Conclusies

Alle conclusies van de Raad voor de Journalistiek vanaf de eerste uitspraak in 1961 tot heden zijn hier te raadplegen. U kunt zoeken op diverse trefwoorden. De resultaten worden weergegeven op volgorde van relevantie.

In de meeste gevallen spreekt de Raad zich uit over de inhoud van een klacht. De Raad beoordeelt klachten dan als ‘gegrond’, ‘deels gegrond’, ‘deels ongegrond’ of ‘ongegrond’. Overigens luidden de eindconclusies van 2014-2022 ‘zorgvuldig’, ‘deels onzorgvuldig’ of ‘onzorgvuldig’. (zie het bericht: Raad voor de Journalistiek: van ‘onzorgvuldig’ naar ‘gegrond’)

In mei/juni 2021 heeft de Raad een lijst met overwegingen opgesteld die hij gebruikt bij de beoordeling van klachten over afgewezen verzoeken tot verwijdering of anonimisering van online publicaties. Het gebruik daarvan wordt nader uitgewerkt in de conclusies die zijn te vinden onder het trefwoord ‘aard van de publicatie – archivering/vergetelheid’.

Recente conclusies

2012/43 | Conclusie: 30/07/2012
Ongegrond

Stichting Pink Ribbon / J. Pennarts, M. Tweebeeke, C. Kuyl en M. Gelauff (NTR en NOS)

Journalistieke werkwijze

  • bronnen
  • hoor en wederhoor

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving
  • tendentieuze berichtgeving

Aard van de publicatie

  • interview
  • live-uitzendingen

Aard van het medium

  • omroep (landelijk publiek) – televisie
Lees samenvatting

Op 16 november 2011 is in een uitzending van Nieuwsuur aandacht besteed aan klaagster. Die uitzending is aangekondigd in het NOS Journaal van diezelfde dag. Verder is op 28 maart 2012 in Nieuwsuur opnieuw aandacht aan klaagster besteed, waarbij de directeur van klaagster live in de studio is geïnterviewd. Kern van de klacht is dat in de uitzendingen van 16 november 2011 onjuist en tendentieus over klaagster is bericht, waarbij haar onvoldoende gelegenheid tot wederhoor is geboden, en dat vervolgens met de uitzending op 28 maart 2012 niet is voldaan aan de tussen partijen gemaakte afspraken.
Verweerders hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat op basis van de voorhanden zijnde informatie en documentatie voldoende reden bestond om in de uitzendingen indringende kritische vragen aan de orde te stellen over inkomsten en uitgaven voor wetenschappelijk onderzoek door klaagster.
Verder is klaagster door middel van een vooraf afgesproken interview uitgebreid aan het woord gekomen. Voorafgaand aan het interview hebben partijen meerdere malen contact hebben gehad. Het interview met de toenmalig interim directeur van klaagster heeft ruim 1,5 uur geduurd, waarbij ook nog een collega van haar aanwezig was. Het is aannemelijk dat daarbij de strekking van de uitzending voor klaagster voldoende duidelijk moet zijn geweest en dat haar interim directeur voldoende gelegenheid heeft gehad om desgewenst opheldering te vragen. Aldus is klaagster voldoende in de gelegenheid gesteld om voorafgaand aan de uitzendingen van 16 november 2011 te reageren. Zij heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de reactie van haar interim directeur op journalistiek onzorgvuldige wijze is verwerkt. Nu het NOS Journaal geen andere aantijgingen bevatte en daarin fragmenten zijn getoond van het interview, behoefde klaagster niet nog apart voorafgaand aan de aankondiging in het NOS Journaal in de gelegenheid te worden gesteld om te reageren.
Gelet op het voorgaande is van eenzijdige berichtgeving geen sprake. Klaagster heeft echter wel voldoende aannemelijk gemaakt dat op onderdelen onjuist over haar c.q. haar bedrijfsvoering is bericht. Enerzijds kan met recht worden gesteld dat verweerders nog nauwkeuriger onderzoek hadden kunnen verrichten en genuanceerder over de kwestie hadden kunnen berichten, maar anderzijds kan niet worden ontkend dat de onjuiste berichtgeving voor een niet onbelangrijk deel te wijten is aan de gebrekkige informatievoorziening van klaagster zelf. De Raad is van oordeel dat in zoverre in de uitzendingen van 16 november 2011 onjuist en daardoor tendentieus over klaagster is bericht, dit verweerders niet zodanig kan worden toegerekend dat zij daarmee journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld.
Dat neemt niet weg dat het Nieuwsuur c.q. Tweebeeke zou hebben gesierd – mede gezien het constructieve overleg dat partijen na 16 november 2011 hebben gevoerd – als in het interview van 28 maart 2012 meer begrip zou zijn getoond voor de positie van klaagster en de gevolgen die zij door de berichtgeving van 16 november heeft ondervonden. Naar het oordeel van de Raad is echter niet gebleken dat verweerders met het interview in strijd met gemaakte afspraken of anderszins journalistiek onzorgvuldig jegens klaagster hebben gehandeld. Dat het interview mogelijk anders is verlopen dan klaagster had verwacht, kan daaraan niet afdoen.

