Conclusies

Alle conclusies van de Raad voor de Journalistiek vanaf de eerste uitspraak in 1961 tot heden zijn hier te raadplegen. U kunt zoeken op diverse trefwoorden. De resultaten worden weergegeven op volgorde van relevantie.

In de meeste gevallen spreekt de Raad zich uit over de inhoud van een klacht. De Raad beoordeelt klachten dan als ‘gegrond’, ‘deels gegrond’, ‘deels ongegrond’ of ‘ongegrond’. Overigens luidden de eindconclusies van 2014-2022 ‘zorgvuldig’, ‘deels onzorgvuldig’ of ‘onzorgvuldig’. (zie het bericht: Raad voor de Journalistiek: van ‘onzorgvuldig’ naar ‘gegrond’)

In mei/juni 2021 heeft de Raad een lijst met overwegingen opgesteld die hij gebruikt bij de beoordeling van klachten over afgewezen verzoeken tot verwijdering of anonimisering van online publicaties. Het gebruik daarvan wordt nader uitgewerkt in de conclusies die zijn te vinden onder het trefwoord ‘aard van de publicatie – archivering/vergetelheid’.

Recente conclusies

2012/62 | Conclusie: 11/12/2012
Deels gegrond

M.J.H. Moonen en Moonen Prymaplan B.V. / A. Liukku en de hoofdredacteur van AD

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Privacy

  • foto’s
  • vermelding persoonlijke gegevens

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving
  • tendentieuze berichtgeving

Aard van het medium

  • dagblad (landelijk) – print
Lees samenvatting

Klagers maken bezwaar tegen de artikelen “BOOR-verdachte ook privé dik met aannemer” en “Meldpunt Lansingerland BOOR-fraude”. Volgens klagers bevatten de artikelen een aaneenschakeling van insinuaties, feitelijke onjuistheden en grievende gevolgtrekkingen. Verder is sprake van privacyschending, aldus klagers.
Volgens de Raad hebben verweerders aannemelijk gemaakt dat er op basis van bronnen en eigen onderzoek voldoende aanleiding bestond om te berichten over het vermoeden van belangenverstrengeling bij klagers, als verdachte(n) in die zaak. De Raad kan – nu het justitieel onderzoek nog loopt – niet beoordelen of de beschuldigingen aan het adres van klagers juist zijn.
Ten aanzien van het tweede artikel hebben verweerders echter erkend dat daarin ten onrechte is vermeld dat klagers betrokken zijn geweest bij het project het Hoekse Huis Boterdorp, waarbij misstanden zijn geconstateerd bij de aanbesteding. Nu in het artikel verder alleen een opsomming is gegeven van projecten waarbij klagers weliswaar betrokken zijn geweest, maar waarbij geen misstanden zijn geconstateerd, komt daarmee de grondslag van het artikel – de gemeente Lansingerland is ‘zwaar getroffen’ en klagers zijn daar debet aan – in belangrijke mate te vervallen. In zoverre is de klacht gegrond.
Ten aanzien van het toepassen van wederhoor is de Raad van oordeel dat verweerders klagers afdoende in de gelegenheid gesteld om commentaar te geven. Dat klagers thans menen van die mogelijkheid te weinig gebruik te hebben kunnen maken, kan verweerders niet worden toegerekend. Dit onderdeel van de klacht is daarom ongegrond.
Verder meent de Raad dat verweerders bij het eerste artikel op verantwoorde wijze de belangen van klagers bij de bescherming van hun privacy hebben afgewogen tegen het maatschappelijke belang dat met de publicatie is gediend. Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat de privacy van klagers niet disproportioneel is geschaad. Op dit punt is de klacht eveneens ongegrond.

2012/63 | Conclusie: 11/12/2012
Afgewezen

R.Ch. van Waning – verzoeker inzake herziening uitspraak RvdJ 2012/46 / H. Godthelp en de hoofdredacteur van het Amstelveens Nieuwsblad

