Conclusies

Alle conclusies van de Raad voor de Journalistiek vanaf de eerste uitspraak in 1961 tot heden zijn hier te raadplegen. U kunt zoeken op diverse trefwoorden. De resultaten worden weergegeven op volgorde van relevantie.

In de meeste gevallen spreekt de Raad zich uit over de inhoud van een klacht. De Raad beoordeelt klachten dan als ‘gegrond’, ‘deels gegrond’, ‘deels ongegrond’ of ‘ongegrond’. Overigens luidden de eindconclusies van 2014-2022 ‘zorgvuldig’, ‘deels onzorgvuldig’ of ‘onzorgvuldig’. (zie het bericht: Raad voor de Journalistiek: van ‘onzorgvuldig’ naar ‘gegrond’)

In mei/juni 2021 heeft de Raad een lijst met overwegingen opgesteld die hij gebruikt bij de beoordeling van klachten over afgewezen verzoeken tot verwijdering of anonimisering van online publicaties. Het gebruik daarvan wordt nader uitgewerkt in de conclusies die zijn te vinden onder het trefwoord ‘aard van de publicatie – archivering/vergetelheid’.

Recente conclusies

2012/23 | Conclusie: 11/05/2012
Ongegrond

X / S. van Asseldonk en de hoofdredacteur van TROS Opgelicht?!

Journalistieke werkwijze

  • bronnen
  • camera-overvaltechniek
  • hoor en wederhoor

Aard van het medium

  • omroep (landelijk publiek) – televisie
Lees samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen een uitzending van Opgelicht?! waarin aandacht aan hem is besteed. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
In de uitzending is aandacht besteed aan het feit dat klager diverse vrouwen zou hebben bedrogen, waardoor zij in financiële problemen zouden zijn gekomen. Volgens de Raad valt niet in te zien dat verweerders niet over klager hadden mogen berichten, zoals zij hebben gedaan. Uit het beschikbare materiaal maakt de Raad op dat voor de aan het adres van klager geuite beschuldigingen voldoende grondslag bestond. (zie punt 2.2.5. van de Leidraad)
De Raad overweegt verder dat het onvoorbereid met draaiende camera aan een betrokkene vragen om een reactie – vanwege het intimiderende karakter ervan – in beginsel niet kan worden aangemerkt als een serieuze manier tot het bieden van een gelegenheid tot wederhoor. De exacte gang van zaken voorafgaand aan de confrontatie tussen klager en Van Asseldonk kan niet worden vastgesteld, mede doordat klager zichzelf heeft tegengesproken. Uit de uitzending en uit hetgeen klager heeft aangevoerd blijkt echter dat klager tijdens het gesprek met Van Asseldonk beschikte over een dossier met relevante informatie. Bovendien blijkt uit de uitzending dat Van Asseldonk tijdens de confrontatie aan klager duidelijk heeft meegedeeld waarop het commentaar betrekking moest hebben en dat zij klager de mogelijkheid heeft gegeven op de beschuldigingen te reageren. Dit gesprek heeft kennelijk ongeveer 40 minuten geduurd, waarbij klager is meegegaan in het gesprek. Daarnaast blijkt uit de door klager overgelegde opname van het telefoongesprek dat hij met Van Asseldonk heeft gevoerd, dat hem toen de mogelijkheid is geboden aanvullende stukken te overleggen. Klager is derhalve ruimschoots in de gelegenheid gesteld op de aan zijn adres geuite beschuldigingen te reageren en zijn visie kenbaar te maken. Uit de stukken die klager heeft overgelegd, kan naar het oordeel van de Raad niet worden opgemaakt in hoeverre klager van de mogelijkheid tot het overleggen van informatie gebruik heeft gemaakt en derhalve ook niet dat de door klager (tot dan toe) gegeven reactie op journalistiek onzorgvuldige wijze is weergegeven c.q. dat de door hem verstrekte informatie op onjuiste wijze in de uitzending is verwerkt. Dat klager van de hem geboden gelegenheid tot wederhoor wellicht niet adequaat gebruik heeft gemaakt, kan verweerders niet worden verweten. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad en vgl. RvdJ 2011/13)
Verder is niet gebleken dat de uitzending relevante feitelijke onjuistheden bevat of dat verweerders anderszins journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld.