2012/41 | Conclusie: 19/07/2012
Niet-ontvankelijk / Ongegrond

X / E. Visser en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger

Privacy

  • verdachten/veroordeelden
  • vermelding persoonlijke gegevens

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving

Procedure

  • ontvankelijkheid

Aard van de publicatie

  • rechtbankverslag/verslaggeving rechtszaken

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

De klacht betreft de artikelen “Vriendin geslagen en beplast” en “Mishandeling: vier maanden cel”, die gaan over een strafzaak tegen klager. In de artikelen zijn de voornaam en de initiaal van de achternaam van klager vermeld alsmede zijn leeftijd en de plaats waartoe de woonkern van klager behoort. In het eerste artikel zijn bovendien de voornamen van klagers echtgenote en vriendin vermeld.
In het kader van verslaggeving over rechtszaken is het toelaatbaar dat standpunten van betrokken partijen enigszins worden aangezet en een niet geheel neutrale toon wordt gebruikt.
Klager heeft bovendien gesteld dat hetgeen in het eerste artikel is vermeld, naar de letter gezien allemaal ter sprake is gekomen tijdens de rechtszitting. Weliswaar is in het tweede artikel ten onrechte vermeld dat klager op vrije voeten is gesteld en dat hij een locatie- en contactverbod heeft gekregen, maar die omissies zijn niet van zodanige aard dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Op dit punt is de berichtgeving niet journalistiek ontoelaatbaar.
De wijze waarop klager in het artikel is aangeduid is in het kader van berichtgeving over strafzaken journalistiek gebruikelijk en niet ontoelaatbaar. In het algemeen kan daarmee worden voorkomen dat een betrokkene eenvoudig kan worden geïdentificeerd. Het is niet aannemelijk dat klager door het grote publiek in de berichtgeving zal worden herkend. Er is geen sprake van een disproportionele aantasting van klagers privacy. Dat klager wellicht in zijn directe omgeving op de publicatie is aangesproken, kan daaraan niet afdoen. Ook op dit punt is de klacht ongegrond.
Voor zover de klacht betrekking heeft op de privacy van anderen dan klager, is klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.

2012/42 | Conclusie: 19/07/2012
Ongegrond

prof. dr. R.A.M. Pruijm / F. van Kolfschooten

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Procedure

  • bevoegdheid
  • ontvankelijkheid

Aard van het medium

  • boek
Lees samenvatting

Verweerder is als wetenschaps- c.q. onderzoeksjournalist bezig is aan zijn nieuwe boek over wetenschapsfraude. Kern van de klacht is dat verweerder op onjuiste wijze het beginsel van wederhoor toepast, door in de onderzoeksfase zijn bevindingen over de handelwijze van klager voor te leggen aan derden, zonder eerst de reactie van klager af te wachten. De aan de orde gestelde handelwijze van verweerder moet als een journalistieke gedraging in de zin van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek worden beschouwd, zodat de Raad bevoegd is daarover te oordelen. Dat (nog) geen sprake is van gepubliceerd werk, staat daaraan niet in de weg. De Raad overweegt verder dat er geen norm bestaat die meebrengt dat de journalist eerst de reactie van een betrokkene behoort af te wachten, alvorens hij zich – in het kader van zijn onderzoek – met zijn bevindingen tot derden wendt. Het staat de journalist vrij in de onderzoeksfase zelf te bepalen in welke volgorde hij bronnen en betrokkenen benadert. In de nu voorgelegde fase is geen sprake van schending van het beginsel van wederhoor. Het verzoek van verweerder tot anonimisering van de uitspraak is door de Raad afgewezen.