Procedure

  • herziening

Aard van het medium

  • nieuwsblad – print
Lees samenvatting

Verzoeker heeft een klacht ingediend over het artikel “‘Dat is niet de stad die we willen’” Bij uitspraak van 21 augustus 2012 heeft de Raad de klacht ongegrond verklaard (RvdJ 2012/46). Verzoeker heeft verzocht om herziening van deze uitspraak. Kern van het verzoek is dat verzoeker zich niet kan vinden in het oordeel van de Raad. Het verzoekschrift bevat een nadere toelichting op de standpunten van verzoeker zoals die bekend waren bij de Raad ten tijde van de beslissing. Aan de hand van zijn standpunten bestrijdt verzoeker de overwegingen van de Raad. Naar het oordeel van de herzieningskamer heeft verzoeker niet aannemelijk gemaakt dat de beslissing van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten. Niet aannemelijk is geworden dat de Raad zijn uitspraak op basis van onjuiste constateringen heeft gedaan. Dat verzoeker zich niet kan vinden in het oordeel van de Raad is onvoldoende om een verzoek tot herziening gegrond te verklaren.

2012/60 | Conclusie: 04/12/2012
Ongegrond

X / de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad

Privacy

  • vermelding persoonlijke gegevens

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

De klacht gaat over het artikel “’Oppasoma kweekt toch geen wiet?’” waarin klaagster is genoemd. De Raad stelt vast dat klaagster op eigen initiatief contact heeft opgenomen met de redactie om aandacht te vragen voor hetgeen haar is overkomen, klaarblijkelijk om een misstand publiekelijk aan de kaak te stellen. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat de privacy van klaagster disproportioneel is aangetast. Verweerder heeft bovendien een evenwichtig beeld geschetst van wat klaagster is overkomen. Nu verder niet is gebleken dat de gewraakte berichtgeving feitelijke onjuistheden bevat of dat verweerder anderszins journalistiek ontoelaatbaar heeft gehandeld, komt de Raad tot de slotsom dat de klacht ongegrond is.

2012/61 | Conclusie: 04/12/2012
Ongegrond

M. Blaak / H. Pen en de hoofdredacteur van Het Parool

Journalistieke werkwijze

  • bronnen
  • hoor en wederhoor

Privacy

  • bekende/publieke persoonlijkheden

Aard van de publicatie

  • portret/profiel

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

Klaagster maakt bezwaar tegen de publicatie “Het blije gezicht van de Wallen” waarin een profiel van haar is geschetst. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd. De Raad overweegt dat een journalist bij het schrijven van een profiel een eigen invalshoek mag hanteren en de geportretteerde desnoods scherp mag karakteriseren. Hij heeft daarbij wel een eigen verantwoordelijkheid de door hem verkregen gegevens te wegen en te toetsen, teneinde ervoor zorg te dragen dat het geschetste beeld geen onrecht doet aan de geportretteerde. Naarmate dat beeld negatiever is, bestaat meer aanleiding voor bijzondere zorgvuldigheid ten aanzien van de juistheid en evenwichtigheid van de vermelde feiten. Klaagster kan onder meer vanwege haar positie als woordvoerder van De Rode Draad, als publiek figuur worden aangemerkt. Zij dient zich daarom een zekere mate van aantasting van haar persoonlijke levenssfeer te laten welgevallen. Voor de gemiddelde lezer is voldoende duidelijk dat het artikel een schets betreft van klaagster en dat uitlatingen aan klaagsters adres met name de perceptie van de bronnen betreffen. Het stond verweerders vrij de meningen van de bronnen weer te geven op de wijze zoals zij hebben gedaan. Het artikel bevat zowel negatieve als positieve uitlatingen over klaagster. Er is geen zodanig negatief beeld over klaagster geschetst dat aanleiding bestaat voor het oordeel dat verweerders onvoldoende zorgvuldigheid hebben betracht ten aanzien van de juistheid en evenwichtigheid van de vermelde feiten. Niet is gebleken dat verweerders een onzorgvuldige of eenzijdige selectie hebben gemaakt van bronnen of de feiten onvoldoende hebben onderzocht. Hoewel klaagster aannemelijk heeft gemaakt dat het artikel een aantal feitelijke onjuistheden bevat, zijn die niet van zodanige aard dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Onder deze omstandigheden behoefden verweerders bovendien geen wederhoor toe te passen.

