Conclusies

Alle conclusies van de Raad voor de Journalistiek vanaf de eerste uitspraak in 1961 tot heden zijn hier te raadplegen. U kunt zoeken op diverse trefwoorden. De resultaten worden weergegeven op volgorde van relevantie.

In de meeste gevallen spreekt de Raad zich uit over de inhoud van een klacht. De Raad beoordeelt klachten dan als ‘gegrond’, ‘deels gegrond’, ‘deels ongegrond’ of ‘ongegrond’. Overigens luidden de eindconclusies van 2014-2022 ‘zorgvuldig’, ‘deels onzorgvuldig’ of ‘onzorgvuldig’. (zie het bericht: Raad voor de Journalistiek: van ‘onzorgvuldig’ naar ‘gegrond’)

In mei/juni 2021 heeft de Raad een lijst met overwegingen opgesteld die hij gebruikt bij de beoordeling van klachten over afgewezen verzoeken tot verwijdering of anonimisering van online publicaties. Het gebruik daarvan wordt nader uitgewerkt in de conclusies die zijn te vinden onder het trefwoord ‘aard van de publicatie – archivering/vergetelheid’.

Recente conclusies

2013/8 | Conclusie: 12/03/2013
Gegrond

X / de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia

Privacy

  • vermelding persoonlijke gegevens

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen het artikel “Pomphouders geven 1.000 euro tipgeld na roof voor krap de helft”, waarin persoonlijke gegevens van hem zijn vermeld.
Het is voldoende duidelijk dat klager uit angst voor represailles anoniem wilde blijven. Uit het artikel zelf blijkt dat dit ook bij verweerder bekend was. In dit geval is het niet zorgvuldig geweest van verweerder om de volledige naam van klager op te nemen en daarnaast te vermelden dat klager in de buurt woont van de familie van de dader. Verweerder had meer zorgvuldigheid in acht moeten nemen. De argumenten van verweerder dat anonimisering niet nodig en bovendien lastig was, overtuigen de Raad niet. De in het artikel beschreven uitreiking van tipgeld na een roofoverval is niet te vergelijken met een doorsnee prijsuitreiking. De privacy van klager is verder aangetast dan in het kader van de berichtgeving noodzakelijk is. De klacht is dan ook gegrond.

2013/7 | Conclusie: 12/03/2013
Gegrond

X / de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving
  • tendentieuze berichtgeving

Aard van de publicatie

  • opinie/kritiek

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

De klacht gaat over de publicatie “Strooien met bankbiljetten uit de zorg” met de onderkop “Dagblad-journalist beschrijft verspilling en wanbeleid in boek”. Het artikel is aangeduid als ‘nieuwsanalyse zorg’ en bevat de aankondiging van de voorpublicatie van het boek “Zeven vette jaren in de zorg”, die dezelfde dag in de weekendbijlage van de krant is verschenen. In de publicatie wordt een passage over klager aangehaald als een van de misstanden in de zorg.
Volgens de Raad laat die passage de lezer weinig ruimte voor een andere interpretatie dan dat klager miljoenen euro’s heeft weggesluisd. De bewering over klager is als een vaststaand feit gepresenteerd. De passage is te stellig, nu klager tot nog toe niet is veroordeeld voor het wegsluizen van geld. Voor zover verweerder ervan overtuigd is dat klager zich wel degelijk heeft schuldig gemaakt aan het wegsluizen van miljoenen euro’s, had hij duidelijk aan de lezer kenbaar moeten maken dat het zijn mening betreft. Hij had dit niet als feit mogen poneren. Verweerder heeft met de gewraakte passage journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

2013/6 | Conclusie: 12/03/2013
Ongegrond

X / de hoofdredacteur van Stand.nl (NCRV)

