Een journalist moet de greep op zijn werk niet verliezen. Het recht op inzage vooraf is géén recht op instemming.
De uitbaatster van een café in Geertruidenberg voert een juridische strijd met de lokale overheid over geluidsoverlast. De vaste klanten wijden zelfs een carnavalslied aan de kwestie, waarin zij de zaak eenstemmig afdoen als ‘gemier’ van een buurvrouw.
Een verslaggever van BN DeStem tekent op dat de kroegbazin wil stoppen: “De gemeente heeft me kapotgemaakt.” Een woordvoerder van de gemeente zegt het te betreuren dat ze er niet uit zijn gekomen.
Na publicatie dient de vrouw, via haar advocaat, een klacht in bij de Raad voor de Journalistiek. Zij had meegewerkt aan het artikel op voorwaarde dat zij en haar advocaat het vooraf zouden mogen inzien. Nu hebben zij wel een versie gezien, maar niet de definitieve. Daaraan is toegevoegd dat, volgens de gemeente, de kroegbazin ook een voorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd door het Openbaar Ministerie. Volgens klaagster is dat grievend, tendentieus en onjuist – het OM kan zo’n straf niet eens opleggen. De verslaggever had dit tenminste voor wederhoor moeten voorleggen.
Uit de mailwisseling blijkt dat de verslaggever het concept tot twee keer toe aanpast. Daarna schrijft hij dat hij nog een laatste reactie van de gemeente verwacht. De advocaat gaat er ‘conform afspraak’ van uit dat hij ook de definitieve tekst ‘voor akkoord’ krijgt voorgelegd. Maar de verslaggever vindt het welletjes: “… de gemeente spreekt voor eigen rekening en dan ga ik niet hierover nog eens goedkeuring vragen.”
De Raad volgt het verweer van BN DeStem. De verslaggever heeft zich gehouden aan de afspraken. Inzage betekent niet dat hij om instemming vraagt: de journalist ‘is vrij te bepalen’ hoe hij op- of aanmerkingen verwerkt. De laatste versie was ook niet wezenlijk anders. Er was ook geen noodzaak tot wederhoor, omdat het ging om feitelijke informatie uit de mond van de gemeentelijke woordvoerder. Of hij het nu echt zo heeft gezegd valt niet vast te stellen. De Raad is immers geen opsporingsorgaan – laat staan dat het, al dan niet voorwaardelijke, celstraffen kan opleggen.