2012/40 | Conclusie: 17/07/2012
Onthouding oordeel

X / B. Janssen en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving

Procedure

  • onthouding oordeel

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

,

De klacht betreft het artikel “Kinderporno kijken om vrouw te sarren”, dat gaat over een strafzaak tegen de echtgenoot van klaagster. Kern van de klacht is dat in het artikel aan klaagster wordt toegeschreven dat zij heeft gezien dat haar echtgenoot ‘het laatst pornofoto’s van peuters heeft bekeken en eerst denkt de gekiekte kinderen te herkennen’. Klaagster heeft gesteld dat zij nooit foto’s van peuters heeft gezien en dat dus ook nooit heeft verklaard. Verweerders hebben daar tegenover gesteld dat dit zo door de rechtbankpresident op de rechtszitting naar voren is gebracht en dat de verslaggeving derhalve correct is. De Raad meent dat voor een weloverwogen oordeel een bredere kennis nodig is ten aanzien van hetgeen op de rechtszitting is besproken, dan waarover hij beschikt. Op basis van hetgeen partijen hebben aangevoerd en de stukken die zij hebben overgelegd kan onvoldoende worden beoordeeld welk standpunt juist is. Het proces-verbaal, waaruit klaagster heeft voorgelezen, behelst geen woordelijk verslag en kan derhalve geen uitsluitsel bieden. De Raad onthoudt zich daarom van een oordeel over de klacht.

2012/39 | Conclusie: 17/07/2012
Gegrond

X / de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia

Journalistieke werkwijze

  • bronnen
  • hoor en wederhoor

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen het artikel “Oude wonden opengereten” met de bovenkop “Zedenzaak – Reclassering benadert slachtoffer ‘in belang’ van dader” dat op de voorpagina is aangekondigd in een bericht met de kop “Excuses Reclassering na ‘verkeerde’ brief”. Kern van de klacht is dat onjuist en tendentieus over de strafzaak tegen klager is bericht, zonder deugdelijk onderzoek en zonder toepassing van wederhoor.
Klager heeft gemotiveerd aangevoerd dat de beweringen over zijn strafzaak op een aantal wezenlijke punten onjuist zijn. Weliswaar heeft de publicatie in eerste instantie betrekking op een geschil tussen de ex-echtgenote van klager en de reclassering, dat neemt niet weg dat het artikel een groot aantal beschuldigingen aan het adres van klager bevat. Anders dan verweerder heeft aangevoerd is in dit geval geen sprake van berichtgeving van (louter) feitelijke aard. De ex-echtgenote van klager kan in dit geval niet als objectieve, betrouwbare bron worden beschouwd. Op verweerder rustte de plicht nader onderzoek te doen naar de juistheid van de beweringen over klager. De verslaggever heeft telefonisch navraag gedaan bij de persvoorlichting van de rechtbank Almelo, die hem kennelijk deels onjuiste informatie heeft verstrekt en bovendien niet heeft gemeld dat de procedure bij het gerechtshof Arnhem is vervolgd. Dit heeft er mede toe geleid dat het artikel een aantal feitelijke onjuistheden bevat, waarvoor verweerder uiteindelijk verantwoordelijk is; degene die onjuiste informatie publiceert, draagt het risico van het onjuist/onvolledig geïnformeerd te zijn geworden. Verweerder had deze onjuistheden wellicht kunnen voorkomen door navraag te doen bij klager of diens raadsman.
Doordat de publicatie een aantal feitelijke onjuistheden bevatte, heeft verweerder journalistiek onzorgvuldig jegens klager gehandeld. Dat verweerder na de publicatie zijn excuses heeft aangeboden en bereid was de onjuiste berichtgeving te rectificeren, kan daaraan niet afdoen.

2012/38 | Conclusie: 16/07/2012
Gegrond

J.C.R. Gerrits en High Fashion Music B.V. / O. Oost, hoofdredacteur van PowNed

Journalistieke werkwijze

  • bandopnames
  • bronnen
  • hoor en wederhoor
  • open vizier/verzwijgen eigen identiteit