2012/59 | Conclusie: 15/11/2012
Ongegrond

X / A. van Dongen, G. Nijland, H. Schenk, P. Verlinden en de hoofdredacteur van BN DeStem

Privacy

  • bekende/publieke persoonlijkheden
  • verdachten/veroordeelden
  • vermelding persoonlijke gegevens

Aard van de publicatie

  • columns

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen berichtgeving over omstreden vastgoedtransacties bij woningcorporatie Laurentius. Kern van de klacht is dat verweerders journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld door het vermelden van de namen van klager en diens onderneming, (voormalige) functies van klager en zijn woon- en werklocaties.
De Raad is van oordeel dat de publicaties een maatschappelijk belang dienen. In de artikelen wordt aandacht besteed aan een strafzaak, waarbij een woningcorporatie is betrokken die mede met publieke gelden wordt gefinancierd. Het genoemde bedrijf van klager speelt kennelijk een relevante rol in die strafzaak, nu het bedrijf ervan verdacht wordt betrokken te zijn bij de strafbare feiten. Het is maatschappelijk en journalistiek relevant daarover te berichten op de wijze zoals verweerders hebben gedaan. Verder is voldoende aannemelijk dat klager, gezien zijn (voormalige) functies, in de regio algemene bekendheid geniet. Er is geen sprake van een journalistiek onzorgvuldige aantasting van klagers privéleven.
Met betrekking tot de column overweegt de Raad dat columnisten een grote mate van vrijheid toekomt om hun mening te geven over gebeurtenissen en personen. Daarbij zijn stijlmiddelen als overdrijven en bewust eenzijdig belichten geoorloofd. De grenzen van het toelaatbare worden overschreden wanneer (passages in) columns in redelijkheid geen ruimte laten voor een andere karakterisering dan dat zij kwetsend en beledigend zijn voor personen of bevolkingsgroepen. Gesteld noch gebleken is dat daarvan in het onderhavige geval sprake is.

2012/58 | Conclusie: 12/11/2012
Ongegrond

X / J. Mat en de hoofdredacteuren van NRC Handelsblad en NRC.Next

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Privacy

  • vermelding persoonlijke gegevens

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving

Aard van het medium

  • dagblad (landelijk) – print
Lees samenvatting

De klacht betreft een publicatie over Body Dysmorphic Disorder, waarin klaagster met haar voornaam is aangeduid. De stoornis gaat over mensen die geobsedeerd zijn door hun uiterlijk. Het is journalistiek relevant om de uiterlijke kenmerken van klaagster te beschrijven, ook omdat uit het artikel blijkt dat een van die kenmerken de katalysator is geweest voor de stoornis van klaagster. Dat klaagster door haar directe omgeving in de publicatie is herkend, kan aan het oordeel niet afdoen. Van doorslaggevende betekenis is, dat klaagster haar verhaal heeft gedaan tijdens een symposium. De passage over klaagster is niet meer dan een herhaling van door haar zelf in het openbaar gegeven informatie. Niet kan worden geconcludeerd dat klaagsters privacy disproportioneel is geschaad.
Klaagster behoefde niet in de gelegenheid te worden gesteld om te reageren. Overigens heeft een journalist in het algemeen geen toestemming voor of instemming met een publicatie nodig van degene over wie hij publiceert. Weliswaar hebben verweerders duidelijk gemaakt dat zij de gang van zaken achteraf betreuren en dat het beter zou zijn geweest als klaagster vooraf over de publicatie was geïnformeerd, maar dit betekent niet dat zij journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.
Voor zover klaagster heeft gesteld dat zij ten onrechte als ‘patiënt’ is aangeduid, overweegt de Raad dat in de uitnodiging voor het symposium is vermeld dat een ‘interview met patiënt’ zou plaatsvinden. Daarnaast volgt uit het artikel dat psychiaters de mening zijn toegedaan dat de stoornis chronisch is. Verder blijkt voldoende duidelijk dat klaagster meent dat zij over haar stoornis is heengegroeid. Dat niet is vermeld dat klaagster op een symposium heeft gesproken, is geen relevante omissie.
Verweerders hebben met de publicatie niet ontoelaatbaar gehandeld. Dat neemt niet weg dat het beter zou zijn geweest als zij sneller hadden gereageerd, nadat klaagster haar bezwaren aan hen had kenbaar gemaakt, en eerder hun spijt over de gang van zaken hadden betuigd. Daarmee zou wellicht de procedure bij de Raad zijn voorkomen.