Aard van de publicatie

  • ingezonden brieven/reacties op websites

Aard van het medium

  • omroep (landelijk publiek) – radio
Lees samenvatting

Klaagster heeft diverse stellingen geplaatst op de website www.stand.nl, die vervolgens door de redactie zijn gewijzigd. Hiertegen maakt klaagster bezwaar.
De redactie is te allen tijde verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op de inhoud van haar digitale publiciteitsmedium. Van een publiek domein is geen sprake. Het is aan verweerder om te bepalen wat de inhoud is van de website. Hij heeft voor de website en deelname aan het forum algemene voorwaarden en huisregels opgesteld. Die regels zijn niet onredelijk. Zij bieden enerzijds de gebruiker voldoende houvast en anderzijds de redactie de haar toekomende ruimte. In de huisregels is voldoende duidelijk gemaakt dat verweerder bepaalt wat wel en niet kan op de site. Hiermee heeft verweerder duidelijk de voorwaarden voor de plaatsing van reacties vastgesteld en verantwoordelijkheid genomen voor de inhoud van de reacties die worden geplaatst op de website. Klaagster heeft door de deelname aan het forum deze algemene voorwaarden en huisregels geaccepteerd. Het toepassen van deze voorwaarden en huisregels kan niet aan verweerder worden tegengeworpen. Het siert verweerder dat hij naar aanleiding van de klacht de huisregels over het aanpassen van stellingen heeft verduidelijkt. Verweerder heeft niet journalistiek ontoelaatbaar gehandeld.

2013/9 | Conclusie: 12/03/2013
Ongegrond

D. Kroes / de hoofdredacteur van Nieuwe Revu en Sanoma Media Netherlands B.V.

Privacy

  • bekende/publieke persoonlijkheden
  • foto’s

Aard van het medium

  • publiekstijdschrift – print
Lees samenvatting

Op de cover van Nieuwe Revu is een foto geplaatst van klaagster met de tekst “Wie wordt de nieuwe Doutzen?” en daaronder “Bloedmooie meisjes op de Elite Model-vleeskeuring”. Kern van de klacht is of verweerders de coverfoto mochten gebruiken ter illustratie van hun berichtgeving over een castingdag van het modellenbureau Elite.
Het artikel bevat een verslag over jonge vrouwen die meedoen aan een castingdag van een modellenbureau. De berichtgeving gaat in essentie over modellenwerk in ruime zin en de vrouwen die model wensen te worden. Klaagster is op dit moment hét gezicht van Nederlandse topmodellen en daarmee een symbool voor de in het artikel beschreven jonge vrouwen. De foto van klaagster dient niet ter illustratie van berichtgeving over een ander onderwerp dan waarvoor de foto is gemaakt, nu de foto een voorbeeld is van het modellenwerk van klaagster. De begeleidende tekst bij het beeldmateriaal sluit mogelijke verwarring over de inhoud van de reportage uit, nu daaruit duidelijk blijkt dat het gaat over een selectiedag voor modellen. Verweerders hebben in dit geval niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

2013/4 | Conclusie: 28/01/2013
Gegrond

Zeilcollege Huizen / X en de hoofdredacteur van De Gooi- en Eemlander

Journalistieke werkwijze

  • misbruik van positie/belangenverstrengeling

Feitenweergave

  • tendentieuze berichtgeving

Rectificatie/ weerwoord

  • rectificatie

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen het artikel “Huizen maakt spartelvijver van Gooimeer” van de hand van Brouwer. Het artikel is afgesloten met de vermelding: “Ed Brouwer is ombudsman bij deze krant en woont aan het Gooimeer”. Kern van de klacht is dat onjuist en tendentieus over klager is bericht, waarbij Brouwer zijn functie als ombudsman heeft misbruikt, alsmede onvermeld heeft gelaten dat hij in onmin leeft met de familie Schra (eigenaar van het zeilcollege) en een betrokken buurtactivist is. Volgens de Raad worden in het artikel grievende uitlatingen gedaan over klager, die onvoldoende steun vinden in de feiten en die een grote mate van subjectiviteit bevatten. Een subjectieve inkleuring is weliswaar gebruikelijk voor een opiniestuk, aangezien daarin een persoonlijke mening wordt beschreven. Door de vermelding van de functie ‘ombudsman’ zal echter bij de gemiddelde lezer de indruk worden gewekt dat Brouwer ook in dit geval een onafhankelijke, boven partijen staande positie bekleedt. Dat daarbij tevens is vermeld dat hij ‘omwonende’ is, maakt dit niet anders. Dit is neutraal omschreven, terwijl Brouwer kennelijk sympathie heeft voor het werk van het actiecomité met belangen die indruisen tegen de belangen van klager. Daar komt bij, dat zich in het verleden onenigheid heeft voorgedaan tussen Brouwer en de familie Schra. Voldoende aannemelijk is geworden dat in deze zaak in redelijkheid kan worden gesproken van de schijn van belangenverstrengeling, waarbij zowel de relatie tussen Brouwer en klager als de relatie tussen Brouwer en het actiecomité ertoe kan hebben bijgedragen dat een onnodig negatief beeld van klager is geschetst. Dit klemt te meer, nu de vermelding van de functie ‘ombudsman’ in dit geval ten onrechte de indruk wekt dat sprake is van onpartijdige berichtgeving. Verweerders hadden daarom meer terughoudend behoren te zijn in de gekozen formuleringen en opzet van het artikel, voor zover dit op klager betrekking heeft. Zij hadden hetzij ervoor kunnen kiezen het artikel te laten schrijven door een collega van Brouwer dan wel meer evenwichtig over de zeilschool behoren te berichten, bijvoorbeeld door ook klager in het artikel aan het woord te laten. Door zo te handelen en na te laten hebben verweerders journalistiek ontoelaatbaar gehandeld. Dat verweerders ongeveer een maand later hebben bericht dat zij achteraf ongelukkig waren over de plaatsing van de gewraakte passage, kan aan het oordeel van de Raad niet afdoen. In dit artikel is niet ondubbelzinnig duidelijk gemaakt dat en in hoeverre de handelwijze van verweerders niet juist was. Dit artikel heeft de nadelen die klager van de gewraakte publicatie moet hebben ondervonden, onvoldoende kunnen herstellen.

