Conclusies

Alle conclusies van de Raad voor de Journalistiek vanaf de eerste uitspraak in 1961 tot heden zijn hier te raadplegen. U kunt zoeken op diverse trefwoorden. De resultaten worden weergegeven op volgorde van relevantie.

In de meeste gevallen spreekt de Raad zich uit over de inhoud van een klacht. De Raad beoordeelt klachten dan als ‘gegrond’, ‘deels gegrond’, ‘deels ongegrond’ of ‘ongegrond’. Overigens luidden de eindconclusies van 2014-2022 ‘zorgvuldig’, ‘deels onzorgvuldig’ of ‘onzorgvuldig’. (zie het bericht: Raad voor de Journalistiek: van ‘onzorgvuldig’ naar ‘gegrond’)

In mei/juni 2021 heeft de Raad een lijst met overwegingen opgesteld die hij gebruikt bij de beoordeling van klachten over afgewezen verzoeken tot verwijdering of anonimisering van online publicaties. Het gebruik daarvan wordt nader uitgewerkt in de conclusies die zijn te vinden onder het trefwoord ‘aard van de publicatie – archivering/vergetelheid’.

Recente conclusies

2012/53 | Conclusie: 28/09/2012
Ongegrond

dr. H.P.M. Kreemers / J. Dohmen en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving

Aard van het medium

  • dagblad (landelijk) – print
Lees samenvatting

In NRC Handelsblad is het artikel “’Marijnen beïnvloedde in misbruikzaak RK Kerk’” verschenen. Kern van de klacht is dat het artikel onjuistheden bevat, meer in het bijzonder dat in de kop en het artikel mededelingen aan klager worden toegeschreven die hij niet heeft gedaan.
De Raad overweegt dat er een discrepantie bestond tussen hetgeen klager in een e-mail aan verweerders heeft medegedeeld en hetgeen is vermeld in het eindrapport van de commissie-Deetman. Verweerders hebben naar aanleiding van die discrepantie onderzoek gedaan en zijn tot de conclusie gekomen dat de door klager beschreven ‘daadwerkelijk doorgezette poging’ van Marijnen tot beïnvloeding van de secretaris-generaal van het ministerie van Justitie in relatie stond tot seksueel misbruik. Of deze conclusie feitelijk juist is, kan de Raad niet beoordelen. De Raad is echter wel van mening dat verweerders, gegeven de feiten en omstandigheden waarop het artikel is gebaseerd, voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de door hen gemaakte conclusie voor de hand lag. Van een journalistiek onzorgvuldige kop is geen sprake. Bij lezing van het artikel is voldoende duidelijk dat het niet gaat om een letterlijk citaat van klager, maar om een beknopte samenvatting van het artikel, dat is gebaseerd op zowel mededelingen van klager als op het eindrapport van de commissie-Deetman.
Verweerders hebben met de publicatie van het artikel en de weigering tot rectificatie niet ontoelaatbaar gehandeld. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat aan klager voldoende gelegenheid tot wederhoor – en dus van preventieve correctie – is geboden.

2012/51 | Conclusie: 25/09/2012
Onbevoegd

A.P. Ruijtenbeek / P. van Zoest

Procedure

  • bevoegdheid

Aard van het medium

  • internet – algemeen
Lees samenvatting

De klacht betreft twee publicaties op de site http://roomsmeisje.blogspot.com onder de koppen “Grievend geraaskal van Anthony Ruijtenbeek” en “Duistere praktijken van Anthony Ruitenbeek”. Klager stelt onder meer dat geen wederhoor is toegepast en dat verweerder meerdere onjuistheden en stellingen aanvoert zonder deze met feiten te onderbouwen of een inhoudelijke argumentatie daaraan ten grondslag te leggen.
De Raad overweegt dat de publicaties het karakter hebben van aantijgingen die worden geuit in een conflict tussen twee personen onderling. De publicaties hebben een overwegend persoonlijk karakter, waardoor zij in het geheel als van niet-journalistieke aard moeten worden aangemerkt. Het journalistieke normenstelsel is voor de beoordeling van dergelijke berichten niet bedoeld. De Raad acht zich daarom niet bevoegd over de publicaties te oordelen.