Feitenweergave

  • tendentieuze berichtgeving

Procedure

  • medewerking aan procedure

Aard van het medium

  • omroep (landelijk publiek) – televisie
Lees samenvatting

Op 30 november 2011 is op de website van PowNed het bericht “Buma/Stemra bestuurder corrupt” met de onderkop “Buma/Stemra bestuurder Jochem Gerrits maakt misbruik van zijn functie” verschenen. Kort gezegd gaat het bericht over een conflict tussen Gerrits en componist Melchior Rietveldt. In diverse uitzendingen van PowNews van diezelfde dag en daarna, en in andere artikelen op de website is aan de kwestie aandacht besteed. In de uitzending van 30 november 2011 zijn fragmenten getoond van R. Storm – adviseur van Rietveldt – die vanuit de studio van verweerder met Gerrits belt en daarbij aanwijzingen krijgt van een medewerker van verweerder. In een bericht dat op 1 december 2011 op de website van PowNed is geplaatst, is een link opgenomen naar de volledige opname van het telefoongesprek.
De Raad overweegt dat Gerrits in de uitzending van 30 november 2011 wordt verweten zich schuldig te maken aan corruptie. Dit is een zeer ernstige beschuldiging, die louter lijkt te zijn gebaseerd op de beweringen van Rietveldt en Storm – waarmee Gerrits in conflict is – en de getoonde fragmenten van een telefoongesprek dat Gerrits heeft gevoerd met Storm. In dat verband is relevant dat klagers onbetwist hebben gesteld dat het telefoongesprek zonder medeweten van Gerrits is opgenomen en uitgezonden c.q. gepubliceerd. Klagers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat verweerder met het instrueren van Storm bij het voeren van het telefoongesprek Gerrits uitspraken heeft ontlokt, terwijl bovendien door de wijze van montage van het telefoongesprek – dat ongeveer een half uur heeft geduurd, terwijl slechts enkele minuten zijn getoond – het gesprek een andere lading heeft gekregen en geen recht doet aan de essentie daarvan. Uit de uitzending is niet gebleken dat voor de beschuldiging van corruptie een nadere onderbouwing bestond. Bovendien is niet gebleken dat klagers voorafgaand aan de uitzending van 30 november 2011 de mogelijkheid tot wederhoor is geboden. Door op 30 november 2011 over klagers te berichten en daarop in latere berichtgeving voort te borduren op de wijze zoals hij heeft gedaan, heeft verweerder journalistiek onzorgvuldig jegens klagers gehandeld.
Dat verweerder later in een publicatie op zijn website een link heeft opgenomen naar het volledige telefoongesprek tussen Gerrits en Storm laat het voorgaande onverlet: in de uitzending van 30 november is niet kenbaar gemaakt dat het volledige telefoongesprek via de website van verweerder te beluisteren was, nog daargelaten de vraag of in dit geval van de gemiddelde kijker kan worden verwacht dat hij na een uitzending van slechts enkele minuten vervolgens via internet een telefoongesprek van ongeveer 30 minuten zal beluisteren om zich zo een beter beeld van de kwestie te kunnen vormen. Evenmin kan aan het oordeel afdoen dat verweerder later geprobeerd heeft Gerrits te interviewen, te meer omdat Gerrits – gelet op de eerdere opstelling van verweerder – dit niet behoefde te beschouwen als een serieuze gelegenheid tot het bieden van een weerwoord.

2012/37 | Conclusie: 06/07/2012
Ongegrond / Onthouding oordeel

Pretium Telecom B.V. / T. Gualthérie van Weezel en de hoofdredacteur van de Volkskrant

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving
  • tendentieuze berichtgeving

Aard van de publicatie

  • columns
  • opinie/kritiek

Aard van het medium

  • dagblad (landelijk) – print
Lees samenvatting

In de rubriek ‘op=op’ is het artikel “‘Goedkoop bellen’ zonder telefoon…” verschenen. De Raad overweegt allereerst dat hij niet de rechtmatigheid van een journalistieke gedraging beoordeelt en dat hij zich onthoudt van een oordeel over de klacht dat inbreuk is gemaakt op het merkrecht van klaagster. Verder is de kern van de klacht dat onjuist en tendentieus over klaagster is bericht, zonder deugdelijke toepassing van wederhoor.
Verweerders hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat het artikel deel uitmaakt van een rubriek met een columnistisch karakter, waarin aandacht wordt besteed aan frustraties van consumenten. De publicaties in de rubriek ‘op=op’ behelzen voor een groot deel de persoonlijke visies van de auteurs, die het opnemen voor de consument en de kwestie vervolgens breder trekken, waarbij overdrijving als stijlmiddel niet wordt geschuwd. In dit licht bezien is gebezigde schrijfstijl niet onaanvaardbaar. In het artikel komt geen kwalificatie of vergelijking voor die journalistiek ontoelaatbaar is.
Bovendien hebben verweerders wederhoor bij klaagster toegepast. Dat klaagster voor het geven van een adequate reactie onvoldoende tijd zou hebben gehad, is niet aannemelijk gemaakt. De kern van de reactie – te weten dat klaagster de besproken klacht heeft opgelost – is aan het slot van de publicatie weergegeven.