2013/3 | Conclusie: 25/01/2013
Ongegrond

K. Simonse / C. van Genderen en de hoofdredacteur AD, D. van der Wal en de hoofdredacteur van RTV Rijnmond, de hoofdredacteur van De Telegraaf

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor
  • misbruik van positie/belangenverstrengeling
  • selectie van nieuws

Feitenweergave

  • tendentieuze berichtgeving

Aard van het medium

  • dagblad (landelijk) – print
  • omroep (lokaal/regionaal) – televisie
Lees samenvatting

Klaagster maakt allereerst bezwaar tegen het artikel “Dierenbescherming woedend over 1000 beplakte ‘kunstslakken’” in AD. De Raad is van oordeel dat het verweerders vrij stond de invalshoek te kiezen zoals die in het artikel tot uiting is gebracht, waarbij de Dierenbescherming en het museum Villa Zebra aan het woord zijn gelaten. Dat klaagster het niet eens is met de mening van de Dierenbescherming, is onvoldoende voor de conclusie dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig jegens haar hebben gehandeld. Nu een reactie van Villa Zebra is opgenomen, en die reactie niet meer (zoals per abuis in het conceptartikel was gebeurd) ten onrechte als een citaat aan klaagster is toegeschreven, is geen sprake van een onjuiste toepassing van wederhoor. De Raad neemt verder in aanmerking dat klaagster zelf Van Genderen heeft doorverwezen naar een woordvoerder van Villa Zebra. Het is dan ook begrijpelijk en journalistiek zorgvuldig dat de reactie van Villa Zebra in het artikel is verwerkt. Bovendien heeft klaagster erkend dat zij nogmaals door Van Genderen is benaderd om haar visie te geven, maar van die gelegenheid geen gebruik heeft willen maken. Dit kan verweerders niet worden verweten. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat Van Genderen en AD journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld.
Kern van de klacht tegen Van der Wal en RTV Rijnmond is dat verweerders door het wegnemen van twee slakken uit de installatie gehandeld hebben in strijd met de journalistieke integriteit. De Raad stelt voorop dat het in beginsel niet journalistiek toelaatbaar is (delen van) een kunstwerk weg te nemen. In dit geval is echter aannemelijk geworden dat klaagster met haar kunstwerken vaak maatschappelijke reacties wil ontlokken en mensen wil confronteren. Verder acht de Raad het aannemelijk dat de installatie in zijn geheel (die bestond uit 1000 slakken) niet is aangetast. Alle omstandigheden in aanmerking genomen, is de Raad dan ook van oordeel dat Van der Wal en RTV Rijnmond met hun handelwijze niet journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld. Van tendentieuze verslaggeving is geen sprake is geweest.
Ten slotte heeft klaagster gesteld dat De Telegraaf in het artikel “’Slakken beplakken’ dierenmishandeling” is meegegaan in de tendentieuze berichtgeving van AD. De Telegraaf heeft niet op de klacht gereageerd. De Raad overweegt dat in het artikel de mening van de Dierenbescherming wordt weergegeven over de tentoonstelling in Villa Zebra en een eerder werk van klaagster. Verweerder kon in redelijkheid over het standpunt van de Dierenbescherming berichten op de wijze zoals hij heeft gedaan. Van tendentieuze berichtgeving is geen sprake.