2012/52 | Conclusie: 25/09/2012
Gegrond

Tennisvereniging Warmenhuizen / de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving
  • tendentieuze berichtgeving

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

In het Noordhollands Dagblad edities Alkmaar e.o. en Schagen e.o. is een reeks artikelen over klaagster verschenen. Volgens de Raad heeft klaagster overtuigend gesteld dat er meerdere feitelijke onjuistheden in de verschillende artikelen zijn beschreven. Verweerder heeft zelf erkend dat in ieder geval een tweetal onjuistheden zijn vermeld. Verder heeft verweerder ten aanzien van andere door klaagster opgemerkte onjuistheden niet aannemelijk gemaakt dat de betreffende feiten wèl kloppen.
Daarnaast heeft verweerder, met name in de artikelen met de koppen “Prestigeobject dijt uit tot splijtzwam” en “’Tennisvereniging is gênant hebberig’”, een overwegend negatieve toonzetting gehanteerd. Er is sprake van een onevenwichtig commentaar waar feiten en persoonlijke meningen van verweerder en van geïnterviewden door elkaar lopen. Bij artikelen met een dergelijke overwegend negatieve toonzetting had verweerder uitvoeriger wederhoor behoren toe te passen.
Verweerder heeft aldus journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Dat hij later heeft aangeboden een ‘abuis’ te publiceren en klaagster heeft gewezen op de mogelijkheid een ingezonden brief te sturen, kan hieraan niet afdoen.

2012/49 | Conclusie: 25/09/2012
Ongegrond

R.J.D. de Jong / de hoofdredacteur van de Lokale Omroep Spakenburg (LOS)

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Privacy

  • televisie

Aard van de publicatie

  • interview

Aard van het medium

  • omroep (lokaal/regionaal) – televisie
Lees samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen twee uitzendingen van LOS politiek. Volgens klager is in interviews over hem gesproken, waarbij hij ten onrechte niet de gelegenheid heeft gehad te reageren.
De Raad stelt voorop dat er geen algemeen recht is op dan wel algemene verplichting is tot het horen van degenen die betrokken zijn bij een publicatie. Dit is anders indien een betrokkene door een publicatie wordt gediskwalificeerd. In de publicaties wordt in algemene termen bericht over problematiek rondom klager. Volgens de Raad zijn in de uitzendingen echter geen diskwalificerende opmerkingen gemaakt ten aanzien van klager. Dat klager bekend is in de lokale gemeenschap, waardoor bij inwoners bekend zou kunnen zijn welke problematiek en welke persoon het betreft, maakt dit oordeel niet anders. Verweerder behoefde geen wederhoor toe te passen.
Dat verweerder daarnaast in een van de uitzendingen ter ondersteuning van het interview gebruik heeft gemaakt van een in een openbare ruimte – te weten de raadszaal van de gemeente – gefilmd fragment, is evenmin ontoelaatbaar.

2012/50 | Conclusie: 25/09/2012
Ongegrond

B. Offringa / de hoofdredacteur van de Lokale Omroep Spakenburg (LOS)

Privacy

  • televisie

Feitenweergave

  • grievende berichtgeving

Aard van het medium

  • omroep (lokaal/regionaal) – televisie
Lees samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen een uitzending van LOS Sportcafé. Kern van de klacht is dat verweerder zich in die uitzending beledigend over klager heeft uitgelaten. Volgens klager is het in de maling nemen van zijn persoon voortgezet door hem in beeld te brengen in een uitzending van Spakenburg NU, waarin verslag is gedaan van de ‘Spakenburgse dagen’. Volgens de Raad is duidelijk dat in de eerste uitzending op een ludieke manier is getracht de klacht van klager – over de hoeveelheid reclame en drank die in beeld wordt gebracht – aan de orde te stellen. De wijze van uitvoering is wellicht weinig respectvol tegenover klager, mede gelet op het feit dat verweerder al zelf had geconcludeerd dat de klacht terecht was. Er is echter geen sprake van uitlatingen die klager diskwalificeren of zo tendentieus zijn dat daarmee journalistiek ontoelaatbaar is gehandeld. Overigens siert het verweerder dat hij ter zitting excuses heeft aangeboden voor de wijze waarop over klager is bericht. Het had wel in de rede gelegen dat verweerder dit al op een eerder tijdstip had gedaan. De close-up van klager, die is gebruikt in de tweede uitzending, is gemaakt in de openbare ruimte tijdens een algemeen toegankelijk evenement. Ter zitting heeft verweerder aangevoerd dat het shot van klager zelfs met diens toestemming is gemaakt, hetgeen klager heeft erkend. Met de publicatie van die close-up is dan ook niet journalistiek onzorgvuldig tegenover klager gehandeld.

