Conclusies

Alle conclusies van de Raad voor de Journalistiek vanaf de eerste uitspraak in 1961 tot heden zijn hier te raadplegen. U kunt zoeken op diverse trefwoorden. De resultaten worden weergegeven op volgorde van relevantie.

In de meeste gevallen spreekt de Raad zich uit over de inhoud van een klacht. De Raad beoordeelt klachten dan als ‘gegrond’, ‘deels gegrond’, ‘deels ongegrond’ of ‘ongegrond’. Overigens luidden de eindconclusies van 2014-2022 ‘zorgvuldig’, ‘deels onzorgvuldig’ of ‘onzorgvuldig’. (zie het bericht: Raad voor de Journalistiek: van ‘onzorgvuldig’ naar ‘gegrond’)

In mei/juni 2021 heeft de Raad een lijst met overwegingen opgesteld die hij gebruikt bij de beoordeling van klachten over afgewezen verzoeken tot verwijdering of anonimisering van online publicaties. Het gebruik daarvan wordt nader uitgewerkt in de conclusies die zijn te vinden onder het trefwoord ‘aard van de publicatie – archivering/vergetelheid’.

Recente conclusies

2013/39 | Conclusie: 07/08/2013
Gegrond

X / de hoofdredacteur van Meldpunt! (Omroep Max)

Privacy

  • televisie
  • verdachten/veroordeelden

Feitenweergave

  • tendentieuze berichtgeving

Aard van de publicatie

  • live-uitzendingen

Aard van het medium

  • omroep (landelijk publiek) – televisie
Lees samenvatting

In een uitzending van Meldpunt! is aan de orde gesteld dat sommige ouderen financieel worden uitgebuit c.q. opgelicht door mensen in hun nabije omgeving. In dat verband is uitgebreid aandacht besteed aan een zaak waarbij klaagster is betrokken. Er is een deel van een proces-verbaal van aangifte in beeld gebracht, waarop de naam van klaagster zichtbaar is.
Volgens de Raad was het in dit geval niet nodig om de naam van klaagster in beeld te brengen. Dit heeft verweerder ook erkend en het siert hem dat hij daarvoor excuses heeft aangeboden. Overigens was de uitzending, gezien alle omstandigheden, ook zonder het in beeld brengen van de naam van klaagster te veel tot haar herleidbaar geweest. Verder zijn de beschuldigingen te stellig gebracht. Op het moment van de uitzending was slechts een aangifte gedaan (die later is geseponeerd). Door de wijze van berichtgeving zal de kijker zich moeilijk aan de indruk hebben kunnen onttrekken dat de beschuldigingen aan het adres van klaagster feitelijk juist waren. Aangezien de aangifte nog niet was onderzocht, had het op de weg van verweerder gelegen om meer terughoudend over de kwestie te berichten. Al met al heeft verweerder de belangen van klaagster ongerechtvaardigd geschaad en journalistiek onzorgvuldig jegens haar gehandeld.

2013/36 | Conclusie: 19/07/2013
Ongegrond

G. de Roos, R. de Roos jr., M. Boer-de Roos / T. van der Mee en de hoofdredacteur van AD

Feitenweergave

  • grievende berichtgeving
  • tendentieuze berichtgeving

Aard van het medium

  • dagblad (landelijk) – print
Lees samenvatting

De klacht betreft het artikel “’Door de zichtbare brandenwonden droeg ik de ramp altijd met me mee’” met de onderkop “Boek over KLM-crash brengt herinneringen boven bij overlevende Hannie de Rijke”. In een citaat van Hannie de Rijke komt onder meer de volgende passage voor: “Ook de zoon van de gezagvoerder was erbij. Er ging altijd een hardnekkig gerucht over de piloot, dat hij voor de vlucht te veel zou hebben gedronken. Die zoon was bang dat wij als groep boos op hem zouden zijn. Maar tijdens die hele reis hebben we het daar geen moment over gehad.” Klagers zijn nabestaanden van de in het artikel bedoelde gezagvoerder.
De Raad heeft begrip voor de gevoelens van klagers, maar meent dat objectief bezien geen sprake is van tendentieuze en onnodig grievende berichtgeving. Het is duidelijk dat het artikel in hoofdzaak gaat over de ervaringen van Hannie de Rijke. Aan de (mogelijke) oorzaak van de ramp zijn zijdelings enkele zinnen gewijd, waarbij uitdrukkelijk is vermeld dat de precieze oorzaak nooit officieel is vastgesteld. In de context van de publicatie speelt het citaat een relevante rol. Daarmee is tot uitdrukking gebracht dat het gerucht in de beleving van Hannie de Rijke tijdens de reis naar Biak juist geen enkele rol speelde. Van een beschuldiging jegens de gezagvoerder is geen sprake, zodat verweerders geen wederhoor behoefden toe te passen. Nu verweerders op de hoogte waren van de gevoeligheid ten aanzien van de mogelijke oorzaak van de ramp, was het wellicht raadzaam geweest als zij voor de volledigheid daaraan een extra zinsnede hadden gewijd, maar zij waren daartoe niet verplicht.
Verder zijn verweerders op een passende wijze omgegaan met de bezwaren van klagers. Zij hebben een constructief voorstel gedaan om aan die bezwaren tegemoet te komen.
De Raad concludeert dat verweerders niet journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