2013/2 | Conclusie: 18/01/2013
Gegrond

X / de hoofdredacteur van Leidsch Dagblad/Alphen.cc

Journalistieke werkwijze

  • afspraken
  • inzage vooraf

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

De klacht gaat over het artikel “Hij móest aan haar zitten”. Kern van de klacht is dat de met klaagster gemaakte afspraken over het recht op inzage vooraf door verweerder niet zijn nagekomen. De Raad stelt voorop dat een journalist gemaakte afspraken behoort na te komen. Klaagster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij met verweerder afspraken heeft gemaakt over de voorwaarden van publicatie van haar verhaal. Publicatie zou niet eerder plaatsvinden dan nadat klaagster akkoord zou zijn met de vorm en inhoud van het artikel. Door het verhaal van klaagster tegen de afspraak in toch te publiceren zonder dat zij daarin inzage heeft gehad, heeft verweerder journalistiek onzorgvuldig jegens klaagster gehandeld. Dat de journalist geen reactie kreeg op zijn e-mail waarbij het concept-artikel was verstuurd, ontsloeg hem niet van de verplichting telefonisch contact met klaagster te zoeken. Dit klemt te meer, daar het duidelijk een voor klaagster zeer gevoelige kwestie betreft. Verweerder heeft erkend dat de gemaakte afspraak is geschonden en dat sprake is geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Het siert verweerder dat hij deze erkenning heeft gegeven en dat de betrokken journalist zijn excuses aan klaagster heeft aangeboden. Gezien de omstandigheden zou het verweerder echter niet hebben misstaan, indien hij tevens een gebaar richting klaagster had gemaakt om de gevolgen van deze handelwijze te verzachten.

2013/1 | Conclusie: 18/01/2013
Ongegrond

M.C. Nunes / de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor
  • selectie van nieuws

Privacy

  • bekende/publieke persoonlijkheden

Aard van de publicatie

  • citaat

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

Klaagster maakt bezwaar tegen het artikel“Statenlid Nunes actief op extreemrechtse website”. Zij heeft allereerst gesteld dat onvoldoende wederhoor is toegepast. De Raad overweegt dat de  journalist voorafgaand aan de publicatie contact heeft opgenomen met klaagster. In de gedrukte versie en in de laatste update van de publicatie op internet is een reactie opgenomen, die in essentie weergeeft wat de mening van klaagster was. Het is niet aannemelijk dat klaagster onvoldoende tijd en ruimte heeft gekregen haar visie naar voren te brengen. Bovendien mag van een lid van de Provinciale Staten worden verwacht dat deze in een dergelijk geval ook zelf (meer) initiatief neemt. De Raad is van oordeel dat voldoende wederhoor is toegepast. Verder heeft klaagster gesteld dat in het artikel op de website gedurende korte tijd heeft gestaan dat zij niet bereikbaar zou zijn voor commentaar. Onvoldoende is duidelijk geworden hoe de feitelijke gang van zaken op dit punt is geweest. De bestreden (eerdere) versie van het digitale artikel is niet aan de Raad overgelegd. Los daarvan is deze omissie niet van zodanige aard – nu kort daarop alsnog de reactie van klaagster is opgenomen – dat verweerder daarmee journalistiek ontoelaatbaar heeft gehandeld.
Verder stond het verweerder vrij om ter verifiëring van het nieuwsbericht eveneens de voormalig fractievoorzitter van klaagster te benaderen voor een reactie. Gelet op de recente breuk van klaagster met de fractie was dit ook begrijpelijk en journalistiek relevant. Niet is gebleken dat verweerder daarbij journalistiek onzorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld.
Ten slotte stelt de Raad vast dat klaagster heeft erkend dat de gebruikte citaten van haar afkomstig zijn. Er is geen grond voor het oordeel dat de citaten op journalistiek onzorgvuldige wijze zijn gebruikt.

