Pijnlijk is vermoedelijk nog een understatement. Hoe moet je als redactie reageren als de eigenaar beslist dat het de naam van de titel in beslag neemt, om er andere dingen mee te gaan doen? En tegen de journalisten en hun lezers zegt dat ze maar iets anders moeten verzinnen?
Toch is dat wat de redactie van het opinietijdschrift Elsevier nu overkomt. Lees hier het bericht. Eigenaar RELX, voorheen Reed Elsevier, wil onder de naam Elsevier alleen nog wetenschappelijke publicaties en -data uitgeven. Het tijdschrift staat te koop, maar de naam dus niet. Die blijft achter, in de boedel, van de uitgever. Te koop: het tijdschrift-zonder-naam dus, dat gedwongen wordt een lange en eerbiedwaardige geschiedenis in een keer af te schrijven en achter te laten. Alleen omdat de eigenaar een ander idee heeft.
Dat is dus ongehoord, en een aantasting van een journalistiek medium die weinige journalisten en lezers aan zullen hebben zien komen. En bovendien uit totaal onverwachte hoek; de economisch eigenaar vernietigt het journalistieke kapitaal (de merknaam). Het enige precedent dat ik ken is Rupert Murdoch die The News of the World uit de markt nam, na een groot afluisterschandaal. Dat medium had zichzelf onmogelijk gemaakt. Deze eigenaar laat het medium op de markt, maar houdt de masthead achter, om er een andere lading aan te kunnen geven. Dat is geen opheffing, maar een onthoofding.
Vermoedelijk is de firma RELX daartoe bevoegd, in juridische zin, maar is het ook fatsoenlijk, zorgvuldig of oirbaar? Is die merknaam wel het exclusieve eigendom van RELX? Is Elsevier naar inhoud en naar geest niet ook publiek eigendom?
Elsevier heeft al decennia een eigen, herkenbare invalshoek, een ’tone of voice’ die consistent is. Ook als je nog nooit het blad hebt ingezien, heb je toch een idee van de identiteit van Elsevier. Het blad vertegenwoordigt onder die naam dan ook een culturele en maatschappelijke waarde.
Het is vrij schokkend dat voor de eigenaren de masthead van dit journalistieke medium kennelijk alleen handelswaar is. En kennelijk ook geen erg waardevolle. Dit voelt als een devaluatie van de journalistiek, ook buiten het blad. Is journalistiek inmiddels zo weinig meer waard, dat het op deze manier afgeschreven kan worden? En als lege huls kan worden doorverkocht? Het lijkt me de ultieme consequentie van het uitgeversdenken in ‘content’ – redacties als tikfabrieken van stukjes met plaatjes, te exploiteren onder diverse merknamen.
Wat kunnen we anders dan hier vraagtekens bij plaatsen? De Leidraad voor zorgvuldig handelen biedt hier helaas geen houvast. Die beperkt zich immers tot journalistieke gedragingen. Wat uitgevers of aandeelhouders uitvoeren valt erbuiten. Die kunnen zich hooguit afvragen of dit valt onder ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ . Dit gaat immers over de vraag wie zeggenschap over het medium heeft. En wat die naam in het publieke domein betekent, welke functie het medium heeft en wat journalistiek betekent in een democratie. In Elsevier hebben behalve hun lezers en journalisten ook burgers in het algemeen een belang. Wat we hier zien is een uitgever die de redactie binnensluipt en er met het hart van de krant, de naam, vandoor gaat. Onverteerbaar.