2013/37 | Conclusie: 19/07/2013
Ongegrond

A.B. van Pelt, A.B. van Pelt Holding B.V., A.B. van Pelt Projektontwikkeling B.V., Dubbelveste B.V. en Spuihave B.V. / J.-S. Venema, M. Straub, A. Paans en de hoofdredacteuren van AD en AD De Dordtenaar

Journalistieke werkwijze

  • bronnen
  • hoor en wederhoor
  • open vizier/verzwijgen eigen identiteit

Feitenweergave

  • tendentieuze berichtgeving

Aard van het medium

  • dagblad (landelijk) – print
  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

De klacht gaat over de artikelen “’Van Pelt chanteert bewoners’” en “’Zeuren over bouwoverlast? Dan geen €2000 vergoeding!’”. In de berichtgeving wordt melding gemaakt van een informatieavond voor bewoners, die door klagers is georganiseerd.
Volgens de Raad hebben verweerders aannemelijk gemaakt dat er voor Venema voldoende aanleiding bestond op de informatieavond aanwezig te zijn zonder haar identiteit als journalist bekend te maken. Zij is weggegaan voordat de kwestie over de vergoeding werd besproken. De berichtgeving heeft in hoofdzaak betrekking op wat tijdens die avond is besproken in afwezigheid van Venema. Verweerders hebben kennelijk gebruik gemaakt van informatie die buiten de informatieavond om is verkregen. Zij hebben voldoende inzicht verschaft in de wijze waarop de berichtgeving uiteindelijk tot stand is gekomen en de manier waarop zij gebruik hebben gemaakt van door anonieme bronnen verstrekte informatie. Daarbij komt dat Van Pelt is benaderd voor wederhoor. Dat hij ervoor heeft gekozen niet inhoudelijk te reageren, kan verweerders niet worden verweten.
Verder hebben verweerders aannemelijk gemaakt dat op basis van hun onderzoek voldoende reden bestond om te berichten over klagers zoals zij hebben gedaan. Doordat onder meer in de koppen de beschuldigingen aan het adres van klagers tussen aanhalingstekens zijn geplaatst, is voldoende duidelijk dat het niet gaat om vaststaande feiten maar om de mening van meerdere bewoners. Niet is gebleken dat de artikelen relevante feitelijke onjuistheden bevatten. Bovendien hadden klagers hun visie naar voren kunnen brengen en er daarmee voor kunnen zorgen dat een minder eenzijdig beeld over de kwestie zou zijn ontstaan. Dat zij niet adequaat hebben gereageerd, kan verweerders niet worden tegengeworpen.
Met de publicatie van de artikelen en de weigering tot rectificatie is niet journalistiek ontoelaatbaar gehandeld.

2013/34 | Conclusie: 18/07/2013
Ongegrond

H.F. Horstink / P. Verbruggen en de hoofdredacteur van AD

Journalistieke werkwijze

  • afspraken

Aard van de publicatie

  • interview

Aard van het medium

  • dagblad (landelijk) – print
Lees samenvatting

De klacht gaat over het artikel “‘Mijn vrouw gunt me dit verzetje’” met de onderkop “Henk heeft een Nederlands én een Gambiaans gezin.”
Volgens de Raad is voldoende aannemelijk dat het klager duidelijk was met welk doel hij werd geïnterviewd en ook wat de context en strekking van de publicatie zouden zijn. Klager heeft zijn medewerking verleend aan het maken van foto’s en toestemming gegeven voor openbaarmaking van zijn verhaal in de Belgische krant Het Laatste Nieuws. Niet is gebleken dat klager en Verbruggen nadere afspraken, zoals inzage vooraf, hebben gemaakt. Verder is aannemelijk dat het artikel in essentie een juiste weergave bevat van wat klager aan Verbruggen heeft verteld. Niet is gebleken dat het artikel wezenlijk onjuiste citaten bevat. Nadat het verhaal van klager was gepubliceerd in Het Laatste Nieuws, is dit openbare en publieke informatie geworden. De aard en inhoud van het artikel zijn niet gewijzigd. Verweerders hebben met de overname en publicatie van het artikel in AD niet journalistiek ontoelaatbaar gehandeld.