2012/57 | Conclusie: 05/11/2012
Deels gegrond

T. van den Berg / de hoofdredacteur van Meldpunt! (Omroep Max)

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor
  • misbruik van positie/belangenverstrengeling
  • verborgen camera/microfoon

Feitenweergave

  • tendentieuze berichtgeving

Aard van de publicatie

  • ingezonden brieven/reacties op websites

Aard van het medium

  • omroep (landelijk publiek) – televisie
Lees samenvatting

In een uitzending van Meldpunt! is aandacht besteed aan klachten over hotelkortingskaarten, die door klager c.q. zijn bedrijf Sell-It CV zijn verstrekt. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat een deugdelijke grondslag bestond voor hetgeen in de uitzending aan de orde is gesteld. Bovendien is voldoende onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Verder heeft de redactie voorafgaand aan de uitzending meerdere malen contact gehad met klager en diens raadsman, waarbij zij de strekking van de gedane uitlatingen aan klagers adres heeft kenbaar gemaakt. Het is aannemelijk dat aldus de kern van de uitzending voor klager voldoende duidelijk moet zijn geweest. Klager heeft uiteindelijk in de studio op de uitlatingen gereageerd, waarbij hem ruimschoots de gelegenheid is geboden zijn visie naar voren te brengen. Van eenzijdige, tendentieuze berichtgeving is geen sprake. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Ten aanzien van het gebruik van een verborgen camera heeft verweerder aangevoerd dat de redactie wederhoor wilde toepassen, maar twijfelde aan de bereidwilligheid van klager om met haar te spreken en (vooral) daarom ervoor heeft gekozen om klager met een verborgen camera te benaderen. Deze werkwijze kan echter – vanwege het heimelijke karakter ervan – niet worden aangemerkt als een juiste manier tot het bieden van een gelegenheid tot wederhoor. Overigens heeft verweerder onvoldoende aangetoond dat het doel op dat moment niet op een andere manier kon worden bereikt en evenmin dat de beelden een maatschappelijk belang zouden dienen. Reeds om deze reden is op dit punt journalistiek ontoelaatbaar gehandeld. Daarbij komt dat verweerder deze beelden vervolgens heeft gebruikt om klager ertoe te bewegen in de uitzending aanwezig te zijn. Daarmee heeft verweerder zijn positie misbruikt. Dit onderdeel van de klacht is gegrond.
Ten slotte overweegt de Raad dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij op verzoek van de raadsman van klager enkele reacties van zijn website heeft verwijderd, die een ernstige beschuldiging of een diffamerende uitlating jegens klager bevatten. Daarmee heeft hij adequaat en conform de uitgangspunten van de Leidraad van de Raad gehandeld. Verder is niet gebleken dat op het forum andere reacties zijn geplaatst met een zodanige inhoud dat deze door verweerder verwijderd hadden moeten worden. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

2012/56 | Conclusie: 30/10/2012
Gegrond

JVA Vastgoed Adviseurs B.V., C.G. de Jager, M.J. Konings en A.M.G. van Rooyen / P. Vugts en de hoofdredacteur van Het Parool

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving
  • tendentieuze berichtgeving

Procedure

  • ontvankelijkheid
  • termijn/wijze indienen klacht

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

De klacht betreft het artikel “Aanslag op kantoorvilla, waarschijnlijk om slepende ruzie” van 14 juni 2010. Klagers hebben aangevoerd dat zij op verzoek van de recherche destijds niets hebben ondernomen, dat zij bovendien niet konden uitsluiten dat de aanslag in het geheel niet met hen te maken had en dat niet duidelijk was welke positie zij in het onderzoek innamen. De Raad is van oordeel dat klagers nog in hun klacht kunnen worden ontvangen. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat klagers direct nadat hen in januari 2012 duidelijk was geworden dat als gevolg van het onderzoek drie verdachten waren gearresteerd, actie hebben ondernomen en voor het indienen van de klacht eerst contact hebben gezocht met verweerder om te proberen er samen uit te komen.
Kern van de klacht is dat het artikel onjuist en suggestief is, en dat verweerder onvoldoende wederhoor heeft toegepast. Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.
Klagers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat het artikel feitelijke onjuistheden bevat. Het artikel is verder suggestief van aard. Verweerder heeft op zodanige wijze een verband gelegd tussen de aanslag en klagers c.q. hun bedrijf, dat bij de gemiddelde lezer de indruk wordt gewekt dat klagers vanwege een conflict rond vastgoedtransacties wel bij de gebeurtenis betrokken moeten zijn. Niet is gebleken dat voor de diffamerende berichtgeving destijds enige deugdelijke grondslag bestond. Verder hebben klagers voldoende aannemelijk gemaakt dat zij onvoldoende in de gelegenheid zijn gesteld hun visie op de gebeurtenissen te geven alvorens verweerder tot publicatie van het internetartikel zou overgaan. Door zo te handelen en na te laten heeft verweerder journalistiek onzorgvuldig tegenover klagers gehandeld.