2012/20 | Conclusie: 11/05/2012
Gegrond

H. Brinkman / G. van Schoonhoven en de hoofdredacteur van Elsevier

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Feitenweergave

  • tendentieuze berichtgeving

Aard van de publicatie

  • opinie/kritiek

Aard van het medium

  • internet – algemeen
  • opinietijdschrift – print
Lees samenvatting

Op de website van Elsevier is een commentaar verschenen onder de kop “Rol Hero Brinkman bij Arondeuslezing kwalijk”. In weekblad Elsevier is onder de kop “Over de grens” een uitgebreidere versie van het commentaar gepubliceerd. Kern van de klacht is dat in het commentaar ten onrechte wordt gesuggereerd dat klager zijn politieke doelen bereikt via dreigementen en het artikel een beeld oproept van geweld.
De Raad overweegt dat in het gewraakte commentaar een beeld van klager wordt gecreëerd dat hij de bedreigende telefoongesprekken naar Rene Boender niet erg lijkt te vinden, dat hij een ‘twitterknokploegje’ wel handig vindt en dat hij via dreigementen zijn politieke doelen nastreeft.
Deze beeldvorming vindt geen steun in de feiten waarop de publicatie is gebaseerd en is daarom journalistiek onzorgvuldig. Hoewel de publicatie een hoofdcommentaar van de redactie bevat en een journalist in een dergelijke publicatie een grote mate van vrijheid heeft zijn mening over gebeurtenissen en personen te geven – ook met stijlmiddelen als overdrijving en bewust eenzijdig belichten – worden de grenzen van het journalistiek toelaatbare overschreden wanneer het commentaar, zoals hier het geval is, een ernstige en onheuse diskwalificatie van een persoon inhoudt waarvoor de feiten geen grondslag bieden. (vgl. RvdJ 2011/59)
Voorts is sprake van een zodanige diskwalificatie van klager dat verweerders deze uitlatingen niet zonder toepassing van wederhoor hadden mogen publiceren, hetgeen zij hebben nagelaten. (zie punten 2.3.1. en 2.3.4. van de Leidraad van de Raad)
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

2012/22 | Conclusie: 11/05/2012
Afgewezen

X / E. Post en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant – verzoekers inzake herziening uitspraak RvdJ 2011/87

Procedure

  • herziening

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

Post en de Leeuwarder Courant hebben herziening verzocht van de uitspraak van de Raad betreffende de klacht van X over twee publicaties met de kop “Tandarts naar rechter om eigen praktijk”. Bij uitspraak van 19 december 2011 (RvdJ 2011/87) heeft de Raad de klacht gegrond verklaard, voor zover deze betrekking had op de onjuiste vermelding dat klager in het BIG-register opgenomen wenste te worden, de onvolledige – en daarmee tendentieuze – berichtgeving over het verleden van klager, en de vermelding van zijn volledige naam. Voor zover de klacht betrekking had op vermelding van overige feitelijke onjuistheden, was de klacht ongegrond.
Kern van het herzieningsverzoek is dat de Raad zijn oordeel dat sprake is van onvolledige berichtgeving ten onrechte heeft gebaseerd op de aanname dat wanneer wordt gesproken over klachten van patiënten, dit automatisch klachten bij het Medisch Tuchtcollege zouden moeten zijn. Verzoekers menen dat wanneer de herzieningskamer besluit tot herziening van dit oordeel, ook de grond vervalt dat de naam van klager in de berichtgeving niet genoemd had mogen worden.
Volgens de herzieningskamer is niet gebleken dat de uitspraak van de Raad is gebaseerd op de aanname dat de term ‘klachten’ zou zijn voorbehouden aan klachten die bij het Medisch Tuchtcollege zijn ingediend. Naar het oordeel van de herzieningskamer berust de gewraakte uitspraak niet op een door de Raad onjuist aannemelijk geacht feit, namelijk dat pas sprake kan zijn van een klacht als het een klacht is die bij het Medisch Tuchtcollege is ingediend. Als gevolg daarvan komt de herzieningskamer niet toe aan inhoudelijke herziening van het oordeel dat sprake is van tendentieuze berichtgeving en ten onrechte de naam van klager is vermeld. Voor het overige berust het herzieningsverzoek erop dat verzoekers zich niet kunnen vinden in het oordeel van de Raad. Dat is echter onvoldoende om een verzoek tot herziening gegrond te verklaren.

