te bieden bij het politieke nieuws. En omdat er altijd politiek nieuws is of bedacht kan worden, verschijnen zij vaak in de praatprogramma’s. ‘Wij zijn de vakkenvullers in de draaiboeken’, zei Vullings ironisch. ‘En van de talkshows’, voegde Van der Wulp toe.
En zij doen dat vaker dan anderen. In het coronajaar 2020 verschenen in Op1, volgens de telling van onderzoekersbureau Nieuwsmonitor, 310 journalisten, 258 experts, 184 ‘mediapersoonlijkheden’ (Gerard Joling c.s.) en 159 politici. De lijst wordt aangevoerd door Joost Vullings (37 keer aan tafel), gevolgd door Ab Osterhaus (33) en Xander van der Wulp (31).
Meer journalisten nemen de plaats in van politici, die liever niet komen als het even tegenzit of worden overgeslagen omdat ze niet gedijen in het format dat vraagt om snelle, snedige quotes. Hoe blij we ook zijn met onafhankelijke journalisten die niet langer slechts met feiten het debat voeden, maar ook met inzichten en meningen, in de praatprogramma’s blijkt dat er een risico is.
Het was ook Vullings opgevallen dat hun rol misverstanden oproept. Een vrouw had hem op Twitter ‘kontenlikker’ genoemd. Ergens begreep hij dat ook. Als je probeert uit te leggen waarom politici doen wat zij doen, kun je daarmee ook de indruk wekken dat je begrip voor ze hebt. Van der Wulp vindt het ook lastig als boze burgers te gast zijn. Voor je het weet, zit je letterlijk en figuurlijk tegenover ze omdat ‘mensen (…) denken: hij zit er om het uit te leggen dus hij zal het er wel mee eens zijn’.
Het siert de journalisten dat zij dit openhartig bespreken. De opname was overigens vrijdagmorgen vlak voordat Tjeenk Willink zijn verslag uitbracht en het ‘ook u’ uitsprak tot het journaille.
Die avond maakten alle talkshows ruimte voor de bevindingen van de verkenner (waarbij ‘het probleem’ van de media dus onbesproken bleef). In de Vooravond schoof Jort Kelder – aangekondigd als ‘politiek liefhebber’ – aan. Bij Beau was Floor Bremer, politiek redacteur van RTL, te gast. En in Op1 deelde haar collega bij BNNVARA, Peter Kee, zijn analyse. Hij was ooit degene die de politieke gasten ‘regelde’ voor Pauw & Witteman, maar nu hoor en zie je hem vaker als commentator.
Er waren geen politici te bekennen. Ja, minister Hugo de Jonge zat tegenover Kelder, maar hij wilde het alleen maar hebben over vaccineren. Bij Beau was ook oud-Kamerlid Henk Krol maar dan toch vooral om zijn bed-met-ontbijt-gelegenheid aan te prijzen. En bij Op1 mocht oud-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet een bijdrage leveren, maar zij was eigenlijk uitgenodigd als voorzitter van het Comité 4 en 5 mei.
Het was aan de ‘liefhebber’ en twee politieke redacteuren om te duiden hoe we uit de crisis moeten komen. Dat deden ze met verve, maar als de avond al niet de kritiek van Tjeenk Willink illustreerde, dan tenminste het dilemma van Van der Wulp: hoe geloofwaardig ben je als tegenmacht, wanneer jij de macht moet verklaren?
Het is de vraag of zijn antwoord (minder komen) het beste is, want dan neemt Peter Kee of een ander zijn plaats in. Volgens Kee, die een boek over zijn avonturen achter de schermen schreef (Het briefje van Bleker, 2012), is de Nederlandse talkshow uniek in de wereld. Sommigen zullen zeggen dat al die andere landen dan beter af zijn. Want er is al kritiek sinds Barend en Van Dorp eind jaren negentig de glazen en borrelnootjes op hun tafel zetten.
De Groene Amsterdammer vroeg zich onlangs (24 maart) nog bezorgd af of wij ‘onze democratie wel kunnen overlaten’ aan de presentatoren van de talkshows met de missie: ‘Drang om te scoren. Zoeken naar conflict. Op jacht naar hoge kijkcijfers’.
Hans Laroes, oud-hoofdredacteur van de NOS, schreef in NRC (28 januari) het ergste te vrezen voor de verkiezingscampagnes: ‘Spektakel. Lollige filmpjes. Boze burgers. Snelle meningen en hanige handigheid in plaats van onderzoek en analyse. Winst- en verliesvoorspellingen door Haagse journalisten die verder werken aan hun tv-persoonlijkheid. Peilingen! Veel van die elementen zijn niet nieuw, maar ze vormen in de cocktailshaker van de talkshow een giftige drank.’
Ik mopper er ook graag op, maar ik kijk er bij tijd en wijle ook graag naar, omdat ik wil weten wie er zit en wat er gezegd wordt over het nieuws, en natuurlijk ook over het naderend Songfestival. De journalistiek is veel meer dan haar aandeel in praatprogramma’s, maar het zou jammer zijn als zij afzegt. Er kijken miljoenen mensen, ook mensen voor wie het de belangrijkste bron van informatie is. De talkshows hebben grote invloed op het publieke debat, dat volgens Tjeenk Willink zoveel beter moet. Des te meer reden om aan die tafels, in weerwil van alle beperkingen, te laten zien wat onafhankelijke journalistiek kan bijdragen.