2012/48 | Conclusie: 24/08/2012
Niet-ontvankelijk / Ongegrond

X / G. Vroom en de hoofdredacteur van Emerce.nl

Procedure

  • ontvankelijkheid

Aard van de publicatie

  • ingezonden brieven/reacties op websites

Aard van het medium

  • internet – algemeen
Lees samenvatting

Voor zover klager heeft bedoeld zijn klacht te richten tegen een artikel dat in januari 2010 op de website www.emerce.nl is verschenen, is de klacht niet tijdig door de Raad ontvangen. De door klager aangevoerde omstandigheden kunnen niet worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar doen zijn. Klager is op dit punt in zijn klacht niet-ontvankelijk.
Daarnaast is de klacht gericht tegen reacties die in januari en mei 2012 onder het artikel zijn geplaatst. De reactie van januari bevat in het geheel geen beschuldiging aan het adres van klager. Verder bevat de reactie van mei 2012 – met de verwijzing naar de website www.ihate[X].com – geen zodanige ernstige beschuldiging of een diffamerende uitlating jegens klager, dat deze door verweerders verwijderd had moeten worden. De redactie heeft ten aanzien van hyperlinks in reacties van derden een minder vergaande verantwoordelijkheid dan bij plaatsing van een hyperlink in een redactioneel stuk, waarbij op grond van punt 2.2.7. van de Leidraad een belangenafweging moet plaatsvinden. Verweerders hebben ter zake niet ontoelaatbaar gehandeld.

2012/47 | Conclusie: 24/08/2012
Niet-ontvankelijk / Onthouding oordeel

X / J. Veenstra

Procedure

  • onthouding oordeel
  • ontvankelijkheid

Aard van het medium

  • internet – algemeen
Lees samenvatting

In januari 2010 is op de website www.emerce.nl een artikel verschenen over het faillissement van een bedrijf waarvan klager op dat moment aandeelhouder was. In september 2010 heeft verweerder reacties onder dit artikel geplaatst. De klacht is niet tijdig bij de Raad binnengekomen. Er is onvoldoende grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding klager redelijkerwijs niet kan worden tegengeworpen. Klager is in dit onderdeel van zijn klacht niet-ontvankelijk.
Verder heeft klager aangevoerd dat verweerder oprichter is van de website http://ihate[X].com en kan worden aangesproken op het publiceren van teksten op deze site. Verweerder heeft dat gemotiveerd betwist. De Raad kan onvoldoende beoordelen welk standpunt juist is. Niet kan worden vastgesteld of de website http://ihate[X].com c.q. de daar op verschenen teksten door verweerder zijn gemaakt dan wel dat verweerder op enigerlei wijze aan deze website is verbonden. De Raad onthoudt zich daarom op dit punt van een oordeel.

2012/44 | Conclusie: 21/08/2012
Niet-ontvankelijk / Ongegrond

X / P. Hilhorst en de hoofdredacteur van De Ombudsman (VARA)

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Privacy

  • televisie
  • vermelding persoonlijke gegevens

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving
  • tendentieuze berichtgeving

Aard van het medium

  • omroep (landelijk publiek) – televisie
Lees samenvatting

De klacht betreft een uitzending van De Ombudsman die is gewijd aan ‘de macht van de gezinsvoogd’ en een vervolguitzending waarin reacties uit de politiek zijn weergegeven.
Klager heeft gesteld dat hij bewust, tegen de geldende omgangsregeling in, zijn kind niet op het daarvoor afgesproken tijdstip bij zijn ex-echtgenote heeft teruggebracht en zich vervolgens met zijn kind op een voor haar onbekende plaats heeft opgehouden. Verweerders hebben niet ontoelaatbaar gehandeld door deze handelwijze van klager aan te duiden als ‘ontvoering’. Overigens is in de uitzending geen oorzakelijk verband gelegd tussen de ‘ontvoering’ en ondertoezichtstelling van klagers zoon.
Verder hebben verweerders aannemelijk gemaakt dat zij ter zake van het verblijf van de ex-echtgenote van klager in een blijf-van-mijn-lijfhuis deugdelijk onderzoek hebben verricht. Niet ter discussie staat dat klagers ex-echtgenote daar heeft verbleven. Voor de kijker is duidelijk dat niet verweerders maar de ex-echtgenote van klager van mening is dat zij naar een blijf-van-mijn-lijfhuis ‘moest’.
Van het uiten van (ongefundeerde) beschuldigingen aan klagers adres is geen sprake. De berichtgeving is enerzijds van feitelijke aard en behelst anderzijds duidelijk de mening van klagers ex-echtgenote. Het is dan ook journalistiek toelaatbaar dat geen wederhoor bij klager is toegepast. Daarbij komt dat noch de naam van klager noch die van zijn zoon in de uitzending is vermeld en dat klager verder niet voor het grote publiek identificeerbaar is. Daarom kan niet worden geconcludeerd dat klager objectief bezien door de uitzending wordt gediskwalificeerd. Dat het verhaal wellicht binnen de (professionele) kring van klager bekend is en hij daardoor op de uitzending wordt aangesproken, kan daaraan niet afdoen.
Verweerders hebben niet journalistiek ontoelaatbaar gehandeld door in de eerste uitzending over klager te berichten op de wijze zoals zij hebben gedaan. Nu de tweede uitzending geen nieuwe informatie over klager bevat, hebben verweerders daarmee evenmin onzorgvuldig jegens klager gehandeld.
Voor zover de klacht betrekking heeft op schending van de belangen van anderen dan klager, is klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.