2012/19 | Conclusie: 27/04/2012
Ongegrond

X / de hoofdredacteur van BN/DeStem en F. Timmers

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor
  • selectie van nieuws

Feitenweergave

  • tendentieuze berichtgeving

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

In BN/DeStem is een artikel verschenen onder de kop “Loods wekt woede”. De publicatie heeft betrekking op een conflict dat omwonenden hebben met de gemeente over de bouw van een loods van klager.
De Raad overweegt dat het verweerders vrijstond om te berichten over dit conflict en aandacht te besteden aan de visie van buurtbewoners, nu deze partij zijn in dit conflict. Hoewel klager formeel bezien geen partij is in dit conflict, kan het zijn dat diens belangen zodanig worden geraakt dat wederhoor is geboden. Naar het oordeel van de Raad wordt klager echter in de publicatie – objectief bezien – niet gediskwalificeerd. Evenmin wordt de indruk gewekt dat de vergunning voor de bouw op onjuiste gronden is verstrekt. In de berichtgeving wordt slechts uiteengezet wat de bezwaren van omwonenden tegen de bouw zijn en wordt melding gemaakt dat deze bezwaren door de gemeente zijn afgewezen. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat verweerders na afweging van alle belangen bij klager wederhoor hadden moeten toepassen.
Evenmin is sprake van schending van de privacy van klager. Hij is in het artikel niet met name genoemd en de publicatie betreft een kwestie in verband met zijn bedrijfsuitoefening terwijl hijzelf elders woont.

2012/18 | Conclusie: 27/04/2012
Gegrond

X / Nederlandse Vereniging van Journalisten

Journalistieke werkwijze

  • bronnen
  • hoor en wederhoor

Procedure

  • bevoegdheid
Lees samenvatting

Op de website van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) is een overzicht van geweld tegen journalisten en een begeleidende publicatie verschenen onder de kop “Meer geweldsincidenten tegen journalisten”. Klaagster staat in dit overzicht vermeld.
De website van verweerders is voor iedereen toegankelijk en bevat een eigen ‘Colofon’, waarin de journaliste die verantwoordelijk is voor ‘redactie nieuws’ wordt vermeld. De Raad overweegt dat in het gewraakte overzicht een eigen selectie en samenvatting van nieuwsfeiten wordt gepresenteerd. In het begeleidende nieuwsbericht op de website wordt geconcludeerd dat het aantal geweldsincidenten is toegenomen. Er is daarmee naar het oordeel van de Raad sprake van een dusdanig aanbod van nieuws en beschouwing onder redactionele leiding, dat sprake is van een journalistieke gedraging en de Raad bevoegd is om daarover te oordelen.
Met betrekking tot de klacht overweegt de Raad dat de gewraakte publicatie een overzicht betreft van ernstige geweldsincidenten tegen journalisten in Nederland. In het inleidende nieuwsbericht wordt gesproken over incidenten die variëren van bekogeling, mishandeling, bedreiging met de dood, het wissen van videomateriaal tot poederbrieven.
De Raad stelt voorop dat hij de exacte gang van zaken tijdens het incident niet kan vaststellen. Uit het artikel in De Telegraaf, waar het gewraakte overzicht op is gebaseerd, blijkt dat de beschrijving gebaseerd was op een beschuldiging van een persoon die met klaagster in conflict was. Daarom was bijzondere zorgvuldigheid geboden bij de publicatie van deze beschuldiging. Nu klaagster bovendien door de berichtgeving in ernstige mate is gediskwalificeerd, had het op de weg van verweerster gelegen wederhoor bij klaagster toe te passen, hetgeen niet heeft plaatsgevonden. De klacht is derhalve gegrond.