2012/55 | Conclusie: 12/10/2012
Afgewezen

P.J. Fonkert – verzoeker inzake herziening uitspraak RvdJ 2012/34 / H. Nijen Twilhaar en de hoofdredacteur van De Telegraaf

Procedure

  • herziening

Aard van het medium

  • dagblad (landelijk) – print
Lees samenvatting

Verzoeker heeft een klacht ingediend over het artikel “Weer diplomafraude” met de bovenkop “Docenten HvA klappen uit de school”. Bij uitspraak van 27 juli 2012 (RvdJ 2012/34) heeft de Raad zich onthouden van een oordeel. Verzoeker heeft verzocht om herziening van deze uitspraak.
Zoals ook blijkt uit het herzieningsverzoek is de kern van de klacht dat in het gewraakte artikel ten onrechte bepaalde uitspraken aan klager zijn toegeschreven. De Raad heeft zich van een oordeel onthouden, waarbij van doorslaggevende betekenis is geweest dat hij niet heeft kunnen vaststellen wat klager in zijn telefoongesprek met de Telegraaf-journalist heeft besproken. In zijn verzoekschrift heeft verzoeker niet beargumenteerd dat en waarom de Raad bij zijn overwegingen ter zake zou zijn uitgegaan van ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten. Het verzoekschrift bevat een nadere toelichting op feiten en omstandigheden die bekend waren bij de Raad ten tijde van de beslissing en op gebeurtenissen die na de behandeling ter zitting hebben plaatsgevonden. Hoewel verzoeker kan worden nagegeven dat in de uitspraak van de Raad ten onrechte gelezen kan worden dat verzoeker zich tijdens het bedoelde telefoongesprek in een rommelige ruimte bevond, is dit onvoldoende om het verzoek tot herziening te honoreren. Deze omissie betreft geen feit waarop de beslissing van de Raad is gebaseerd. De herzieningskamer ziet dan ook geen aanleiding tot herziening van de beslissing.

2012/54 | Conclusie: 12/10/2012
Afgewezen

X – verzoeker inzake herziening uitspraak RvdJ 2012/33 / A. Stegeman en de hoofdredacteur van Undercover in Nederland (Noordkaap TV Producties en SBS6)

Procedure

  • herziening

Aard van het medium

  • omroep (commercieel) – televisie
Lees samenvatting

Verzoeker heeft een klacht ingediend over een uitzending van Undercover in Nederland van 24 oktober 2011. Bij uitspraak van 22 juni 2012 (RvdJ 2012/33) heeft de Raad zich gedeeltelijk onthouden van een oordeel en verder de klacht ongegrond verklaard. Verzoeker heeft verzocht om herziening van deze uitspraak.
In het verzoekschrift geeft verzoeker te kennen dat hij zich niet kan vinden in de gewraakte uitzending, de journalistieke handelwijze en de uitspraak van de Raad. Het verzoekschrift bevat voornamelijk stellingen die verzoeker al in zijn klacht heeft geformuleerd. De uitspraak van de Raad berust niet op een bepaalde (volgens verzoeker onjuiste) zienswijze over het syndroom van Asperger. De Raad heeft zich juist uitdrukkelijk onthouden van een oordeel waar het gaat om de feitelijke (on)juistheden met betrekking tot het syndroom van Asperger. Dat verzoeker zich niet kan vinden in de uitspraak van de Raad is onvoldoende om een verzoek tot herziening gegrond te verklaren.
De herzieningskamer benadrukt dat indien de Raad zich in een uitspraak over (een onderdeel van) een klacht uitdrukkelijk heeft onthouden van een oordeel, niet middels een herzieningsverzoek kan worden bewerkstelligd dat de Raad alsnog een oordeel uitspreekt. Dit kan anders zijn indien het herzieningsverzoek berust op relevante nieuwe feiten en omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, maar bij de klager niet bekend waren of bij hem redelijkerwijs niet bekend konden zijn. Daarvan is hier geen sprake.