2013/35 | Conclusie: 18/07/2013
Ongegrond

X / M. van Kampen en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger

Privacy

  • foto’s
  • verdachten/veroordeelden
  • vermelding persoonlijke gegevens

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

In het artikel “Hoofdstuk van ‘Onderzoek 23201201’” met de bovenkop “Drie arrestaties en vijf huiszoekingen tijden grootscheeps onderzoek, gestart na overval op bejaarde in Venlo” zijn de straat- en plaatsnamen van de doorzochte woningen vermeld. Verder zijn vier foto’s geplaatst, waarop onder andere een woning is te zien waar agenten voor de deur staan. Bij nadere bestudering is een huisnummer zichtbaar. Op twee foto’s is een geparkeerde auto te zien, waarvan het kenteken leesbaar is. Volgens klaagster is door de combinatie van tekst en fotomateriaal haar privacy ongerechtvaardigd aangetast.
De Raad stelt vast dat noch de naam noch de initialen van klaagster zijn vermeld. Klaagster is met bepaalde persoonskenmerken aangeduid, maar kan niet eenvoudig worden geïdentificeerd. Het vermelden van de straatnaam is journalistiek relevant en niet ontoelaatbaar, nu de politieactie daar heeft plaatsgevonden en die actie centraal stond in de publicatie. Dit geldt ook voor de publicatie van de foto’s. Bovendien blijkt niet ondubbelzinnig dat de foto’s betrekking hebben op de woning van klaagster. Er zijn diverse straatnamen vermeld, waarvan meerdere straten zich bevinden in de woonplaats van klaagster. Het huisnummer is slechts met moeite leesbaar. Van de auto is het kenteken goed zichtbaar, maar de auto kan niet zonder nader onderzoek tot klaagster worden herleid. Het is niet aannemelijk dat klaagster in de publicatie voor het grote publiek identificeerbaar is geworden. Verweerders hebben dan ook niet journalistiek ontoelaatbaar jegens klaagster gehandeld.

2013/33 | Conclusie: 15/07/2013
Gegrond

X / J. Dijkstra en de hoofdredacteur van De Puttenaer

Feitenweergave

  • grievende berichtgeving
  • onjuiste berichtgeving
  • tendentieuze berichtgeving

Procedure

  • ontvankelijkheid

Aard van het medium

  • huis-aan-huisbladen – print
Lees samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen het artikel “’Mantelzorger’ in schaapskleren” met de onderkop “Bejaarde bestolen onder mom van naastenliefde”. De kern van de klacht is dat in het artikel van onjuist en tendentieus over hem is bericht.
In een aan klager gestuurde conceptbrief heeft de hoofdredacteur laten weten dat het artikel niet in deze vorm gepubliceerd had mogen worden, omdat daarvoor meer onderzoek en degelijker bewijsvoering nodig was. Verder heeft de hoofdredacteur erkend dat de diskwalificaties aan het adres van klager niet relevant waren en bovendien niet onderbouwd.
De Raad stelt vast dat het artikel ernstige beschuldigingen aan het adres van klager bevat en dat klager door de publicatie in hoge mate wordt gediskwalificeerd. Voor die beschuldigingen en diskwalificaties, in de vorm waarin zij zijn weergegeven, bestond kennelijk onvoldoende grondslag. Door zo over klager te berichten hebben verweerders journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

2013/32 | Conclusie: 02/07/2013
Deels gegrond

X / de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

Klager klaagt, mede namens zijn zoon, over het artikel “Leerling (16) wilde leraar vergiftigen in […]”. Zijn voornaamste bezwaar is dat de kop te stellig en daarmee onjuist is.
Volgens de Raad blijkt op geen enkele wijze uit de kop dat op het moment van publicatie slechts sprake was van een verdenking en dat de gebeurtenis geen vaststaand feit betrof. Aangezien de kop ook niet tussen aanhalingstekens is geplaatst, is aannemelijk dat bij de gemiddelde lezer de indruk is gewekt dat in het artikel over vaststaande feiten wordt bericht. Daarom is de kop in dit geval te stellig verwoord en is op dit punt journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Daarbij merkt de Raad op dat de kop van een artikel mede bepalend is voor de wijze waarop andere media het nieuws oppakken.
Ten aanzien van de inhoud van het artikel heeft verweerder geen journalistieke normen overschreden. Hij heeft het artikel opgesteld aan de hand van de destijds voorhanden feiten en omstandigheden en heeft deze gecheckt voordat hij tot publicatie overging.

2013/31 | Conclusie: 20/06/2013
Ongegrond

X Bouw B.V. / A. Brumsteede en de hoofdredacteur van TROS Opgelicht?!