2012/21 | Conclusie: 27/04/2012
Afgewezen

X – verzoeker inzake herziening uitspraak RvdJ 2011/48 / T. van der Mee, P. Groenendijk en de hoofdredacteur van AD

Procedure

  • herziening

Aard van het medium

  • dagblad (landelijk) – print
Lees samenvatting

Verzoeker heeft een klacht ingediend over de artikelen “Zaaddonor (30) zwijgt over ziekte” en “Door mijn ziekte geef ik kinderen een hoger IQ”. Bij uitspraak van 24 november 2011 (RvdJ 2011/78) heeft de Raad de klacht van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker heeft verzocht om herziening van deze uitspraak. Uit hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht blijkt dat hij zich niet kan vinden in de beslissing van de Raad betreffende het oordeel over de handelwijze van verweerders in het kader van onder meer de selectie van bronnen en de geuite beschuldigingen. Voorts wordt volgens verzoeker ten onrechte overwogen dat sprake is van een (mogelijk zelfs deels erfelijke) vorm van autisme.
Volgens de herzieningskamer is niet gebleken dat de uitspraak van de Raad is gebaseerd op een onjuiste aanname over de gevolgen, achtergrond of kenmerken van het syndroom van Asperger. De publicatie in het AD was erop gericht aan de kaak te stellen dat verzoeker jegens vrouwen voor wie hij als zaaddonor wilde optreden, verzwijgt dat hij het syndroom van Asperger heeft (en dat hij daarnaast over enkele andere persoonlijke feiten onjuiste informatie geeft). Volgens de uitspraak van de Raad hebben verweerders niet ontoelaatbaar gehandeld door over klager te publiceren op de wijze waarop zij dat hebben gedaan. Daarbij heeft de Raad uitdrukkelijk overwogen dat dit oordeel ook geldt indien sprake is van feitelijke onjuistheden omtrent de berichtgeving over het syndroom van Asperger. De uitspraak van de Raad berust niet op een bepaalde (volgens verzoeker onjuiste) zienswijze over het syndroom van Asperger, maar op het feit dat verzoeker dat syndroom in zijn contacten met wensmoeders verzwijgt.
Voor het overige berust het herzieningsverzoek daarop dat verzoeker zich niet kan vinden in de gewraakte berichtgeving, de journalistieke handelwijze en het oordeel van de Raad. Dat is echter onvoldoende om een verzoek tot herziening gegrond te verklaren. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat de beslissing van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten.
De herzieningskamer ziet dan ook geen aanleiding tot herziening van de beslissing.

2012/16 | Conclusie: 20/04/2012
Deels gegrond

Y. Albayrak-Temur / M. Gelauff, M. Bink en B. de Vries (NOS)

Journalistieke werkwijze

  • bronnen
  • hoor en wederhoor

Privacy

  • bekende/publieke persoonlijkheden
  • vermelding persoonlijke gegevens

Feitenweergave

  • tendentieuze berichtgeving

Aard van de publicatie

  • ingezonden brieven/reacties op websites

Aard van het medium

  • omroep (landelijk publiek) – televisie
Lees samenvatting
2012/17 | Conclusie: 20/04/2012
Onbevoegd

Dela Holding N.V., Monuta Holding N.V. en Yarden Uitvaartzorg B.V. / de hoofdredacteur van RamBam (VARA)

Procedure

  • bevoegdheid

Aard van het medium

  • omroep (landelijk publiek) – televisie
Lees samenvatting
2012/15 | Conclusie: 20/04/2012
Ongegrond

H. Kriek / de hoofdredacteur van Het Orgel

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving

Rectificatie/ weerwoord

  • rectificatie

Aard van het medium

  • vak-/bedrijfsblad – print
Lees samenvatting
2012/14 | Conclusie: 10/04/2012
Deels gegrond

J.H.H. de Mol en Talpa Content B.V. / de hoofdredacteur van RTL Z

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving
  • tendentieuze berichtgeving

Procedure

  • medewerking aan procedure
  • ontvankelijkheid

Aard van het medium

  • omroep (commercieel) – televisie
Lees samenvatting