2012/35 | Conclusie: 03/07/2012
Ongegrond

X / D. Hakkenberg en de hoofdredacteur van AD

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Privacy

  • vermelding persoonlijke gegevens

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving
  • tendentieuze berichtgeving

Aard van de publicatie

  • rechtbankverslag/verslaggeving rechtszaken

Aard van het medium

  • dagblad (landelijk) – print
Lees samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen het artikel “Camera nu wapen tegen burenterreur” met de bovenkop “Rechtbank: bij aanhoudende overlast mag je de dader filmen”. Hij stelt dat eenzijdig en tendentieus over het conflict tussen hem en zijn buren is bericht, onvoldoende wederhoor is toegepast en zijn privacy is geschonden.
De Raad overweegt dat de publicatie in hoofdzaak gaat over het feit dat camerabeelden als bewijs kunnen dienen in een juridische procedure bij burenruzies en dat in dat kader het geschil tussen klager en diens buren is geschetst. Er bestaat geen journalistieke norm die meebrengt dat verweerders in een dergelijke publicatie aan de visie van beide partijen evenveel aandacht behoren te geven.
Het artikel behelst een min of meer feitelijke beschrijving van de rechtszaak. Het beginsel van wederhoor geldt niet voor berichtgeving van feitelijke aard. Overigens is klager in de gelegenheid gesteld te reageren en is de kern van zijn reactie weergegeven.
Verder is van belang dat de naam van klager niet is vermeld. Het is niet aannemelijk dat klager voor het grote publiek identificeerbaar is. Bovendien bestaat in het algemeen geen bezwaar tegen vermelding van de namen van de betrokken partijen in verslagen van een openbare terechtzitting in een civielrechtelijke of bestuursrechtelijke procedure. Van een disproportionele aantasting van klagers privacy is geen sprake. Dat klager wellicht in kleine kring in het artikel is herkend, kan daaraan niet afdoen.
Verder is niet gebleken dat het artikel relevante feitelijke onjuistheden bevat. Het is journalistiek gebruikelijk dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Daarmee worden alleen de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen enkele grond vindt in het artikel. Daarvan is hier geen sprake.

2012/34 | Conclusie: 03/07/2012
Onthouding oordeel

P.J. Fonkert / H. Nijen Twilhaar en de hoofdredacteur van De Telegraaf

Journalistieke werkwijze

  • afspraken

Procedure

  • medewerking aan procedure

Aard van de publicatie

  • citaat
Lees samenvatting

De klacht betreft het artikel “Docenten HvA openen diplomabeerput”. Kern van de klacht is dat klager onjuist is geciteerd en dat gemaakte afspraken over het recht op inzage en correctie door verweerders niet zijn nagekomen. Verweerders hebben ervoor gekozen geen verweer te voeren en hebben de Raad dus geen informatie verschaft over de wijze waarop de berichtgeving tot stand is gekomen. De Raad betreurt deze houding, omdat daarmee een onafhankelijke journalistieke toetsing van de handelwijze van verweerders ernstig wordt bemoeilijkt. In het bijzonder in deze zaak is voor een weloverwogen oordeel een bredere kennis nodig ten aanzien van hetgeen klager in een telefoongesprek met Nijen Twilhaar heeft besproken en ten aanzien van de inhoud van de gemaakte afspraken, dan waarover de Raad beschikt. De Raad meent dat hij louter op basis van hetgeen klager heeft aangevoerd en de door klager overgelegde stukken onvoldoende kan beoordelen of de standpunten van klager al dan niet juist zijn. Daarom onthoudt de Raad zich van een oordeel over de klacht.

2012/36 | Conclusie: 03/07/2012
Gegrond

M. Burgers / C. Jansen en de hoofdredacteur van De Telegraaf

Journalistieke werkwijze

  • selectie van nieuws

Privacy

  • vermelding persoonlijke gegevens

Aard van het medium

  • dagblad (landelijk) – print
Lees samenvatting

De klacht gaat over het artikel“Man overlijdt tijdens uitvaart vrouw” waarin aandacht is besteed aan het overlijden van de ouders van klaagster. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
De Raad overweegt dat het verweerders vrijstond om over het voorval te berichten, ondanks het verzoek daartoe om dat niet te doen. Echter, nu aan Jansen duidelijk te kennen was gegeven dat klaagster en haar familie geen prijs stelden op publiciteit, had het op de weg van verweerders gelegen de berichtgeving te anonimiseren. Daarbij is van belang dat betrokkenen geen prominente figuren zijn en dat niet valt in te zien welk maatschappelijk belang is gediend bij de vermelding van de namen van betrokkenen. Gezien alle omstandigheden hebben verweerders, door de naam van de moeder van klaagster te vermelden, journalistiek onzorgvuldig gehandeld.