2012/45 | Conclusie: 21/08/2012
Ongegrond / Onthouding oordeel

A.B. Hofstede / M. Linssen en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving

Rectificatie/ weerwoord

  • ingezonden brieven

Aard van de publicatie

  • ingezonden brieven/reacties op websites

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

In het Brabants Dagblad is een artikel verschenen onder de kop “Aangifte smaad tegen CDA’ers Maasdriel” en de bovenkop “Klacht – Politie toetst of er voldoende reden is voor strafvervolging”. De klacht richt zich met name op het gebruik van de term ‘smaad’ en tegen het vermelden van namen van personen tegen wie de aangifte van klager zou zijn gericht. De Raad stelt vast dat in een door klager overgelegde brief aan de politie, waarin klager zijn aangifte heeft beschreven, als vermoedelijke verdachten de in het artikel genoemde personen met naam zijn vermeld. Er is in dit opzicht geen sprake van onjuiste berichtgeving. Met betrekking tot het gebruik van de term ‘smaad’ overweegt de Raad verder dat in het door klager overgelegde proces-verbaal van aangifte is vermeld dat klager aangifte heeft gedaan van ‘belediging, smaad, smaadschrift en laster’. Verweerders hebben niet ontoelaatbaar gehandeld door dit samen te vatten met het begrip ‘smaad’.
Verder is op de website van het Brabants Dagblad het artikel “Vragen over Pasnagelshof” verschenen, waaronder reacties zijn geplaatst. De door klager beschreven reacties bevatten geen zodanig ernstige beschuldiging of diffamerende uitlating jegens hem, dat deze door verweerders verwijderd hadden moeten worden. Verweerders hebben ter zake niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
Ten slotte heeft klager gesteld dat verweerders hebben geweigerd een door hem geplaatste reactie te publiceren. Verweerders hebben daar tegenover gesteld dat zij met een dergelijke weigering niet bekend zijn. De Raad kan op grond van de standpunten van partijen niet vaststellen of het standpunt van klager juist is en onthoudt zich daarom van een oordeel op dit punt.

2012/46 | Conclusie: 21/08/2012
Ongegrond

R.Ch. van Waning / H. Godthelp en de hoofdredacteur van het Amstelveens Nieuwsblad

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor
  • selectie van nieuws

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving

Aard van het medium

  • nieuwsblad – print
Lees samenvatting

In het Amstelveens Nieuwsblad zijn het voorpagina-artikel“Ruim 200 bonnen 2011” en het vervolgartikel “’Dat is niet stad die we willen’” verschenen. Kern van de klacht is dat in het vervolgartikel zonder toepassing van wederhoor onjuist en eenzijdig is bericht over een geschil tussen klager en de gemeente over handhaving van een scooterverbod in het voetgangersgebied, en dat klager negatief is neergezet. Verweerders hebben gemotiveerd aangevoerd dat zij in diverse publicaties aandacht hebben besteed aan het geschil. Er is geen journalistieke norm die meebrengt dat verweerders bij publicaties daarover aan de visie van beide partijen altijd evenveel aandacht behoren te geven. Verder hebben verweerders voldoende onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Voor de lezer is duidelijk dat het artikel met name de visie van de wethouder op de kwestie behelst. Mede in aanmerking genomen dat verweerders in eerdere publicaties ook de visie van klager hebben weergegeven stond het hen vrij om in het gewraakte artikel de veel beschreven – en bij de lezers bekende – kwestie voornamelijk van één kant te belichten, zonder klager om een reactie te vragen. Daarbij is van belang dat niet is gebleken dat verweerders stelselmatig negatief over klager berichten. Dat klager het niet eens is met de in het artikel beschreven mening van de wethouder, kan aan een en ander niet afdoen.