De verborgen camera, altijd goed voor ophef. Vorige week werd de publieke omroep PowNed door een bron ter verantwoording geroepen.
Lees hier het bericht. En bekijk hier de uitzending. De geïnterviewde voelde zich gemanipuleerd; de omroep zegt de keuzes ‘weloverwogen’ te hebben gemaakt. De rechter mag straks zeggen of er schade is en wie er gelijk heeft.
Wel jammer dat er geen ombudsman bij PowNed of de publieke omroep is, die hier een klacht over had kunnen behandelen. Dan had het medium eerst zelf in de spiegel kunnen kijken. En de klager had geen advocaat hoeven zoeken. Laagdrempelig, snel en direct – escaleren moet je bij conflicten uitstellen. Uit ervaring weet ik dat terugkomen op redactionele beslissingen makkelijker is als je dat snel kunt doen. Dat is ook geloofwaardiger, zeker voor degene die je geraakt hebt. Per ongeluk of met opzet. Dat geldt trouwens ook voor volharden – een hoofdredacteur die er snel bij is treft op de werkvloer collega’s die nog precies weten wat er is gebeurd en waarom ‘we’ het zo gedaan hebben.
Overigens is de journalistieke maatstaf voor de verborgen camera duidelijk in beweging. Net als de verborgen camera zelf trouwens. Die wordt vaker en makkelijker ingezet; deels omdat de techniek dat mogelijk maakt. Maar ook door ontwikkelingen in de journalistiek zelf. Was de verborgen camera ooit een uiterste middel, dat alleen werd ingezet als het echt niet anders kon, nu is het één van de middelen geworden waaruit een tv-journalist wil kunnen kiezen. Het is weliswaar een zwaar middel, maar geen uiterste middel meer. Dat sluit aan bij ontwikkelingen in de samenleving waar beeldinformatie, ook van surveillance camera’s, steeds breder aanvaard wordt.
Het is ook te zien aan de maatstaf die de Raad gebruikt. In de vernieuwde Leidraad (hier) staat dat de verborgen camera is ´toegestaan wanneer dit noodzakelijk is om een misstand aan de orde te stellen’. In de vorige Leidraad (2.1.6) stond dat een stuk strenger. Toen was de verborgen camera niet toelaatbaar ‘tenzij’ de journalist ,,geen andere weg open staat om een ernstige misstand aan het licht te brengen of een zaak van maatschappelijk belang scherper te belichten’’ . En natuurlijk hoorde er ook nog een ‘mits’ bij. De verborgen camera ‘mocht geen onevenredige inbreuk maken op de privacy en de veiligheid van betrokkenen’. Dat is dus allemaal vervangen door ‘indien noodzakelijk’ – een heel wat lichtere toets dus. Wat een journalist ‘nodig’ vindt dus.
Biedt nog ruimte genoeg voor verschil van mening, trouwens. Mijn moeder vond het vroeger heel wat eerder ‘nodig’ dat ik mijn kamer opruimde dan ik. En over privacy van mijn kamer had ik ook andere opvattingen dan zij, veel strengere uiteraard.
Ben erg benieuwd hoe de Raad deze nieuwe maatstaf in de toekomst zal toepassen. En misschien volgt de rechter dan op termijn ook. Dat is ook een voordeel van klagen bij het medium of bij de Raad – zelfregulering houdt de normen scherp en bij de tijd.