2012/64 | Conclusie: 17/12/2012
Ongegrond

W.C. Murre / W. van den Hurk, E. Ramakers en de hoofdredacteur van de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC)

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving

Rectificatie/ weerwoord

  • ingezonden brieven

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

In de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC) editie Walcheren is het artikel “Prontste wuuf en kerel in Veere” verschenen, waarin de Zeeuwse Streekdrachtendag is aangekondigd. Van die dag is een paar dagen later verslag gedaan in het artikel “Spiegeltjes zwiepen alle richtingen op”. Diezelfde dag is in het artikel “De druk in het dorp werd steeds groter” aandacht besteed aan de winnaars van de juryprijs van de verkiezing ‘prontste wuuf en kerel’. De winnaars van de publieksprijs – onder wie klager – zijn in deze berichtgeving niet genoemd. Naar aanleiding hiervan heeft klager nog diezelfde dag een ingezonden brief aan verweerders gestuurd, die niet is geplaatst.
Volgens de Raad stond het de redactie vrij zich bij de berichtgeving te beperken tot het vermelden van de winnaars van de juryprijs’. Zoals de adjunct-hoofdredacteur in zijn e-mail aan klager heeft erkend, was het ten behoeve van de volledigheid beter geweest als ook de winnaars van de publieksprijs waren genoemd. Dat verweerders dat hebben nagelaten is echter geen zodanige omissie dat zij daarmee journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld.
Verder staat het de redactie vrij ingezonden brieven niet te plaatsen, tenzij plaatsing geboden is vanwege bijzondere omstandigheden. Het staat verweerders ook vrij om het beleid te voeren dat plaatsing van brieven wordt beperkt tot reacties van lezers op nieuws in de krant. De Raad heeft begrip voor het standpunt van klager dat zijn ingezonden brief een reactie op het nieuws betrof, waarbij hij bovendien belanghebbende was. Het zou verweerders dan ook hebben gesierd als zij in hun reacties aan klager meer begrip zouden hebben getoond voor de positie van klager als één van de winnaars van de publieksprijs. Nu verweerders zelf hebben erkend dat de berichtgeving onvolledig is geweest, hadden zij ruimhartiger op de klacht van klager kunnen reageren, bijvoorbeeld door de brief van klager wel te plaatsen dan wel aan de kwestie aandacht te besteden in de rubriek van de lezersredacteur. Gelet op hetgeen de Raad eerder heeft overwogen, bestaat echter onvoldoende grond voor het oordeel dat verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld door klagers ingezonden brief niet te plaatsen.

2012/65 | Conclusie: 17/12/2012
Deels gegrond

J.E.M. Schillemans c.s. / N. Besselink en de hoofdredacteur van Trouw

Journalistieke werkwijze

  • afspraken
  • inzage vooraf

Aard van de publicatie

  • interview

Aard van het medium

  • dagblad (landelijk) – print
Lees samenvatting

De klacht betreft het artikel “De zee op als noodkreet” met de onderkop “Hoogbegaafde, dyslectische broers zeggen nergens goed les te kunnen krijgen.” Kern van de klacht is dat verweerders bij de voorbereiding van het artikel in strijd met gemaakte afspraken hebben gehandeld, wat ertoe heeft geleid dat een artikel is verschenen waaruit een beeld naar voren komt waarin klagers zich volstrekt niet kunnen vinden.
De Raad kan niet vaststellen wat in de aanvankelijke gesprekken tussen Besselink en Schillemans is besproken over het doel van het interview, zodat hij niet kan beoordelen of verweerders in dit opzicht al dan niet journalistiek ethisch juist hebben gehandeld. De Raad acht verder niet aannemelijk dat Besselink, zoals Schillemans stelt, met haar zou hebben afgesproken dat het artikel alleen zou worden geplaatst als Schillemans het volledig eens zou zijn met de inhoud van het artikel.
Partijen zijn het er echter over eens dat er in ieder geval een afspraak bestond die inhield dat Schillemans het artikel voor publicatie mocht inzien en feitelijke onjuistheden en verkeerd geciteerde uitspraken mocht corrigeren. Besselink heeft zich voor wat betreft het eerste concept van het artikel aan deze afspraak gehouden. Daarbij merkt de Raad op dat Besselink niet gehouden was alle door Schillemans voorgestelde wijzigingen over te nemen. Uit de stukken blijkt echter dat het artikel daarna aanmerkelijk is gewijzigd zonder dat het opnieuw aan Schillemans is voorgelegd. Dat dit niet is gebeurd vindt de Raad onzorgvuldig, te meer omdat had kunnen worden voorkomen dat er onwaarheden en fouten in het artikel stonden zoals door klagers wordt beweerd.
De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op het schenden van de afspraak om het artikel vooraf ter inzage te verstrekken. Voor zover de klacht erop ziet dat verweerders afspraken zouden hebben geschonden over de inhoud van het artikel en over de volgens klagers gestelde voorwaarde dat Schillemans toestemming moest geven voor definitieve publicatie, is deze ongegrond.