Journalistieke werkwijze

  • hoor en wederhoor

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving

Aard van het medium

  • omroep (landelijk publiek) – televisie
Lees samenvatting

In het televisieprogramma Opgelicht?! is aandacht besteed aan de handelwijze van klaagster en haar directeur. Daarbij is aan de orde gesteld dat klaagster diverse voormalige klanten en personeelsleden zou hebben gedupeerd. Kern van de klacht is dat de uitzending is gebaseerd op onwaarheden en dat onvoldoende wederhoor is toegepast. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
Volgens de Raad bestond voldoende grondslag voor de aan het adres van klaagster geuite beschuldigingen. Bovendien is klaagster ruimschoots in de gelegenheid gesteld om op de beschuldigingen te reageren en haar visie kenbaar te maken. Uit de door klaagster overgelegde stukken kan niet worden opgemaakt dat de in de uitzending behandelde klachten onterecht zouden zijn. Andere mogelijk ontlastende verklaringen en stukken die klaagster heeft genoemd en die zouden moeten aantonen dat de uitzending op onwaarheden berust, heeft de Raad niet gezien. Daarom is niet aannemelijk geworden dat de door klaagster aan de redactie verstrekte informatie ten onrechte niet (voldoende) in de uitzending is verwerkt. Er is geen grond voor de conclusie dat verweerders onvoldoende wederhoor hebben toegepast. Dat klaagster van de haar geboden gelegenheid tot wederhoor wellicht niet adequaat en tijdig gebruik heeft gemaakt, kan verweerders niet worden verweten.
Klaagster heeft niet aangetoond dat de uitzending relevante feitelijke onjuistheden bevat of dat verweerders op andere wijze journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld, zodat de klacht ongegrond is.

2013/29 | Conclusie: 14/06/2013
Ongegrond

X / J. van der Schaal en de hoofdredacteur van Leusden Nu (Wegener Media)

Privacy

  • verdachten/veroordeelden

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving

Aard van het medium

  • huis-aan-huisbladen – print
Lees samenvatting

De klacht gaat over het artikel “Veroordeling voor ontucht” en richt zich met name op het feit dat de suggestie is gewekt dat het om een persbericht gaat. Volgens klager konden verweerders niet zelf aan alle gegevens komen, omdat uitspraken in het jeugdrecht anoniem worden gepubliceerd.
Volgens de Raad heeft Van der Schaal – ongeacht de wijze waarop hij de informatie heeft verkregen – een kort, terughoudend en feitelijk bericht geschreven. De betrokkenen zijn aangeduid met initialen, zoals in berichtgeving over strafzaken gebruikelijk is. Het artikel bevat twee feitelijke onjuistheden: de datum van de rechterlijke uitspraak is onjuist en klager is niet veroordeeld tot een boete, maar tot betaling van een schadevergoeding. Verweerders hebben erkend dat het artikel zorgvuldiger had kunnen worden opgesteld, teneinde deze feitelijke onjuistheden te voorkomen. Ook de Raad is deze mening toegedaan. Deze onjuistheden zijn echter niet van zodanige aard dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Het is overigens niet aannemelijk dat deze onjuistheden schadelijke gevolgen hebben gehad voor klager. De zin “Verkrachting werd niet bewezen geacht.” is verder een juridisch correcte weergave van de uitspraak van de rechtbank. Dat deze zin misschien geen recht doet aan alle bijzonderheden van de strafzaak, maakt niet dat de zin feitelijk onjuist is. De door Van der Schaal verkregen informatie is op een journalistiek toelaatbare wijze in het artikel verwerkt.

2013/30 | Conclusie: 14/06/2013
Ongegrond

X / de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad

Feitenweergave

  • onjuiste berichtgeving

Aard van het medium

  • dagblad (regionaal) – print
Lees samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen het redactioneel commentaar “Handen af”, dat is geschreven naar aanleiding van incidenten die tijdens de jaarwisseling in Hedel en Bruchem hebben plaatsgevonden en waarbij raddraaiers geweld hebben gebruikt tegen de brandweer. Kern van de klacht is dat de Twitterberichten van klager onjuist zijn geïnterpreteerd en weergegeven in de publicatie.
De Raad stelt voorop dat het inherent is aan het gebruik van Twitter dat Twitterberichten worden overgenomen, geïnterpreteerd en becommentarieerd door anderen. Gebruikers van dit medium dienen zich daarvan bewust te zijn. Gegeven de Twitterberichten die door klager zijn afgegeven is er geen grond voor het oordeel dat die op een onjuiste manier zijn geïnterpreteerd en samengevat. Verweerder heeft niet journalistiek ontoelaatbaar tegenover klager gehandeld.